- VERKLARING OVER HET MONETAIR BELEID
PERSCONFERENTIE
Christine Lagarde, president van de ECB,
Boris Vujčić, vicepresident van de ECB
Frankfurt am Main, 11 juni 2026
Goedemiddag, de vicepresident en ik heten u welkom bij onze persconferentie.
De Raad van Bestuur committeert zich bij het monetair beleid aan stabilisering van de inflatie op onze doelstelling van 2% op middellange termijn. In lijn daarmee hebben we vandaag besloten de drie basisrentetarieven van de ECB met 25 basispunten te verhogen. De oorlog in het Midden-Oosten creëert inflatiedruk en het besluit om de rentes te verhogen is bestand tegen een reeks scenario’s van hoe de schok zich kan ontwikkelen en de vooruitzichten voor het eurogebied op middellange termijn kan beïnvloeden.
In het basisscenario van de nieuwe door medewerkers van het Eurosysteem opgestelde macro-economische projecties komt de totale inflatie naar verwachting uit op gemiddeld 3,0% in 2026, 2,3% in 2027 en 2,0% in 2028. De inflatie exclusief energie en voedingsmiddelen zal volgens het basisscenario gemiddeld 2,5% bedragen in 2026 en 2027 en 2,2% in 2028. Vergeleken met maart hebben de medewerkers hun basisprojectie voor de inflatie in 2026 en 2027 opwaarts bijgesteld als gevolg van sterker oplopende energieprijzen, die naar verwachting in zekere mate zullen doorwerken in de voedsel-, goederen- en diensteninflatie. Volgens het basisscenario komt de economische groei uit op gemiddeld 0,8%, in 2026, 1,2% in 2027 en 1,5% in 2028. Dit komt neer op een neerwaartse bijstelling voor 2026 en 2027 als gevolg van sterkere effecten van de oorlog op grondstoffenmarkten, reële inkomens en het vertrouwen.
De vooruitzichten blijven onzeker, met opwaartse risico's voor de inflatie en neerwaartse risico's voor de economische groei. De volle effecten van de oorlog voor de inflatie en groei op middellange termijn zullen afhangen van de intensiteit en de duur van de energieprijsschok en de omvang van de indirecte en tweederonde-effecten. Deze onzekerheid komt ook tot uiting in het brede spectrum van uitkomsten voor inflatie en groei in de bijgewerkte scenario's die medewerkers van het Eurosysteem ter illustratie hebben opgesteld. De scenario's worden samen met de projecties van medewerkers op onze website gepubliceerd.
Met het besluit van vandaag blijven we in een goede positie om de onzekerheid als gevolg van de oorlog het hoofd te bieden. We houden de situatie nauwlettend in de gaten en volgen een op data gebaseerde benadering per vergadering om de passende monetairbeleidskoers te bepalen. Onze rentebesluiten zullen in het bijzonder gebaseerd zijn op onze beoordeling van de inflatievooruitzichten en de daarmee gepaard gaande risico’s in het licht van de binnenkomende economische en financiële gegevens, naast de dynamiek van de onderliggende inflatie en de kracht van de monetairbeleidstransmissie. We leggen ons niet bij voorbaat vast op een bepaald rentetraject.
De vandaag genomen besluiten worden uiteengezet in een persbericht op onze website.
Ik zal nu nader ingaan op onze kijk op de ontwikkeling van de economie en de inflatie en vervolgens onze beoordeling van de financiële en monetaire omstandigheden toelichten.
Economische bedrijvigheid
Na correctie voor een tijdelijke factor in Ierland groeide de economie van het eurogebied tijdens het eerste kwartaal onder impuls van de binnenlandse vraag en de uitvoer. De oorlog in het Midden-Oosten drukt echter de bedrijvigheid en enquêtes duiden op een vertraging, vooral bij de diensten. De industrie houdt tot dusver stand. Dat is ten dele omdat bedrijven voorraden hebben aangelegd als reactie op druk in de toeleveringsketen. Ook hogere uitgaven voor defensie spelen een rol.
De arbeidsmarkt is nog steeds veerkrachtig. Met 6,3% blijft de werkloosheid in april dicht bij een historisch laag niveau. In het eerste kwartaal werden meer banen gecreëerd, zij het in een lager tempo dan in het laatste kwartaal van 2025. De vraag naar arbeid is verder vertraagd en bedrijven en huishoudens verwachten dat de arbeidsmarkt zal verzwakken.
Voor de toekomst gaan de medewerkers nu uit van een zwakkere binnenlandse vraag dan ze in maart hadden voorzien, doordat de oorlog het vertrouwen drukt en hogere energiekosten de reële inkomens aantasten. Terzelfder tijd is de financiële positie van huishoudens over het algemeen solide en zou de consumptie de belangrijkste aanjager van de groei moeten blijven. De particuliere investeringen hebben op korte termijn te kampen met hogere energiekosten en geringer vertrouwen, maar zouden moeten worden ondersteund door investeringen van bedrijven in nieuwe digitale technologieën. De hogere uitgaven van overheden voor defensie en infrastructuur zouden de overheidsinvesteringen moeten blijven ondersteunen. Deze factoren kunnen de gevolgen van de oorlog naar verwachting enigszins temperen.
