Jaarstukken 2025
Kerncijfers
![]() | ![]() |
Balans | Verlies over het boekjaar |
Het balanstotaal van de ECB kromp in 2025 met € 37,3 miljard, vooral door de vermindering van het aantal voor het monetair beleid aangehouden effecten, aangezien het Eurosysteem niet langer de hoofdsommen van op vervaldag gekomen effecten in het kader van het APP en het PEPP herinvesteerde. | Het verlies van de ECB was in 2025 aanzienlijk kleiner dan in 2024, voornamelijk als gevolg van een daling van de rentelasten in verband met de netto TARGET-verplichting.
Net als het verlies van de twee voorgaande jaren zal het verlies van 2025 op de balans van de ECB blijven staan en worden verrekend met toekomstige winsten. |
Balans | Winst/(verlies) over het boekjaar |
(EUR miljard) | (EUR miljoen) |
![]() | ![]() |
1 Managementverslag
1.1 Doel van het managementverslag van de ECB
Het managementverslag vormt een integraal onderdeel van de jaarstukken van de ECB en is bedoeld om de lezer contextuele informatie met betrekking tot de jaarrekening te geven.[1],[2] Aangezien de activiteiten en transacties van de ECB haar beleidsdoelstellingen ondersteunen, dienen de financiële positie en het resultaat van de ECB in samenhang met haar beleidsacties te worden gezien.
In het managementverslag wordt ingegaan op de belangrijkste taken en activiteiten van de ECB, evenals op de invloed daarvan op de jaarrekening van de ECB. Verder bevat het managementverslag een analyse van de belangrijkste ontwikkelingen van de balans en de winst-en-verliesrekening gedurende het jaar en geeft het informatie over het eigen vermogen van de ECB.[3] Ten slotte bevat dit verslag een beschrijving van de risico-omgeving waarin de ECB opereert, aan de hand van informatie over de specifieke risico’s waaraan de ECB blootstaat en over het risicobeheerbeleid dat de ECB voert om de risico’s te mitigeren.
1.2 Belangrijkste taken en activiteiten
De ECB is onderdeel van het Eurosysteem, dat naast de ECB de nationale centrale banken (NCB’s) van de lidstaten van de Europese Unie (EU) omvat die de euro als munt gebruiken.[4] De hoofddoelstelling van het Eurosysteem is de handhaving van de prijsstabiliteit. De ECB vervult haar taken zoals beschreven in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie[5] en in de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (Statuten van het ESCB)[6] (zie Figuur 1). De ECB voert haar werkzaamheden uit ter vervulling van haar mandaat, zonder winstoogmerk.
Figuur 1
De belangrijkste taken van de ECB

Overeenkomstig het beginsel van de gedecentraliseerde tenuitvoerlegging van het monetair beleid in het Eurosysteem, worden de monetairbeleidstransacties verantwoord in de jaarrekening van de ECB en van de nationale centrale banken van het eurogebied. Sommige instrumenten die deel uitmaken van het operationele kader voor het monetair beleid van het Eurosysteem worden niet door de ECB gebruikt en hebben dus geen invloed op de jaarrekening van de ECB.[7]
Tabel 1 bevat een overzicht van de belangrijkste activiteiten van de ECB die voortvloeien uit haar mandaat, en de invloed daarvan op de jaarrekening van de ECB.
Tabel 1
De belangrijkste activiteiten van de ECB en hoe deze tot uitdrukking komen in de jaarrekening
Vaststellen en uitvoeren van het monetair beleid
Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten | Deze effecten zijn aangekocht door de ECB en de NCB’s van het Eurosysteem en opgenomen onder de balanspost ‘Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten’. De aangehouden schuldbewijzen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen. |
Effectenuitlening | Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten zijn beschikbaar voor uitlening door het Eurosysteem.[8] Voor de ECB worden de effectenuitleningstransacties uitgevoerd door gespecialiseerde instellingen. Deze transacties worden verantwoord onder de balansposten ‘Overige verplichtingen aan kredietinstellingen in het eurogebied, luidende in euro’, ‘Verplichtingen aan overige ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro – Overige verplichtingen’ en ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’, indien onderpand wordt verstrekt in de vorm van geldmiddelen en deze middelen onbelegd blijven. Anders worden de desbetreffende effectenuitleningstransacties op buitenbalansrekeningen verantwoord. |
Liquiditeitsverschaffing in vreemde valuta | De ECB treedt op als intermediair tussen centrale banken die niet tot het eurogebied behoren en de NCB’s van het eurogebied door middel van swaptransacties die zijn bedoeld om voor de korte termijn financiering in vreemde valuta te verstrekken aan tegenpartijen van het Eurosysteem.[9] |
Liquiditeitsverschaffing aan centrale banken buiten het eurogebied, in euro | Het Eurosysteem kan liquiditeit in euro's verschaffen aan centrale banken buiten het eurogebied door middel van swap- en repotransacties in ruil voor toegelaten onderpand.[10] |
Verrichten van valutamarkttransacties en aanhouden en beheren van externe reserves
Valutamarkttransacties en het beheer van de externe reserves | De externe reserves zijn in de balans opgenomen, voornamelijk onder de posten ‘Goud en goudvorderingen’, ‘Vorderingen op niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta’ en ‘Vorderingen op ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta’, terwijl eventuele daarmee gepaard gaande verplichtingen worden verantwoord als ‘Verplichtingen aan ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta’ en ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta’. Deviezentransacties worden tot de afwikkelingsdatum op buitenbalansrekeningen verantwoord. |
Bevorderen van de goede werking van het betalingsverkeer
Betalingssystemen (TARGET) | De TARGET-saldi van de tot het Eurosysteem behorende NCB’s ten opzichte van de ECB worden in de balans van de ECB gesaldeerd als één vordering of verplichting weergegeven onder de post ‘Vorderingen uit hoofde van TARGET (netto)’ en ‘Verplichtingen uit hoofde van TARGET (netto)’.[11] Saldi binnen het ESCB ten opzichte van de ECB die voortvloeien uit de deelname van NCB's van buiten het eurogebied aan TARGET worden verantwoord op de balans onder ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’. Saldi van aangesloten systemen van derden die via de TARGET-ECB-component aan TARGET zijn gekoppeld, worden op de balans opgenomen onder ‘Verplichtingen aan overige ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’ of ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’, afhankelijk van de vraag of de beherende entiteit in of buiten het eurogebied is gevestigd.[12] |
Bijdragen aan de veiligheid en soliditeit van het bankwezen en aan de stabiliteit van het financiële stelsel door middel van bankentoezicht
Bankentoezicht – het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (SSM) | De jaarlijkse kosten van de ECB in verband met haar toezichtstaken worden elk jaar via een toezichtsvergoeding in rekening gebracht bij de onder toezicht staande entiteiten. De toezichtsvergoedingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen onder ‘Nettobaten uit vergoedingen en provisies’. |
Overige
Bankbiljetten in omloop | Aan de ECB is een aandeel van 8% in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop toegekend. Dit aandeel wordt gedekt door vorderingen op de NCB’s, die in de balans worden opgenomen onder ‘Vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem’ en werden vergoed tegen de laatst beschikbare rentevoet die het Eurosysteem hanteert voor de depositofaciliteit. De rente wordt in de winst-en-verliesrekening verantwoord onder ‘Rentebaten’. |
Eigenmiddelenportefeuille | De eigenmiddelenportefeuille van de ECB wordt in de balans opgenomen, voornamelijk onder ‘Overige financiële activa’. |
1.3 Financiële ontwikkelingen
1.3.1 Balans
Tot en met 2022 bleef de balans van de ECB groeien (Grafiek 1), vooral door de aankoop (zonder wederinkoop) van effecten door de ECB in het kader van het programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme – APP) en het pandemie-noodaankoopprogramma (pandemic emergency purchase programme – PEPP), als onderdeel van de tenuitvoerlegging van het monetair beleid van het Eurosysteem.[13] De stijging in 2022 was gematigder als gevolg van de stopzetting van de nettoaankopen van effecten in het kader van het PEPP en het APP vanaf respectievelijk eind maart 2022 en 1 juli 2022. In 2023 en 2024 kromp het balanstotaal als gevolg van een geleidelijke vermindering van de in het kader van het APP aangehouden effecten doordat de hoofdsommen van op vervaldag gekomen effecten tussen maart en juni 2023 slechts gedeeltelijk werden geherinvesteerd, en vanaf juli 2023 helemaal niet meer. Een geleidelijke afname van de PEPP-portefeuille door de slechts gedeeltelijke herinvestering van hoofdsommen in de tweede helft van 2024 droeg ook bij aan de daling van het balanstotaal van de ECB in dat jaar. Deze herinvesteringen werden eind 2024 beëindigd.
€ 37,3 miljard
Afname balanstotaal van de ECB
In 2025 kromp het balanstotaal van de ECB opnieuw met € 37,3 miljard, tot € 603,3 miljard, wederom voornamelijk door aflossingen van krachtens het APP en het PEPP aangehouden effecten. Deze aflossingen hebben geresulteerd in een vermindering van de ‘Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten’, terwijl de afwikkeling van deze transacties in centralebankgeld via TARGET-rekeningen tot uiting kwam in een overeenkomstige afname van de post ‘Verplichtingen binnen het Eurosysteem’. Deze afname werd slechts gedeeltelijk gecompenseerd door de uitstroom van kasmiddelen als gevolg van een daling van de bij de ECB geplaatste deposito’s, wat tegelijkertijd resulteerde in een afname van de overige verplichtingen.
Grafiek 1
Belangrijkste posten van de balans van de ECB
(EUR miljard)

Bron: ECB.
Toelichting: Voor de opstelling van de jaarstukken van de ECB bestaat het eigen vermogen van de ECB uit het gestorte kapitaal, de voorziening voor financiële risico's en het algemeen reservefonds, de herwaarderingsrekeningen (uitgezonderd de herwaarderingsrekening voor vergoedingen na uitdiensttreding), geaccumuleerde verliezen uit voorgaande jaren en het jaarresultaat.
Voor informatie over de aanpassingen van de cijfers over 2023, zie ‘Wijzigingen in de weergave van de jaarrekening’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’ van de jaarrekening van de ECB 2024.
54%
Aandeel voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten in totale activa
De voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten luidende in euro’s besloegen eind 2025 54% van de totale activa van de ECB. Deze balanspost betreft de effecten die de ECB heeft aangekocht in het kader van het programma voor de effectenmarkten (securities markets programme – SMP), het derde programma voor de aankoop van gedekte obligaties (covered bond purchase programmes – CBPP3), het programma voor de aankoop van effecten op onderpand van activa (asset-backed securities purchase programme – ABSPP), het aankoopprogramma voor door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen (public sector purchase programme – PSPP) en het pandemie-noodaankoopprogramma (pandemic emergency purchase programme – PEPP). De in het kader van deze programma’s aangekochte effecten worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen.
€ 51,5 miljard
Afname van de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten
In overeenstemming met de besluiten van de Raad van Bestuur heeft het Eurosysteem de herinvestering van de aflossingen op effecten die de vervaldatum hebben bereikt in het kader van het APP en het PEPP, vanaf respectievelijk juli 2023 en eind 2024 stopgezet. Als gevolg van deze beslissingen zijn door de ECB voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten in een gelijkmatig en voorspelbaar tempo afgenomen. In 2025 namen de monetairbeleidsportefeuilles af met € 51,5 miljard tot € 325,3 miljard (Grafiek 2). De APP-portefeuille daalde met € 33,7 miljard naar € 186,5 miljard. De aangehouden effecten in het kader van het PSPP, het ABSPP en het CBPP3 liepen met respectievelijk € 26,5 miljard, € 4,0 miljard en € 3,1 miljard terug. De PEPP-portefeuille verminderde met € 17,8 miljard tot € 138,6 miljard.
Grafiek 2
Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten
(EUR miljard)

Bron: ECB.
De door de ECB eind 2025 aangehouden APP- en PEPP-effecten hadden uiteenlopende looptijden (Grafiek 3).[14]
Grafiek 3
Uitsplitsing van het APP en het PEPP naar looptijd

