Het jaar in vogelvlucht

 In 2017 ontwikkelde het economisch herstel in het eurogebied zich tot stevige en breedgedragen groei. De economie groeide 2,5% en het jaar werd afgesloten met 18 kwartalen van economische groei op rij. Dit kwam neer op de sterkste groei in tien jaar en de breedst gedragen groei in 20 jaar. De spreiding wat betreft het groeitempo in de landen van het eurogebied daalde naar het laagste niveau sinds het begin van de Monetaire Unie.

Dankzij de stevige groei zette het herstel op de arbeidsmarkt onverminderd door. De werkgelegenheid steeg met 1,6% en bereikte het hoogste niveau in de geschiedenis, gedragen door het recordniveau van de participatiegraad bij vrouwen en oudere mensen. De werkloosheid daalde naar het laagste niveau sinds januari 2009. Over het geheel genomen zijn er sinds medio 2013 7,5 miljoen banen gecreëerd, waardoor alle banen die tijdens de crisis verloren gingen, werden gecompenseerd.

Net als in voorgaande jaren speelde het monetair beleid van de ECB een sleutelrol in dit verhaal van herstel en convergentie. In 2017 zijn eerdere, bij de transmissie van ons monetair beleid optredende asymmetrieën grotendeels verdwenen en stabiliseerden de financieringscondities zich in het hele eurogebied op historisch lage niveaus. Deze ontwikkelingen droegen bij aan de sterkste stijging van de kredietverlening aan de private sector sinds het begin van de crisis in 2008.

De sterke prestaties van de reële economie werden echter niet geëvenaard op het terrein van de inflatie. Hoewel de totale inflatie zich gedurende het jaar met een gemiddelde van 1,5% herstelde van eerdere laagtepunten, bleef de binnenlandse prijsdruk zwak en vertoonde de onderliggende inflatie geen tekenen van een duurzame opwaartse ontwikkeling.

De uiteenlopende vooruitzichten voor de groei en voor de inflatie hebben een belangrijke rol gespeeld bij de monetairbeleidsbeslissingen die de ECB in 2017 heeft genomen en hebben geleid tot een herijking van ons activa-aankoopprogramma.

In oktober heeft de Raad van Bestuur besloten het bedrag van de activa-aankopen verder te verlagen van € 60 miljard naar € 30 miljard per maand, maar het programma met ten minste negen maanden te verlengen tot en met september 2018. Daarnaast is de Raad van Bestuur in maart 2018 gestopt in zijn officiële communicatie uitdrukkelijk te verwijzen naar de bereidheid zijn activa-aankoopprogramma uit te breiden indien de vooruitzichten minder gunstig zouden worden.

De beslissingen van de Raad van Bestuur weerspiegelden zijn gestegen vertrouwen in de vooruitzichten voor de economie, waarbij een ongewijzigde beleidskoers in toenemende mate een expansief karakter zou hebben gekregen. Maar de beslissingen bevestigden tevens de noodzaak geduld uit te oefenen om de inflatoire druk te laten toenemen, en dat een vasthoudendheid monetair beleid noodzakelijk was om de inflatiedynamiek duurzaam te laten worden en op eigen benen te laten staan.

Hoewel het monetair beleid de beoogde effecten teweegbrengt, kan het tevens neveneffecten veroorzaken. Daarom heeft de ECB in 2017 de risico's voor de financiële stabiliteit nauwgezet gevolgd, en stelde zij vast dat deze binnen de perken bleven.

Dankzij sterkere nominale groei is de schuldhoudbaarheid van bedrijven en huishoudens verbeterd, wat heeft bijgedragen aan de verlaging van risico's. In beide sectoren daalde de schuldgraad naar het niveau van begin 2008, wat erop wijst dat het herstel niet gepaard is gegaan met een hernieuwde schuldenopbouw in de private sector. Het is zelfs vrijwel de eerste keer sinds het begin van de Monetaire Unie dat de private bestedingen zijn gestegen bij een dalende schuldenlast.

De aantrekkende economie bood ook banken een kans hun balans verder te versterken. De sterkere economie heeft gezorgd voor grotere transactievolumes en lagere waardeverminderingslasten en heeft zo geholpen de winstgevendheid te stabiliseren. Het schokabsorberende vermogen van banken is verder toegenomen, waarbij de tier 1-kernkapitaalratio in het derde kwartaal van 2017 op 14,5% uitkwam, en de activakwaliteit verbeterde.

