Het internationale financiële stelsel

De mondiale financiële en economische crisis heeft geleid tot een uitgebreide discussie over de structuur en het functioneren van het internationale monetaire en financiële stelsel. Hieronder wordt beschreven wat de leiders van de G20 de afgelopen jaren hebben afgesproken en welke stappen het IMF heeft gezet.

De G20

Na hun eerste vergadering in november 2008 in Washington DC kwamen de staatshoofden en regeringsleiders (“de leiders”) van de G20-leden in april 2009 in Londen bijeen voor hun tweede topontmoeting. Daar:

  • riepen zij op tot actie op het gebied van financiële regelgeving en macro-economisch beleid;
  • onderstreepten zij hun vertrouwen in open markten en vrije handel;
  • spraken zij maatregelen af om de internationale financiële instellingen te financieren en te hervormen;
  • spraken zij af dat het Financial Stability Forum moet worden uitgebreid, een ruimer mandaat moet krijgen en met een sterkere institutionele basis en grotere omvang opnieuw moet worden opgezet onder de naam Raad voor Financiële Stabiliteit (Financial Stability Board, hierna FSB).

Tijdens hun top in Pittsburgh, in september 2009 hebben de leiders van de G20:

  • bevestigd dat zij blijven streven naar internationale samenwerking bij het aanpakken van de mondiale beleidskwesties. Zij benadrukten welke belangrijke rol de G20 heeft gespeeld bij het concipiëren van de reacties op de mondiale financiële crisis en omschreven de G20 als het voornaamste forum voor onze internationale economische samenwerking;
  • het G20-kader voor sterke, duurzame en evenwichtige groei gelanceerd, dat tot doel heeft de overgang van crisisbeheersing naar een sterk, duurzaam en evenwichtig patroon van mondiale groei te ondersteunen en de mondiale onevenwichtigheden die hebben bijgedragen aan de financiële crisis, aan te pakken. Het kader houdt in dat onderling wordt beoordeeld in hoeverre beleid en beleidskaders van de G20-leden, zowel nationaal als regionaal, bij elkaar passen en of zij in overeenstemming zijn met de beoogde sterke, duurzame en evenwichtige groei. De G20-leden hebben hun beleidskaders in een vast, afgesproken model gepresenteerd, waarbij het EU-voorzitterschap, de Eurogroep, de Europese Commissie en de ECB een gezamenlijke bijdrage van het eurogebied en de Europese Unie hebben ingediend. Het IMF zal zijn deskundigheid op het gebied van bilateraal en multilateraal toezicht inzetten om G20-leden te helpen bij dit wederzijdse beoordelingsproces en daarbij gebruik maken van de inbreng van andere internationale organisaties, waaronder de FSB op het vlak van het financieel beleid;
  • de aanzienlijke vooruitgang gememoreerd die qua regelgeving en toezicht op diverse vlakken is geboekt, al erkenden zij dat er nog veel meer gedaan moet worden. Voortbouwend op de "Verklaring over verdere stappen om het internationale financiële stelsel te versterken" van de G20-ministers van Financiën en centrale-bankpresidenten, is voor vier belangrijke gebieden (opbouw van hoogwaardig kapitaal en vermindering van procycliciteit; hervorming van de beloningswijzen; verbetering van de markt voor over-the-counter-derivaten; de omgang met grensoverschrijdende afwikkelingen en met financiële instellingen van systeembelang) aangegeven wat er nog gedaan moet worden. Bovendien kwam er een toezegging van alle belangrijke financiële centra in de G20-landen om het Bazel II-kapitaalkader uiterlijk 2011 goed te keuren.

