PERSCONFERENTIE

Mario Draghi, president van de ECB,
Luis de Guindos, vicepresident van de ECB,
Frankfurt am Main, 7 maart 2019

INLEIDENDE VERKLARING

Dames en heren, de vicepresident en ik heten u van harte welkom bij onze persconferentie. We zullen nu verslag doen van de vergadering van de Raad van Bestuur van vandaag, die tevens werd bijgewoond door de vicevoorzitter van de Commissie, de heer Dombrovskis.

Op basis van onze reguliere economische en monetaire analyses hebben wij een grondige beoordeling uitgevoerd van de vooruitzichten voor de economie en de inflatie, waarbij tevens rekening werd gehouden met de meest recente door medewerkers samengestelde macro-economische projecties voor het eurogebied. Als uitkomst daarvan heeft de Raad van Bestuur, om zijn prijsstabiliteitsdoelstelling te verwezenlijken, de volgende beslissingen genomen.

Ten eerste hebben wij hebben besloten de basisrentetarieven van de ECB ongewijzigd te laten. Wij verwachten nu dat deze ten minste tot en met eind 2019 op hun huidige niveau zullen blijven, en in ieder geval zo lang als noodzakelijk is om te zorgen voor een verdergaande duurzame convergentie van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2% op middellange termijn.

Ten tweede zijn wij voornemens de aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het activa-aankoopprogramma (asset purchase programme – APP) en die de vervaldatum hebben bereikt, volledig te blijven herinvesteren, en wel voor geruime tijd voorbij het moment waarop de Raad van Bestuur begint de basisrentetarieven van de ECB te verhogen, en in ieder geval zo lang als noodzakelijk is om gunstige liquiditeitscondities en een ruime mate van monetaire accommodatie te handhaven.

Ten derde hebben wij besloten van start te gaan met een nieuwe reeks van driemaandelijkse gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (targeted longer-term refinancing operations – TLTRO-III), te beginnen in september 2019 en eindigend in maart 2021, elk met een looptijd van twee jaar. Deze nieuwe transacties zullen bijdragen aan het in stand houden van de gunstige bancaire leenvoorwaarden en de soepele doorwerking van het monetair beleid. In het kader van TLTRO-III zullen de tegenpartijen mogen lenen tot 30% van de stand van de daarvoor in aanmerking komende leningen per 28 februari 2019, tegen een tarief dat gekoppeld is aan de rente op de basisherfinancieringstransacties tijdens de looptijd van elke transactie. Net zoals bij het bestaande TLTRO-programma het geval is, bevat TLTRO-III ingebouwde prikkels voor het handhaven van gunstige kredietvoorwaarden. Te zijner tijd worden de exacte voorwaarden van TLTRO-III nader bekendgemaakt.

Ten vierde zullen wij onze kredietverleningstransacties blijven uitvoeren als vaste-rentetenders met volledige toewijzing, voor zolang als nodig is en ten minste tot het einde van de reserveaanhoudingsperiode die in maart 2021 start.

De vandaag genomen monetairbeleidsbeslissingen moeten ervoor zorgen dat de inflatie op een duurzaam traject blijft naar een niveau onder maar dicht bij 2% op middellange termijn. Hoewel er tekenen zijn dat een aantal van de idiosyncratische binnenlandse factoren die de groei temperen, beginnen weg te ebben, wijst de verzwakking van de economische gegevens op een aanzienlijke matiging in het tempo van de economische groei, die zal aanhouden tot in het lopende jaar. De aanhoudende onzekerheden in verband met geopolitieke factoren, de dreiging van protectionisme en kwetsbaarheden in opkomende markten lijken sporen na te laten in het economisch sentiment. Bovendien blijft de onderliggende inflatie gematigd. De zwakkere economische groei vertraagt de aanpassing van de inflatie in de richting van onze doelstelling. Tegelijkertijd blijven de positieve financieringscondities, de gunstige dynamiek op de arbeidsmarkten en de toenemende loongroei de groei van het eurogebied en geleidelijk stijgende inflatiedruk in de hand werken. De beslissingen van vandaag zullen de verdere opbouw van binnenlandse prijsdruk en het verloop van de totale inflatie op middellange termijn ondersteunen. Onze forward guidance ten aanzien van de basisrentetarieven van de ECB, versterkt door de herinvesteringen van de aanzienlijke portefeuille aangekochte activa en de nieuwe reeks TLTRO’s zullen een aanzienlijke monetairbeleidsstimulans blijven verschaffen. In elk geval staat de Raad van Bestuur klaar om al zijn instrumenten zo nodig aan te passen om ervoor te zorgen dat de inflatie zich op duurzame wijze blijft ontwikkelen in de richting van de inflatiedoelstelling van de Raad van Bestuur.

