Zoekopties
Home Media Explainers Onderzoek & publicaties Statistieken Monetair beleid De euro Betalingsverkeer & markten Werken bij de ECB
Suggesties
Sorteren op
Christine Lagarde
The President of the European Central Bank
Luis de Guindos
Vice-President of the European Central Bank
  • VERKLARING OVER HET MONETAIR BELEID

PERSCONFERENTIE

Christine Lagarde, president van de ECB,
Luis de Guindos, vicepresident van de ECB

Frankfurt am Main, 19 maart 2026

Goedemiddag, de vicepresident en ik heten u welkom bij onze persconferentie.

De Raad van Bestuur heeft vandaag besloten de drie basisrentetarieven van de ECB ongewijzigd te laten. We zijn vastbesloten ervoor te zorgen dat de inflatie zich stabiliseert op onze doelstelling van 2% op middellange termijn. De oorlog in het Midden-Oosten heeft de vooruitzichten aanzienlijk onzekerder gemaakt, waardoor opwaartse risico’s voor de inflatie en neerwaartse risico's voor de economische groei ontstaan. Dit zal een materiële impact hebben op de inflatie op korte termijn vanwege de hogere energieprijzen. De effecten op middellange termijn zullen afhangen van de intensiteit en de duur van het conflict en de doorwerking van de energieprijzen naar de consumptieprijzen en de economie.

We zijn goed gepositioneerd om deze onzekerheid het hoofd te bieden. De inflatie ligt al enige tijd rond onze doelstelling van 2%, de inflatieverwachtingen op de langere termijn zijn stevig verankerd en de economie heeft de afgelopen kwartalen veerkracht getoond. De binnenkomende gegevens in de komende periode zullen ons helpen bij onze beoordeling hoe de oorlog de inflatievooruitzichten en de daarmee gepaard gaande risico’s zal beïnvloeden. We houden de situatie nauwlettend in de gaten en onze op data gebaseerde benadering zal ons helpen gepast monetair beleid te voeren.

De nieuwe door medewerkers van de ECB samengestelde macro-economische projecties bevatten uitzonderlijk informatie tot en met 11 maart. Dat is een latere afsluitdatum dan gebruikelijk. Voor de basisprojectie wordt verwacht dat de totale inflatie in 2026 uitkomt op gemiddeld 2,6%, in 2027 op 2,0% en in 2028 op 2,1%. De inflatie is opwaarts bijgesteld ten opzichte van de projecties van december, met name voor 2026. Dit heeft te maken met de energieprijzen die hoger zullen uitkomen vanwege de oorlog in het Midden-Oosten. De inflatie exclusief energie en voedingsmiddelen zal volgens de medewerkers gemiddeld 2,3% bedragen in 2026, 2,2% in 2027 en 2,1% in 2028. Dit is ook hoger dan in het beloop van de projecties van december, hoofdzakelijk vanwege de hogere energieprijzen die doorwerken naar de inflatie exclusief energie en voedingsmiddelen. De medewerkers verwachten dat de economische groei in 2026 uitkomt op gemiddeld 0,9%, in 2027 op 1,3% en in 2028 op 1,4%. Dit komt neer op een neerwaartse bijstelling, vooral voor 2026, en vormt de weerslag van de mondiale effecten van de oorlog op grondstoffenmarkten, reële inkomens en het vertrouwen. Tegelijkertijd zouden de lage werkloosheid, de solide balansen van de private sector en de overheidsuitgaven voor defensie en infrastructuur de groei moeten blijven ondersteunen.

In lijn met onze vastberadenheid om bij de monetairbeleidsstrategie risico’s en onzekerheden mee te nemen bij onze besluitvorming, hebben medewerkers ook beoordeeld hoe de oorlog in het Midden-Oosten de economische groei en de inflatie zou kunnen beïnvloeden in enkele alternatieve scenario’s ter illustratie. Deze scenario's worden samen met de projecties van medewerkers op onze website gepubliceerd. De scenarioanalyse geeft aan dat een langdurige verstoring van de olie- en gastoevoer zou leiden tot een inflatie die boven en een groei die onder het basisscenario uitkomt. De effecten voor de inflatie op middellange termijn worden vooral bepaald door de omvang van de indirecte en tweederonde-effecten van een sterkere en langer aanhoudende energieschok.

We volgen een op data gebaseerde benadering per vergadering om de passende monetairbeleidskoers te bepalen. Onze rentebesluiten zullen in het bijzonder gebaseerd zijn op onze beoordeling van de inflatievooruitzichten en de daarmee gepaard gaande risico’s in het licht van de binnenkomende economische en financiële gegevens, naast de dynamiek van de onderliggende inflatie en de kracht van de monetairbeleidstransmissie. We leggen ons niet bij voorbaat vast op een bepaald rentetraject.

De vandaag genomen besluiten worden uiteengezet in een persbericht op onze website.