Bron: ECB.
Toelichting: Voor effecten op onderpand van activa is het looptijdenprofiel gebaseerd op de gewogen gemiddelde looptijd van de effecten en niet op de juridische vervaldatum.
In 2025 steeg de waarde in euro’s van de externe reserves van de ECB, bestaande uit de goudvoorraad, bijzondere trekkingsrechten, Amerikaanse dollars (USD), Japanse yens (JPY) en Chinese renminbi (CNY), met € 13,6 miljard naar € 116,8 miljard.
€ 18,9 miljard
Waardestijging van de goudvoorraad van de ECB als gevolg van de hogere marktprijs van goud
Als gevolg van de stijging van de marktprijs van goud (uitgedrukt in euro’s) is de eurowaarde van de goudvoorraad van de ECB in 2025 met € 18,9 miljard toegenomen naar € 59,8 miljard (Grafiek 4). Door deze stijging namen de herwaarderingsrekeningen voor de goudvoorraad van de ECB met hetzelfde bedrag toe (zie Paragraaf 1.3.2 ‘Eigen vermogen’).
Grafiek 4
Ontwikkeling van de goudvoorraad en de goudprijs
(links: EUR miljard; rechts: euro per fine ounce goud)

Bron: ECB.
Toelichting: De post ‘Herwaarderingsrekeningen goudvoorraad’ omvat niet de bijdragen van de centrale banken van de lidstaten die na 1 januari 1999 tot het eurogebied zijn toegetreden aan de geaccumuleerde herwaarderingsrekeningen van de goudvoorraad van de ECB op de dag vóór hun toetreding tot het Eurosysteem.
€ 4,8 miljard
Afname deviezenreserves van de ECB
Uitgedrukt in euro’s zijn de door de ECB aangehouden deviezenreserves in USD, JPY en CNY in 2025 met € 4,8 miljard gedaald naar € 55,2 miljard (Grafiek 5), voornamelijk als gevolg van de depreciatie van de Amerikaanse dollar en de Japanse yen ten opzichte van de euro.[15] De waardedaling van de Amerikaanse dollar kwam ook tot uitdrukking in de lagere saldi van de herwaarderingsrekeningen van de ECB (zie Paragraaf 1.3.2 ‘Eigen vermogen’). De waardedaling van de Japanse yen resulteerde in een valutakoersafwaardering die ultimo boekjaar in de winst-en-verliesrekening is opgenomen, aangezien de betreffende herwaarderingsrekeningen in 2024 volledig waren ingezet (zie Paragraaf 1.3.3 ‘Winst-en-verliesrekening’). Ondanks deze afwaardering is de portefeuille Japanse yens toegenomen als gevolg van een standaardherbalancering om de samenstelling van de externe reserves van de ECB in overeenstemming te brengen met de beoogde toedeling. Als onderdeel van deze herbalancering heeft de ECB gedurende het eerste kwartaal van 2025 een klein deel van haar portefeuille Amerikaanse dollars verkocht en de opbrengst volledig herbelegd in Japanse yens.
Grafiek 5
Uitsplitsing van de deviezenreserves naar valuta
(EUR miljard)

Bron: ECB.
De deviezenreserves van de ECB blijven gedomineerd worden door de Amerikaanse dollar, die ultimo 2025 78% van het totaal uitmaakte.
De ECB beheert haar deviezenreserves door middel van een driestappenaanpak. Eerst stellen de risicobeheerders van de ECB een strategische benchmarkportefeuille samen, die door de Raad van Bestuur wordt goedgekeurd. Vervolgens ontwikkelen de portefeuillebeheerders van de ECB de tactische benchmarkportefeuille; deze wordt door de directie goedgekeurd. Als laatste stap worden de beleggingstransacties dagelijks decentraal uitgevoerd door de NCB's.
De deviezenreserves van de ECB worden belegd in effecten, omgekeerde repotransacties en geldmarktdeposito’s of op rekeningen-courant aangehouden (Grafiek 6). De effecten in deze portefeuille worden gewaardeerd tegen de marktprijs per jaareinde.
Grafiek 6
Uitsplitsing van de deviezenreserves naar soort belegging
(EUR miljard)

Bron: ECB.
Toelichting: vanaf 2025 presenteert de ECB een overnight belegging van kassaldi onder ‘Omgekeerde repo’s’ als deze fondsen deel uitmaken van een repopool. De hiermee verband houdende saldi voor de jaren 2021-24 zijn overeenkomstig van ‘Rekeningen-courant’ overgebracht naar ‘Omgekeerde repo’s’.
48%
van de in vreemde valuta luidende effecten heeft een looptijd van minder dan één jaar
De ECB houdt de deviezenreserves aan om eventuele interventies op de valutamarkt te financieren. Om die reden worden de deviezenreserves van de ECB beheerd op basis van drie doelstellingen (in volgorde van prioriteit): liquiditeit, veiligheid en rendement. Daarom bestaat deze portefeuille voor bijna de helft uit effecten met een korte looptijd (Grafiek 7).
Grafiek 7
Uitsplitsing van de in vreemde valuta luidende effecten naar looptijd

Bron: ECB.
De eigenmiddelenportefeuille van de ECB bestaat hoofdzakelijk uit beleggingen van het gestorte kapitaal van de ECB en bedragen die zijn opzijgezet in het algemeen reservefonds en in de voorziening voor financiële risico's.[16] De waarde van deze portefeuille nam in 2025 met € 0,4 miljard toe naar € 23,1 miljard (Grafiek 8), vooral als gevolg van de herinvestering van de rentebaten uit deze portefeuille.
Grafiek 8
Eigenmiddelenportefeuille
(EUR miljard)

Bron: ECB.
De eigenmiddelenportefeuille bestaat bijna volledig uit in euro's luidende effecten, gewaardeerd tegen de marktprijs per jaareinde. In 2025 bestond de totale portefeuille voor 73% uit overheidsschuldpapier.
33%
Aandeel groene beleggingen in de eigenmiddelenportefeuille van de ECB
Het aandeel groene beleggingen in de eigenmiddelenportefeuille bleef toenemen, van 28% aan het einde van 2024 tot 33% eind 2025.[17] De ECB is van plan dit aandeel de komende jaren verder te vergroten.[18] In 2021 en 2022 werden aankopen van groene effecten op de secundaire markten aangevuld met beleggingen in het beleggingsfonds van in euro’s luidende groene obligaties voor centrale banken (EUR BISIP G2), waarmee de Bank voor Internationale Betalingen in januari 2021 is gestart. In oktober 2024 is de ECB begonnen met het beleggen van een klein deel van haar eigen vermogen in op de beurs verhandelde aandelenfondsen (equity exchange-traded funds – ETF’s) die op het klimaatakkoord van Parijs afgestemde benchmarks volgen.[19] Deze diversificatie vergroot het potentieel rendement van de eigenmiddelenportefeuille van de ECB en brengt de beleggingen van de ECB meer in lijn met een decarbonisatietraject dat in overeenstemming is met de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs en de Europese klimaatwet.[20]
Het doel van de eigenmiddelenportefeuille is inkomsten te genereren voor de financiering van de bedrijfskosten van de ECB die geen verband houden met de uitvoering van haar toezichtstaken.[21] De portefeuille omvat in euro's luidende activa en bij het beheer ervan gelden de limieten uit het risicobeheersingskader. Daarom is de portefeuille meer gespreid wat betreft looptijden (Grafiek 9) dan de aangehouden deviezenreserves.
Grafiek 9
Uitsplitsing van de effecten in de eigenmiddelenportefeuille naar looptijd

Bron: ECB.
Ultimo 2025 bedroeg de totale waarde van de door het Eurosysteem uitgegeven eurobankbiljetten in omloop € 1.619,5 miljard, 2,0% meer dan eind 2024. Aan de ECB is een aandeel van 8% in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop toegekend, ter waarde van € 129,6 miljard aan het einde van het boekjaar. Zowel de ECB als de NCB’s van het eurogebied hebben het recht eurobankbiljetten uit te geven. In de praktijk geven echter alleen de NCB’s fysiek eurobankbiljetten uit of nemen ze uit omloop. Daarom heeft de ECB vorderingen binnen het Eurosysteem ten opzichte van de NCB's van het eurogebied naar rata van haar aandeel in de waarde van de bankbiljetten in omloop.
De verplichtingen van de ECB binnen het Eurosysteem zijn in 2025 met € 34,6 miljard gedaald tot € 354,1 miljard. Deze verplichtingen bestaan voornamelijk uit het saldo van de TARGET-vorderingen en -verplichtingen van de NCB’s van het eurogebied ten opzichte van de ECB en de verplichtingen van de ECB met betrekking tot de externe reserves die de NCB's aan de ECB hebben overgedragen toen ze tot het Eurosysteem toetraden.
€ 34,6 miljard
Afname van de netto TARGET-verplichting van de ECB
Het verloop van de verplichtingen binnen het Eurosysteem wordt voornamelijk bepaald door de ontwikkeling van de netto TARGET-verplichting. De belangrijkste factoren die bijdroegen tot de veranderingen in de netto TARGET-verplichting in de periode 2021-25 waren de aankopen en aflossingen van effecten ten behoeve van het monetair beleid, die via TARGET-rekeningen worden afgewikkeld, en veranderingen in de verplichtingen aan ingezetenen en niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro's (Grafiek 10). In 2025 daalde de netto TARGET-verplichting van de ECB met € 34,6 miljard, voornamelijk als gevolg van de instroom van kasmiddelen uit de aflossingen van effecten ten behoeve van het monetair beleid, een effect dat deels werd tenietgedaan door de uitstroom van kasmiddelen in verband met (i) de daling van in euro luidende verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied en (ii) de betaalde rente op de netto TARGET-verplichting van de ECB.
Grafiek 10
TARGET-saldo binnen het Eurosysteem, in euro's luidende verplichtingen aan ingezetenen en niet-ingezetenen van het eurogebied en voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten
(EUR miljard)

Bron: ECB.
Toelichting: De ‘Verplichtingen aan ingezetenen en niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’ in de grafiek omvatten: ‘Overige verplichtingen aan kredietinstellingen van het eurogebied, luidende in euro’, ‘Verplichtingen aan overige ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’ en ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’.
In 2025 daalden de overige verplichtingen van de ECB met € 16,1 miljard naar € 58,8 miljard, voornamelijk door een daling van de in euro luidende verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, die op haar beurt het gevolg was van lagere door de ECB geaccepteerde deposito’s in haar rol als fiscaal agent.[22]
1.3.2 Eigen vermogen
€ 60,9 miljard
Eigen vermogen van de ECB
Het eigen vermogen van de ECB bestaat uit het volgestort kapitaal, de voorziening voor financiële risico's en het algemeen reservefonds, de herwaarderingsrekeningen, geaccumuleerde verliezen uit voorgaande jaren en de eventuele jaarwinst.[23],[24]
Eind 2025 bedroeg het eigen vermogen van de ECB in totaal € 60,9 miljard (Grafiek 11 en Tabel 2). Dit was € 11,0 miljard hoger dan eind 2024, als gevolg van de stijging van de herwaarderingsrekeningen, voornamelijk door de hogere marktprijs van goud uitgedrukt in euro’s in 2025. De toename van het eigen vermogen van de ECB werd gedeeltelijk tenietgedaan door het verlies over 2025.
Grafiek 11
Eigen vermogen van de ECB
(EUR miljard)

Bron: ECB.
Toelichting: De ‘Herwaarderingsrekeningen’ omvatten de totale herwaarderingswinsten op de goudvoorraad, deviezenreserves en aangehouden effecten en andere instrumenten, maar niet de herwaarderingsrekening voor vergoedingen na uitdiensttreding.
Tabel 2
Mutaties in het eigen vermogen van de ECB
(EUR miljoen)
Kapitaal | Herwaarderings-rekeningen | Overgedragen geaccumuleerde verliezen | Verlies over het boekjaar | Totaal eigen vermogen | |
|---|---|---|---|---|---|
Balans per 31 december 2024 | 8.925 | 50.236 | (1.266) | (7.944) | 49.951 |
Overgedragen verliezen | (7.944) | 7.944 | - | ||
Herwaarderingsrekeningen | 12.247 | ||||
- Goud | 18.860 | ||||
- Vreemde valuta's | (6.777) | ||||
- Effecten en andere instrumenten | 164 | ||||
Verlies over het boekjaar | (1.254) | (1.254) | |||
Balans per 31 december 2025 | 8.925 | 62.483 | (9.210) | (1.254) | 60.944 |
46%
Stijging marktprijs goud uitgedrukt in euro
Positieve ongerealiseerde resultaten op goud, vreemde valuta’s en aan prijsherwaardering onderhevige effecten en andere instrumenten worden niet als baten in de winst-en-verliesrekening opgenomen, maar rechtstreeks verwerkt in de herwaarderingsrekeningen aan de passivazijde van de balans. De saldi van de herwaarderingsrekeningen kunnen worden gebruikt om eventuele toekomstige ongunstige bewegingen in de respectieve prijzen en/of wisselkoersen te absorberen, en versterken derhalve de weerbaarheid van de ECB ten opzichte van de onderliggende risico’s. In 2025 stegen de herwaarderingsrekeningen voor goud, vreemde valuta’s en effecten en andere instrumenten met € 12,2 miljard naar € 62,5 miljard, voornamelijk als gevolg van hogere herwaarderingssaldi voor goud vanwege de gestegen marktprijs van goud uitgedrukt in euro’s. Dit effect werd deels tenietgedaan door de daling van de herwaarderingssaldi voor vreemde valuta’s, voornamelijk die voor Amerikaanse dollars, als gevolg van de waardedaling van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro (Grafiek 12).
Grafiek 12
Belangrijkste valutakoersen en de goudprijs in de periode 2021-2025
(mutaties in procenten t.o.v. 2021; gegevens per ultimo boekjaar)

