Voorwoord

2016 is in vele opzichten een moeilijk jaar geweest, maar werd ook gekenmerkt door tekenen van vooruitgang. Hoewel het jaar begon in een klimaat van economische onzekerheid, had de economie aan het einde ervan de meest vaste grond onder de voeten sinds de crisis.

Maar naarmate de economische onzekerheid afnam, nam de politieke onzekerheid juist toe. We werden geconfronteerd met een reeks geopolitieke gebeurtenissen die ons beleidslandschap voor vele jaren zullen bepalen. Het Jaarverslag van dit jaar beschrijft hoe de ECB op deze woelige wateren koers heeft gehouden.

2016 begon met de vrees voor een nieuwe mondiale vertraging, een vrees die tot uiting kwam in aanzienlijke volatiliteit op de financiële markten. Het gevaar bestond dat de terugkeer van de inflatie naar onze doelstelling verder zou worden vertraagd, en omdat de inflatie al zeer laag was, was het risico van deflatie aanzienlijk. Net als in 2015 bleef de Raad van Bestuur vastbesloten gebruik te maken van alle binnen zijn mandaat ter beschikking staande instrumenten om zijn doelstelling te verwezenlijken.

En dus voerden wij in maart een reeks nieuwe maatregelen in om onze monetaire stimulering uit te breiden: wij verlaagden onze belangrijkste beleidsrentes verder, verhoogden het programma voor de aankoop van activa van € 60 miljard naar € 80 miljard per maand, kochten voor de eerste keer bedrijfsobligaties aan en wij gingen van start met nieuwe gerichte langerlopende herfinancieringstransacties.

Zoals wij in dit Jaarverslag beschrijven, zijn deze maatregelen zeer effectief gebleken voor het verruimen van de financieringscondities, het in stand houden van het herstel en, uiteindelijk, voor het ondersteunen van een geleidelijke aanpassing van de inflatie in de richting van een niveau dat dichter in de buurt ligt van onze doelstelling.

Daar ons beleid effect sorteerde, werd het programma voor de aankoop van activa in december met negen maanden verlengd om te zorgen voor langduriger ondersteuning van de financieringscondities en voor een duurzame terugkeer van de inflatie in de richting van, maar onder 2%. Het volume van de aankopen werd echter teruggebracht naar zijn oorspronkelijke niveau van € 60 miljard per maand. Dit weerspiegelde het succes van onze maatregelen eerder in het jaar: een groeiend vertrouwen in de economie van het eurogebied en een afnemend deflatierisico.

Maar naast deze positieve effecten heeft het monetair beleid ook bijeffecten, zoals altijd. In 2016 kregen deze bijeffecten vaak de meeste aandacht. In het Jaarverslag van dit jaar gaan wij dan ook in op enkele van de vragen en zorgen over de onbedoelde gevolgen van onze maatregelen.

Een van deze gevolgen heeft te maken met de verdelingseffecten van onze maatregelen, met name in termen van ongelijkheid. Wij laten zien dat het monetair beleid op middellange termijn positieve herverdelingseffecten heeft doordat het de werkloosheid terugdringt, wat het meest ten goede komt aan armere huishoudens. Immers, mensen een baan bezorgen is een van de meest effectieve manieren om de ongelijkheid te verminderen.

Een andere reden tot zorg is de winstgevendheid van banken, verzekeraars en pensioenfondsen. Wij bespreken hoe financiële instellingen geraakt zijn door en gereageerd hebben op het klimaat van lage rentetarieven. Wij laten zien dat het aanpassingsvermogen van banken afhangt van hun specifieke bedrijfsmodellen.

Het Jaarverslag gaat daarnaast in op een aantal andere uitdagingen voor de financiële sector in 2016. Wij kijken daarbij met name naar het probleem van niet-renderende leningen, wat er gedaan moet worden om daar een oplossing voor te vinden en naar de belemmeringen die daarbij nog bestaan. Wij hebben tevens een speciale publicatie over nieuwe technologie en innovatie in de sector, hoe deze de structuur en werking van de sector zouden kunnen beïnvloeden en wat dat betekent voor toezichthouders en regelgevers.

Maar een terugblik op 2016 zou niet compleet zijn zonder in te gaan op de politieke aardverschuivingen van het jaar, niet in het minst het besluit van het Verenigd Koninkrijk om de Europese Unie te verlaten. In het Jaarverslag wordt dan ook een beoordeling gegeven van de brexit vanuit ECB-perspectief. Wij benadrukken daarbij bovenal hoe belangrijk het is de integriteit van de gemeenschappelijke markt te behouden en de homogeniteit van de regelgeving en de handhaving daarvan te bevorderen.

De politieke onzekerheid zal naar alle waarschijnlijkheid tot in 2017 voortduren. Maar wij blijven vol vertrouwen dat het economisch herstel, ondersteund door ons monetair beleid, zal aanhouden. De ECB heeft een duidelijk mandaat voor haar acties: het handhaven van prijsstabiliteit. Dit heeft ons op succesvolle wijze door 2016 geloodst – en zal dat ook in het komende jaar blijven doen.

Frankfurt am Main, april 2017

Mario Draghi

President


De economie van het eurogebied, het monetair beleid van de ECB en de Europese financiële sector in 2016

De economie van het eurogebied

Mondiaal macro-economisch klimaat

In 2016 had de economie van het eurogebied met een veeleisende externe omgeving te maken. De economische groei van zowel de ontwikkelde als de opkomende markteconomieën was historisch gezien bescheiden en er deden zich perioden van verhoogde onzekerheid en kortstondige versterkte volatiliteit op financiële markten voor, met name na het referendum in het Verenigd Koninkrijk over het EU-lidmaatschap in juni en de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten in november. De wereldwijde inflatie bleef gematigd door het geleidelijk afnemende effect van eerdere olieprijsdalingen en aanhoudende wereldwijde overvloedige overcapaciteit.