De banken in het eurogebied hebben hun niet-renderende leningen ('non‑performing loans' – NPL's) in een hoger tempo teruggebracht; deze daalden van 8% van de totale leningenportefeuille in 2014 naar 5,2% in het derde kwartaal van 2017. Alleen al in de eerste drie kwartalen van 2017 daalden de NPL's met € 119 miljard, met een toenemend aandeel daarin van de leningverkopen op de secundaire markten. Hieraan hebben ECB-initiatieven ter vergroting van de transparantie op de NPL-markten bijgedragen. Er zijn echter nog steeds verdere inspanningen nodig om de hoge NPL-niveaus te verlagen.

De ECB is tevens de omstandigheden op de financiële markten blijven volgen. In 2017 waren de markten relatief kalm, maar ze bleven kwetsbaar voor een abrupte risicoherprijzing en een toename van de volatiliteit van de financiële markten. Deze risico's hebben zich begin 2018 daadwerkelijk op de wereldwijde aandelenmarkten voorgedaan, zij het tot op heden zonder dat zich daarbij grote uitstralingseffecten naar de kredietmarkten in het eurogebied en derhalve naar de financiële condities in ruimere zin hebben voorgedaan.

2017 werd ook gekenmerkt door belangrijke ontwikkelingen op het terrein van de architectuur van het betalingsverkeer in het eurogebied. De laatste golf van migratie naar TARGET2-Securities werd afgerond, en het platform verwerkte daarna gemiddeld 556.684 transacties per dag. Het nieuwe €50-bankbiljet werd ingevoerd, wat geresulteerd heeft in veiliger betalingen voor de burgers van het eurogebied, voor wie contant geld nog steeds het belangrijkste betaalmiddel bij verkooppunten is.

Ten slotte heeft de ECB een aantal stappen gezet ter verbetering van haar transparantie en verantwoordingsaflegging ten opzichte van de EU-burgers. Wij hebben in 2017 138 vragen van leden van het Europees Parlement beantwoord. De ECB heeft haar nieuwe bezoekerscentrum geopend, dat naar verwachting 40.000 belangstellenden per jaar zal ontvangen. Onze website had bezoekers uit de hele wereld en werd meer dan 17 miljoen maal bezocht.

Wij verwachten dat het tempo van de economische groei in 2018 krachtig zal blijven. Hoewel wij erop blijven vertrouwen dat de inflatie zich op de middellange termijn in de richting van ons doel zal ontwikkelen, zijn er nog steeds onzekerheden over de mate van onbenutte capaciteit in de economie.

Om ervoor te zorgen dat de inflatie naar onze doelstelling terugkeert, blijft het derhalve noodzakelijk een geduldig, standvastig en prudent monetair beleid te voeren.

Frankfurt am Main, april 2018

Mario Draghi

President


Het jaar in cijfers

 

Stevige en breedgedragen economische groei 2,5% De jaar-op-jaargroei van het bruto binnenlands product van het eurogebied profiteerde van een aantrekkende netto-uitvoer en robuuste binnenlandse bestedingen aan goederen en diensten. Inflatie op herstelkoers 1,5% De gemiddelde totale inflatie in het eurogebied steeg, vooral als gevolg van stijgende energieprijzen en – in mindere mate – oplopende prijzen van voedingsmiddelen. Werkgelegenheid hoger dan het niveau van vóór de crisis 1,6% Het herstel op de arbeidsmarkt zette door met krachtige werkgelegenheidsgroei, als gevolg van zowel het gunstige economische klimaat als geslaagde beleidsmaatregelen. 1998: 1,47σ 2017: 0,75σ In 2017 was het verschil wat betreft de economische groei in de landen van het eurogebied, afgemeten aan de standaarddeviaties van de bruto toegevoegde waarde, het kleinst in de geschiedenis van de Monetaire Unie. Spreiding wat betreft groeitempo op historisch laag niveau

  

 