Bron: ECB.
Met het oog op haar blootstelling aan financiële risico’s (zie Paragraaf 1.4.1 ‘Financiële risico’s’) kan de ECB een voorziening voor financiële risico’s aanleggen die gebruikt moet worden voor zover de Raad van Bestuur dit noodzakelijk acht ter compensatie van verliezen die uit deze blootstelling voortvloeien. Sinds eind 2023 staat deze voorziening op nul vanwege de volledig vrijval ervan om verliezen van de ECB in 2022 en 2023 te dekken. In het kader van de jaarlijkse beoordeling van de omvang van deze voorziening kan de Raad van Bestuur besluiten deze aan te vullen zodra de ECB opnieuw winst maakt en de overgedragen geaccumuleerde verliezen van de afgelopen jaren heeft gecompenseerd.
Het verlies van de ECB over het jaar bedroeg € 1,3 miljard (zie Paragraaf 1.3.3 ‘Winst-en-verliesrekening’). Net als in de voorgaande twee jaar heeft de Raad van Bestuur besloten het verlies op te nemen op de balans van de ECB en te verrekenen met toekomstige winsten.
1.3.3 Winst-en-verliesrekening
Gedurende de voorgaande periode van vier jaar (Grafiek 13) is het resultaat van de ECB jaar-op-jaar gedaald. In 2022 en 2023 nam het resultaat van de ECB vooral af doordat het renterisico zich materialiseerde, omdat de stijging van de rente in het eurogebied leidde tot een onmiddellijke toename van de rentelasten van de ECB op haar netto TARGET-verplichting, die vergoed wordt tegen de rente voor de basisherfinancieringstransacties.[25] Tegelijkertijd namen de inkomsten uit de activa van de ECB niet in dezelfde mate en hetzelfde tempo toe. Deze situatie hield in 2024 aan, aangezien de rentelasten op de netto TARGET-verplichting, ondanks de renteverlagingen die in juni van dat jaar werden ingezet, gemiddeld nog steeds hoger waren dan de rente-inkomsten uit de activa. In 2025 boekte de ECB weliswaar opnieuw een verlies, maar het resultaat was aanzienlijk beter dan in 2024 doordat het verschil tussen de rente op rentedragende vorderingen en die op rentedragende verplichtingen kleiner werd. De voornaamste reden hiervoor was de lagere gemiddelde rentevergoeding op de netto TARGET-verplichting, met name na verdere verlagingen van de beleidsrente (zie Paragraaf 1.4.1 ‘Financiële risico’s’).
Winst of verlies is neveneffect van het hoofddoel van de ECB: prijsstabiliteit
De verliezen van de ECB sinds 2022, die werden voorafgegaan door een lange periode van aanzienlijke winsten, weerspiegelen de rol en de noodzakelijke beleidsmaatregelen van het Eurosysteem bij het vervullen van zijn primaire mandaat om prijsstabiliteit te handhaven. Daarbij hebben de betreffende monetairbeleidsmaatregelen, zoals de programma’s voor de aankoop van activa, bijgedragen aan een verbetering van de economische resultaten. Tot en met 2022 groeide de balans van de ECB aanzienlijk, vooral door aankopen van effecten in het kader van programma’s voor de rechtstreekse aankoop van activa. De meeste van de momenteel aangehouden monetairbeleidseffecten aan de actiefzijde hebben lange looptijden en vaste coupons, en werden aangekocht toen de rente zeer laag of nul was. Deze activa worden niet onmiddellijk beïnvloed door wijzigingen in de basisrentetarieven van de ECB en blijven relatief lage rentebaten genereren. Tegelijkertijd leidde de afwikkeling van deze aankopen via TARGET tot een stijging van de netto TARGET-verplichting van de ECB, die wordt beïnvloed door veranderingen in de basisrentetarieven van de ECB. Met ingang van 2023 heeft de geleidelijke afname van het aantal voor het monetair beleid aangehouden effecten als gevolg van het uitfaseren van herinvesteringen geleid tot een overeenkomstige daling van de netto TARGET-verplichting, met als gevolg een daling van het renterisico (zie Paragraaf 1.4.1 ‘Financiële risico’s’).
ECB verwacht voor 2026 of het jaar daarna weer winst
De ECB zal naar verwachting in 2026 of het jaar daarna weer winst maken. Of deze verwachting wordt bewaarheid, is echter afhankelijk van de toekomstige niveaus van de basisrentetarieven van de ECB en de wisselkoersen, alsook van de omvang en de samenstelling van de balans van de ECB.
Daarbij wordt de financiële soliditeit van de ECB onderstreept door haar kapitaal en aanzienlijke herwaarderingsrekeningen,[26] die eind 2025 samen € 71,4 miljard bedroegen (zie Paragraaf 1.3.2 ‘Eigen vermogen’), en de ECB is hoe dan ook nog altijd volledig in staat haar primaire doelstelling te vervullen, namelijk het handhaven van prijsstabiliteit, ongeacht eventuele verliezen.
Grafiek 13
Belangrijkste posten van de winst-en-verliesrekening van de ECB
(EUR miljoen)

Bron: ECB.
Toelichting: De post ‘Overige baten en lasten’ bestaat uit de posten ‘Nettobaten uit vergoedingen en provisies’, ‘Baten uit aandelen en deelnemingen’, ‘Overige baten’ en ‘Overige kosten’.
€ 1.254 miljoen
Verlies van de ECB over 2025
In 2025 noteerde de ECB een verlies over het boekjaar van € 1.254 miljoen, aanzienlijk lager dan het verlies over 2024 door een significante daling van de nettorentelasten (Grafiek 14).
Grafiek 14
Bepalende factoren in de winst/het verlies van de ECB over 2024 en 2025
(EUR miljoen)

Bron: ECB.
Nettorentelasten voornamelijk terug te voeren op de netto TARGET-verplichting van de ECB
De nettorentelasten van de ECB bedroegen in 2025 € 178 miljoen, vergeleken met € 6.983 miljoen in 2024 (Grafiek 15). De belangrijkste component bleven de aanzienlijke rentelasten uit de netto TARGET-verplichting van de ECB, die de rentebaten uit (i) de monetairbeleidseffecten, (ii) de vorderingen van de ECB uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem en (iii) de externe reserves ruimschoots compenseerden.
Grafiek 15
Nettorentebaten/(lasten)
(EUR miljoen)

Bron: ECB.
Iets lagere rentebaten uit monetairbeleidseffecten door kleinere portefeuilles na herinvesteringsstop
De nettorentebaten uit voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten daalden in 2025 slechts licht met € 36 miljoen naar € 3.814 miljoen (Grafiek 16), voornamelijk door lagere rentebaten op aangehouden effecten in het kader van het APP (CBPP3, ABSPP en PSPP). De daling van de nettorentebaten uit APP-effecten met € 301 miljoen naar € 2,318 miljoen was voornamelijk toe te schrijven aan lagere rentebaten uit de ABSPP-portefeuille, die met € 281 miljoen afnamen tot € 137 miljoen door de aanzienlijke daling van de portefeuille als gevolg van de aflossing van deze effecten. De rentebaten uit de PSPP-effecten bedroegen € 2.022 miljoen, bijna evenveel als in 2024, omdat de in deze portefeuille aangehouden effecten meestal tegen lage rendementen werden aangekocht en dus slechts een gering effect hadden op de bijbehorende rentebaten toen ze op vervaldag kwamen. De nettorentebaten uit de aangehouden effecten in het kader van het PEPP stegen daarentegen met € 275 miljoen tot € 1.481 miljoen, en compenseerden bijna volledig de daling van de inkomsten uit overige monetairbeleidsportefeuilles. Deze stijging was voornamelijk toe te schrijven aan de lagere amortisatielasten op door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen.
Grafiek 16
Nettorentebaten/(lasten) uit voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten
(EUR miljoen)

Bron: ECB.
Afname rentebaten uit USD-portefeuille
De nettorentebaten uit de externe reserves daalden met € 449 miljoen tot € 2.089 miljoen, overwegend ten gevolge van lagere rentebaten uit in Amerikaanse dollars luidende effecten.
2,3%
Gemiddelde depositorente in 2025
De rentebaten uit de toedeling van eurobankbiljetten aan de ECB en de rentelasten in verband met de remuneratie van vorderingen van NCB’s in verband met overgedragen externe reserves daalden in 2025 respectievelijk met € 2.332 miljoen naar € 2.900 miljoen, en met € 659 miljoen naar € 790 miljoen. Deze dalingen zijn het gevolg van de lagere gemiddelde rentevergoeding (2,3% in 2025, vergeleken met 4,1% in 2024) in verband met de verlaging van de basisrentetarieven van de ECB en, in mindere mate, het gebruik van de depositorente in plaats van de basisherfinancieringsrente als basis voor de rentevergoeding.
€ 7.706 miljoen
Rentelasten uit de netto TARGET-verplichting van de ECB
Om grotendeels dezelfde reden daalden de nettorentelasten uit van/aan NCB’s verschuldigde TARGET-saldi in 2025 met € 7.968 miljoen naar € 7.706 miljoen. Ook de lagere TARGET-saldi, vooral door het op vervaldag komen van voor monetair beleid aangehouden effecten, droegen bij aan deze daling.
De overige nettorentelasten daalden in 2025 met € 994 miljoen tot € 485 miljoen. De voornaamste redenen hiervoor waren lagere rentelasten op (i) door de ECB geaccepteerde deposito’s in haar rol van fiscaal agent, (ii) saldi van aangesloten systemen in het eurogebied, en (iii) als onderpand ontvangen geldmiddelen bij effectenuitleningstransacties, gezien de lagere gemiddelde vergoeding in 2025 en lagere gemiddelde saldi van deze drie posten. Het effect van deze veranderingen werd gedeeltelijk gecompenseerd door lagere rentebaten uit de eigenmiddelenportefeuille door vooral de lagere amortisatie op beneden pari uitgegeven obligaties.
De gerealiseerde nettovalutakoerswinsten kwamen voornamelijk voort uit een standaardherbalancering van de externe reserves van de ECB
De gerealiseerde nettowinst uit financiële transacties kwam in 2025 uit op € 950 miljoen, vergeleken met een verlies van € 17 miljoen in 2024 (Grafiek 17). Dit is voornamelijk toe te schrijven aan de gerealiseerde nettovalutakoerswinsten als gevolg van een standaardherbalancering van de samenstelling van de externe reserves van de ECB in het eerste kwartaal van 2025 om deze in lijn te brengen met de beoogde toedeling. De opbrengst van de verkoop van een klein deel van de portefeuille Amerikaanse dollars werd volledig herbelegd in Japanse yens (Grafiek 18).
Gerealiseerde nettokoerswinsten op de verkoop van in Amerikaanse dollars luidende effecten, waarvan de marktprijs positief werd beïnvloed door de daling van de overeenkomstige Amerikaanse rendementen in de loop van het jaar (Grafiek 19), droegen eveneens bij aan het totale resultaat.
Grafiek 17
Gerealiseerde winsten/verliezen uit financiële transacties
(EUR miljoen)

Bron: ECB.
Grafiek 18
Gerealiseerde winsten/verliezen uit financiële transacties op kwartaalbasis in 2024 en 2025
(EUR miljoen)

Bron: ECB.
Grafiek 19
Rendement op tweejaars overheidsobligaties in de Verenigde Staten, Japan en China
(in procenten per jaar; gegevens ultimo maand)

