PERSBERICHT

Jaarrekening van de ECB over 2015

18 februari 2016

EMBARGO

Persembargo tot 15:00 uur Midden-Europese tijd op donderdag 18 februari 2016
  • Nettowinst van de ECB over 2015: € 1.082 miljoen (2014: € 989 miljoen)
  • Nettorentebaten uit het Programma voor de effectenmarkten: € 609 miljoen (2014: € 728 miljoen)
  • Nettorentebaten uit het uitgebreide activa-aankoopprogramma € 161 miljoen (2014: € 2 miljoen)
  • Doorbelasting in verband met toezichtstaken: € 277 miljoen (2014: € 30 miljoen)
  • Rentebaten uit bankbiljetten: € 42 miljoen (2014: € 126 miljoen)
  • Balanstotaal van de ECB: € 257 miljard (2014: € 185 miljard)

De Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft de door de externe accountant gecontroleerde Jaarrekening van de ECB over het boekjaar 2015 goedgekeurd.

De nettowinst van de ECB over 2015 bedroeg € 1.082 miljoen (2014: € 989 miljoen). Hogere gerealiseerde winsten op de verkoop van waardepapieren in 2015 hebben aan de toename bijgedragen. Bovendien heeft de ECB in 2014 alleen de aan de toezichtstaken gerelateerde kosten over november en december doorberekend, terwijl in 2015 de kosten over het volledige jaar zijn doorbelast.

De Raad van Bestuur heeft besloten over te gaan tot een tussentijdse verdeling van de winst op 29 januari 2016, ten bedrage van € 812 miljoen, aan de nationale centrale banken van het eurogebied. Tijdens de vergadering van gisteren heeft de Raad van Bestuur besloten het restant van de winst, een bedrag van € 270 miljoen, op 19 februari 2016 onder de nationale centrale banken van het eurogebied te verdelen.

De inkomsten van de ECB komen voornamelijk voort uit beleggingsbaten uit haar externereservesportefeuille en eigenmiddelenportefeuille, uit rentebaten uit haar aandeel van 8% in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop en, in de afgelopen jaren, uit nettorentebaten uit de voor monetairbeleidsdoeleinden aangekochte waardepapieren.

De nettorentebaten bedroegen in 2015 € 1.475 miljoen (2014: € 1.536 miljoen). Hiervan maakten deel uit rentebaten van € 42 miljoen uit het aandeel van de ECB in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop (2014: € 126 miljoen) en nettorentebaten van € 609 miljoen (2014: € 728 miljoen) uit waardepapieren die waren aangekocht in het kader van het Programma voor de effectenmarkten (‘Securities Market Programme’ – SMP), waarvan € 224 miljoen (2014: € 298 miljoen) voortvloeide uit de door de ECB in het kader van het SMP aangehouden Griekse staatsobligaties. Daarnaast omvatten deze baten tevens nettorentebaten van € 120 miljoen (2014: € 173 miljoen) uit waardepapieren die waren aangekocht in het kader van de eerste twee programma’s voor de aankoop van gedekte obligaties en € 161 miljoen uit waardepapieren die waren aangekocht in het kader van het uitgebreide programma voor de aankoop van activa (‘asset purchase programme’ – APP) (2014: € 2 miljoen). De ECB heeft de nationale centrale banken een rentevergoeding van € 18 miljoen uitgekeerd (2014: € 57 miljoen) op hun vorderingen uit hoofde van de door hen aan de ECB overgedragen externe reserves, terwijl de rentebaten uit de externe reserves € 283 miljoen (2014: € 217 miljoen) bedroegen.

De gerealiseerde winsten uit financiële transacties bedroegen € 214 miljoen (2014: € 57 miljoen).

De afwaarderingen bedroegen € 64 miljoen in 2015 (2014: € 8 miljoen). De hogere afwaarderingen in 2015 waren voornamelijk het gevolg van de algehele daling in de marktwaarde van de waardepapieren in de Amerikaanse dollar-portefeuille.

De beheerkosten van de ECB bestaan uit de personeelskosten en alle overige beheerkosten. De toezichtstaken die de ECB op zich heeft genomen, hebben geleid tot een geleidelijke toename van het aantal medewerkers. Hierdoor zijn de personeelskosten gestegen naar € 441 miljoen in 2015 (2014: € 301 miljoen).