Ik zal nu nader ingaan op onze kijk op de ontwikkeling van de economie en de inflatie en vervolgens onze beoordeling van de financiële en monetaire omstandigheden toelichten.

Economische bedrijvigheid

De economie is in het vierde kwartaal van 2025 met 0,2% gegroeid als gevolg van een sterkere binnenlandse vraag. Huishoudens voerden hun uitgaven op. De reële inkomens stegen en de werkloosheid bleef dichtbij het historisch lage niveau. De bedrijvigheid bij de bouwnijverheid en de renovatie van huisvesting verbeterde en bedrijven investeerden meer, vooral op terreinen zoals onderzoek en ontwikkeling, software en databases. De groei werd niet langer belemmerd door de netto-uitvoer zoals in de voorgaande twee kwartalen. Vooral de dienstensector was een drijvende kracht.

De medewerkers zien particuliere consumptie als de belangrijkste motor van de groei op de middellange termijn. De investeringen zouden ook moeten blijven groeien nu overheden meer uitgeven aan defensie en infrastructuur en bedrijven steeds meer investeren in digitale technologieën. De externe omgeving blijft uitdagend, met name ook in het licht van het volatiele wereldwijde handelsbeleid.

De oorlog in het Midden-Oosten verstoort de grondstoffenmarkten en drukt de reële inkomens en het vertrouwen. Dit heeft geleid tot een neerwaartse bijstelling van de consumptie en investeringen in het basisscenario van de projecties, vooral voor 2026. Het effect zou nog duidelijker zijn in de alternatieve scenario’s met een intensievere en langer aanhoudende energieschok.

De Raad van Bestuur benadrukt het dringende belang van versterking van de economie van het eurogebied en handhaving van gezonde overheidsfinanciën. Begrotingsreacties op de energieprijsschok zouden tijdelijk, gericht en passend moeten zijn. De huidige energiecrisis onderstreept de noodzaak om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verder terug te dringen. Voltooiing van de spaar- en investeringsunie is essentieel om innovatie te kunnen financieren en de groene en digitale transities te ondersteunen. De digitale euro en getokeniseerd wholesale centralebankgeld zullen de strategische autonomie van Europa versterken, de concurrentie en financiële integratie vergroten en een boost geven aan innovatie op het gebied van betalingen. Het is dus essentieel om snel de verordening betreffende de vaststelling van de digitale euro aan te nemen. De vereenvoudiging en harmonisering van de regelgeving binnen de gemeenschappelijke markt van de EU zal Europese bedrijven helpen sneller te groeien.

Inflatie

De inflatie is in februari tot 1,9% gestegen, tegen 1,7% in januari. De energieprijzen waren 3,1% lager dan een jaar geleden, terwijl de afname in januari 4,0% bedroeg. De voedselprijsinflatie nam enigszins af, tot 2,5%. De inflatie exclusief energie en voedingsmiddelen nam toe van 2,2% in januari tot 2,4% in februari. De stijging weerspiegelt een toename van de goedereninflatie van 0,4% tot 0,7%, terwijl de diensteninflatie omhoogging van 3,2% naar 3,4%.

De indicatoren van de onderliggende inflatie zijn de afgelopen maanden weinig veranderd en blijven in overeenstemming met onze doelstelling van 2% op middellange termijn. De bedrijfswinsten lieten in het vierde kwartaal van 2025 verder herstel optekenen, terwijl de arbeidskosten per eenheid product ongeveer even snel stegen als tijdens het voorgaande kwartaal. De groei van de loonsom per werknemer vertraagde tot 3,7%; tegen 4,0% in het derde kwartaal. De groei van de contractlonen en toekomstgerichte indicatoren, zoals de loontracker van de ECB en enquêtes over de loonverwachtingen, geven aan dat de arbeidskosten in de loop van 2026 verder zullen matigen, wat de terugkeer van de inflatie naar de doelstelling zou moeten ondersteunen.

De stijging van de energieprijzen als gevolg van de oorlog zal de inflatie op korte termijn opdrijven tot meer dan 2%. Als deze stijging aanhoudt, kunnen hogere energieprijzen leiden tot een bredere toename van de inflatie door indirecte en tweederonde-effecten, een situatie die van nabij moet worden gevolgd. De inflatieverwachtingen in de financiële markten zijn aanzienlijk omhooggegaan voor de kortere termijnen. De meeste maatstaven voor de inflatieverwachtingen op langere termijn staan op ongeveer 2% en ondersteunen daarmee de stabilisatie van de inflatie rond onze doelstelling.