Bron: LSEG.
€ 1.316 miljoen
Valutakoersafwaarderingen, vooral op de portefeuille Japanse yens van de ECB
Ongerealiseerde herwaarderingsverliezen zijn als last opgenomen in de winst-en-verliesrekening van de ECB in de vorm van afwaarderingen per jaarultimo. In 2025 bedroegen deze afwaarderingen € 1.446 miljoen (Grafiek 20). Als gevolg van de waardedaling van vreemde valuta’s ten opzichte van de euro tot onder de aanschaffingswaarde, kwamen de niet-gerealiseerde wisselkoersverliezen uit op € 1.316 miljoen. De belangrijkste ontwikkeling in deze context was de depreciatie van de Japanse yen met 13% jaar-op-jaar, resulterend in een portefeuilleafwaardering van € 1.229 miljoen in deze valuta. Daarnaast waren er ongerealiseerde koersverliezen ten belope van € 130 miljoen door de gedaalde marktwaarde van een aantal aangehouden effecten in vooral de eigenmiddelenportefeuille en de portefeuille Japanse yens.
Grafiek 20
Afwaarderingen van financiële activa en posities
(EUR miljoen)

Bron: ECB.
De totale bedrijfskosten, met inbegrip van de afschrijvingen en de diensten van bankbiljettenproductie, zijn met € 42 miljoen gedaald naar € 1.428 miljoen (Grafiek 21). De belangrijkste reden hiervoor waren de lagere personeelskosten in verband met vergoedingen na uitdiensttreding en andere langetermijnbeloningen, voornamelijk doordat de regels voor de pensioenregelingen van de ECB in 2024 waren gewijzigd en de daarmee verband houdende eenmalige last volledig was opgenomen in de winst-en-verliesrekening voor dat jaar.
€ 690 miljoen
Baten uit toezichtsvergoedingen
De met het bankentoezicht verband houdende kosten worden volledig gedekt door de toezichtsvergoeding die de onder toezicht staande entiteiten jaarlijks in rekening krijgen gebracht. Op basis van de daadwerkelijke lasten van de ECB uit hoofde van haar bankentoezichtstaken bedroegen de baten uit toezichtsvergoedingen voor 2025 € 690 miljoen.[27]
Grafiek 21
Bedrijfskosten en baten uit toezichtsvergoedingen
(EUR miljoen)

Bron: ECB.
1.4 Risicobeheer
Risicobeheer speelt een cruciale rol bij de activiteiten van de ECB. Het betreft een continu proces dat bestaat uit het (i) identificeren en beoordelen van risico's, (ii) evalueren van de risicostrategie en het risicobeleid, (iii) uitvoeren van maatregelen om de risico’s te beperken, en (iv) monitoren van en rapporteren over de risico’s, waarbij gebruik wordt gemaakt van effectieve methoden, procedures en systemen (Figuur 2).
Figuur 2
Risicobeheercyclus

In de volgende paragrafen wordt op de risico’s ingegaan, evenals op de bronnen van deze risico's en de gehanteerde risicobeheersingskaders.
1.4.1 Financiële risico’s
De directie van de ECB stelt beleid en procedures vast om ervoor te zorgen dat de ECB een passend beschermingsniveau heeft tegen de financiële risico’s waaraan de ECB blootstaat. Het Comité voor risicobeheer, bestaande uit deskundigen van de centrale banken van het Eurosysteem, draagt bij aan het monitoren, meten en rapporteren van de financiële risico's met betrekking tot de balans van het Eurosysteem. Tevens bepaalt en evalueert het de hiermee samenhangende methoden en kaders. Zo ondersteunt het Comité de besluitvormende organen bij het waarborgen van een passend beschermingsniveau voor het Eurosysteem.
De financiële risico’s vloeien voort uit de transacties van de ECB en de daarmee verband houdende risicoposities. De risicobeheersingskaders en risicolimieten die de ECB gebruikt om haar risicoprofiel te beheren, verschillen per type transactie en zijn afhankelijk van de beleids- of beleggingsdoelstellingen van de verschillende portefeuilles en de risicokenmerken van de onderliggende activa.
Voor het monitoren en beoordelen van de risico’s maakt de ECB gebruik van een aantal door haar experts ontwikkelde ramingstechnieken voor risico’s. Deze technieken zijn gebaseerd op een kader waarmee zowel markt- als kredietrisico’s worden gesimuleerd. De belangrijkste modelleringsconcepten, ‑technieken en -aannames die aan de risicomaatstaven ten grondslag liggen, berusten op in de sector gehanteerde standaarden en beschikbare marktgegevens. De risico’s worden doorgaans gekwantificeerd door een schatting te maken van het verwachte tekort (expected shortfall – ES), op basis van een betrouwbaarheidsniveau van 99% en een tijdshorizon van één jaar.[28] Twee benaderingen worden gebruikt om de risico’s te berekenen: (i) de boekhoudkundige benadering, die gericht is op de impact op de winst-en-verliesrekening van de ECB en waarbij verliezen in eerste instantie worden opgevangen door toepasselijke herwaarderingsrekeningen; en (ii) de financiële benadering, die gericht is op de impact van financiële verliezen op het totale eigen vermogen van de ECB en waarbij de herwaarderingsrekeningen bij de risicoberekening niet als buffer fungeren. Om een volledig beeld van de risico’s te houden berekent de ECB ook andere risicomaatstaven bij verschillende betrouwbaarheidsniveaus, verricht ze gevoeligheids- en stress-scenarioanalyses en beoordeelt ze langeretermijnprognoses van risicoposities en baten.[29]
€ 15,2 miljard
Risicototaal (ES 99%, boekhoudkundige benadering)
De totale risico’s van de ECB zijn in 2025 licht afgenomen. Eind 2025 kwamen de financiële risico’s voor de balans van de ECB, zoals afgemeten aan het ES bij een betrouwbaarheidsniveau van 99% en een tijdshorizon van één jaar, volgens de boekhoudkundige benadering in totaal uit op € 15,2 miljard, ofwel iets lager dan de geschatte risico’s eind 2024 (Grafiek 22). Een afname van het risico doordat de ECB minder door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen is gaan aanhouden in het kader van het APP en het PEPP werd grotendeels gecompenseerd door toegenomen risico’s in verband met de externe reserves van de ECB en haar in euro luidende eigenmiddelenportefeuille.
Grafiek 22
Totaal financiële risico's (ES 99%, boekhoudkundige benadering)
(EUR miljard)

