PERSBERICHT

Jaarrekening van de ECB over 2017

22 februari 2018
  • Winst van de ECB in 2017 met € 0,1 miljard gestegen naar €1,3 miljard (2016: € 1,2 miljard) en wordt geheel aan de nationale centrale banken uitgekeerd
  • Nettorentebaten uit voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten: € 1,1 miljard (2016: € 1,0 miljard).
  • Balanstotaal van de ECB groeide naar € 414 miljard (2016: € 349 miljard).

Volgens de gecontroleerde jaarrekening van de Europese Centrale Bank (ECB) over 2017 is de nettowinst met € 82 miljoen gestegen, naar € 1.275 miljoen, voornamelijk als gevolg van hogere nettorentebaten uit de Amerikaansedollarportefeuille en de portefeuille in het kader van het programma voor de aankoop van activa (‘asset purchase programme’ – APP).

De nettorentebaten kwamen uit op € 1.812 miljoen in 2017 (2016: € 1.648 miljoen). De nettorentebaten uit de externe reserves liepen op naar € 534 miljoen (2016: € 370 miljoen) als gevolg van hogere rentebaten uit de Amerikaansedollarportefeuille. De nettorentebaten in verband met het APP stegen met € 140 miljoen, naar € 575 miljoen, als gevolg van de voortzetting van de effectenaankopen in het kader van dit programma. Hier staat tegenover dat de nettorentebaten in verband met het Programma voor de effectenmarkten (Securities Markets Programme – SMP) als gevolg van aflossingen zijn gedaald naar € 447 miljoen (2016: € 520 miljoen). De rentebaten van de ECB in verband met de in het kader van het SMP aangehouden Griekse staatsobligaties bedroegen € 154 miljoen (2016: € 185 miljoen).

De gerealiseerde winsten uit financiële transacties daalden naar € 161 miljoen (2016: € 225 miljoen). De daling van de gerealiseerde nettowinsten hing vooral samen met lagere koerswinsten op in Amerikaanse dollar luidende effecten.

De afwaarderingen bedroegen in totaal € 105 miljoen (2016: € 148 miljoen), vooral als gevolg van een daling van de marktwaarde van een aantal effecten in de Amerikaansedollarportefeuille naast een stijging van de desbetreffende yields.

De ECB toetst of de effecten in haar monetairbeleidsportefeuilles een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan; deze effecten worden gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs (onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen). De uitkomsten van de toetsingen gaven geen aanleiding tot opname van bijzondere waardeverminderingen met betrekking tot deze portefeuilles.

De aan onder toezicht staande instellingen in rekening gebrachte vergoedingen bedroegen € 437 miljoen (2016: € 382 miljoen). Deze vergoedingen worden in rekening gebracht ter dekking van de kosten die de ECB in verband met haar toezichtstaken maakt. De toename over 2017 heeft hoofdzakelijk betrekking op werkzaamheden in het kader van de gerichte beoordeling van interne modellen (TRIM) en de groei van het aantal ECB-medewerkers werkzaam in het bankentoezicht.

De totale personeelskosten en overige beheerkosten stegen naar respectievelijk € 535 miljoen (2016: € 467 miljoen) en € 539 miljoen (2016: € 487 miljoen), voornamelijk als gevolg van de kostentoename in verband met de toezichtstaken van de ECB.

De nettowinst van de ECB wordt onder de nationale centrale banken van het eurogebied verdeeld. De Raad van Bestuur besloot tot een tussentijdse winstverdeling van € 988 miljoen onder de nationale centrale banken van het eurogebied op 31 januari 2018. Tijdens de gisteren gehouden vergadering van de Raad van Bestuur is besloten het restant van de winst, een bedrag van € 287 miljoen, op 23 februari 2018 uit te keren.

Het balanstotaal van de ECB steeg met 19% naar € 414 miljard (2016: € 349 miljard). De stijging was vooral het gevolg van de effectenaankopen in het kader van het APP.

Als gevolg van de voortzetting van de effectenaankopen in het kader van het APP groeide de geconsolideerde balans van het Eurosysteem met 22% naar € 4.472 miljard (2016: € 3.661 miljard). Het bedrag aan door het Eurosysteem voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten steeg met € 732 miljard naar € 2.386 miljard (2016: € 1.654 miljard). De omvang van de aangehouden APP-effecten steeg met € 754 miljard naar € 2.286 miljard, terwijl de effecten die in het kader van de eerste twee programma’s voor de aankoop van gedekte obligaties en het SMP werden aangehouden, met respectievelijk € 9 miljard en € 13 miljard daalden als gevolg van aflossingen.

