PERSCONFERENTIE

Mario Draghi, President van de ECB,
Luis de Guindos, Vicepresident van de ECB,
Frankfurt am Main, 13 september 2018

INLEIDENDE VERKLARING

Dames en heren, de Vicepresident en ik heten u van harte welkom bij onze persconferentie. We zullen nu verslag doen van de vergadering van de Raad van Bestuur van vandaag, die tevens werd bijgewoond door de Vice-Voorzitter van de Commissie, de heer Dombrovskis.

Op basis van onze reguliere economische en monetaire analyses hebben wij besloten de basisrentetarieven van de ECB onveranderd te laten. Wij blijven verwachten dat deze ten minste de hele zomer van 2019 op hun huidige niveau zullen blijven, en in ieder geval zo lang als noodzakelijk is om te zorgen voor een verdergaande duurzame convergentie van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2% op de middellange termijn.

Met betrekking tot de bijzondere monetairbeleidsmaatregelen: wij zullen doorgaan met het doen van netto-aankopen in het kader van het programma voor de aankoop van activa (APP) tegen het huidige maandelijkse bedrag van €30 miljard tot het eind van deze maand. Na september 2018 zullen wij het maandelijkse bedrag van de netto activa-aankopen verlagen naar €15 miljard tot het einde van december 2018. Mits onze inflatievooruitzichten voor de middellange termijn worden bevestigd door binnenkomende gegevens, verwachten wij dat wij de netto-aankopen dan zullen beëindigen. Wij zijn voornemens voor langere tijd na afloop van onze netto activa-aankopen de aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het APP en die de vervaldatum hebben bereikt, te herinvesteren, en in ieder geval zo lang als noodzakelijk is om gunstige liquiditeitscondities en een ruime mate van monetaire accommodatie te handhaven.

De binnenkomende gegevens, met inbegrip van onze nieuwe door medewerkers opgestelde projecties van september 2018, bevestigen globaal genomen onze eerdere beoordeling van een aanhoudend breed gedragen expansie van de economie van het eurogebied en van een geleidelijk stijgende inflatie. De onderliggende sterkte van de economie blijft steun geven aan ons vertrouwen dat de duurzame convergentie van de inflatie in de richting van onze doelstelling zal aanhouden, en in stand zal blijven zelfs na een geleidelijke afbouw van onze netto-aankopen van activa. Tegelijkertijd zijn de onzekerheden in verband met toenemend protectionisme, kwetsbaarheden in de opkomende markten en volatiliteit op de financiële markten recentelijk sterker geworden. Een aanzienlijke monetairbeleidsstimulans is nog steeds nodig om steun te geven aan de verdere opbouw van de binnenlandse prijsdruk en de totale-inflatieontwikkelingen op de middellange termijn. Deze ondersteuning zal blijven worden verschaft door de netto activa-aankopen tot het einde van het jaar, door de aanzienlijke omvang van de aangekochte activa en de daarmee verband houdende herinvesteringen, alsook door onze verbeterde indicaties omtrent de basisrentetarieven van de ECB. In elk geval staat de Raad van Bestuur klaar om al zijn instrumenten zo nodig aan te passen om ervoor te zorgen dat de inflatie zich op duurzame wijze blijft ontwikkelen in de richting van de inflatiedoelstelling van de Raad van Bestuur.

Laat ik nu gedetailleerder ingaan op onze beoordeling, te beginnen met de economische analyse. In het tweede kwartaal van 2018 steeg het reële bbp van het eurogebied kwartaal-op-kwartaal met 0,4%, na een stijging met hetzelfde percentage in het voorafgaande kwartaal. Ondanks een zekere matiging na de sterke groeiprestaties in 2017 bevestigen de meest recente economische indicatoren en uitkomsten van enquêtes over het geheel genomen de aanhoudende breed gedragen groei van de economie van het eurogebied. Onze monetairbeleidsmaatregelen blijven de binnenlandse vraag schragen. De particuliere consumptie wordt ondersteund door de voortgaande toenemende werkgelegenheid, die op haar beurt deels in het verleden doorgevoerde hervormingen op de arbeidsmarkt weerspiegelt, en door stijgende lonen. De bedrijfsinvesteringen worden bevorderd door de gunstige financieringscondities, toenemende winstgevendheid van bedrijven en solide vraag. De investeringen in woningen blijven robuust. Daarnaast zal de expansie van de mondiale bedrijvigheid naar verwachting aanhouden, en aldus steun geven aan de uitvoer uit het eurogebied.

Deze beoordeling wordt grotendeels weerspiegeld in de in september 2018 door medewerkers van de ECB opgestelde macro-economische projecties voor het eurogebied. Volgens deze projecties stijgt het reële bbp op jaarbasis naar verwachting met 2,0% in 2018, met 1,8% in 2019 en met 1,7% in 2020. Ten opzichte van de door medewerkers van het Eurosysteem opgestelde macro-economische projecties van juni 2018 zijn de vooruitzichten voor de groei van het reële bbp voor 2018 en 2019 enigszins naar beneden bijgesteld, vooral ten gevolge van een iets zwakkere bijdrage van de externe vraag.