Bron: ECB.
Kredietrisico
Kredietrisico's vloeien voort uit de monetairbeleidsportefeuilles van de ECB, de in euro's luidende eigenmiddelenportefeuille en de externe reserves. Hoewel de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden schuldbewijzen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen en daardoor, bij afwezigheid van verkopen, niet onderhevig zijn aan prijsveranderingen in verband met veranderingen in de kredietkwaliteit (credit migration), zijn deze effecten wel blootgesteld aan wanbetalingsrisico. In euro's luidende instrumenten die deel uitmaken van de eigenmiddelenportefeuille en de externe reserves worden tegen marktprijs gewaardeerd en zijn derhalve onderhevig aan kredietmigratierisico en wanbetalingsrisico. Het kredietrisico is afgenomen ten opzichte van 2024 als gevolg van de vermindering van de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten.
Kredietrisico's worden hoofdzakelijk gemitigeerd door middel van toelatingscriteria, duediligenceprocedures en limieten die per portefeuille verschillen.
Valutarisico en grondstoffenrisico
Valuta- en grondstoffenrisico’s vloeien voort uit de deviezenreserves en de goudvoorraad van de ECB. Ten opzichte van 2024 nam het valutarisico toe.
Gezien de beleidsrol die deze activa spelen, dekt de ECB de hiermee verbonden valuta- en grondstoffenrisico’s niet af. In plaats daarvan worden deze risico’s gemitigeerd via het bestaan van herwaarderingsrekeningen en de spreiding van de aangehouden activa over verschillende valuta’s en goud.
Aandelenrisico
Een klein deel van de in euro luidende eigenmiddelenportefeuille van de ECB wordt belegd in op de beurs verhandelde aandelenfondsen die op het klimaatakkoord van Parijs afgestemde benchmarks volgen, waardoor er een aandelenrisico ontstaat.
Gezien de geringe toedeling is het aandelenrisico van de ECB vrij marginaal. Dit risico wordt beperkt door diversificatie en toepasselijke herwaarderingsrekeningen.
Renterisico
De externe reserve en de in euro's luidende eigenmiddelenportefeuille van de ECB worden voornamelijk belegd in vastrentende effecten en staan bloot aan ‘mark-to-market’ renterisico, in verband met hun waardering tegen marktprijzen. Bijna de helft van de externe reserves van de ECB wordt belegd in activa met een relatief korte looptijd (zie Grafiek 7 in Paragraaf 1.3.1 ‘Balans’), terwijl de activa in de eigenmiddelenportefeuille doorgaans een langere looptijd hebben (zie Grafiek 9 in Paragraaf 1.3.1). Het renterisico van de eigenmiddelenportefeuille van de ECB nam volgens de boekhoudkundige benadering toe ten opzichte van 2024.
Het ‘mark-to-market’ renterisico van de ECB wordt gemitigeerd door middel van het portefeuillesamenstellingsbeleid en de herwaarderingsrekeningen.
De ECB loopt ook renterisico als gevolg van de mismatch tussen de rentevergoeding over haar activa en de rente die ze over haar verplichtingen verschuldigd is, hetgeen van invloed is op de nettorentebaten van de ECB. Dit risico hangt niet rechtstreeks met een bepaalde portefeuille samen, maar houdt eerder verband met de totale balansstructuur van de ECB, en dan vooral met het bestaan van looptijd- en yieldverschillen tussen activa en verplichtingen. Het renterisico is in 2025 afgenomen, gezien de geringere verplichtingen van de ECB na de vermindering van de in het APP en het PEPP aangehouden effecten. Het risico wordt gemeten als onderdeel van het verwachte tekort bij een betrouwbaarheidsniveau van 99% en een tijdshorizon van één jaar, en daarnaast gemonitord door middel van ramingen voor de winstgevendheid van de ECB op de middellange tot lange termijn.
Dit risico wordt beheerd door beleid vast te stellen voor de portefeuillesamenstelling en verder gemitigeerd door de aanwezigheid van verplichtingen op de ECB-balans waarover geen vergoeding verschuldigd is.
Het materialiseren van renterisico heeft sinds 2022 tot verliezen geleid, en in 2025 kreeg de ECB opnieuw te maken met nettorentelasten. De nettorentelasten waren aanzienlijk lager dan in de twee voorafgaande jaren, voornamelijk door een dalende depositorente, die sinds 1 januari 2025 de belangrijkste vergoeding aan passivazijde vertegenwoordigt. Hoewel de ECB in de nabije toekomst naar verwachting nettorentebaten zal gaan verantwoorden, kunnen verdere renteverliezen in de komende jaren niet worden uitgesloten vanwege de eerder genoemde looptijd- en rendementsverschillen tussen activa en passiva.
Klimaatrisico's
De risico’s van klimaatverandering worden geleidelijk geïntegreerd in het risicobeheersingskader van de ECB. In 2022 heeft het Eurosysteem de eerste klimaatstresstest op de balans van het Eurosysteem uitgevoerd. Op basis daarvan kon een voorlopige inschatting worden gemaakt van de impact van dit risico op de balans van de ECB.[30] In 2024 is een nieuwe klimaatstresstest uitgevoerd en ook de komende jaren zullen regelmatig klimaatstresstests worden gehouden.[31]
1.4.2 Operationeel risico
Operationeel risicobeheer (operational risk management – ORM) vormt een integrerend onderdeel van de governancestructuur en beheerprocessen van de ECB.[32] De directie is verantwoordelijk voor het ORM-beleid en -kader van de ECB , en stelt zowel beleid als kader vast. Het comité voor operationele risico’s ondersteunt de directie bij het vervullen van haar rol als toezichthouder op het beheer van de operationele risico’s.[33]
De hoofddoelstelling van het ORM-kader van de ECB is een bijdrage te leveren aan de verwezenlijking van de missie en doelstellingen van de ECB, en tegelijkertijd de reputatie en activa van de ECB te beschermen tegen verlies, misbruik en schade. Krachtens het ORM-kader is ieder organisatieonderdeel verantwoordelijk voor het identificeren, beoordelen, beheersen en bewaken van de eigen operationele risico's en incidenten, evenals voor de rapportering hierover. In dit verband verschaft het risicotolerantiebeleid van de ECB een leidraad voor risicobeheersingsstrategieën en risico-aanvaardingsprocedures. Het is gekoppeld aan een vijf-bij-vijf risicomatrix gebaseerd op impact- en waarschijnlijkheidsschalen met kwantitatieve en kwalitatieve criteria.
De ECB opereert in een omgeving waar sprake is van steeds complexere en onderling verweven bedreigingen, waaronder geopolitieke risico’s, bedreigingen ten aanzien van de cyberveiligheid en uitdagingen op het vlak van duurzaamheid. De dagelijkse activiteiten van de ECB staan bloot aan een breed scala van operationele risico’s. De belangrijkste punten van zorg voor de ECB betreffen allerlei niet-financiële risico's in verband met mensen, systemen, processen, relaties met derden en externe gebeurtenissen. Daarom heeft de ECB procedures ingesteld om de operationele risico’s van de ECB doorlopend en effectief te kunnen beheren en om de risico-informatie in het besluitvormingsproces te integreren. De ECB blijft zich bovendien richten op het verbeteren van haar weerbaarheid en bekijkt risico’s en kansen in een ruimer kader vanuit een alomvattend perspectief, met inbegrip van duurzaamheidsaspecten. Ze beschikt over responsstructuren en noodplannen, opdat de continuïteit van de cruciale bedrijfsfuncties bij elke verstoring of crisis is gewaarborgd.
1.4.3 Gedragsrisico
Met het oog op de aanpak van gedragsrisico beschikt de ECB over een speciale afdeling, het Bureau Naleving en Governance, dat een belangrijke risicobeheerfunctie heeft en het governancekader van het ECB versterkt.[34] Het bureau is opgezet om de directie te ondersteunen bij de bescherming van de integriteit en reputatie van de ECB, om ethische gedragsnormen te bevorderen en de verantwoordingsaflegging en transparantie van de ECB te versterken. Het onafhankelijke Ethisch Comité van de ECB geeft advies en begeleiding aan hoge functionarissen van de ECB op het terrein van integriteit en gedrag. Het ondersteunt de Raad van Bestuur bij het op passende en coherente wijze beheren van de integriteits- en gedragsrisico’s op leidinggevend niveau. Op het niveau van het Eurosysteem en het SSM werkt het ethiek- en compliancecomité (Ethics & Compliance Committee – ECC) aan een coherente implementatie van de gedragskaders voor NCB’s en nationale bevoegde autoriteiten (national competent authorities – NCA’s).
2 Jaarrekening van de ECB
2.1 Balans per 31 december 2025
Activa
(EUR miljoen)
Toelichting | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
Goud en goudvorderingen | 1 | 59.754 | 40.895 |
Vorderingen op niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta | 2 | 54.764 | 58.117 |
Vorderingen op het IMF | 2.1 | 1.772 | 2.227 |
Tegoeden bij banken en beleggingen in effecten, externe leningen en overige externe activa | 2.2 | 52.992 | 55.890 |
Vorderingen op ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta | 2.2 | 2.236 | 4.094 |
Overige vorderingen op kredietinstellingen in het eurogebied, luidende in euro | 3 | 1 | 2 |
Effecten uitgegeven door ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro | 4 | 325.265 | 376.781 |
Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten | 4.1 | 325.265 | 376.781 |
Vorderingen binnen het Eurosysteem | 5 | 129.563 | 127.067 |
Vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem | 5.1 | 129.563 | 127.067 |
Overige activa | 6 | 31.756 | 33.644 |
Materiële en immateriële vaste activa | 6.1 | 1.055 | 971 |
Overige financiële activa | 6.2 | 23.211 | 22.781 |
Herwaarderingsverschillen op instrumenten buiten de balans | 6.3 | 273 | 681 |
Overlopende activa en vooruit betaalde kosten | 6.4 | 7.108 | 9.158 |
Diversen | 6.5 | 110 | 53 |
Totaal activa | 603.339 | 640.600 |
Toelichting: Door afronding kan het voorkomen dat de totalen in de jaarrekening (inclusief de toelichtingen) niet geheel overeenstemmen met de som van de individuele bedragen. De cijfers 0 en (0) duiden op een afronding naar nul van een positief of negatief getal, terwijl een koppelteken (-) op nul duidt.
Passiva
(EUR miljoen)
Toelichting | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
Bankbiljetten in omloop | 7 | 129.563 | 127.067 |
Overige verplichtingen aan kredietinstellingen in het eurogebied, luidende in euro | 8 | 489 | 2.388 |
Verplichtingen aan overige ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro | 9 | 26.022 | 24.554 |
Overheid | 9.1 | 74 | 73 |
Overige verplichtingen | 9.2 | 25.947 | 24.482 |
Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro | 10 | 26.846 | 39.859 |
Verplichtingen binnen het Eurosysteem | 11 | 354.060 | 388.676 |
Verplichtingen uit hoofde van de overdracht van externe reserves | 11.1 | 40.562 | 40.562 |
Verplichtingen uit hoofde van TARGET (netto) | 11.2 | 313.491 | 348.074 |
Overige verplichtingen binnen het Eurosysteem (netto) | 11.3 | 8 | 40 |
Overige verplichtingen | 12 | 4.745 | 7.615 |
Herwaarderingsverschillen op instrumenten buiten de balans | 12.1 | 0 | - |
Overlopende passiva | 12.2 | 3.661 | 6.288 |
Diversen | 12.3 | 1.084 | 1.327 |
Voorzieningen | 13 | 84 | 72 |
Overige voorzieningen | 13.1 | 84 | 72 |
Herwaarderingsrekeningen | 14 | 63.068 | 50.653 |
Kapitaal en reserves | 15 | 8.925 | 8.925 |
Kapitaal | 15.1 | 8.925 | 8.925 |
Overgedragen geaccumuleerde verliezen | 16 | (9.210) | (1.266) |
Winst/(verlies) over het boekjaar | (1.254) | (7.944) | |
Totaal passiva | 603.339 | 640.600 |
2.2 Winst-en-verliesrekening over het jaar 2025
(EUR miljoen)
Toelichting | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
Nettorentebaten/(lasten) | 22 | (178) | (6.983) |
Rentebaten | 39.328 | 66.898 | |
Rentelasten | (39.507) | (73.881) | |
Nettoresultaat uit financiële transacties en afwaarderingen | (497) | (286) | |
Gerealiseerde winsten/(verliezen) uit financiële transacties | 23 | 950 | (17) |
Afwaarderingen van financiële activa en posities | 24 | (1.446) | (269) |
Nettobaten uit vergoedingen en provisies | 25 | 700 | 674 |
Baten uit eigenvermogensinstrumenten en deelnemingen | 26 | 14 | 1 |
Overige baten | 27 | 135 | 119 |
Personeelskosten | 28 | (809) | (844) |
Beheerkosten | 29 | (516) | (513) |
Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa | (94) | (104) | |
Diensten van bankbiljettenproductie | 30 | (8) | (9) |
Winst/(verlies) vóór de overdracht (aan)/uit hoofde van risicovoorzieningen | (1.254) | (7.944) | |
Overdracht (aan)/uit hoofde van risicovoorzieningen | 31 | - | - |
Winst/(verlies) over het boekjaar | (1.254) | (7.944) |
Frankfurt am Main, 17 februari 2026
Europese Centrale Bank
Christine Lagarde
president
2.3 Grondslagen voor de financiële verslaggeving
Vorm en presentatie van de jaarrekening
De jaarrekening van de ECB is opgesteld in overeenstemming met de onderstaande grondslagen voor financiële verslaggeving.[35] Deze resulteren naar het oordeel van de Raad van Bestuur van de ECB in een getrouwe weergave van de jaarrekening en brengen tegelijkertijd de aard van de centralebankactiviteiten tot uitdrukking.
Grondslagen voor de financiële verslaggeving
In het kader van de financiële verslaggeving zijn de beginselen van economische realiteit en transparantie toegepast, evenals de beginselen van voorzichtigheid, materialiteit, consistentie en vergelijkbaarheid, continuïteit, periodetoerekening en de inaanmerkingneming van gebeurtenissen na de balansdatum.
Opname van activa en verplichtingen
Een actief of een verplichting wordt alleen in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat ermee verband houdende toekomstige economische voordelen ten goede respectievelijk ten laste van de ECB zullen komen, nagenoeg alle ermee verband houdende risico’s en voordelen aan de ECB zijn overgedragen, en de kostprijs of waarde van het actief of het bedrag van de verplichting op betrouwbare wijze kan worden bepaald.