Staat u mij nu toe onze beoordeling nader toe te lichten, te beginnen met de economische analyse. In het vierde kwartaal van 2018 steeg het reële bbp van het eurogebied met 0,2% ten opzichte van het voorgaande kwartaal, na een stijging van 0,1% in het derde kwartaal. De actuele gegevens zijn nog altijd zwak, vooral in de verwerkende industrie, als gevolg van de vertraging van de externe vraag, versterkt door enkele land- en sectorspecifieke factoren. De impact van deze factoren blijkt iets langer aan te houden, wat erop wijst dat de groeivooruitzichten op korte termijn zwakker zullen uitvallen dan eerder verwacht. In de toekomst zal het effect van deze ongunstige factoren naar verwachting verdwijnen. De groei van het eurogebied zal ondersteund blijven worden door gunstige financieringsomstandigheden, verder toenemende werkgelegenheid en stijgende lonen, evenals de aanhoudende – zij het iets tragere – groei van de mondiale bedrijvigheid.

Deze beoordeling wordt grotendeels weerspiegeld in de in maart 2019 door medewerkers van de ECB opgestelde macro-economische projecties voor het eurogebied. Volgens deze projecties stijgt het reële bbp op jaarbasis naar verwachting met 1,1% in 2019, met 1,6% in 2020 en met 1,5% in 2021. Vergeleken met de door medewerkers van het Eurosysteem opgestelde macro-economische projecties van december 2018 zijn de vooruitzichten voor de reële bbp-groei aanzienlijk naar beneden bijgesteld in 2019 en licht neerwaarts herzien in 2020.

De risico’s rond de vooruitzichten voor de groei van het eurogebied zijn nog steeds neerwaarts gericht, ten gevolge van de aanhoudende onzekerheden in verband met geopolitieke factoren, de dreiging van protectionisme en kwetsbaarheden in de opkomende markten.

Volgens de flashraming van Eurostat beliep de HICP-inflatie van het eurogebied op jaarbasis 1,5% in februari 2019, tegen 1,4% in januari, wat de enigszins hogere inflatie van de energie- en voedingsmiddelenprijzen weerspiegelde. Op basis van de huidige termijnprijzen voor olie zal de totale inflatie waarschijnlijk rond het huidige niveau blijven schommelen en tegen het einde van het jaar afnemen. De maatstaven van de onderliggende inflatie blijven over het algemeen gematigd, maar de arbeidskostendruk heeft aan kracht en breedte gewonnen, tegen de achtergrond van hoge niveaus van capaciteitsbenutting en krapper wordende arbeidsmarkten. Op middellange termijn zal de onderliggende inflatie naar verwachting stijgen, onder impuls van onze monetairbeleidsmaatregelen, de aanhoudende economische expansie en stijgende loongroei.

