Wat is een depositogarantiestelsel?

11 april 2018

Geld dat bij een bank wordt aangehouden, bijvoorbeeld op een spaarrekening, heet een deposito. De meeste banken hebben een bedrijfsmodel waarbij ze dit geld vervolgens weer aan andere klanten uitlenen. Ze houden slechts een deel van het in bewaring gegeven geld achter voor mensen die geld willen opnemen. Om de deposito's grotendeels veilig te stellen, ook als een bank over de kop gaat, leggen banken geld in in een soort verzekeringsfonds, dat depositogarantiestelsel wordt genoemd. Dit garantiestelsel is van belang om het vertrouwen in het bankenstelsel te bewaren en om mensen ervan te weerhouden in tijden van financiële spanningen allemaal tegelijk hun geld van de bank te halen.

Hoe werkt een depositogarantiestelsel?

Tot nu toe zijn depositogarantiestelsels in Europa per land georganiseerd, al zijn er op EU-niveau wel minimumnormen afgesproken. Volgens de EU-regels garandeert een depositogarantiestelsel € 100.000 per rekeninghouder. In sommige lidstaten zijn meerdere depositogarantiestelsels van kracht, die door verschillende soorten banken zijn opgezet, bijvoorbeeld spaarbanken, coöperatieve banken, staatsbanken of particuliere banken.

Als een nationaal depositogarantiestelsel niet in staat is om bij het faillissement van een grote bank de deposito's van rekeninghouders te vergoeden, moet de belastingbetaler mogelijk het tekort bijpassen, wat weer slecht is voor de overheidsfinanciën van dat land. De financiële crisis heeft laten zien dat problemen met banken niet bij de landsgrenzen ophouden.

Wat doet Europa?

Europa heeft op de financiële crisis gereageerd door nauwer samen te werken bij de bescherming van belastingbetalers en rekeninghouders. In het kader van de bankenunie is het toezicht op de grote banken, die samen meer dan 80% van het bancaire vermogen in het eurogebied beheren, in één structuur voor het gehele eurogebied ondergebracht, het SSM (Single Supervisory Mechanism – Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme). Het SSM bestaat uit de ECB en de nationale toezichthouders. De afwikkeling (of "resolutie") van banken is de ordelijke herstructurering van banken die (waarschijnlijk zullen) falen. Dit proces wordt gecoördineerd door het SRM (Single Resolution Mechanism – Gemeenschappelijk Afwikkelingsmechanisme).

De Europese leiders bespreken nu hoe een sterkere en consistentere bescherming van kleine rekeninghouders op Europees niveau eruit zou kunnen zien. Dit is het laatste, nog ontbrekende, deel van de bankenunie.

Een Europees depositogarantiestelsel zou rekeninghouders overal bescherming bieden. Met zo'n gemeenschappelijk fonds zouden grote schokken en financiële systeemcrises die de nationale draagkracht te boven gaan, gemakkelijker opgevangen kunnen worden zonder aanspraak op geld van de overheid te hoeven maken. Een depositogarantiestelsel zou bovendien zorgen voor lossere banden tussen de banken en hun nationale overheden, omdat de banken in tijden van crisis dan minder afhankelijk zijn van geld van de overheid.

Hoe zou een Europees depositogarantiestelsel werken?

De Europese Commissie heeft voorgesteld een Europees garantiestelsel stapsgewijs in te voeren. De opbouw van een garantiefonds met een beoogde omvang van 0,8% van de gedekte deposito's zou de banken bovendien enkele jaren tijd kosten. Uitgaand van cijfers uit 2011 zou die 0,8% overeenkomen met zo'n € 43 miljard. Uit onderzoek blijkt dat een fonds van deze omvang groot genoeg zou zijn om de nodige vergoedingen te kunnen uitkeren, zelfs bij een grotere crisis dan de wereldwijde financiële crisis van 2007-2009. Hoeveel een bank aan het depositogarantiestelsel moet bijdragen, zal volgens de huidige voorstellen afhangen van de risico's die ze neemt ten opzichte van andere banken in de bankenunie, in plaats van in dezelfde lidstaat.