Waardering
De jaarrekening is opgesteld op basis van de historische kostprijs, met aanpassingen voor de marktwaardering van verhandelbare effecten (exclusief de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten), goud en alle andere in de balans opgenomen en buiten de balans verantwoorde activa en verplichtingen luidende in vreemde valuta.
Transacties in financiële activa en verplichtingen worden op basis van de afwikkelingsdatum in de jaarrekening verwerkt.
Met uitzondering van contante transacties in effecten worden transacties in financiële instrumenten luidende in vreemde valuta op de transactiedatum buiten de balans verantwoord. Op de afwikkelingsdatum worden de buiten de balans verantwoorde posten teruggenomen en worden de transacties in de balans opgenomen. Deviezenaankopen en -verkopen beïnvloeden de netto vreemdevalutapositie op de transactiedatum, en gerealiseerde verkoopresultaten worden eveneens op de transactiedatum berekend. Opgebouwde rente, agio’s en disagio’s in verband met financiële instrumenten luidende in vreemde valuta worden dagelijks berekend en geregistreerd, en de vreemdevalutapositie wordt eveneens dagelijks beïnvloed door deze overlopende posten.
Goud en in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen
In vreemde valuta luidende activa en verplichtingen worden in euro’s omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum. Baten en lasten worden omgerekend tegen de wisselkoers op de boekingsdatum. De herwaardering van in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen, met inbegrip van zowel in de balans opgenomen als buiten de balans verantwoorde instrumenten, vindt plaats per valuta.
Voor de in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen geldt dat de prijsherwaardering (marktprijs) afzonderlijk van de valutakoersherwaardering tot stand komt.
Goud wordt gewaardeerd tegen de marktprijs op de balansdatum. Voor goud wordt geen onderscheid gemaakt tussen prijs- en valutaherwaarderingsverschillen. In plaats daarvan wordt voor goud één (her)waardering bepaald op basis van de prijs in euro’s per fine ounce, die voor het boekjaar 2025 gebaseerd is op de wisselkoers van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar per 31 december 2025.
Onder een bijzonder trekkingsrecht (special drawing right – SDR) wordt een valutamandje verstaan waarvan de waarde wordt bepaald als de gewogen som van de wisselkoersen van vijf belangrijke valuta’s (de Amerikaanse dollar, euro, Chinese renminbi, Japanse yen en het Britse pond). De door de ECB aangehouden SDR's werden omgerekend in euro’s tegen de EUR/SDR-wisselkoers per 31 december 2025.
Effecten
Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten
De voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden schuldbewijzen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen.
Verhandelbare effecten
Verhandelbare effecten (met uitzondering van de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden schuldbewijzen) en vergelijkbare activa worden per effect gewaardeerd tegen de middenkoersen of op basis van de desbetreffende yieldcurves op de balansdatum. In effecten besloten opties worden niet afzonderlijk gewaardeerd. Voor het boekjaar 2025 zijn de middenkoersen op 30 december 2025 gebruikt.
Verhandelbare beleggingsfondsen worden op basis van hun intrinsieke waarde geherwaardeerd (gesaldeerd op fondsniveau). Ongerealiseerde winsten en verliezen van verschillende beleggingsfondsen worden niet gesaldeerd.
Illiquide aandelen en andere eigenvermogensinstrumenten die als permanente belegging worden aangehouden, worden gewaardeerd tegen de kostprijs onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen.
Resultaatbepaling
Baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.[36] Gerealiseerde winsten en verliezen op de verkoop van vreemde valuta’s, goud en effecten worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord. Dergelijke gerealiseerde winsten en verliezen worden berekend op basis van de gemiddelde kostprijs van het desbetreffende actief.
Ongerealiseerde winsten worden niet als baten verantwoord, maar worden rechtstreeks in een herwaarderingsrekening opgenomen.
Negatieve ongerealiseerde resultaten worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord indien en voor zover ze per jaareinde hoger zijn dan eerdere positieve herwaarderingsresultaten die op de desbetreffende herwaarderingsrekening zijn geaccumuleerd. Dergelijke negatieve ongerealiseerde resultaten op een effect, valuta of op aangehouden goud worden niet gesaldeerd met positieve ongerealiseerde resultaten op andere effecten, valuta’s of goud. Als er sprake is van dergelijke, in de winst-en-verliesrekening opgenomen negatieve ongerealiseerde resultaten, dan wordt de gemiddelde kostprijs van de desbetreffende post verminderd tot de valutakoers of de marktprijs per jaareinde.
Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen en in de daaropvolgende jaren niet teruggenomen, tenzij de bijzondere waardevermindering afneemt en de afname toegeschreven kan worden aan een waarneembare gebeurtenis die heeft plaatsgevonden nadat de bijzondere waardevermindering voor het eerst werd opgenomen.
Agio’s of disagio’s op effecten worden over de resterende contractuele looptijd van de effecten geamortiseerd.
Transacties met wederinkoop
Transacties met wederinkoop zijn transacties waarbij de ECB krachtens een repo-overeenkomst activa aankoopt of verkoopt.
Bij een repotransactie worden effecten tegen geldmiddelen verkocht en wordt tegelijkertijd overeengekomen deze effecten op een vastgestelde toekomstige datum en tegen een overeengekomen prijs van de tegenpartij terug te kopen. Repotransacties worden aan de passivazijde van de balans opgenomen als deposito’s tegen onderpand. Effecten die op grond van zo’n transactie worden verkocht, blijven op de balans van de ECB.
Bij een omgekeerde repotransactie (reverse repo) worden effecten gekocht in ruil voor geldmiddelen, waarbij tegelijkertijd wordt overeengekomen de effecten op een vastgestelde toekomstige datum en tegen een overeengekomen prijs aan de tegenpartij terug te verkopen. Omgekeerde repotransacties worden als leningen tegen onderpand aan de activazijde van de balans opgenomen, maar de desbetreffende effecten worden niet in de door de ECB aangehouden effecten opgenomen.
Transacties met wederinkoop (waaronder effectenuitleningstransacties) die krachtens een door gespecialiseerde instellingen aangeboden programma worden uitgevoerd, worden alleen op de balans opgenomen indien er onderpand in de vorm van geldmiddelen is verstrekt en deze geldmiddelen onbelegd blijven.
Niet in de balans opgenomen instrumenten
Valuta-instrumenten, bestaande uit valutatermijntransacties, de termijncomponent van valutaswaps en andere valuta-instrumenten die een inwisseling van een bepaalde valuta tegen een andere valuta op een toekomstige datum inhouden, worden opgenomen in de netto vreemdevalutapositie voor het berekenen van de gemiddelde kosten en valutakoerswinsten en -verliezen.
Rente-instrumenten worden per instrument geherwaardeerd. Dagelijkse wijzigingen in de variatiemarge van uitstaande rentefuturescontracten worden in de winst- en-verliesrekening opgenomen.
De waardering van termijntransacties in effecten wordt uitgevoerd op basis van algemeen aanvaarde waarderingsmethoden. Hierbij wordt gebruikgemaakt van waarneembare marktprijzen en -tarieven, evenals van disconteringsfactoren voor de periode tussen de afwikkelingsdatum en de waarderingsdatum.
Vaste activa
Vaste activa, met inbegrip van immateriële activa maar met uitzondering van grond en kunstwerken, worden gewaardeerd tegen aanschafprijs verminderd met afschrijvingen. Grond en kunstwerken worden gewaardeerd tegen aanschafprijs. Het hoofdgebouw van de ECB wordt gewaardeerd tegen aanschafprijs verminderd met afschrijvingen, onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen. Voor de afschrijving op het hoofdgebouw van de ECB worden de kosten toegerekend aan de desbetreffende bestanddelen van het actief, die worden afgeschreven overeenkomstig hun verwachte gebruiksduur. Afschrijving vindt plaats volgens de lineaire methode over de verwachte gebruiksduur van het actief, vanaf het kwartaal nadat het actief voor gebruik beschikbaar komt. De verwachte gebruiksduur van de belangrijkste activacategorieën luidt als volgt:
Gebouwen | 20, 25 of 50 jaar |
Installaties | 10 of 15 jaar |
IT-hardware en -software | 4 jaar |
Technische inventaris | 4, 10 of 15 jaar |
Meubilair | 10 jaar |
Motorvoertuigen | 4 jaar |
De afschrijvingsduur voor geactiveerde herinrichtingskosten met betrekking tot de bestaande gehuurde kantoorgebouwen van de ECB wordt zo nodig aangepast in verband met gebeurtenissen die van invloed zijn op de verwachte gebruiksduur van het desbetreffende actief.
De ECB toetst jaarlijks of haar hoofdgebouw en de geactiveerde gebruiksrechten met betrekking tot gehuurde kantoorgebouwen (zie ‘Leasing’ verderop) een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan. Indien er een aanwijzing voor een bijzondere waardevermindering wordt geïdentificeerd, en geoordeeld wordt dat het actief mogelijk een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan, wordt de realiseerbare waarde geschat. Indien de realiseerbare waarde onder de boekwaarde ligt, wordt er een bijzonder waardeverminderingsverlies in de winst-en-verliesrekening opgenomen.
Vaste activa met een kostprijs van minder dan € 10.000 worden in het jaar van aanschaf geheel afgeschreven.
Vaste activa die aan de activeringscriteria voldoen maar nog in aanbouw of ontwikkeling zijn, worden verantwoord onder de post ‘Activa in aanbouw’. De daarmee verband houdende kosten worden naar de desbetreffende vaste activa overgeboekt wanneer de activa voor gebruik beschikbaar zijn.
Leasing
De ECB treedt op als lessee en als sublessor.
De ECB als lessee
Voor alle leaseovereenkomsten waarvoor de ECB lessee is en waarbij sprake is van een materieel actief, worden de daarmee verband houdende te activeren gebruiksrechten en leaseverplichtingen op de aanvangsdatum van de lease in de balans opgenomen, d.w.z. zodra het actief voor gebruik beschikbaar is, respectievelijk onder de relevante vasteactivaposten ‘Materiële en immateriële vaste activa’ en ‘Diversen’ (passiva). Voor leaseovereenkomsten die aan de activeringscriteria voldoen, maar waarvan het desbetreffende actief nog in aanbouw is of wordt verbouwd, worden kosten gemaakt vóór de aanvangsdatum van de lease opgenomen onder ‘Activa in aanbouw’.
Geactiveerde gebruiksrechten worden gewaardeerd tegen aanschafprijs verminderd met afschrijvingen. Geactiveerde gebruiksrechten in verband met kantoorgebouwen kunnen bovendien onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen (zie ‘Vaste activa’ hierboven voor meer informatie over de jaarlijkse toetsing). Afschrijving vindt plaats volgens de lineaire methode, vanaf de aanvangsdatum van de lease tot het einde van de levensduur van het actief met gebruiksrecht, ofwel tot het einde van de leaseperiode, indien dit vroeger is.
De lease- en huurverplichting wordt initieel opgenomen tegen de contante waarde van de toekomstige leasebetalingen (die alleen leasecomponenten omvatten), met als disconteringsvoet de marginale leenrente van de ECB. Vervolgens wordt de leaseverplichting gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs aan de hand van de effectieverentemethode. De daaraan gekoppelde rentelast wordt in de winst-en-verliesrekening verantwoord onder ‘Rentelasten’ Als de toekomstige leasebetalingen veranderen als gevolg van een wijziging in een index of een andere herbeoordeling van het bestaande contract, wordt de leaseverplichting herberekend. Een dergelijke herberekening leidt steeds tot een overeenkomstige aanpassing van de boekwaarde van het geactiveerde gebruiksrecht.
Kortlopende leaseovereenkomsten met een looptijd van ten hoogste 12 maanden en leases met betrekking tot activa van minder dan € 10.000 (in overeenstemming met de drempelwaarde voor de opname van vaste activa) worden als een last in de winst-en-verliesrekening verantwoord.
De ECB als sublessor
Voor alle leaseovereenkomsten waarvoor de ECB sublessor is, kent zij aan derden het recht toe het onderliggende actief (of een deel daarvan) te gebruiken, terwijl de lease tussen de oorspronkelijke lessor en de ECB (hoofdlease) van kracht blijft. De sublease wordt geclassificeerd als een financiële of operationele lease[37] op basis van het geactiveerde gebruiksrecht dat voortvloeit uit de hoofdlease, en niet op basis van het onderliggende actief.
De subleases waarvoor de ECB sublessor is, worden geclassificeerd als financiële lease. Voor dergelijke leases verwijdert de ECB het gebruiksrecht dat verband houdt met de hoofdlease (of een deel van een dergelijk actief) en dat is overgedragen aan de sublessee van de post ‘Materiële en immateriële vaste activa’ en neemt onder de post ‘Diversen’ (activa) een subleasevordering op. De leaseverplichting met betrekking tot de hoofdlease blijft door de sublease onveranderd.
Op de aanvangsdatum van de lease wordt de subleasevordering aanvankelijk opgenomen tegen de contante waarde van de toekomstige leasebetalingen aan de ECB, gedisconteerd met behulp van de discontovoet die voor de hoofdlease wordt gebruikt. Vervolgens wordt de subleasevordering gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs aan de hand van de effectieverentemethode. De daaraan gekoppelde rentebaten worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord onder ‘Rentebaten’.