Risicobeoordeling

De risico’s voor de groeivooruitzichten zijn neerwaarts gericht, met name op de korte termijn. De oorlog in het Midden-Oosten vormt een neerwaarts risico voor de economie van het eurogebied en draagt bij aan de volatiele mondiale beleidsomgeving. Een lange oorlog kan de energieprijzen verder en langduriger dan momenteel verwacht opdrijven en ook het vertrouwen drukken. Deze factoren zouden de inkomens aantasten en bedrijven en huishoudens ontmoedigen om te investeren en uitgaven te doen. Een verslechtering van het sentiment op de mondiale financiële markten kan de vraag verder temperen. Extra fricties in de internationale handel kunnen de aanbodketens verstoren, de uitvoer afremmen en de consumptie en de investeringen verzwakken. Andere geopolitieke spanningen, in het bijzonder de ongerechtvaardigde oorlog van Rusland tegen Oekraïne, blijven een belangrijke bron van onzekerheid. De groei kan daarentegen hoger uitvallen als de economische effecten van de oorlog in het Midden-Oosten van kortere duur blijken te zijn dan momenteel verwacht. Bovendien kunnen de geplande uitgaven voor defensie en infrastructuur, productiviteitsverhogende hervormingen en de invoering van nieuwe technologieën door bedrijven in het eurogebied de groei meer dan verwacht opdrijven. Nieuwe handelsovereenkomsten en een diepere integratie van de gemeenschappelijke markt kunnen de groei eveneens sterker dan voorzien stimuleren.

De risico’s voor de inflatieverwachtingen zijn opwaarts gericht, met name op de korte termijn. Een lange oorlog in het Midden-Oosten zou kunnen leiden tot een grotere en langdurigere stijging van de energieprijzen dan momenteel wordt verwacht, wat de inflatie in het eurogebied verder zou opdrijven. Dit kan worden versterkt en langer blijven duren als de inflatieverwachtingen en de loongroei in reactie daarop zouden toenemen, als de stijging van de energieprijzen meer dan in het basisscenario aangenomen zou doorwerken naar de inflatie exclusief energie, of als de oorlog de mondiale aanbodketens meer in het algemeen zou verstoren. De huidige handelsspanningen kunnen ook leiden tot meer versnipperde mondiale aanbodketens, de toevoer van kritieke grondstoffen inperken en de capaciteitsbelemmeringen in de economie van het eurogebied vergroten. De inflatie kan daarentegen lager uitvallen als de economische effecten van de oorlog in het Midden-Oosten van kortere duur blijken te zijn of als de indirecte en tweederonde-effecten minder groot zouden zijn dan momenteel verwacht. De inflatie kan ook lager zijn als invoerheffingen de vraag naar uitvoer vanuit het eurogebied meer dan verwacht doen afnemen en als landen met overcapaciteit hun uitvoer naar het eurogebied verder opvoeren. Een toename van de volatiliteit en risicoaversie op de financiële markten kan de vraag drukken en zo ook de inflatie doen afnemen.

Financiële en monetaire omstandigheden

De oorlog in het Midden-Oosten heeft een aanzienlijk effect op de mondiale financiële markten. De financiële omstandigheden zijn sinds onze laatste vergadering over het geheel genomen krapper geworden. De beurzen daalden en de marktrentes in het eurogebied, met name op de korte termijn, zijn merkbaar gestegen.

In januari bleven zowel de rentetarieven voor bankleningen aan bedrijven als de kosten van schuldfinanciering via de markt op 3,6%, terwijl de gemiddelde rentevoet op nieuwe hypotheken zeer licht toenam, tot 3,4%. De groei van de bancaire kredietverlening aan bedrijven bedroeg in januari 2,8% op jaarbasis, tegen 3,0 in december. Dit werd echter gecompenseerd door een toename van de uitgifte van bedrijfsobligaties: het groeitempo steeg van 3,5% in december naar 4,0%. De hypothecaire kredietverlening steeg met 3,0%, evenveel als in december.

Conclusie

De Raad van Bestuur heeft vandaag besloten de drie basisrentetarieven van de ECB ongewijzigd te laten. We zijn vastbesloten ervoor te zorgen dat de inflatie zich stabiliseert op onze doelstelling van 2% op middellange termijn. We volgen een op data gebaseerde benadering per vergadering om de passende monetairbeleidskoers te bepalen. Onze rentebesluiten zullen gebaseerd zijn op onze beoordeling van de inflatievooruitzichten en de daarmee gepaard gaande risico’s in het licht van de binnenkomende economische en financiële gegevens, naast de dynamiek van de onderliggende inflatie en de kracht van de monetairbeleidstransmissie. We leggen ons niet bij voorbaat vast op een bepaald rentetraject.

We staan in elk geval klaar om alle instrumenten binnen ons mandaat aan te passen om ervoor te zorgen dat de inflatie zich duurzaam stabiliseert op onze doelstelling op middellange termijn en om de soepele transmissie van het monetair beleid te handhaven.

We zijn nu klaar om uw vragen te beantwoorden.

Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.

CONTACT

Europese Centrale Bank

Directoraat-generaal Communicatie

Reproductie is alleen toegestaan met bronvermelding.

Contactpersonen voor de media