Deze beoordeling komt ook in grote mate overeen met de door medewerkers van de ECB samengestelde macro-economische projecties voor het eurogebied van maart 2019, die een HICP-inflatie op jaarbasis voorzien van 1,2% in 2019, 1,5% in 2020 en 1,6% in 2021. Vergeleken met de door medewerkers van het Eurosysteem samengestelde macro-economische projecties van december 2018 zijn de vooruitzichten voor de HICP-inflatie gedurende de projectieperiode neerwaarts bijgesteld, vooral als gevolg van de zwakkere groeivooruitzichten op korte termijn.

Wat de monetaire analyse betreft, vertraagde de groei van het ruime monetaire aggregaat (M3) in januari 2019 tot 3,8%, tegen 4,1% in december 2018. De M3-groei wordt nog steeds ondersteund door de verstrekking van bancair krediet, hoewel de jongste tijd een matiging werd opgetekend in het kredietverloop. Het eng gedefinieerde monetaire aggregaat M1 bleef de belangrijkste bijdrage leveren aan de groei van het ruime monetaire aggregaat.

Het twaalfmaands groeitempo van de leningen aan niet-financiële ondernemingen liep terug tot 3,3% in januari 2019, tegen 3,9% in december 2018. Dit weerspiegelde een basiseffect, maar in sommige landen ook de doorgaans vertraagde reactie op de vertraging van de economische bedrijvigheid. Het groeitempo op jaarbasis van de leningen aan huishoudens bleef daarbij op 3,2%. De leenvoorwaarden voor bedrijven en huishoudens zijn nog steeds gunstig, aangezien de sinds juni 2014 genomen monetairbeleidsmaatregelen bevorderlijk blijven voor de toegang tot financiering, vooral voor kleine en middelgrote ondernemingen. De vandaag genomen monetairbeleidsmaatregelen, en vooral de nieuwe reeks TLTRO’s, zullen ertoe bijdragen dat de bancaire kredietvoorwaarden in de toekomst gunstig blijven.

Kortom: een toetsing van de uitkomsten van de economische analyse aan de signalen uit de monetaire analyse bevestigde dat een ruime mate van monetaire accommodatie nog steeds noodzakelijk is voor de aanhoudende duurzame convergentie van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2% op middellange termijn.

Om ten volle de vruchten van onze monetairbeleidsmaatregelen te kunnen plukken, moet ook op andere beleidsterreinen een vastbeslotener bijdrage worden geleverd om het groeipotentieel op langere termijn te verhogen en de kwetsbaarheden te verminderen. De uitvoering van structurele hervormingen in de landen van het eurogebied dient aanzienlijk te worden opgevoerd om de schokbestendigheid te vergroten, de structurele werkloosheid te verminderen en de productiviteit en het groeipotentieel van het eurogebied te stimuleren. Dat is vooral belangrijk in het licht van de over het geheel genomen beperkte tenuitvoerlegging van de landspecifieke aanbevelingen van 2018, zoals de Europese Commissie recentelijk heeft bekendgemaakt. Wat betreft het begrotingsbeleid, ondersteunen de gematigd expansieve begrotingskoers in het eurogebied en de werking van automatische stabilisatoren de economische bedrijvigheid. Tegelijkertijd moeten de landen met een hoge overheidsschuld doorgaan met het weer opbouwen van begrotingsbuffers. Alle landen moeten hun inspanningen voor een groeivriendelijker samenstelling van de overheidsfinanciën blijven opvoeren. Tevens blijft het van cruciaal belang het begrotingskader en het kader voor economisch bestuur van de Europese Unie in de tijd en in de verschillende landen transparant en consistent ten uitvoer te leggen, teneinde de schokbestendigheid van de economie van het eurogebied te versterken. Het verbeteren van de werking van de Economische en Monetaire Unie blijft een prioriteit. De Raad van Bestuur verwelkomt de lopende werkzaamheden en roept op tot verdere specifieke en vastbesloten stappen om de bankenunie en de kapitaalmarktenunie te voltooien.

Wij staan nu tot uw beschikking voor vragen.

Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.

Contactpersonen voor de media