Vergoedingen na uitdiensttreding en overige langetermijnbeloningen
Overzicht van de regelingen
De ECB heeft pensioen- en andere regelingen met toegezegde vergoedingen en uitkeringen (defined benefit plans, hierna DB-regelingen) voor haar medewerkers en directieleden, evenals voor de bij de ECB werkzame leden van de Raad van Toezicht.
De pensioenregeling voor de medewerkers wordt gedekt door activa die in een fonds voor langetermijnpersoneelsbeloningen worden aangehouden. Dit omvat een gedeelte met toegezegde vergoedingen (DB) en een gedeelte met toegezegde bijdragen (defined contribution – DC). De ECB en medewerkers storten beide verplichte bijdragen in het DB-gedeelte van de regeling. Medewerkers kunnen op vrijwillige basis extra bijdragen doen voor het DC-gedeelte. Bij pensionering kunnen medewerkers de opgebouwde waarde van hun DC-rekening omzetten in een aanvullende lijfrente.[38]
Voor directieleden en de bij de ECB werkzame leden van de Raad van Toezicht zijn er niet door kapitaal gedekte regelingen voor vergoedingen na uitdiensttreding en overige langetermijnbeloningen (waaronder pensioenen). Ook voor medewerkers zijn er niet door kapitaal gedekte regelingen voor vergoedingen na uitdiensttreding en andere langetermijnbeloningen (anders dan pensioenen).
Nettoverplichting uit hoofde van DB-regelingen
De verplichting die op de balans onder de post ‘Diversen’ (passiva) wordt opgenomen uit hoofde van DB-regelingen, inclusief de overige langetermijnbeloningen, komt overeen met de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen.
De contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen wordt jaarlijks door onafhankelijke actuarissen berekend volgens de ‘projected unit credit method’. Deze wordt gedaan door de geschatte toekomstige kasstromen contant te maken tegen een disconteringsvoet die wordt gebaseerd op het marktrendement op de balansdatum van in euro’s luidende hoogwaardige bedrijfsobligaties met een soortgelijke resterende looptijd als de desbetreffende verplichting.
Actuariële winsten of verliezen kunnen voortvloeien uit ervaringsaanpassingen (waarbij de werkelijke uitkomsten verschillen van de eerder gehanteerde actuariële veronderstellingen) en veranderingen in de actuariële veronderstellingen.
Nettolasten uit hoofde van DB-regelingen
De nettolasten uit hoofde van DB-regelingen bestaan uit componenten die in de winst-en-verliesrekening worden opgenomen en herberekeningen ten aanzien van vergoedingen na uitdiensttreding, die in de balans onder de post ‘Herwaarderingsrekeningen’ worden weergegeven.
Het nettobedrag ten laste van de winst-en-verliesrekening bestaat uit:
- de aan het dienstjaar toegerekende kosten
- eventuele kosten van verstreken diensttijd als gevolg van aanpassing van een DB-regeling
- de nettorentekosten (o.b.v. disconteringsvoet) over de nettoverplichting uit hoofde van DB-regelingen
- herberekeningen ten aanzien van overige langetermijnbeloningen.
Het nettobedrag dat onder ‘Herwaarderingsrekeningen’ opgenomen wordt, omvat de volgende posten:
- actuariële winsten en verliezen voor toegezegde vergoedingen na uitdiensttreding
- het werkelijke rendement op de fondsbeleggingen, exclusief de bedragen die zijn opgenomen in de nettorente over de nettoverplichting uit hoofde van DB-regelingen.
Deze bedragen worden jaarlijks door onafhankelijke actuarissen vastgesteld.
Saldi binnen het ESCB/binnen het Eurosysteem
Saldi binnen het ESCB zijn hoofdzakelijk het resultaat van grensoverschrijdende betalingen binnen de Europese Unie (EU) die worden afgewikkeld in centralebankgeld in euro's. Deze transacties vinden meestal plaats op initiatief van private entiteiten (bijv. kredietinstellingen, bedrijven en particulieren). Ze worden afgewikkeld via TARGET – het ‘Trans-European Automated Real-time Gross settlement Express Transfer’-systeem – en leiden tot bilaterale saldi op de TARGET-rekeningen van de centrale banken in de EU. Betalingen van de ECB en de nationale centrale banken (NCB’s) zijn eveneens van invloed op deze rekeningen. Alle vereveningen worden automatisch geaggregeerd en bijgewerkt zodat elke NCB slechts één positie ten opzichte van de ECB overhoudt. Deze posities in de boeken van de ECB vertegenwoordigen de nettovordering of -verplichting van elke NCB ten opzichte van de rest van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB). De mutaties in de TARGET-rekeningen worden dagelijks weergegeven in de financiële administratie van de ECB en de NCB’s.
De uit TARGET voortvloeiende saldi van de tot het Eurosysteem behorende NCB’s ten opzichte van de ECB worden in de balans van de ECB gesaldeerd als één actief of verplichting weergegeven onder ofwel ‘Vorderingen uit hoofde van TARGET (netto)’ ofwel ‘Verplichtingen uit hoofde van TARGET (netto)’. Uit de deelname aan TARGET voortvloeiende saldi binnen het ESCB van NCB's buiten het eurogebied ten opzichte van de ECB worden verantwoord onder ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’.[39]
Saldi binnen het Eurosysteem die voorvloeien uit de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem worden als één enkel nettoactief opgenomen onder ‘Vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem’ (zie verder bij ‘Bankbiljetten in omloop’).
Saldi binnen het Eurosysteem die voortvloeien uit de overdracht van externe reserves aan de ECB door NCB's die tot het Eurosysteem toetreden, luiden in euro’s en worden gerapporteerd onder ‘Verplichtingen uit hoofde van de overdracht van externe reserves’.
Overige in euro's luidende saldi binnen het Eurosysteem (bijv. in verband met de eventuele tussentijdse winstverdeling van de ECB aan de NCB's), worden op de balans van de ECB als één nettoactief of -verplichting opgenomen. Dit gebeurt onder respectievelijk ‘Overige vorderingen binnen het Eurosysteem (netto)’ of ‘Overige verplichtingen binnen het Eurosysteem (netto)’.
Bankbiljetten in omloop
De ECB en de NCB's van het eurogebied, die samen het Eurosysteem vormen, geven eurobankbiljetten uit.[40] De totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop wordt op de laatste werkdag van elke maand overeenkomstig de verdeelsleutel voor de toedeling van bankbiljetten toegewezen aan de centrale banken van het Eurosysteem.[41]
Het aan de ECB toegedeelde aandeel van 8% in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop wordt op de balans verantwoord onder de verplichting ‘Bankbiljetten in omloop’. Het aandeel van de ECB in de totale waarde van de bankbiljetten in omloop wordt gedekt door vorderingen op de NCB's. Deze vorderingen zijn rentedragend[42] en worden gepresenteerd onder ‘Vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem’ (zie onder ‘Saldi binnen het ESCB/binnen het Eurosysteem’ hierboven). De rente-inkomsten op deze vorderingen worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord onder ‘Rentebaten’.
Voorziening voor financiële risico's
De Raad van Bestuur kan besluiten de baten van de ECB geheel of gedeeltelijk over te dragen naar een voorziening voor financiële risico’s. Voor zover de Raad van Bestuur dat noodzakelijk acht, kan deze voorziening worden gebruikt ter compensatie van negatieve resultaten als gevolg van blootstellingen aan financiële risico's. Jaarlijks wordt op grond van een beoordeling van de financiële risico’s door de ECB bezien hoe groot de voorziening hiervoor moet zijn en of ze moet worden voortgezet, waarbij allerlei factoren in aanmerking worden genomen, tenzij de omvang nul is en er tegelijkertijd geen ECB-inkomsten zijn die eraan kunnen worden overgedragen.[43]
Tussentijdse winstverdeling
Een bedrag ter grootte van de som van de baten van de ECB uit de eurobankbiljetten in omloop en de baten uit de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden schuldbewijzen die zijn aangekocht op grond van (i) het programma voor de effectenmarkten (SMP), (ii) het derde programma voor de aankoop van gedekte obligaties (CBPP3), (iii) het programma voor de aankoop van effecten op onderpand van activa (ABSPP), (iv) het aankoopprogramma voor door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen (PSPP), en (v) het pandemie-noodaankoopprogramma (PEPP) wordt in de maand januari van het volgende jaar verdeeld in de vorm van een tussentijdse winstuitkering, tenzij de Raad van Bestuur hierover anders besluit.[44] De Raad van Bestuur kan een dergelijk besluit nemen indien op basis van een door de directie opgestelde, met redenen omklede raming wordt verwacht dat de ECB over het gehele jaar genomen verlies zal lijden of een nettojaarwinst zal behalen die lager is dan die baten. De Raad van Bestuur kan ook besluiten deze baten geheel of gedeeltelijk over te dragen naar een voorziening voor financiële risico’s (zie onder ‘Voorziening voor financiële risico's’ hierboven).
De Raad van Bestuur kan bovendien besluiten het bedrag van de in januari te verdelen baten uit de eurobankbiljetten in omloop te verlagen met de door de ECB gemaakte kosten in verband met de uitgifte en verwerking van eurobankbiljetten.
Gebeurtenissen na balansdatum
De waarde van activa en verplichtingen wordt aangepast voor gebeurtenissen die zich voordoen tussen de balansdatum en de datum waarop de directie toestemming geeft om de jaarstukken van de ECB ter goedkeuring aan de Raad van Bestuur voor te leggen, indien dergelijke gebeurtenissen van materiële invloed zijn op de waarde van de activa en verplichtingen op de balansdatum.
Belangrijke gebeurtenissen na de balansdatum die niet van invloed zijn op de waarde van de activa en verplichtingen op de balansdatum worden in de toelichting vermeld.
Wijzigingen in de grondslagen voor de financiële verslaggeving
In 2025 voerde de ECB geen wijzigingen door in de grondslagen voor de financiële verslaggeving.
Diversen
Op 13 maart 2024 heeft de Raad van Bestuur besloten het operationele kader voor de tenuitvoerlegging van het monetair beleid te wijzigen.[45] In dezelfde context heeft de Raad van Bestuur tevens besloten dat vanaf 1 januari 2025 de rente op de door het Eurosysteem aangeboden depositofaciliteit de basis zou worden voor de rentevergoeding op (i) vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem, (ii) TARGET-saldi verschuldigd door/aan de NCB’s, en (iii) verplichtingen uit hoofde van de overdracht van externe reserves. Tot en met het einde van 2024 was de basis voor deze vergoeding de rentevoet die het Eurosysteem hanteert bij zijn tenders voor basisherfinancieringstransacties.
Benoeming van externe accountant
In overeenstemming met artikel 27 van de Statuten van het ESCB, en op aanbeveling van de Raad van Bestuur, heeft de Raad van de Europese Unie de benoeming van Forvis Mazars GmbH & Co. KG Wirtschaftsprüfungsgesellschaft Steuerberatungsgesellschaft, Hamburg (Bondsrepubliek Duitsland) tot externe accountant van de ECB goedgekeurd voor een periode van vijf jaar die loopt tot en met het einde van het boekjaar 2029. Deze periode van vijf jaar kan worden verlengd met twee aanvullende boekjaren.
2.4 Toelichting op de balans
Toelichting 1 – Goud en goudvorderingen
De goudvoorraad van de ECB was als volgt:
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
Aantal | ||
Fine ounces goud1 | 16.285.778 | 16.285.778 |
Prijs | ||
Amerikaanse dollars per fine ounce goud | 4.311,200 | 2.608,750 |
Amerikaanse dollars per euro | 1,1750 | 1,0389 |
Marktwaarde (EUR miljoen) | 59.754 | 40.895 |
1) Dit komt overeen met 506,5 ton in zowel 2025 als 2024.
De toename van de waarde in euro’s van de goudvoorraad van de ECB was toe te schrijven aan de stijging van de marktprijs van goud uitgedrukt in euro's (zie onder ‘Goud en in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’ en toelichting 14 ‘Herwaarderingsrekeningen’).
Toelichting 2 – Vorderingen op niet-ingezetenen en ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta
Toelichting 2.1 – Vorderingen op het IMF
Deze post omvat de door de ECB aangehouden bijzondere trekkingsrechten (special drawing rights – SDR’s) en bedroeg per 31 december 2025 € 1.772 miljoen (2024: € 2.227 miljoen). De aangehouden bijzondere trekkingsrechten vormen het resultaat van een door de ECB met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) gesloten vrijwillige handelsregeling, waarbij het IMF wordt gemachtigd namens de ECB SDR’s te kopen en te verkopen tegen euro’s, zulks met inachtneming van minimum- en maximumposities. Voor verslaggevingsdoeleinden worden SDR’s behandeld als een vreemde valuta (zie onder ‘Goud en in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’). In 2025 was er sprake van een afname van de door de ECB aangehouden SDR’s, voornamelijk als gevolg van transacties in het kader van bovengenoemde vrijwillige handelsregeling. Daarnaast droeg de waardedaling van de SDR ten opzichte van de euro in 2025 eveneens bij aan de gedaalde waarde in euro's van deze positie.
Toelichting 2.2 – Tegoeden bij banken en beleggingen in effecten, externe leningen en overige externe activa; en vorderingen op ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta
Deze twee posten bestaan uit tegoeden bij banken en in vreemde valuta luidende leningen, en beleggingen in effecten luidende in Amerikaanse dollars, Japanse yens en Chinese renminbi’s.
De samenstelling van deze post luidde als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
Vorderingen op niet-ingezetenen van het eurogebied | |||
Rekeningen-courant(1) | 4.685 | 3.809 | 876 |
Geldmarktdeposito’s | 1.384 | 737 | 647 |
Omgekeerde repo’s | 1.777 | 3.209 | (1.432) |
Beleggingen in effecten | 45.146 | 48.135 | (2.989) |
