Zoekopties
Home Media Explainers Onderzoek & publicaties Statistieken Monetair beleid De euro Betalingsverkeer & markten Werken bij de ECB
Suggesties
Sorteren op
  • INLEIDENDE VERKLARING

PERSCONFERENTIE

Christine Lagarde, president van de ECB,
Luis de Guindos, vicepresident van de ECB

Frankfurt am Main, 10 december 2020

Dames en heren, de vicepresident en ik heten u van harte welkom bij onze persconferentie. We zullen nu verslag doen van de vergadering van de Raad van Bestuur van vandaag, die tevens werd bijgewoond door uitvoerend vicevoorzitter van de Commissie, de heer Dombrovskis.

Ondanks de sterker dan verwachte opleving van de economische bedrijvigheid in het derde kwartaal en de bemoedigende vooruitzichten voor de verstrekking van de vaccins, blijft de pandemie een ernstig risico vormen voor de volksgezondheid en voor de economie in het eurogebied en wereldwijd. De economische bedrijvigheid van het eurogebied, die in het vierde kwartaal van 2020 naar verwachting is gekrompen, wordt in aanzienlijke mate belemmerd door de heropleving van het aantal coronabesmettingen en de daarmee gepaard gaande beheersingsmaatregelen. Hoewel de bedrijvigheid in de verwerkende sector goed stand blijft houden, wordt de dienstensector ernstig getroffen door de stijging van het aantal besmettingen en de nieuwe beperkingen op sociale interactie en mobiliteit. De inflatie blijft erg laag, tegen de achtergrond van de zwakke vraag en de aanzienlijke onderbenutting op de arbeids- en productenmarkten. De binnenkomende gegevens en de projecties van medewerkers van het Eurosysteem wijzen al met al op een sterkere kortetermijnimpact van de pandemie op de economie en langer aanhoudende geringe inflatie dan eerder was verwacht.

Met het oog op de economische gevolgen van de heropleving van de pandemie heeft de Raad van Bestuur vandaag zijn monetairbeleidsinstrumenten als volgt geherkalibreerd.

Ten eerste heeft de Raad van Bestuur besloten de basisrentetarieven van de ECB onveranderd te laten. We verwachten dat deze tarieven op hun huidige niveau of lager zullen blijven totdat we hebben vastgesteld dat de inflatieverwachtingen binnen onze projectieperiode krachtig convergeren naar een niveau dat voldoende dicht bij maar onder 2 procent ligt, en een dergelijke convergentie consequent in de onderliggende inflatiedynamiek tot uitdrukking komt.

Ten tweede hebben we besloten het bedrag van het pandemie-noodaankoopprogramma (pandemic emergency purchase programme – PEPP) met € 500 miljard te verhogen naar in totaal € 1.850 miljard. Tevens hebben we de periode voor de nettoaankopen krachtens het PEPP verlengd tot ten minste het einde van maart 2022. We zullen de nettoaankopen in ieder geval uitvoeren totdat we van oordeel zijn dat de crisisfase van de coronapandemie voorbij is.

We voeren onze aankopen krachtens het PEPP uit om de gunstige financieringsvoorwaarden tijdens deze langere periode in stand te houden. We zullen onze aankopen op flexibele wijze doen en daarbij rekening houden met de marktomstandigheden, met het oog op het voorkomen van een verkrapping van de financieringsvoorwaarden die niet in overeenstemming is met het bestrijden van de neerwaartse invloed van de pandemie op het verwachte beloop van de inflatie. Bovendien zal de flexibele benadering bij de aankopen wat betreft de timing, activacategorieën en jurisdicties steun blijven geven aan de soepele transmissie van het monetaire beleid. Indien de instandhouding van gunstige financieringsvoorwaarden kan plaatsvinden zonder benutting van het volledige PEPP-bedrag voor de aankoopperiode, hoeft het bedrag niet in zijn geheel te worden ingezet. Evenzeer kan het bedrag zo nodig worden geherkalibreerd om gunstige financieringsvoorwaarden in stand te houden en zo een bijdrage te leveren aan het bestrijden van het negatieve shockeffect van de pandemie op het beloop van de inflatie.

De uitbreiding van onze PEPP-aankopen over een langere periode hangt samen met de aanhoudende gevolgen van de pandemie voor de economie en inflatie. Dankzij de uitbreiding kunnen we voortdurend in de markt aanwezig zijn en voor duurzamere steun aan onze monetaire stimuleringsmaatregelen zorgen. Met de instandhouding van gunstige financieringsvoorwaarden tijdens de pandemie wordt een bijdrage geleverd aan het verminderen van de onzekerheid en aan het versterken van het vertrouwen. Hierdoor worden de consumptieve bestedingen en bedrijfsinvesteringen gestimuleerd. Uiteindelijk levert dit een bijdrage aan het economisch herstel en het bestrijden van de neerwaartse invloed van de pandemie op het verwachte inflatiebeloop.