De overige beheerkosten, waaronder afschrijvingslasten, de huur van panden, honoraria en overige goederen en diensten, bedroegen € 423 miljoen in 2015 (2014: € 376 miljoen). De stijging van deze kosten hangt hoofdzakelijk samen met de aanvang van de afschrijvingen op het nieuwe kantoorgebouw van de ECB.

De door de ECB gemaakte kosten met betrekking tot haar toezichtstaken werden voor geheel 2015 aan de onder toezicht staande entiteiten doorbelast, terwijl voor 2014 alleen de in de laatste twee maanden van het jaar gemaakte kosten werden doorbelast. Dit resulteerde in een toename van de nettobaten/lasten uit vergoedingen en provisies. De aan het SSM gerelateerde vergoedingen over 2015 bedroegen € 277 miljoen (nov.-dec. 2014: € 30 miljoen).

Het balanstotaal van de ECB steeg met € 72 miljard naar € 257 miljard in 2015 (2014: € 185 miljard). Deze stijging was voornamelijk het gevolg van de aankopen uit hoofde van het APP, de waardestijging van de door de ECB aangehouden externe reserves, en van de toename van het aantal bankbiljetten in omloop.

Het geconsolideerde balanstotaal van het Eurosysteem [1] bedroeg ultimo 2015 € 2.781 miljard, vergeleken met € 2.208 miljard ultimo 2014. De stijging kwam vooral voor rekening van de aanhoudende aankopen van waardepapieren in het kader van het APP.

De door het Eurosysteem voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden waardepapieren stegen met € 586 miljard naar € 803 miljard (2014: € 217 miljard). De in het kader van het SMP aangehouden waardepapieren daalden met € 21 miljard ten gevolge van afbetalingen. Deze daling weer meer dan tenietgedaan door aankopen verricht in het kader van het APP. Op 31 december 2015 bedroeg de waarde van de APP-waardepapieren € 650 miljard (2014: € 31 miljard).

De media kunnen met hun vragen terecht bij Stefan Ruhkamp, tel. +49 69 1344 5057.