De Raad van Bestuur benadrukt het dringende belang van versterking van de economie van het eurogebied en handhaving van gezonde overheidsfinanciën. Houdbaarheid van de overheidsfinanciën is cruciaal voor economische stabiliteit. Begrotingsreacties op de energieprijsschok zouden tijdelijk, gericht en passend moeten zijn, zoals benadrukt wordt in het voorjaarspakket van het Europees Semester 2026 van de Europese Commissie. Hervormingen om het groeipotentieel van het eurogebied te versterken en de energietransitie te versnellen om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen zijn noodzakelijker dan ooit. Voltooiing van de spaar- en investeringsunie is essentieel om innovatie te kunnen financieren, de groene en digitale transities te ondersteunen en de productiviteit te verbeteren. De digitale euro en getokeniseerd wholesale centralebankgeld zullen de strategische autonomie van Europa versterken, de concurrentie en financiële integratie vergroten en een boost geven aan innovatie op het gebied van betalingen. Het is dus essentieel om snel de verordening betreffende de vaststelling van de digitale euro aan te nemen. De vereenvoudiging en harmonisering van de regelgeving binnen de gemeenschappelijke markt van de EU zal Europese bedrijven helpen sneller te groeien.
Inflatie
De inflatie steeg in mei tot 3,2%, tegen 3,0% in april. De energie-inflatie nam licht toe tot 10,9%, vergeleken met 10,8% in april, terwijl de voedselprijsinflatie afnam van 2,4% naar 2,0%. De inflatie exclusief energie en voedingsmiddelen steeg van 2,2% in april naar 2,5%, aangezien de goedereninflatie licht toenam tot 0,9% en de diensteninflatie omhoog ging van 3,0% naar 3,5%.
De binnenlandse kostendruk nam in het eerste kwartaal af, ondersteund door een langzamere groei van lonen en winsten. De loontracker van de ECB en enquêtes over loonverwachtingen blijven aangeven dat de loongroei gedurende het jaar zal matigen. Het wordt echter duurder voor bedrijven om andere inputs te verkrijgen en daarom verwachten ze hun verkoopprijzen te verhogen. Bovendien zijn enkele indicatoren van de onderliggende inflatie al verder opgelopen door de energieschok. De inflatieverwachtingen voor de kortere termijnen blijven ruim boven het niveau van vóór de uitbraak van de oorlog in het Midden-Oosten. Tegelijkertijd staan de meeste maatstaven voor de inflatieverwachtingen op langere termijn op ongeveer 2% en daarmee ondersteunen ze de stabilisatie van de inflatie rond de doelstelling op middellange termijn.
Door de stijging van de energieprijzen zal de inflatie gedurende de zomer verder toenemen en tot in de eerste helft van 2027 ruim boven de doelstelling blijven. Dit zal ook effect hebben op de voedsel-, goederen- en diensteninflatie. De inflatie zou daarna in de tweede helft van 2027 terug moeten keren naar de doelstelling, dankzij dalende energieprijzen en langzamere stijgingen bij andere prijzen. De oorlog in het Midden-Oosten blijft echter een belangrijke bron van onzekerheid. Hoe langer de energieprijzen hoog blijven, hoe waarschijnlijker het is dat ze de ruimere inflatie via indirecte en tweederonde-effecten opdrijven. We volgen daarom nauwlettend de omvang en de duur van de energieprijsstijging, en hoe deze doorwerkt in de vaststelling van prijzen en lonen, de inflatieverwachtingen en de algemene economische ontwikkeling.
Risicobeoordeling
De risico’s voor de groeivooruitzichten zijn neerwaarts gericht, voornamelijk vanwege de oorlog in het Midden-Oosten, die heeft bijgedragen aan de volatiele mondiale beleidsomgeving. Een langdurige verstoring van de energievoorzieningen kan de energieprijzen sterker en langer dan momenteel verwacht doen toenemen. Deze factoren zouden de reële inkomens nog verder aantasten en bedrijven en huishoudens ontmoedigen om te investeren en uitgaven te doen. De rem op de groei zou verergeren als de afsluiting van belangrijke scheepvaartroutes zou leiden tot acute tekorten aan essentiële grondstoffen, waardoor bedrijven in het eurogebied ertoe gedwongen zouden worden hun productie te beperken. Een verslechtering van het sentiment op de mondiale financiële markten of een krapper aanbod van krediet kan de vraag temperen. Extra fricties in de internationale handel zouden de aanbodketens ook verder kunnen verstoren, de uitvoer afremmen en de consumptie en de investeringen verzwakken. Andere geopolitieke spanningen, in het bijzonder de ongerechtvaardigde oorlog van Rusland tegen Oekraïne, blijven een belangrijke bron van onzekerheid. De groei kan daarentegen hoger uitvallen als de economie en de energiemarkten zich sneller dan verwacht weten aan te passen aan de verstoring door de oorlog in het Midden-Oosten of als de oorlog op zeer korte termijn en duurzaam wordt opgelost. Bovendien kunnen de geplande uitgaven voor defensie en infrastructuur, productiviteitsverhogende hervormingen en de invoering van nieuwe technologieën door bedrijven in het eurogebied de groei meer dan verwacht opdrijven. Een diepere integratie van de gemeenschappelijke markt kan de groei eveneens sterker dan voorzien stimuleren.