Tevens hebben we besloten de herinvestering van de aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het PEPP en die de vervaldatum hebben bereikt, te verlengen tot ten minste het einde van 2023. De toekomstige uitfasering van de PEPP-portefeuille wordt in ieder geval zo gestuurd dat de passende monetairbeleidskoers niet gehinderd wordt.

Ten derde heeft de Raad van Bestuur besloten de voorwaarden van de derde reeks van gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (TLTRO-III) verder te herkalibreren. We hebben met name besloten de periode waarin aanzienlijk gunstigere voorwaarden zullen gelden te verlengen met twaalf maanden, tot juni 2022. Tevens zullen we drie aanvullende transacties uitvoeren tussen juni en december 2021. Bovendien hebben we besloten het totaalbedrag dat tegenpartijen via TLTRO-III-transacties mogen lenen, te verhogen van 50 procent tot 55 procent van de stand van hun in aanmerking komende leningen. Om banken te stimuleren het huidige niveau van bancaire kredietverlening aan te houden zullen de geherkalibreerde TLTRO-III-leenvoorwaarden alleen beschikbaar komen voor banken die met hun kredietverlening aan een nieuw prestatiedoel voldoen. Dankzij de verlenging van de met de pandemie samenhangende periode waarin lage TLTRO-III-rentetarieven gelden, de extra transacties en de verhoging van het potentieel te lenen bedrag zullen banken tegen zeer aantrekkelijke voorwaarden kunnen blijven lenen. Mede hierdoor wordt ervoor gezorgd dat ze gunstige kredietvoorwaarden kunnen blijven aanbieden en dat ze over voldoende liquiditeit beschikken om kredieten te verstrekken aan huishoudens en bedrijven.

Ten vierde hebben we besloten de looptijd van de reeks maatregelen ter versoepeling van de onderpandvereisten die we op 7 en 22 april 2020 hebben genomen, te verlengen tot en met juni 2022. Dankzij de verlenging van deze maatregelen zullen banken ten volle gebruik kunnen blijven maken van de liquiditeitstransacties van het Eurosysteem, met name van de geherkalibreerde TLTRO's. De Raad van Bestuur zal de maatregelen ter versoepeling van de onderpandvereisten vóór juni 2022 herbeoordelen om zeker te stellen dat de deelname van tegenpartijen van het Eurosysteem aan TLTRO-III niet in ongunstige zin wordt beïnvloed.

Ten vijfde heeft de Raad van Bestuur eveneens besloten om in 2021 vier extra langerlopende herfinancieringstransacties in verband met de pandemie (pandemic emergency longer-term refinancing operations – PELTRO’s) aan te bieden, die in een doeltreffende liquiditeitsachtervang zullen blijven voorzien.

Ten zesde worden onze nettoaankopen in het kader van het programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme – APP) voortgezet voor een maandelijks bedrag van € 20 miljard. We verwachten nog steeds de maandelijkse nettoaankopen van activa in het kader van het APP voort te zetten zo lang als noodzakelijk is om de accommoderende invloed van de beleidstarieven te versterken, en ze te beëindigen kort voordat we aanvangen met de verhoging van de basisrentetarieven van de ECB.

We zijn ook voornemens de aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het APP en die de vervaldatum hebben bereikt, volledig te blijven herinvesteren, en wel voor geruime tijd voorbij het moment waarop we beginnen de basisrentetarieven van de ECB te verhogen, en in ieder geval zo lang als noodzakelijk is om gunstige liquiditeitscondities en een ruime mate van monetaire accommodatie te handhaven.

Ten zevende worden de repofaciliteit van het Eurosysteem voor centrale banken (Eurosystem Repo Facility for Central Banks – EUREP) en alle tijdelijke swap- en repo-overeenkomsten met centrale banken buiten het eurogebied verlengd tot en met maart 2022.

Tot slot hebben we besloten onze reguliere krediettransacties zo lang als noodzakelijk te blijven uitvoeren als vasterentetenders met volledige toewijzing tegen de dan geldende voorwaarden.

Afzonderlijke persberichten met daarin nadere details over de door de Raad van Bestuur genomen maatregelen, worden vanmiddag om 15.30 uur Midden-Europese tijd gepubliceerd.