Verbeterde solvabiliteit van banken 14,5% De solvabiliteitspositie van de banken in het eurogebied is verder verbeterd, waarbij de tier 1-kernkapitaalratio in het derde kwartaal van 2017 uitkwam op 14,5%. Versnelde vermindering van niet- renderende leningen – € 119 miljard De totale waarde van de niet- renderende leningen van de banken in het eurogebied liet in de eerste drie kwartalen van het jaar een opvallende daling zien. Groeiend aantal T2S-transacties 556.684 per dag De afronding van de migratie naar TARGET2-Securities is een belangrijke stap geweest op weg naar de integratie van de Europese infrastructuur voor effectenafwikkeling, zoals blijkt uit het gemiddelde aantal transacties per dag na de laatste migratiegolf. 138 Mario Draghi beantwoordde als President van de ECB meer dan 130 vragen van leden van het Europees Parlement, kenmerkend voor de hoge mate van verantwoordingsaflegging en transparantie die de ECB betracht. Groot aantal antwoorden op vragen vanuit het Europees Parlement


Beleid en activiteiten van de ECB in het economische en financiële klimaat van 2017

Het economisch herstel in het eurogebied ondervindt steun van gunstige factoren en het monetair beleid

De in 2013 ingezette economische expansie in het eurogebied zette in 2017 verder door en gaf ondanks onzekerheden blijk van veerkracht. De productiegroei nam toe en verbreedde zich, terwijl de spreiding van de groeicijfers tussen zowel landen als sectoren op het laagste niveau in twee decennia uitkwam. De arbeidsmarkt in het eurogebied bleef verder van het voortgaande herstel profiteren. De werkgelegenheid steeg tot het hoogste niveau sinds de totstandkoming van het eurogebied, terwijl de werkloosheid daalde tot het peil van het eerste kwartaal van 2009.

Het herstel in het eurogebied werd gedragen door een aantal gunstige conjuncturele en structurele factoren. De mondiale productiegroei trok verder aan en stimuleerde daarmee de uitvoervraag, terwijl daarnaast het jarenlange balansherstel, institutionele opbouw en structurele hervormingen in het eurogebied hun vruchten afwierpen. Bovendien was de algehele begrotingskoers grotendeels neutraal. De monetairbeleidsmaatregelen van de ECB bleven de geld- en kredietdynamiek ondersteunen en speelden een voorname rol bij de opleving van zowel de consumptie van huishoudens als de bedrijfsinvesteringen, doordat ze de rente laag hielden en voor blijvend gunstige financieringsvoorwaarden zorgden.

Ondanks het flinke economische herstel, gaf de inflatiedynamiek nog geen overtuigende tekenen te zien van een duurzame opwaartse aanpassing richting een niveau op middellange termijn onder maar dicht bij 2%, overeenkomstig de door de ECB gehanteerde definitie van prijsstabiliteit. Bij een onveranderd aanmerkelijke onbenutte arbeidsmarktcapaciteit bleef de onderliggende inflatiedruk gematigd. De waargenomen verbeteringen op de arbeidsmarkt hebben nog tijd nodig om in een dynamischere loongroei tot uitdrukking te komen. Bovendien was het van belang om door de volatiliteit van de inflatiegegevens voor de korte termijn heen te zien. Deze hebben geen of beperkte gevolgen voor de verwachtingen ten aanzien van de prijsstabiliteit op middellange termijn.

De robuuste en breed gedragen groei gaf aanleiding voor vertrouwen dat de inflatiedynamiek in de loop van de tijd zal aantrekken. De Raad van Bestuur van de ECB benadrukte in dit verband dat geduld, vastberadenheid en prudentie geboden zijn. Dit proces heeft naar verwachting tijd nodig en blijft afhankelijk van zeer substantiële monetairbeleidsverruiming.

Mondiale economische groei trekt aan

De conjuncturele opleving van de wereldeconomie zette zich in 2017 voort (zie Grafiek 1) en verbreedde zich over meer landen en sectoren. Terwijl de consumptie een belangrijke stuwende kracht achter de mondiale groei bleef, trok de investeringsvraag vooral in de ontwikkelde economieën aan. Het herstel van de wereldhandel viel samen met een verbetering van het ondernemersvertrouwen en een vraagverschuiving richting meer invoerintensieve regio's, met name Europa.