De contactpersoon voor de media is Stefan Ruhkamp, tel.: +49 69 1344 5057.

Toelichting:

  1. Grondslagen voor de financiële verslaggeving van de ECB en het Eurosysteem: De gemeenschappelijke grondslagen voor de financiële verslaggeving zijn door de Raad van Bestuur vastgesteld voor het Eurosysteem, waaronder de ECB, overeenkomstig artikel 26.4 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank (Statuten van het ESCB), en zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Hoewel deze in algemene zin gebaseerd zijn op internationaal aanvaarde verslagleggingspraktijken, zijn deze grondslagen zo opgesteld dat zij in het bijzonder rekening houden met de unieke omstandigheden van de centrale banken van het Eurosysteem. Gezien de grote vreemdevalutaposities van de meeste centrale banken van het Eurosysteem wordt de nadruk gelegd op het voorzichtigheidsbeginsel. Deze voorzichtige benadering komt met name tot uiting in de verschillende behandeling van positieve ongerealiseerde resultaten en negatieve ongerealiseerde resultaten ten behoeve van de resultaatbepaling, en in het verbod op saldering van negatieve ongerealiseerde resultaten op een actief met positieve ongerealiseerde resultaten op een ander. Positieve ongerealiseerde resultaten worden rechtstreeks op herwaarderingsrekeningen verantwoord. Negatieve ongerealiseerde resultaten die de desbetreffende herwaarderingsrekeningsaldi te boven gaan, worden aan het eind van het jaar als lasten verwerkt. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in hun geheel in de winst-en-verliesrekening verantwoord. Alle nationale centrale banken van het eurogebied moeten deze grondslagen in acht nemen bij het rapporteren over hun transacties als onderdeel van het Eurosysteem. Deze transacties worden opgenomen in het wekelijkse geconsolideerde financiële overzicht (de zogeheten ‘weekstaat’) en de geconsolideerde jaarbalans van het Eurosysteem. Bovendien passen alle nationale centrale banken bij het opstellen van hun eigen jaarrekening globaal dezelfde grondslagen toe als de ECB.
  2. De voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs (onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen).
  3. Verhandelbare effecten, met uitzondering van de effecten die voor monetairbeleidsdoeleinden worden aangehouden, worden geherwaardeerd tegen marktprijs.
  4. Goud en alle overige in de balans en niet in de balans opgenomen activa en passiva luidende in vreemde valuta worden in euro omgerekend tegen de wisselkoers op jaareinde.
  5. Winstverdeling/toedeling van verliezen: Krachtens Artikel 33 van de Statuten van het ESCB mag maximaal 20% van de nettojaarwinst aan het algemene reservefonds worden toegevoegd, met inachtneming van een limiet van 100% van het kapitaal van de ECB. De resterende nettowinst wordt onder de nationale centrale banken van het eurogebied verdeeld, naar rato van hun gestorte aandelen in het kapitaal van de ECB.
  6. Als de ECB een verlies maakt, kan het tekort worden gedekt uit a) de algemene risicovoorziening van de ECB en het algemene reservefonds, en b) de monetaire inkomsten over het desbetreffende boekjaar, na een besluit daartoe van de Raad van Bestuur. Een eventueel resterend nettoverlies, ten slotte, kan in de balans worden opgenomen als een verlies dat met eventuele nettowinsten in een volgend jaar of volgende jaren kan worden gecompenseerd.
  7. Door het Eurosysteem aangehouden SMP-effecten: De tabel hieronder toont een uitsplitsing naar emittent van de uitstaande bedragen van de door het Eurosysteem op grond van het SMP aangehouden effecten per 31 december 2017.

Door het Eurosysteem aangehouden SMP-effecten naar land van emittent (31 december 2017)

Land emittent

Nominaal bedrag

(EUR miljard)

Boekwaarde[1]

(EUR miljard)

Gemiddelde resterende looptijd

(jaar)

Ierland

7,3

7,2

2,3

Griekenland

9,5

8,9

2,8

Spanje

17,3

17,3

2,3

Italië

49,5

48,7

2,2

Portugal

7,3

7,1

2,0

Totaal[2]

91,0

89,1

2,3

[1] SMP-effecten worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.

[2] Totalen kunnen door afronding verschillen.

Contactpersonen voor de media