Toelichting

  1. Grondslagen voor de financiële verslaggeving van de ECB en het Eurosysteem: De gemeenschappelijke grondslagen voor de financiële verslaggeving zijn door de Raad van Bestuur vastgesteld voor het Eurosysteem, waaronder de ECB, overeenkomstig artikel 26.4 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank (Statuten van het ESCB), en zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. [2] Hoewel deze in algemene zin gebaseerd zijn op internationaal geaccepteerde financieel-administratieve praktijken, zijn deze grondslagen zo opgesteld dat zij in het bijzonder de unieke omstandigheden van de centrale banken van het Eurosysteem in acht nemen. Gezien de grote vreemdevalutaposities van de meeste centrale banken van het Eurosysteem wordt de nadruk gelegd op het voorzichtigheidsbeginsel. Deze voorzichtige benadering komt met name tot uiting in de verschillende behandeling van ongerealiseerde winsten en ongerealiseerde verliezen ten behoeve van de resultaatbepaling, en in het verbod op saldering van ongerealiseerde verliezen op een actief met ongerealiseerde winsten op een ander. Ongerealiseerde winsten worden rechtstreeks in de herwaarderingsrekeningen opgenomen. Ongerealiseerde verliezen die de daaraan gerelateerde herwaarderingsrekeningssaldi te boven gaan, worden aan het eind van het jaar behandeld als lasten. Bijzondere-waardeverminderingsverliezen worden in hun geheel in de winst- en verliesrekening opgenomen. Van alle nationale centrale banken van het eurogebied wordt vereist dat zij deze grondslagen in acht nemen bij de verslaggeving over hun transacties als onderdeel van het Eurosysteem, welke transacties worden opgenomen in het wekelijkse geconsolideerde financiële overzicht (de zogeheten ‘Weekstaat’) en de geconsolideerde jaarbalans van het Eurosysteem. Bovendien passen alle nationale centrale banken bij het opstellen van hun eigen jaarrekening vrijwillig globaal dezelfde grondslagen toe als de ECB.
  2. De momenteel voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden waardepapieren worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs (onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen). In 2015 werden de activa-aankopen ingevolge het derde programma voor de aankoop van gedekte obligaties (‘third covered bond purchase programme’ ‒ CBPP3) en het programma voor de aankoop van effecten op onderpand (‘asset-backed securities purchase programme’ ‒ ABSPP) uitgebreid met het aankoopprogramma voor door de publieke sector uitgegeven waardepapieren (‘public sector asset purchase programme’ ‒ PSPP). Het CBPP3, ABSPP en PSPP tezamen vormen het uitgebreide activa-aankoopprogramma (‘expanded asset purchase programme’ – APP). De gecombineerde maandelijkse APP-aankopen door de nationale centrale banken en de ECB bedragen gemiddeld € 60 miljard. Het voornemen is deze aankopen uit te voeren tot eind maart 2017 en in ieder geval totdat de Raad van Bestuur bewijs ziet van een aanhoudende verandering in het beloop van de inflatie die in overeenstemming is met zijn doelstelling op de middellange termijn een inflatiecijfer onder maar dicht bij 2% te verwezenlijken.
  3. Verhandelbare waardepapieren anders dan die welke voor monetairbeleidsdoeleinden worden aangehouden, worden geherwaardeerd tegen marktprijs.
  4. Goud en alle overige in de balans opgenomen en niet in de balans opgenomen activa en passiva luidende in vreemde valuta worden in euro omgerekend tegen de op de balansdatum geldende marktkoers.
  5. Rentevergoeding op aan de ECB overgedragen externe reserves: Iedere nationale centrale bank verkrijgt bij haar overdracht van externe reserves aan de ECB bij toetreding tot het Eurosysteem een rentedragende vordering op de ECB voor de waarde van het bedrag dat zij overdraagt. De Raad van Bestuur heeft besloten dat deze vorderingen in euro luiden en dat de rentevergoeding erover op dagbasis zal plaatsvinden tegen de laatste beschikbare marginale rente bij de basisherfinancieringstransacties van het Eurosysteem, met een correctie vanwege het rendement van nul op de goudcomponent.
  6. Verdeling van winst/toedeling van verliezen: Krachtens Artikel 33 van de Statuten van het ESCB mag tot 20% van de nettowinst over een jaar worden overgedragen naar het algemeen reservefonds, met een maximum van 100% van het kapitaal van de ECB. De resterende nettowinst wordt naar rato van hun gestorte aandelen in het kapitaal van de ECB onder de nationale centrale banken van het eurogebied verdeeld.
  7. In het geval van een door de ECB gemaakt verlies, kan het tekort worden gecompenseerd uit (a) de algemene risicovoorziening en het algemene reservefonds van de ECB, en (b) de monetaire inkomsten over het desbetreffende boekjaar, na een besluit daartoe van de Raad van Bestuur. Een eventueel resterend nettoverlies, ten slotte, kan in de balans worden opgenomen als een met eventuele nettowinsten in een volgend jaar of volgende jaren te compenseren verlies.
  8. In het kader van het SMP door het Eurosysteem aangehouden waardepapieren: De tabel hieronder toont een uitsplitsing naar emittent van de uitstaande bedragen van de door het Eurosysteem in het kader van het SMP aangehouden waardepapieren per 31 december 2015.

SMP-waardepapieren aangehouden door het Eurosysteem per 31 december 2015

Land emittent

Nominaal bedrag

(in EUR miljarden)

Boekwaarde *

(in EUR miljarden)

Gemiddelde resterende

looptijd

(jaar)

Ierland

9,7 9,4 3,3

Griekenland

14,6 13,4 3,5

Spanje

26,4 26,2 3,1

Italië

63,5 61,8 3,4

Portugal

12,4 12,1 2,8

Totaal**

126,7 123,0 3,3

* SMP-waardepapieren worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.

** Totalen kunnen door afronding enigszins verschillen.



[1]De geconsolideerde balans van het Eurosysteem is gebaseerd op voorlopige, niet door de externe accountant gecontroleerde gegevens. De jaarrekeningen van alle nationale centrale banken zullen eind mei 2016 zijn afgerond, en de definitieve geconsolideerde jaarbalans van het Eurosysteem zal daarna worden gepubliceerd.

[2]De gedetailleerde grondslagen voor de financiële verslaggeving van de ECB zijn neergelegd in Besluit ECB/2010/21 van 11 november 2010, PB L 35 van 9.2.2011, blz. 1, zoals gewijzigd.

Contactpersonen voor de media