Tijdens hun vierde topontmoeting in Toronto in juni 2010 hebben de leiders van de G20:

  • een vervolg gegeven aan de bij hun vorige bijeenkomst in Pittsburgh gedane toezeggingen en hebben zij de eerste fase van het wederzijdse beoordelingsproces van het G20-kader afgerond. Zij bereikten overeenstemming over een aantal concrete toezeggingen, bijvoorbeeld dat landen met een groot tekort maatregelen gaan nemen om de nationale besparingen te stimuleren en dat landen met een overschot hervormingen gaan doorvoeren om hun afhankelijkheid van de buitenlandse vraag te verminderen en zich meer te richten op groei van de binnenlandse vraag. Opkomende economieën met een overschot op de betalingsbalans hebben toegezegd hervormingen te zullen doorvoeren om hun sociale zekerheid te versterken (en zo de voorzorgsbesparingen te verminderen en de particuliere bestedingen te vergroten) en om hun wisselkoersen flexibeler te maken, zodat deze de onderliggende economische fundamentals beter weerspiegelen. Bovendien hebben alle leden van de G20 beloofd structurele hervormingen door te voeren om de economische groei te stimuleren;
  • de aanzienlijke vooruitgang gememoreerd die bij de versterking van het mondiale financiële stelsel is geboekt op gebieden als prudentieel toezicht, risicobeheer en bevordering van de transparantie. Tegelijkertijd hebben zij erkend dat er meer moest worden gedaan om de toezeggingen die op de laatste drie toppen waren gedaan, te verwezenlijken en hebben zij de vier pijlers van de G20-hervormingsagenda voor de financiële regelgeving vastgesteld (een nieuw kapitaalkader, effectief toezicht, de omgang met financiële instellingen van systeembelang, en transparante internationale evaluaties en collegiale toetsingen).

Tijdens hun vijfde topontmoeting in Seoul in november 2010 hebben de leiders van de G20:

  • overeenstemming bereikt over het actieplan van Seoul en concrete politieke toezeggingen gedaan om het bereiken van de doelstellingen van het G20-kader dichterbij te brengen;
  • ingestemd met de resultaten van een aantal belangrijke werkstromen die ter voorbereiding van deze top waren bereikt. Hierbij valt vooral te denken aan een hervorming van de quota en governance van het IMF en aan enkele kernpunten(waaronder het werk van het Bazels Comité) van een hervorming van het financiële stelsel die ook de dieperliggende oorzaken van de crisis moet aanpakken;
  • laten merken dat zij zich ervan bewust waren dat de G20 ook zaken moet aanpakken die betrekking hebben op de grote, niet-vertegenwoordigde groep ontwikkelings- en lage-inkomenslanden.

Tijdens hun topontmoeting in Cannes op 3 en 4 november 2011 hebben de leiders van de G20 hun vaste voornemen samen te werken en hun beleid te coördineren onderstreept en hebben zij:

  • overeenstemming bereikt over het Actieplan van Cannes voor groei en werkgelegenheid. Dit plan bevat landspecifieke beleidsmaatregelen voor de korte- en middellange termijn, bedoeld om de wereldeconomie sterker, duurzamer en evenwichtiger te laten groeien;
  • maatregelen genomen om de veerkracht van het internationale monetaire stelsel te vergroten. Zij onderschreven het door hun ministers van Financiën en centrale-bankpresidenten gesloten akkoord over i) samenhangende conclusies ter beheersing van kapitaalstromen, ii) gemeenschappelijke beginselen voor de samenwerking tussen het IMF en Regionale Financiële Regelingen, en iii) een actieplan voor obligatiemarkten in lokale valuta. Bovendien ondersteunden de leiders het IMF bij het opzetten van een nieuwe liquiditeitsvoorziening (Precautionary and Liquidity Line) om in individuele gevallen flexibele kortetermijnliquiditeiten te kunnen verschaffen aan landen met een krachtig beleid en sterke fundamenten die te kampen hebben met exogene schokken;
  • verdere vooruitgang geboekt met de hervorming van de financiële sector. De leiders gingen akkoord met de implementatie van een integraal pakket beleidsmaatregelen dat de risico's moet beheersen die financiële instellingen van systeembelang voor het mondiale financiële stelsel vormen, en met het tijdpad voor de uitvoering van deze maatregelen. Er zijn specifieke maatregelen genomen ten aanzien van grote financiële instellingen van systeembelang (die aan strenger toezicht worden onderworpen), een nieuwe internationale standaard voor afwikkelingsregimes en aanvullende kapitaaleisen. Ook riepen zij landen op om te voldoen aan hun verplichting om Bazel II, de aanvullende eisen van Bazel II-5 en de Bazel III-kapitaal- en liquiditeitsnormen volledig en consequent te implementeren.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF): recente ontwikkelingen

Het IMF bleef de wereldwijde reactie op de financiële crisis steunen met intensiever toezicht, beleidsadviezen en financiële steun aan zijn leden.

