Economische governance in de EMU

De ECB opereert binnen het kader van de Economische en Monetaire Unie (EMU) van de Europese Unie.

Governance op meerdere niveaus

Met de invoering van de euro zijn de bevoegdheden voor het monetair beleid en het wisselkoersbeleid overgedragen aan de ECB. Tegelijkertijd zijn nationale beleidsmakers grotendeels verantwoordelijk gebleven voor het economisch beleid (zoals het begrotingsbeleid en arbeidsmarktbeleid).

De meerlaagse governancestructuur van de EMU weerspiegelt onder meer de economische realiteit dat de gemeenschappelijke munt en de gemeenschappelijke markt van de EU de economieën in Europa nauw verweven hebben gemaakt. Deze verwevenheden leiden tot overloopeffecten tussen landen (met name de landen die samen de muntunie vormen), d.w.z. dat beleidsbeslissingen en economische ontwikkelingen in één land sterk van invloed zijn op andere landen.

Coördinatie van nationaal beleid

Binnen de EMU geldt voor het nationaal economisch beleid een Europees kader voor coördinatie en toezicht. Dit zorgt ervoor dat dit beleid gericht is op houdbaarheid en schokbestendigheid, bijdraagt aan de soepele werking van de EMU en daardoor ook het gemeenschappelijk monetair beleid ondersteunt bij het zorgen voor prijsstabiliteit.

Daarnaast zouden gecoördineerde nationale beleidsmaatregelen effectiever kunnen zijn bij het afwenden of opvangen van economische schokken die de meeste of alle lidstaten van de muntunie raken.

Het Stabiliteits- en groeipact

Het Stabiliteits- en groeipact werd in 1997 aangenomen om de Verdragsbepalingen betreffende budgettaire houdbaarheid te versterken. Gezonde overheidsfinanciën dragen bij aan het verwezenlijken van andere belangrijke beleidsdoelstellingen (zoals sterke en duurzame groei) en steunen aldus tevens de creatie van werkgelegenheid.

Het Europees Semester

Het toezicht door de EU op het economisch beleid van de lidstaten vindt plaats in een jaarlijkse cyclus, het zogenoemde Europees Semester. Dit proces is opgezet met het oog op een betere afstemming van het door de EU uitgeoefende toezicht op het begrotingsbeleid en het economisch beleid, die wettelijk gescheiden blijven.

Deze beleidsterreinen worden gelijktijdig beoordeeld om een grotere consistentie tussen de verschillende toezichtsprocessen te waarborgen en met het oog op een holistische beoordeling van de economieën van de lidstaten en de wisselwerkingen daartussen.

De Procedure bij macro-economische onevenwichtigheden

De Procedure bij macro-economische onevenwichtigheden beoogt macro-economische onevenwichtigheden en afnemend concurrentievermogen vast te stellen en aan te pakken. Het is belangrijk dergelijke onevenwichtigheden aan te pakken om de economische schokbestendigheid van het eurogebied te verbeteren en te voorkomen dat zich crises voordoen.

Voltooiing van de EMU

Ondanks diverse verbeteringen in de afgelopen jaren blijft de structuur van het economisch bestuur van de EMU met enkele zwakke punten kampen.

Ten aanzien van besluiten over economisch beleid is op Europees niveau sprake van 'zachte' coördinatie, wat kan leiden tot lacunes in de tenuitvoerlegging van gezond economisch beleid. Tegen deze achtergrond worden verdere stappen verwacht om de architectuur van de EMU te voltooien.

De ECB heeft in 2012 en 2015 deelgenomen aan het opstellen van blauwdrukken voor de verdieping van de EMU, hetgeen culmineerde in de publicatie van een routekaart getiteld “De voltooiing van Europa's Economische en Monetaire Unie”, die ook wel bekend staat als het 'rapport van de vijf voorzitters'. In dit rapport worden onder vier thema's de belangrijkste beginselen en stappen uiteengezet die nodig zijn om de EMU te voltooien, te weten:
een echte Economische Unie, een Financiële Unie, een Begrotingsunie en een Politieke Unie. In het rapport wordt ingegaan op de stappen die zowel op de korte als de lange termijn, maar uiterlijk in 2025, zouden moeten worden genomen. Het rapport vormt derhalve een concrete routekaart voor een ambitieuze en tegelijkertijd pragmatische verdieping van de EMU.