 

Grafiek 1

Mondiale reële bbp

(mutaties in procenten per jaar; kwartaalgegevens)

-2 0 2 4 6 8 10 12 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 ontwikkelde economieën buiten het eurogebied grondstoffenexporterende opkomende markteconomieën grondstoffenimporterende markteconomieën

Bronnen: Haver Analytics, nationale gegevens en berekeningen van de ECB.
Toelichting: Bbp tegen koopkrachtpariteiten gewogen. Ontwikkelde economieën zijn Australië, Canada, Japan, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Zweden en Zwitserland. Grondstoffenexporterende landen zijn Argentinië, Brazilië, Chili, Colombia, Indonesië, Maleisië, Mexico, Rusland, Saoedi-Arabië, Venezuela en Zuid-Afrika. Grondstoffenimporterende landen zijn Hongkong, India, Zuid-Korea, Singapore, Taiwan, Thailand en Turkije.

Het mondiale economische herstel ondervond in de ontwikkelde economieën steun van een aantal gunstige factoren, terwijl in de opkomende markteconomieën de ongunstige factoren afnamen. In de ontwikkelde economieën namen de onbenutte arbeidsmarkt- en productiecapaciteit beide verder af naarmate de groei steeds meer endogeen werd gedreven. In de ontwikkelde economieën werd de economische bedrijvigheid gedragen door accommoderend beleid en toenemend vertrouwen, zowel onder huishoudens als bedrijven. In de opkomende markten verleende voortgaand accommoderend beleid steun aan forse groei in grondstoffenimporterende landen, terwijl in grondstoffenexporterende landen de groei aantrok dankzij hogere grondstoffenprijzen en de weer op gang gekomen instroom van kapitaal.

 

Grafiek 2

Arbeidsmarktontwikkelingen in de OESO

(kwartaalgegevens)

5,0 5,5 6,0 6,5 7,0 7,5 8,0 8,5 9,0 0,0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,5 3,0 3,5 4,0 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 werkloosheidsgraad (procenten, omgekeerd rechts) loonsom per werknemer

Bronnen: Haver Analytics, Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en berekeningen van de ECB.
Toelichting: De beloning per werknemer wordt berekend als de som van de voor seizoensinvloeden gecorrigeerde jaarlijkse wijzigingen in de loonkosten per eenheid product en de arbeidsproductiviteit.

In de meeste belangrijke economieën vertaalden de aantrekkende nationale vraag en de waargenomen dalingen van de werkloosheid zich nog niet in hogere lonen (zie Grafiek 2) en in een gestegen kerninflatie. Ten opzichte van het voorgaande jaar is de wereldwijde inflatie met uitzondering van voedingsmiddelen en energie ongeveer gelijk gebleven. De mondiale totale inflatie is echter toegenomen onder invloed van herstel van de grondstoffenprijzen (zie Grafiek 3).

 

Grafiek 3

Inflatie in de OESO

(mutaties in procenten per jaar; maandgegevens)

0 1 2 3 4 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 alle componenten m.u.v. energie en voedingsmiddelen

Bronnen: Haver Analytics, OESO en berekeningen van de ECB.

Wereldwijde inflatie hoger door stijging grondstoffenprijzen

In de tweede helft van 2017 herstelde de prijs van ruwe Brent-olie zich, na aanvankelijke dalingen in het eerste halfjaar van 2017 van USD 56 per vat in januari tot USD 44 per vat in juni, voornamelijk als gevolg van twijfels over de effectiviteit van de in 2016 gesloten overeenkomst tussen de Organisatie van olie-exporterende landen (OPEC) en andere belangrijke olieproducerende landen over productiebeperkingen bij een hoog aanbod uit de Verenigde Staten (zie Grafiek 4). De wereldwijde inflatietrend profiteerde van een stijging van de olieprijs naar USD 67 per vat eind december. Dit wijst op een hervonden marktevenwicht door de sterker dan verwachte vraag in 2017, de verlenging van de productiebeperkingen door OPEC- en niet-OPEC-landen en productie-onderbrekingen in een aantal olieproducerende landen, waardoor de olievoorraden bleven slinken. Aan het einde van het jaar werd de olieprijs nog verder geschraagd door geopolitieke spanningen, de verwachting van een verdere verlenging van de productiebeperkingsovereenkomst tussen OPEC- en niet-OPEC-landen, die op 30 november 2017 inderdaad tot eind 2018 werd verlengd, en de sterke wereldwijde vraag naar olie.

 

Grafiek 4

Belangrijkste ontwikkelingen van de grondstoffenprijzen

(daggegevens)