De vandaag genomen monetairbeleidsmaatregelen zullen bijdragen tot het in stand houden van de gunstige financieringsvoorwaarden tijdens de periode van de pandemie en zo de kredietverlening aan alle sectoren in de economie schragen, de economische bedrijvigheid ondersteunen en de prijsstabiliteit op middellange termijn waarborgen. Tegelijkertijd blijft de onzekerheid groot, onder meer wat betreft het verloop van de pandemie en de timing van de verstrekking van de vaccins. We blijven eveneens de ontwikkelingen van de wisselkoers volgen wat betreft de mogelijke effecten daarvan op de inflatievooruitzichten op middellange termijn. We blijven derhalve klaarstaan om al onze instrumenten zo nodig aan te passen, om ervoor te zorgen dat de inflatie zich op duurzame wijze ontwikkelt in de richting van zijn doelstelling en overeenkomstig het belang dat we hechten aan symmetrie.

Staat u mij nu toe onze beoordeling nader toe te lichten, te beginnen met de economische analyse. Na een scherpe daling tijdens de eerste helft van 2020, is het reële bbp van het eurogebied in het derde kwartaal sterk opgeveerd en op kwartaalbasis met 12,5 procent gestegen. Daarmee ligt het echter nog steeds ruim onder het niveau van vóór de coronapandemie. De sinds medio oktober opgetekende tweede golf van de pandemie en de versterking van de beheersingsmaatregelen als reactie daarop zullen naar verwachting leiden tot een nieuwe aanzienlijke krimp in de bedrijvigheid tijdens het vierde kwartaal, zij het in veel geringere mate dan in het tweede kwartaal van dit jaar.

De economische ontwikkelingen blijven uiteenlopen tussen de sectoren. De bedrijvigheid in de dienstensector wordt zwaarder getroffen door de nieuwe beperkingen op sociale interactie en mobiliteit dan de industrie. Ondanks de budgettaire maatregelen ter ondersteuning van huishoudens en bedrijven, blijven consumenten terughoudend in het licht van de pandemie en de gevolgen daarvan voor de werkgelegenheid en hun inkomsten. Bovendien zetten de zwakkere balansen en de onzekerheid over de economische vooruitzichten een rem op de bedrijfsinvesteringen.

Als we naar de toekomst kijken, versterkt het nieuws over de op til zijnde verstrekking van vaccins het vertrouwen in de aanname over een geleidelijke uitweg uit de gezondheidscrisis. Het zal echter enige tijd duren vooraleer brede immuniteit wordt bereikt en nieuwe toenames van de besmettingsaantallen, met gevolgen voor de volksgezondheid en de economische vooruitzichten, kunnen niet worden uitgesloten. Het economisch herstel van het eurogebied zou op middellange termijn steun moeten ondervinden van het gunstige financieringsklimaat, een expansieve begrotingskoers en herstel van de vraag naarmate de beperkende maatregelen worden opgeheven en de onzekerheid afneemt.

Deze beoordeling komt in grote lijnen overeen met het basisscenario uit de door medewerkers van het Eurosysteem opgestelde macro-economische projecties voor het eurogebied van december 2020. In deze projecties wordt uitgegaan van een reële bbp-groei op jaarbasis van -7,3 procent in 2020, 3,9 procent in 2021, 4,2 procent in 2022 en 2,1 procent in 2023. Ten opzichte van de door medewerkers van de ECB samengestelde macro-economische projecties van september 2020 is de prognose voor de economische bedrijvigheid op korte termijn neerwaarts bijgesteld, maar wordt voor de middellange term een herstel verwacht naar het niveau van het basisscenario van september.

De risico's rond de groeivooruitzichten voor het eurogebied blijven al met al van neerwaartse aard, maar zijn minder uitgesproken dan voorheen. Het nieuws dat waarschijnlijk op korte termijn met vaccineren kan worden begonnen is bemoedigend, maar er blijven neerwaartse risico's bestaan ten aanzien van de implicaties van de pandemie voor het economische en financiële klimaat.

Volgens de flashraming van Eurostat is de twaalfmaandsinflatie in het eurogebied in november onveranderd gebleven op -0,3 procent. Op basis van de ontwikkeling van de olieprijzen, en rekening houdend met de tijdelijke verlaging van de Duitse btw, zal de totale inflatie waarschijnlijk tot begin 2021 negatief blijven. Daarna zal die naar verwachting oplopen, doordat er een einde komt aan de tijdelijke btw-verlaging in Duitsland en door opwaartse basiseffecten bij de energieprijsinflatie. Bovendien blijft de onderliggende prijsdruk naar verwachting gematigd door de zwakke vraag, met name in de toeristische en de reissector, door de geringe loondruk en door de waardestijging van de euro. Wanneer het effect van de pandemie afneemt, zal het herstel van de vraag, geschraagd door het accommoderende budgettaire en monetaire beleid, op middellange termijn opwaartse druk op de inflatie uitoefenen. De marktindicatoren en de op enquêtes gebaseerde maatstaven voor de inflatieverwachtingen op langere termijn blijven op een laag peil.