De risico's rond de groeivooruitzichten voor het eurogebied kunnen nog steeds globaal genomen worden beoordeeld als in evenwicht. Tegelijkertijd zijn de risico's in verband met toenemend protectionisme, kwetsbaarheden in de opkomende markten en volatiliteit op de financiële markten recentelijk sterker geworden.

Volgens de flash raming van Eurostat bedroeg de HICP-inflatie van het eurogebied op jaarbasis in augustus 2018 2,0%, een daling ten opzichte van de 2,1% in juli. Op basis van de huidige futuresprijzen voor olie, zal de totale inflatie op jaarbasis de rest van het jaar waarschijnlijk rond het huidige niveau schommelen. Hoewel de maatstaven van de onderliggende inflatie over het algemeen gematigd blijven, zijn zij wel gestegen ten opzichte van eerdere lage niveaus. De binnenlandse kostendruk wordt sterker en breder bij hoge niveaus van capaciteitsbenutting en krapper wordende arbeidsmarkten, wat de loongroei doet stijgen. De onzekerheid omtrent de inflatievooruitzichten is aan het afnemen. De onderliggende inflatie zal naar verwachting tegen het einde van het jaar aantrekken en daarna op de middellange termijn geleidelijk stijgen, ondersteund door onze monetairbeleidsmaatregelen, de aanhoudende economische expansie en stijgende loongroei.

Deze beoordeling wordt ook grotendeels weerspiegeld in de in september 2018 door medewerkers van de ECB opgestelde macro-economische projecties voor het eurogebied, die een HICP-inflatie op jaarbasis voorzien van 1,7% in 2018, 2019 en 2020, onveranderd dus ten opzichte van de in juni 2018 door medewerkers van het Eurosysteem opgestelde macro-economische projecties voor het eurogebied.

Wat de monetaire analyse betreft, daalde in juli 2018 de groei van het ruime monetaire aggregaat (M3) naar 4,0%, ten opzichte van de 4,5% in juni. Behoudens enige volatiliteit in de maandstromen wordt de M3-groei in toenemende mate ondersteund door de schepping van bancair krediet. Het eng gedefinieerde monetaire aggregaat M1 blijft de belangrijkste bijdrage leveren aan de ruime geldgroei.

Het sinds het begin van 2014 waargenomen herstel van de groei van de kredietverlening aan de private sector zet door. Het groeitempo op jaarbasis van de leningen aan niet-financiële vennootschappen kwam in juli 2018 uit op 4,1%, terwijl de twaalfmaandsgroei van de leningen aan huishoudens 3,0% bedroeg, beide percentages dus onveranderd ten opzichte van juni.

De doorwerking van de sinds juni 2014 genomen monetairbeleidsmaatregelen blijft aanzienlijke steun geven aan de leenvoorwaarden voor bedrijven en huishoudens, de toegang tot financiering (in het bijzonder voor kleine en middelgrote ondernemingen), en aan de kredietstromen in het gehele eurogebied.

Kortom: een toetsing van de uitkomsten van de economische analyse aan de signalen uit de monetaire analyse bevestigde dat een ruime mate van monetaire accommodatie nog steeds noodzakelijk is voor de aanhoudende duurzame convergentie van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2% op de middellange termijn.

Om ten volle de vruchten van onze monetairbeleidsmaatregelen te kunnen plukken, moet ook op andere beleidsterreinen een vastbeslotener bijdrage worden geleverd om het groeipotentieel op de langere termijn te verhogen en kwetsbaarheden te verminderen. De tenuitvoerlegging van structurele hervormingen in landen van het eurogebied dient aanzienlijk te worden opgevoerd om de schokbestendigheid te vergroten, de structurele werkloosheid te verminderen en de productiviteit en het groeipotentieel van het eurogebied te stimuleren. Wat het begrotingsbeleid betreft, maakt de breed gedragen expansie het wenselijk begrotingsbuffers weer op te bouwen. Dit is met name belangrijk in landen waar de overheidsschuld hoog is en waarvoor volledige naleving van het Stabiliteits- en Groeipact van cruciaal belang is om een gezonde begrotingspositie te handhaven. Net zo blijft het in de tijd en in de verschillende landen op transparante en consistente wijze tenuitvoerleggen van het begrotingskader en het kader voor economisch bestuur van de EU van essentieel belang om de schokbestendigheid van de economie van het eurogebied te versterken. Het verbeteren van de werking van de Economische en Monetaire Unie blijft een prioriteit. De Raad van Bestuur roept op tot specifieke en vastbesloten stappen om de bankenunie en de kapitaalmarktenunie te voltooien.

Wij staan nu tot uw beschikking voor vragen.

Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.

Contactpersonen voor de media