De risico’s voor de inflatievooruitzichten zijn opwaarts gericht. Als de energieprijzen sterker en langer dan momenteel verwacht toenemen, zou de inflatie in het eurogebied verder stijgen. Dit kan worden versterkt en langer duren als de hogere energieprijzen sterker dan voorzien zouden doorwerken naar andere prijzen en de lonen, als de inflatieverwachtingen op langere termijn als reactie hierop zouden toenemen, of als de mondiale aanbodketens meer in het algemeen zouden worden verstoord. De huidige handelsspanningen kunnen ook leiden tot meer versnipperde mondiale aanbodketens, de toevoer van kritieke grondstoffen inperken en de capaciteitsbelemmeringen in de economie van het eurogebied vergroten. Extreme weersomstandigheden, en meer in het algemeen de zich ontvouwende klimaat- en natuurcrises, kunnen de voedselprijzen meer dan verwacht opdrijven. De inflatie kan daarentegen iets lager uitvallen als de economische effecten van de oorlog in het Midden-Oosten van kortere duur blijken te zijn dan momenteel verwacht of als de indirecte of tweederonde-effecten minder groot zouden zijn dan voorzien. Een toename van de volatiliteit en risicoaversie op de financiële markten kan de vraag drukken en zo ook de inflatie doen afnemen.
Financiële en monetaire omstandigheden
De financiële omstandigheden zijn nagenoeg onveranderd sinds onze vorige vergadering maar blijven krapper dan vóór de oorlog. De kosten voor de uitgifte van schuldfinanciering via de markt namen toe van 3,9% in maart tot 4,0% in april. De rentetarieven voor bankleningen aan bedrijven bleven 3,6% in april en de hypotheekrente 3,4%.
De groei op jaarbasis van de kredietverlening van banken aan bedrijven nam toe van 3,2% in maart tot 3,4% in april, terwijl het groeitempo van de uitgifte van bedrijfsobligaties steeg naar 4,6%. De hypotheekverstrekking nam in april weer toe met 3,0%.
Conform onze strategie voor het monetair beleid heeft de Raad van Bestuur de samenhang tussen monetair beleid en financiële stabiliteit grondig beoordeeld. De banken in het eurogebied zijn veerkrachtig dankzij sterke kapitaal- en liquiditeitsratio’s, een solide activakwaliteit en robuuste winstgevendheid. Maar een plotselinge, scherpe daling van de activaprijzen, mogelijk versterkt door de niet-bancaire financiële sector en verslechterende activakwaliteit, met name in de energie- en handelsgevoelige sectoren, zouden risico’s kunnen opleveren voor de prijsstabiliteit. Deze risico’s nemen toe naarmate de huidige geopolitieke conflicten langer duren. Het macroprudentieel beleid blijft de eerste verdedigingslinie tegen de opbouw van financiële kwetsbaarheden. Zo kan de weerbaarheid worden vergroot en blijft de macroprudentiële ruimte behouden.
Conclusie
De Raad van Bestuur heeft vandaag besloten de drie basisrentetarieven van de ECB met 25 basispunten te verhogen. Wij committeren ons met het monetair beleid aan stabilisering van de inflatie op onze doelstelling van 2% op middellange termijn. We volgen een op data gebaseerde benadering per vergadering om de passende monetairbeleidskoers te bepalen. Onze rentebesluiten zullen gebaseerd zijn op onze beoordeling van de inflatievooruitzichten en de daarmee gepaard gaande risico’s in het licht van de binnenkomende economische en financiële gegevens, naast de dynamiek van de onderliggende inflatie en de kracht van de monetairbeleidstransmissie. We leggen ons niet bij voorbaat vast op een bepaald rentetraject.
We staan in elk geval klaar om alle instrumenten binnen ons mandaat aan te passen om ervoor te zorgen dat de inflatie zich duurzaam stabiliseert op onze doelstelling op middellange termijn en om de soepele transmissie van het monetair beleid te handhaven.
We zijn nu klaar om uw vragen te beantwoorden.
Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.
Europese Centrale Bank
Directoraat-generaal Communicatie
- Sonnemannstrasse 20
- 60314 Frankfurt am Main, Duitsland
- +49 69 1344 7455
- media@ecb.europa.eu
Reproductie is alleen toegestaan met bronvermelding.
Contactpersonen voor de media