  • Naar aanleiding van de door de G20-leiders op hun top in Londen in april 2009 gedane toezegging om de aan internationale financiële instellingen ter beschikking staande middelen te verhogen, zijn in maart 2011 de Nieuwe Leningsovereenkomsten (New Arrangements to Borrow, ofwel NAB) in werking getreden. Deelname aan de NAB werd uitgebreid van 26 naar 40 leden, en het totale bedrag van deze kredietlijnen voor het IMF steeg van SDR 34 miljard naar SDR 369,9 miljard. De meeste bilaterale leningen en overeenkomsten voor de koop van schuldbewijzen, ten belope van SDR 196 miljard, die sinds 2009 tussen het IMF en zijn leden zijn gesloten, zullen in de loop der tijd worden opgenomen in de NAB.
  • Om te kunnen inspelen op de liquiditeitsbehoefte van landen die sterke fundamentals hebben maar blootstaan aan besmetting, heeft het IMF in november 2011 besloten zijn leeninstrumentarium verder aan te passen. In dit kader is besloten om de in augustus 2010 opgezette Precautionary Credit Line flexibeler te maken door het gebruik ervan toe te staan aan leden met daadwerkelijke betalingsbalansbehoeften en door zesmaands regelingen mogelijk te maken in aanvulling op de bestaande opties van een- en tweejaars regelingen. Gezien deze wijzigingen is de naam Precautionary Credit Line veranderd in Precautionary and Liquidity Line.
  • De G20 en de directie van het IMF hebben ook in 2011 van gedachten gewisseld over de samenstelling van het valutamandje dat de waarde van het SDR bepaalt. Er werd bevestigd dat de samenstelling van het mandje de verhouding tussen valuta's in de wereldwijde handels- en financiële systemen moet blijven weerspiegelen, en dat de waarderingsgrondslagen voor SDR's, met inbegrip van de stabiliteit van belangrijke valuta's, geldig blijven, al zal er verdere verduidelijking komen omtrent de criteria voor toelating tot het mandje. De bijdrage van de euro aan het huidige, uit vier valuta's bestaande SDR-mandje werd op 1 januari 2011 vastgesteld op 42,3 eurocent, hetgeen 37,4% vertegenwoordigt.
  • Een van de kernactiviteiten van het IMF, toezicht, werd in 2011 onderworpen aan een reguliere driejaarlijkse herziening. Uit deze exercitie werden uit de mondiale financiële crisis lessen voor het toezicht getrokken en werd gekeken hoeveel vooruitgang er sinds 2008 was geboekt (inclusief de hierboven vermelde nieuwe "spill over"-rapporten, en de tenuitvoerlegging van het besluit inzake bilateraal toezicht op het beleid van de leden uit 2007). Dit alles maakte het tot een bijzonder grondige en uitgebreide herziening. Er werd overeengekomen dat het toezichtkader beter geïntegreerd, evenwichtiger en effectiever moest worden, zodat risico's voor de economische en financiële stabiliteit (inclusief "spillover"-risico's), er beter mee gesignaleerd en beheerst kunnen worden. Een door de directeur van het IMF voorgesteld actieplan zal richtinggevend zijn voor de zes belangrijkste aspecten ten aanzien waarvan verdere verbetering nodig is, te weten: i) koppelingen, ii) risicobeoordelingen, iii) financiële stabiliteit; iv) externe stabiliteit; v) het wettelijk kader; en vi) betrokkenheid bij en naleving van de beleidsaanbevelingen van het IMF.