Circulatie van eurobankbiljetten

Coupures

De bankbiljetten in uw portemonnee

Van de zeven coupures worden de bankbiljetten met een lage en gemiddelde waarde met name gebruikt voor het dagelijks betalingsverkeer. Ze worden gewoonlijk uitgegeven via geldautomaten. Met behulp van de hoge coupures (€ 200, € 500) kunnen burgers grote bedragen in contanten aanhouden. Zij dienen voornamelijk als oppotmiddel, maar ook voor het betalen van dure artikelen.

Tegen het einde van 2013 waren circa 7 miljard bankbiljetten van € 50 in omloop. Het aandeel van het biljet van € 50 bedroeg 42% van het totaal aantal bankbiljetten in omloop en meer dan een derde van de totale waarde ervan. De totale waarde van de bankbiljetten van € 500 in omloop bedroeg € 290 miljard, hetgeen 30% was van de totale waarde van de bankbiljetten in omloop.

Informatie over de omloopcijfers van de zeven coupures is beschikbaar in het onderdeel statistics.

Buiten het eurogebied

Eurobankbiljetten op reis

Eurobankbiljetten worden niet alleen gebruikt door de ingezetenen van het eurogebied. De euro is een internationale valuta, dus sommige bankbiljetten komen buiten het eurogebied terecht en blijven daar ook.

Naar schatting wordt tussen 20% en 25% van de eurobankbiljetten in omloop (in termen van waarde) aangehouden door personen buiten het eurogebied, vooral in regio's die grenzen aan het eurogebied. De vraag naar eurobankbiljetten buiten het eurogebied steeg scherp toen de financiële crisis in oktober 2008 escaleerde. De vraag steeg merkbaar in de Oost-Europese landen die niet tot de EU behoren, waar de nationale munten in waarde daalden ten opzichte van de euro. Deze eurobankbiljetten blijven in omloop, wat erop wijst dat zij worden aangehouden door niet-ingezetenen van het eurogebied.

Chartale cyclus

De geldstroom

Bankbiljetten volgen een welbepaalde route door de economie. Commerciële banken bestellen ze bij centrale banken en geven ze vervolgens uit door middel van geldautomaten. Burgers geven ze uit in winkels, op markten en dergelijke en detailhandelaren deponeren de bankbiljetten bij hun banken. De banken sturen ze vervolgens terug naar hun centrale bank, die ze controleert op echtheid en geschiktheid voor circulatie.

De organisatie van de chartale keten loopt van land tot land uiteen, en hangt onder meer af van

  • de structuur van de lokale centrale bank, met inbegrip van haar netwerk van filialen
  • de banken en hun filialennetwerken
  • het juridische kader
  • de betalingsgewoonten van het publiek
  • de infrastructuur van waardevervoerders die actief zijn op de markt
  • en tot slot de geografische gesteldheid van een land, zijn geschiedenis en tradities.

Daarom is een eenvormige benadering van de nationale chartale cycli in het eurogebied niet haalbaar.

Ondanks deze verschillen streeft het Eurosysteem nog steeds naar grotere convergentie van de chartale diensten die door de centrale banken van het eurogebied worden verstrekt. Belanghebbenden op zowel nationaal als Europees niveau worden geraadpleegd. Als de chartale cyclus sterker wordt geharmoniseerd en geïntegreerd, kunnen belanghebbenden meer profijt trekken van de gemeenschappelijke munt.

Sorteren en vernietigen

Geschikt of niet?

Bankbiljetten moeten echt en van hoge kwaliteit zijn, zodat burgers er vertrouwen in hebben. De centrale banken van het eurogebied controleren de bankbiljetten daarom, om te garanderen dat zij authentiek zijn en niet te zeer beschadigd of vervuild, voordat ze in omloop worden gebracht.

De nationale centrale banken beschikken over volledig geautomatiseerde bankbiljettenverwerkende machines, die de ontvangen bankbiljetten controleren. Deze machines sorteren de bankbiljetten om hoge kwaliteitsnormen te handhaven. In 2013 werden daarbij door de nationale centrale banken ongeveer 6 miljard bankbiljetten geclassificeerd als ongeschikt voor circulatie en vervangen. Vervuilde of beschadigde bankbiljetten worden vernietigd.