Waarom zijn stabiele prijzen belangrijk?

8 mei 2017

De belangrijkste doelstelling van de ECB is de prijzen stabiel te houden. Dat betekent dat prijzen niet sterk dienen te stijgen (inflatie), en dat ook moet worden voorkomen dat prijzen voor langere tijd dalen (deflatie). Dit is omdat lange perioden van buitensporige inflatie of deflatie een negatieve invloed op de economie hebben.

Wat is er mis met hoge inflatie?

Als de prijs van veel door u gekochte producten stijgt, dan verliest u koopkracht. Dat wil zeggen dat u met uw geld – uw inkomsten en spaargeld – minder kunt kopen dan daarvoor. Dit kan leiden tot een opwaartse prijsspiraal. De reden daarvoor is dat als alles duurder wordt, mensen hun werkgever wellicht om een salarisverhoging vragen. De werkgever kan hierop reageren door de prijzen van het bedrijf te verhogen om zo de door medewerkers gevraagde salarisverhogingen te financieren. Als dit bij veel bedrijven gebeurt, dan zullen de prijzen van veel producten verder stijgen, en zal de spiraal voortduren. Hierdoor wordt het moeilijker voor mensen en bedrijven om te plannen hoeveel ze gaan sparen en investeren. Mensen kunnen hun vertrouwen in de munt verliezen als deze snel minder waard wordt. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de negatieve neveneffecten van hoge inflatie.

Wat is er mis met langere perioden van deflatie?

Dalende prijzen klinken misschien goed voor u als consument. En prijsdalingen kunnen zeker goed zijn als het slechts om een paar producten gaat. Zo zijn de prijzen van veel elektronische apparaten, zoals laptops en telefoons, in de afgelopen decennia gedaald, vooral als gevolg van innovatie, waardoor tegen lagere kosten kan worden geproduceerd.

Aanhoudende en in de economie wijdverspreide prijsdalingen die niet uit verbeteringen in de productie voortvloeien, zijn echter niet zo'n goede zaak. Deze kunnen namelijk leiden tot een spiraal van dalende prijzen. Als u bijvoorbeeld een nieuwe zitbank op het oog hebt, maar u weet dat de prijs ervan zal dalen als u nog even wacht met uw aankoop, dan zult u dat waarschijnlijk ook doen. Als iedereen zo handelt, dan beginnen bedrijven daar last van te krijgen, aangezien ze hun producten niet kunnen verkopen. Door de daling van de vraag moeten ze misschien de lonen verlagen of bevriezen, of zelfs het personeelsbestand inkrimpen. De economie zal beginnen te vertragen zodra consumenten en bedrijven hun uitgaven en investeringen terugschroeven. Ook bestaat de mogelijkheid dat het moeilijker wordt om uw eventuele schulden, zoals uw hypotheek, af te lossen, aangezien uw schulden niet afnemen, terwijl uw inkomsten wel zouden kunnen dalen.

Hetzelfde gaat op voor de overheidsfinanciën. De belastingopbrengsten dalen als gevolg van dalende inkomens en uitgaven, terwijl de overheidsschuld nog steeds moet worden betaald. Hierdoor is het misschien noodzakelijk de uitgaven voor bijvoorbeeld infrastructuur en gezondheidszorg te verlagen. De negatieve consequenties van deflatie worden dus door iedereen gevoeld.

Het noemen van een percentage voor de prijsstabiliteit

De prijzen stabiel houden is de beste bijdrage die centrale banken kunnen leveren aan de verbetering van de individuele welvaart van mensen. Daarom is dit volgens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de belangrijkste doelstelling van de ECB. Om deze doelstelling te realiseren heeft de ECB een kwantitatieve definitie van prijsstabiliteit opgesteld. De ECB streeft een inflatie op jaarbasis na van “onder maar dicht bij 2% op de middellange termijn”, gemeten aan de hand van de Geharmoniseerde Consumptieprijsindex (HICP) .

Hierdoor heeft u een meetlat in handen waartegen u de prestaties van de ECB kunt afmeten. Dit maakt de acties van de ECB transparant. Het betekent dat u beter toekomstplannen kunt maken, wetende hoeveel de prijzen in het eurogebied in de loop der tijd naar verwachting gemiddeld veranderen.

De prijsstabiliteitsdoelstelling van de ECB betreft de inflatie in het eurogebied als geheel. Hierbij wordt gekeken naar het inflatiecijfer op de middellange termijn, in plaats van naar dal- en piekwaarden op de korte termijn, aangezien deze elkaar in de loop der tijd compenseren en niet door monetair beleid kunnen worden gecontroleerd.

Waarom onder maar dicht bij 2%?

Als de ECB de prijzen stabiel wil houden, waarom streeft zij dan naar een inflatie onder maar dicht bij 2% op de middellange termijn, en niet naar een percentage van 0% of 1%? Hier zijn een aantal redenen voor.

Buffer voor inflatiemeting
Om rekening te houden met het feit dat inflatiecijfers enigszins te hoog kunnen worden gemeten.

Veiligheidsmarge
Om rekening te houden met een veiligheidsmarge tegen de mogelijke risico's van deflatie.

Verschillen tussen landen
Om ruimte te laten voor inflatieverschillen tussen landen in het eurogebied.

  • Buffer voor inflatiemeting

    De ECB houdt rekening met de mogelijkheid dat inflatiecijfers (zoals gemeten aan de hand van de HICP-index) enigszins te hoog kunnen worden gemeten als gevolg van de wijze waarop de meting plaatsvindt. Dit zou bijvoorbeeld kunnen gebeuren als de prijsstijging van een product in het mandje van goederen die worden gebruikt om de index te berekenen, het gevolg is van een kwaliteitsverbetering van dat product, bv. een auto met betere veiligheidstechnologie vergeleken met een oudere auto. Als in de inflatieberekening niet volledig rekening wordt gehouden met het feit dat de prijsstijging uit een productverbetering voortvloeit, dan zal de gemeten inflatie hoger liggen dan eigenlijk het geval is.
  • Veiligheidsmarge

    Het toepassen van een inflatie onder maar dicht bij 2% geeft een veiligheidsmarge tegen de mogelijke risico’s van deflatie. Bij deflatie zijn er grenzen aan de toepassing van de gebruikelijke monetairbeleidsinstrumenten (d.w.z. wijzigingen in de basisrentetarieven). Er komt een moment waarop het voor een centrale bank geen zin heeft om de rente veel verder te verlagen. Bovendien heeft zelfs een gecontroleerde inflatie de neiging om zich in de loop der tijd rond een gemiddelde waarde te bewegen. Dus door in de doelstelling boven het nulniveau een buffer in te bouwen, zal de centrale bank minder vaak hoeven uit te wijken naar bijzondere maatregelen, zoals kwantitatieve verruiming of langerlopende herfinancieringstransacties.
  • Verschillen tussen landen van het eurogebied

    De ECB handhaaft de prijsstabiliteit voor het eurogebied als geheel. Het nastreven van een inflatie onder maar dicht bij 2% laat ruimte voor inflatieverschillen tussen landen van het eurogebied, waarbij inflatiecijfers zich idealiter in de loop der tijd naar het gemiddelde zouden moeten bewegen. Een doelstelling boven nul helpt te voorkomen dat sommige landen of regio’s moeten leven met een uitzonderlijk lage of zelfs negatieve inflatie om een tegenwicht te bieden aan andere landen met wellicht een hogere inflatie.