Mondiale economische groei blijft bescheiden

De wereldeconomie zette het geleidelijke herstel in 2016 voort, zij het in een iets lager tempo dan in het voorgaande jaar als gevolg van een vertraging bij ontwikkelde economieën. De economische bedrijvigheid won pas in de tweede helft van het jaar aan kracht, met name in opkomende markteconomieën. Over het geheel genomen bleef de mondiale bbp-groei onder het tempo van voor de crisis (zie Grafiek 1).

2016 werd gekenmerkt door enkele belangrijke politieke gebeurtenissen die een domper op de mondiale economische vooruitzichten zetten. In juni 2016 zorgde de uitslag van het referendum in het Verenigd Koninkrijk voor onzekerheid omtrent de economische vooruitzichten voor het land, maar het directe financiële en economische effect bleek van korte duur en bescheiden. Later dat jaar leidde de uitslag van de Amerikaanse verkiezingen tot een verschuiving in de verwachtingen ten aanzien van het toekomstige beleid, wat opnieuw in verhoogde beleidsonzekerheid resulteerde.

Grafiek 1

Voornaamste ontwikkelingen in een aantal landen

(mutaties in procenten per jaar; kwartaalgegevens; maandgegevens)

-10% -5% 0% 5% 10% 15% 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Verenigde Staten Verenigd Koninkrijk China Japan eurogebied mondiaal m.u.v. het eurogebied opkomende markteconomieën a) Productiegroei -2 -1 0 1 2 3 4 5 6 7 8 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 b) Inflatie Verenigde Staten Verenigd Koninkrijk China Japan eurogebied OESO

Bronnen: Eurostat en nationale gegevens.
Toelichting: De bbp-cijfers zijn gecorrigeerd voor seizoenseffecten. HICP voor het eurogebied en het Verenigd Koninkrijk; CPI voor de Verenigde Staten, China en Japan.

De ontwikkelde economieën bleven groeien, zij het in een lager tempo dan in het voorgaande jaar. Daarbij ondervond de economische bedrijvigheid steun van aanhoudend soepele financieringsvoorwaarden en aantrekkende arbeidsmarkten. Ook in de opkomende markteconomieën was de groei over het jaar als geheel gematigd, waarbij de vooruitzichten in de tweede helft van het jaar aanzienlijk verbeterden. Een tweetal factoren speelden hierbij vooral een rol: de voortgaande geleidelijke groeivertraging van de Chinese economie en de steeds verdere afname van de diepe recessie in belangrijke grondstoffenexporterende economieën. De groei bleef niettemin beperkt, onder invloed van geopolitieke spanningen, buitensporige hefboomwerking, kwetsbaarheid voor omkering van kapitaalstromen en, in het geval van grondstoffenuitvoerders, trage aanpassingen aan lagere inkomsten.

De groei van de wereldhandel was in 2016 zwak, waarbij het volume van de wereldinvoer slechts met 1,7% op jaarbasis groeide, tegen 2,1% in het voorgaande jaar. Er zijn aanwijzingen dat bepaalde structurele ontwikkelingen die de handel in het verleden nog stimuleerden, zoals dalende transportkosten, liberalisering van de handel, toename van mondiale waardeketens en financiële verdieping, de handel op middellange termijn niet langer in dezelfde mate zullen schragen. Het is dan ook niet erg waarschijnlijk dat de wereldhandel in de voorzienbare toekomst sneller groeit dan de mondiale economische bedrijvigheid.

De mondiale financieringsvoorwaarden bleven het gehele jaar gunstig. De centrale banken in de belangrijke ontwikkelde economieën handhaafden hun accommoderende beleidskoers, waarbij de Bank of England, de Bank of Japan en de ECB hun expansieve monetaire beleid voortzetten. De Federal Reserve heeft haar monetaire normaliseringsplannen hervat door in december 2016 de federal funds rate-doelmarge met 25 basispunten te verhogen. Ondanks perioden van verhoogde onzekerheid als gevolg van politieke gebeurtenissen toonden de financiële markten zich over het geheel genomen veerkrachtig. Tegen het einde van het jaar vertoonden de rendementen op Amerikaanse langlopende obligaties een duidelijke stijging. Onduidelijk is nog of in deze stijging hogere groei- en inflatieverwachtingen tot uitdrukking komen of een uitschieter in de termijnpremies op Amerikaanse langlopende obligaties. De meeste opkomende markten profiteerden tot de Amerikaanse verkiezingen in november van de verbeterde externe financieringsvoorwaarden. Daarna kwam de eerdere toename van kapitaalstromen richting opkomende markteconomieën tot stilstand, waarbij de rendementsecarts op overheidsobligaties toenamen en de druk op de valuta's in een aantal landen steeg.


Overvloedige overcapaciteit bleef de wereldinflatie drukken

In 2016 bleef de wereldinflatie invloed ondervinden van lage olieprijzen en aanhoudend overvloedige overcapaciteit (zie Grafiek 2). De totale twaalfmaandsinflatie in de OESO-landen trok geleidelijk aan tegen het eind van het jaar en beliep 1,1% in 2016 als geheel, tegen 0,6% in 2015. De twaalfmaands-OESO-kerninflatie (met uitzondering van voedingsmiddelen en energie) nam iets toe tot 1,8% (zie Grafiek 1).

Grafiek 2

Grondstoffenprijzen

(daggegevens)