Zoekopties
Home Media Explainers Onderzoek & publicaties Statistieken Monetair beleid De euro Betalingsverkeer & markten Werken bij de ECB
Suggesties
Sorteren op

Waarom zijn stabiele prijzen belangrijk?

Door voor stabiele prijzen te zorgen, leveren centrale banken een grote bijdrage aan de welvaart van mensen.

De ECB heeft als belangrijkste opdracht de prijzen stabiel te houden. Hiermee levert ze een belangrijke bijdrage aan de welvaart van mensen.

Onder stabiele prijzen verstaan we prijzen die niet sterk stijgen (inflatie). Wat we echter ook niet willen, is dat prijzen langdurig dalen (deflatie). Als de prijzen voor langere tijd ongewoon sterk stijgen of dalen, dan is dit slecht voor de economie. Stabiele prijzen zorgen daarentegen voor vertrouwen in de waarde van ons geld en voor economische groei en banen.

Wat is er mis met hoge inflatie?

Hoge inflatie kan leiden tot almaar stijgende prijzen. Hierdoor daalt uw koopkracht en kunt u met uw geld minder kopen.

Als veel van de producten die u koopt duurder worden, dan gaat dit ten koste van uw koopkracht. Dat wil zeggen dat u met uw geld – uw inkomsten en uw spaargeld – minder kunt kopen dan vroeger. Dit kan resulteren in een spiraal van stijgende prijzen.

Dit werkt als volgt: als alles duurder wordt, ligt het voor de hand dat u uw werkgever om loonsverhoging zult vragen. Als reactie zal het bedrijf waar u werkt waarschijnlijk zijn prijzen verhogen om zo de gevraagde loonsverhogingen van de medewerkers te kunnen betalen. Doen veel bedrijven dit, dan zullen de prijzen van veel producten verder stijgen, en gaat de prijsspiraal dus verder.

Hierdoor kunnen burgers en bedrijven moeilijker inschatten hoeveel ze gaan sparen en investeren. Als het geld snel aan waarde inboet, kunnen mensen hun vertrouwen in de munt verliezen. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de negatieve neveneffecten van hoge inflatie.

Wat is er mis met langdurige deflatie?

Langdurige deflatie kan een spiraal van dalende prijzen veroorzaken. Dit kan verkeerd uitpakken voor bedrijven, huishoudens en de overheidsuitgaven.

Hoewel dalende prijzen u – als consument – als muziek in de oren zullen klinken, kunnen voortdurende en wijdverspreide prijsdalingen in de economie problemen opleveren. Voor zover zulke prijsdalingen namelijk niet aan verbeteringen bij de productie zijn toe te schrijven, kunnen ze uitmonden in een spiraal van dalende prijzen.

Heeft u bijvoorbeeld een nieuwe zitbank op het oog, maar weet u dat de prijs ervan daalt als u de aankoop nog even uitstelt, dan doet u dat waarschijnlijk ook. Zou iedereen dit doen, dan gaan bedrijven daar last van krijgen, omdat ze hun producten niet kunnen verkopen. Als de vraag daalt, moeten ze misschien de lonen bevriezen of verlagen, of zelfs personeel ontslaan, met alle gevolgen van dien voor de werkloosheid.

Iedereen wordt dus geraakt door de negatieve gevolgen van deflatie

Consumenten en bedrijven schroeven hun uitgaven en investeringen terug, waardoor de economie verzwakt. Ook kan het problematisch worden eventuele schulden, zoals uw hypotheek, af te lossen. Uw schulden nemen immers niet af, terwijl uw inkomsten wel zouden kunnen dalen.

Hetzelfde gaat op voor de overheidsfinanciën. De belastingopbrengsten dalen door dalende inkomens en uitgaven, maar de overheidsschuld moet nog steeds worden betaald. Hierdoor ziet de overheid zich misschien gedwongen de uitgaven voor bijvoorbeeld infrastructuur en gezondheidszorg terug te schroeven. Iedereen wordt dus geraakt door de negatieve gevolgen van deflatie.