Deze beoordeling komt in grote lijnen overeen met het basisscenario uit de door medewerkers van het Eurosysteem opgestelde macro-economische projecties voor het eurogebied van december 2020, waarin wordt uitgegaan van een inflatie op jaarbasis van 0,2 procent in 2020, 1,0 procent in 2021, 1,1 procent in 2022 en 1,4 procent in 2023. Vergeleken met de door medewerkers van de ECB opgestelde macro-economische projecties van september 2020 zijn de vooruitzichten voor de inflatie voor 2020 en 2022 neerwaarts bijgesteld.

Wat de monetaire analyse betreft, de groei op jaarbasis van het ruim monetair aggregaat (M3) bleef in oktober 2020 min of meer onveranderd op 10,5 procent. De sterke groei van de geldhoeveelheid wordt ondersteund doordat het Eurosysteem nog altijd activa aankoopt, en die aankopen zijn de grootste bron van geldschepping geworden. Tegen de achtergrond van een nogal altijd verhoogde voorkeur voor liquiditeit in de geldaanhoudende sector en de lage alternatieve kosten van het aanhouden van de meest liquide geldvormen, blijft het eng gedefinieerde monetaire aggregaat M1 de belangrijkste bijdrage leveren aan de groei van het ruim monetair aggregaat.

De groei van de kredietverlening aan de private sector heeft zich gestabiliseerd, al worden nog steeds hogere groeicijfers genoteerd dan vóór de coronapandemie. Na sterke stijgingen in de eerste maanden van de pandemie is de groei op jaarbasis van de leningen aan niet-financiële ondernemingen gedaald van 7,1 procent in september naar 6,8 procent in oktober. Deze groeivertraging, zo bleek uit de enquête naar de bancaire kredietverlening voor het derde kwartaal van 2020, deed zich voor tegen de achtergrond van een afnemende behoefte aan noodliquiditeit, zwakke bedrijfsinvesteringen en strengere kredietvoorwaarden voor leningen aan bedrijven. Het groeitempo op jaarbasis van de kredieten aan huishoudens was met 3,1 procent in oktober gelijk aan september.

Al met al blijven de beleidsmaatregelen van de ECB, maar ook de maatregelen van de nationale overheden en de Europese instellingen, van cruciaal belang om de voorwaarden voor de bancaire kredietverlening en de toegang tot financiering te ondersteunen, met name voor de partijen die het sterkst door de gevolgen van de coronapandemie zijn getroffen.

Kortom: een toetsing van de uitkomsten van de economische analyse aan de signalen uit de monetaire analyse bevestigde dat een ruime mate van monetaire accommodatie noodzakelijk is voor de ondersteuning van de economische bedrijvigheid en de krachtige convergentie van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2 procent op middellange termijn.

Wat het begrotingsbeleid betreft blijft een ambitieuze en gecoördineerde begrotingskoers van cruciaal belang, gezien de sterke krimp van de economie van het eurogebied. De begrotingsmaatregelen als antwoord op de pandemie moeten zoveel mogelijk gericht en tijdelijk van aard zijn. De zwakke vraag vanuit de bedrijven en huishoudens en het verhoogde risico dat het herstel trager verloopt vanwege de tweede golf van de pandemie en de hernieuwde lockdowns die daaruit voorvloeien, rechtvaardigen echter de voortzetting van de ondersteuning via nationaal begrotingsbeleid. De drie door de Europese Raad bekrachtigde vangnetten voor werkenden, bedrijven en staten geven in dit verband belangrijke financieringssteun.

De Raad van Bestuur wijst op de cruciale rol van het Next Generation EU-herstelplan en benadrukt dat het belangrijk is dat dit plan onverwijld operationeel wordt. De Raad roept de lidstaten op de fondsen in te zetten voor productieve openbare uitgaven, geflankeerd door productiviteitsverhogend structureel beleid. Op die manier zou het Next Generation EU-programma bijdragen aan een sneller, sterker en evenwichtiger herstel en aan vergroting van de economische veerkracht en het groeipotentieel van de lidstaten, hetgeen weer ten goede komt aan de effectiviteit van het monetair beleid in het eurogebied. Zulk structureel beleid is van zeer groot belang om reeds lang bestaande structurele en institutionele zwakheden aan te pakken en de groene en de digitale transitie te versnellen.

We zijn nu klaar om uw vragen te beantwoorden.

Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.