Is prijsstabiliteit in een cijfer te vangen?

Zoals vastgelegd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is prijsstabiliteit de belangrijkste doelstelling van de ECB. De ECB heeft deze doelstelling gekwantificeerd. De ECB streeft een inflatie op jaarbasis na van ‘onder maar dicht bij 2% op middellange termijn’, gemeten aan de hand van de geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP).

Dit cijfer is een maatstaf om de prestaties van de ECB aan af te meten. Tegelijkertijd maakt het de maatregelen van de ECB transparant. Dit betekent dat u beter plannen voor de toekomst kunt maken, want u weet bij benadering hoe de prijzen in het eurogebied zich (gemiddeld genomen) gaan ontwikkelen in de komende tijd.

De doelstelling van de ECB voor de prijsstabiliteit geldt voor het eurogebied als geheel. Hierbij wordt met name gekeken wat het inflatiecijfer op middellange termijn doet. Pieken en dalen op korte termijn zijn minder belangrijk, omdat deze elkaar in de loop van de tijd uitvlakken en niet met monetair beleid kunnen worden gestuurd.

Waarom onder maar dicht bij 2%?

Waarom streeft de ECB naar een inflatie van onder maar dicht bij 2% op middellange termijn, en niet naar een percentage van 0% of 1%? Daar zijn enkele redenen voor:

Meettolerantie

Met deze buffer wordt ingecalculeerd dat de inflatiecijfers mogelijk iets te hoog worden gemeten.

Veiligheidsmarge

Met deze marge wordt ruimte gecreëerd om mogelijke deflatierisico’s op te vangen.

Verschillen tussen landen

Er is ruimte nodig voor inflatieverschillen tussen landen in het eurogebied.

Ter verdieping:

Meettolerantie

Door de wijze waarop de inflatiecijfers (zoals uitgedrukt in de HICP-index) worden gemeten, kunnen ze iets hoger uitvallen dan zou moeten. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als de prijs van een product dat in de index wordt meegenomen, stijgt doordat de kwaliteit van dat product is verbeterd. Denk aan een auto die dankzij nieuwe veiligheidstechnologie beter is dan een oudere auto. Als er bij de inflatieberekening geen rekening wordt gehouden met het feit dat de prijsstijging te danken is aan een verbetering van het product, dan wordt de inflatie eigenlijk te hoog gemeten.

Veiligheidsmarge

Toepassing van een inflatiecijfer onder maar dicht bij 2% geeft een veiligheidsmarge tegen mogelijke deflatierisico's. De gebruikelijke instrumenten voor het monetair beleid (d.w.z. wijzigingen in de basisrentetarieven) kunnen deflatie slechts tot op zekere hoogte tegengaan. Vroeg of laat heeft het voor de centrale bank geen zin om de rente veel verder te verlagen. Bovendien fluctueert de inflatie, zelfs als deze onder controle is, in de loop van de tijd rond een gemiddelde waarde. Met een buffer hoeft de centrale bank minder vaak terug te vallen op bijzondere maatregelen, zoals kwantitatieve verruiming of langerlopende herfinancieringstransacties.

Verschillen tussen eurolanden

De ECB handhaaft de prijsstabiliteit voor het eurogebied als geheel. Door in te zetten op een inflatie van onder maar dicht bij 2% kunnen er inflatieverschillen tussen de eurolanden blijven bestaan, waarbij de inflatiecijfers zich idealiter in de loop der tijd naar het gemiddelde zouden moeten bewegen. Door een doelstelling boven nul te kiezen, voorkomt de ECB dat sommige landen of regio’s moeten leven met een uitzonderlijk lage of zelfs negatieve inflatie als tegenwicht tegen andere landen die wellicht een hogere inflatie hebben.