Totaal vorderingen op niet-ingezetenen van het eurogebied | 52.992 | 55.890 | (2.899) |
Vorderingen op ingezetenen van het eurogebied | |||
Rekeningen-courant | 25 | 17 | 8 |
Geldmarktdeposito’s | 670 | 1.464 | (794) |
Omgekeerde repo’s | 1.541 | 2.613 | (1.072) |
Totaal vorderingen op ingezetenen van het eurogebied | 2.236 | 4.094 | (1.858) |
Totaal | 55.228 | 59.985 | (4.757) |
1) Vanaf 2025 presenteert de ECB een overnight belegging van kassaldi onder ‘Omgekeerde repo’s’ als deze fondsen deel uitmaken van een repopool. De daarmee verband houdende saldi van € 2.968 miljoen ultimo 2024 werden overeenkomstig van ‘Rekeningen-courant’ overgebracht naar ‘Omgekeerde repo’s’.
De daling van het totaal van deze posten in 2025 was voornamelijk het gevolg van de waardedaling van de Amerikaanse dollar en de Japanse yen ten opzichte van de euro. Deze daling werd deels gecompenseerd door vooral de in de loop van het jaar verkregen inkomsten uit de portefeuille Amerikaanse dollars.
De samenstelling van de aangehouden nettoposities in vreemde valuta[46] luidde als volgt:
(Vreemde valuta, miljoenen)
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
Amerikaanse dollar | 53.316 | 55.047 |
Japanse yen | 1.715.294 | 1.087.826 |
Chinese renminbi | 4.802 | 4.694 |
Gedurende het eerste kwartaal van 2025 heeft de ECB een klein deel van haar portefeuille Amerikaanse dollars verkocht en de opbrengst volledig herbelegd in Japanse yens. Dit vormde onderdeel van een standaardherbalancering van de samenstelling van haar externe reserves om deze in lijn te brengen met de beoogde toedeling.
Er vond in 2025 geen valutamarktinterventie plaats.
Toelichting 3 – Overige vorderingen op kredietinstellingen in het eurogebied, luidende in euro
Per 31 december 2025 bestond deze post uit rekening-courantsaldi ten opzichte van ingezetenen van het eurogebied ten bedrage van € 1 miljoen (2024: € 2 miljoen).
Toelichting 4 – Effecten uitgegeven door ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro
Toelichting 4.1 – Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten
Per 31 december 2025 bestond deze post uit schuldbewijzen die door de ECB werden aangekocht in het kader van het programma voor de effectenmarkten (securities markets programme – SMP), het derde programma voor de aankoop van gedekte obligaties (covered bond purchase programmes – CBPP3), het programma voor de aankoop van effecten op onderpand van activa (asset-backed securities purchase programme – ABSPP), het aankoopprogramma voor door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen (public sector purchase programme – PSPP) en het pandemie-noodaankoopprogramma (pandemic emergency purchase programme – PEPP).
Aanvangsdatum | Einddatum1 | Besluit | Universum van beleenbare effecten2 | |
|---|---|---|---|---|
Programma voor de effectenmarkten (SMP) | ||||
SMP | mei 2010 | september 2012 | ECB/2010/5 | In het eurogebied uitgegeven publieke en private schuldbewijzen3 |
Programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme – APP) | ||||
CBPP3 | oktober 2014 | juni 2023 | ECB/2020/8, | Gedekte obligaties van ingezetenen van het eurogebied |
ABSPP | november 2014 | juni 2023 | ECB/2014/45, | Senior- en gegarandeerde mezzaninetranches van effecten op onderpand van activa van ingezetenen van het eurogebied |
PSPP | maart 2015 | juni 2023 | ECB/2020/9 | Obligaties uitgegeven door centrale, regionale of lokale overheden of erkende agentschappen in het eurogebied, alsmede door internationale organisaties en multilaterale ontwikkelingsbanken gevestigd in het eurogebied |
CSPP4 | juni 2016 | juni 2023 | ECB/2016/16, | Obligaties en kortlopend schuldpapier uitgegeven door niet-bancaire ondernemingen gevestigd in het eurogebied |
Pandemie-noodaankoopprogramma (PEPP) | ||||
PEPP | maart 2020 | december 2024 | ECB/2020/17, | Alle voor het APP in aanmerking komende activacategorieën |
1) Bij het SMP verwijst ‘Einddatum’ naar de beëindigingsdatum van het programma en bij het APP en het PEPP naar de einddatum van de aankopen.
2) Zie de relevante besluiten van de Raad van Bestuur voor nadere toelatingscriteria van de afzonderlijke programma's.
3) Op grond van het SMP werden uitsluitend overheidsschuldbewijzen uitgegeven door vijf eurolanden aangekocht.
4) De ECB kocht geen effecten aan in het kader van het aankoopprogramma voor door de bedrijvensector uitgegeven schuldbewijzen (corporate sector purchase programme – CSPP).
In 2025 namen de portefeuilles van het programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme – APP)[47] en het PEPP[48] in een gelijkmatig en voorspelbaar tempo af, aangezien het Eurosysteem niet langer de aflossingen op effecten die de vervaldatum hebben bereikt herinvesteerde.
De in het kader van deze programma’s door de ECB aangekochte schuldbewijzen worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen (zie onder ‘Effecten’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).
De geamortiseerde kostprijs van de door de ECB aangehouden schuldbewijzen en de marktwaarde[49] ervan (die niet in de balans of de winst-en-verliesrekening wordt opgenomen, maar die uitsluitend voor vergelijkingsdoeleinden wordt verschaft) luidden als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
Geamortiseerde | Markt-waarde | Geamortiseerde | Markt-waarde | Geamortiseerde | Markt-waarde | |
SMP | 185 | 190 | 286 | 298 | (101) | (108) |
APP | ||||||
CBPP3 | 17.326 | 15.953 | 20.437 | 18.844 | (3.111) | (2.891) |
ABSPP | 3.038 | 3.006 | 7.047 | 6.979 | (4.010) | (3.973) |
PSPP – door overheden/overheidsinstellingen uitgegeven schuldbewijzen | 166.126 | 149.387 | 192.664 | 175.885 | (26.539) | (26.498) |
Totaal APP | 186.490 | 168.345 | 220.149 | 201.708 | (33.659) | (33.362) |
PEPP | ||||||
PEPP – gedekte obligaties | 786 | 710 | 867 | 781 | (80) | (71) |
PEPP – door overheden/overheidsinstellingen uitgegeven schuldbewijzen | 137.804 | 121.407 | 155.480 | 138.927 | (17.676) | (17.520) |
Totaal PEPP | 138.590 | 122.118 | 156.347 | 139.709 | (17.756) | (17.591) |
Totaal | 325.265 | 290.653 | 376.781 | 341.714 | (51.516) | (51.061) |
De mutaties gedurende het jaar in de geamortiseerde kostprijs van de door de ECB aangehouden schuldbewijzen waren als volgt:
(EUR miljoen)
2024 | Aankopen1 | Aflossingen | Netto-agio/ | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|
SMP | 286 | - | (105) | 4 | 185 |
APP | |||||
CBPP3 | 20.437 | - | (3.102) | (9) | 17.326 |
ABSPP | 7.047 | - | (3.978) | (32) | 3.038 |
PSPP – door overheden/overheidsinstellingen uitgegeven schuldbewijzen | 192.664 | (102) | (25.328) | (1.108) | 166.126 |
Totaal APP | 220.149 | (102) | (32.408) | (1.149) | 186.490 |
PEPP | |||||
PEPP – gedekte obligaties | 867 | - | (81) | 1 | 786 |
PEPP – door overheden/overheidsinstellingen uitgegeven schuldbewijzen | 155.480 | - | (16.545) | (1.131) | 137.804 |
Totaal PEPP | 156.347 | - | (16.626) | (1.131) | 138.590 |
Totaal | 376.781 | (102) | (49.139) | (2.275) | 325.265 |
1) Gezien de beëindiging van herinvesteringen kunnen voor het APP in deze kolom negatieve bedragen worden vermeld als gevolg van verkopen van effecten die voornamelijk zijn uitgevoerd om te voldoen aan het risicobeheersingskader.
2) ‘Netto-agio/(-disagio)’ omvat eventuele gerealiseerde nettowinsten/(-verliezen).
De Raad van Bestuur beoordeelt regelmatig de financiële risico’s die zijn verbonden aan de effecten die op grond van deze programma’s worden aangehouden.
In dit kader wordt er jaarlijks op basis van gegevens per jaareinde getoetst of er sprake is van een bijzondere waardevermindering (impairment test); deze toetsen worden door de Raad van Bestuur goedgekeurd. Deze toetsen, die voor elk programma afzonderlijk worden uitgevoerd, omvatten een beoordeling van indicatoren die op een bijzondere waardevermindering wijzen. Voor zover van dergelijke indicatoren sprake is, wordt een nadere analyse uitgevoerd om te bevestigen dat de kasstromen van de onderliggende effecten niet worden geraakt door een gebeurtenis die tot het opnemen van een waardeverminderingsverlies zou leiden. De uitkomsten van de toetsen van dit jaar gaven de ECB geen aanleiding om in 2025 verliezen te verantwoorden op de in de monetairbeleidsportefeuilles opgenomen schuldbewijzen.
De geamortiseerde kostprijs[50] van de door het Eurosysteem aangehouden effecten luidde als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
ECB | NCB's van het eurogebied | Eurosysteem totaal | ECB | NCB's van het eurogebied | Eurosysteem totaal | |
SMP | 185 | 521 | 706 | 286 | 1.050 | 1.336 |
APP | ||||||
CBPP3 | 17.326 | 193.147 | 210.473 | 20.437 | 232.571 | 253.009 |
ABSPP | 3.038 | - | 3.038 | 7.047 | - | 7.047 |
PSPP – door overheden/overheidsinstellingen uitgegeven schuldbewijzen | 166.126 | 1.495.709 | 1.661.835 | 192.664 | 1.704.258 | 1.896.922 |
PSPP – door supranationale emittenten uitgegeven schuldbewijzen | - | 197.845 | 197.845 | - | 227.808 | 227.808 |
CSPP | - | 248.543 | 248.543 | - | 288.377 | 288.377 |
Totaal APP | 186.490 | 2.135.245 | 2.321.734 | 220.149 | 2.453.015 | 2.673.164 |
PEPP | ||||||
PEPP – gedekte obligaties | 786 | 4.339 | 5.125 | 867 | 5.097 | 5.964 |
PEPP – door overheden/overheidsinstellingen uitgegeven schuldbewijzen | 137.804 | 1.090.166 | 1.227.970 | 155.480 | 1.243.391 | 1.398.871 |
PEPP – door supranationale emittenten uitgegeven schuldbewijzen | - | 148.959 | 148.959 | - | 158.931 | 158.931 |
PEPP – door de bedrijvensector uitgegeven schuldbewijzen | - | 40.965 | 40.965 | - | 45.105 | 45.105 |
Totaal PEPP | 138.590 | 1.284.429 | 1.423.019 | 156.347 | 1.452.524 | 1.608.871 |
Totaal | 325.265 | 3.420.194 | 3.745.459 | 376.781 | 3.906.590 | 4.283.371 |
Toelichting: De cijfers vermeld onder ‘NCB's van het eurogebied’ zijn voorlopig en kunnen nog worden herzien, wat ook zou leiden tot een overeenkomstige aanpassing van de cijfers onder ‘Eurosysteem totaal’.
Toelichting 5 – Vorderingen binnen het Eurosysteem
Toelichting 5.1 – Vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem
Deze post bestaat uit de vorderingen van de ECB ten opzichte van de NCB’s van het eurogebied uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem (zie ‘Bankbiljetten in omloop’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’). Per 31 december 2025 bedroeg het totaal € 129.563 miljoen (2024: € 127.067 miljoen). Sinds 1 januari 2025 wordt de rentevergoeding over deze vorderingen op dagelijkse basis berekend tegen de laatst beschikbare rentevoet die het Eurosysteem hanteert voor de depositofaciliteit. Tot die datum werd een dergelijke rentevergoeding berekend tegen de laatst beschikbare rentevoet die het Eurosysteem hanteert bij zijn tenders voor basisherfinancieringstransacties (zie ‘Diversen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’ en toelichting 22.2 ‘Rentebaten uit vorderingen vanwege de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem’).
Toelichting 6 – Overige activa
Toelichting 6.1 – Materiële en immateriële vaste activa
De materiële en immateriële vaste activa waren als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
Aanschafprijs | |||
Grond en gebouwen | 1.004 | 1.015 | (11) |
Gebruiksrechten gebouwen | 332 | 352 | (20) |
Installaties | 222 | 222 | (0) |
IT-hardware en -software | 141 | 142 | (1) |
Technische inventaris, meubilair en motorvoertuigen | 117 | 114 | 3 |
Gebruiksrechten uitrusting | 0 | 1 | (1) |
Activa in aanbouw | 0 | 10 | (9) |
Overige vaste activa | 11 | 11 | (0) |
Totaal aanschafprijs | 1.827 | 1.866 | (39) |
Cumulatieve afschrijvingen | |||
Grond en gebouwen | (256) | (251) | (5) |
Gebruiksrechten gebouwen | (102) | (243) | 141 |
Installaties | (172) | (160) | (12) |
IT-hardware en -software | (137) | (135) | (2) |
Technische inventaris, meubilair en motorvoertuigen | (102) | (102) | 0 |
Gebruiksrechten uitrusting | (0) | (1) | 1 |
Overige vaste activa | (4) | (4) | (0) |
Totaal cumulatieve afschrijvingen | (772) | (895) | 123 |
Totale boekwaarde (netto) | 1.055 | 971 | 84 |
In 2025 nam de ECB een nieuw gehuurd kantoorgebouw op onder ‘Gebruiksrechten gebouwen’. De hiermee verband houdende stijging van de kosten voor deze activacategorie werd meer dan gecompenseerd door het afvoeren van de balans van een ander gehuurd kantoorgebouw per de afloopdatum van diens leaseperiode, wat ook leidde tot een overeenkomstige daling van de daarmee verband houdende cumulatieve afschrijvingen.
Aan het einde van het jaar is getoetst of het hoofdgebouw van de ECB en de geactiveerde gebruiksrechten van gehuurde kantoorgebouwen een bijzondere waardevermindering hadden ondergaan; er werd geen bijzonder waardeverminderingsverlies geconstateerd.
Toelichting 6.2 – Overige financiële activa
Deze post omvat vooral de eigenmiddelenportefeuille van de ECB, die hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het beleggen van het gestorte kapitaal van de ECB en bedragen die zijn opzijgezet in de reserves en de voorziening voor financiële risico's. Deze post omvat onder meer een belang van 3.211 aandelen in de Bank voor Internationale Betalingen (BIB) tegen een verwervingsprijs van € 42 miljoen en overige rekeningen-courant, luidende in euro.
De samenstelling van deze post luidde als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
Rekeningen-courant, luidende in euro | 41 | 45 | (4) |
Effecten luidende in euro | 21.612 | 21.269 | 343 |
Omgekeerde repotransacties, luidende in euro | 1.516 | 1.425 | 91 |
Overige financiële activa | 42 | 42 | (0) |
Totaal | 23.211 | 22.781 | 430 |
De nettostijging van deze post in 2025 was voornamelijk het gevolg van de herinvestering van de rentebaten uit de eigenmiddelenportefeuille van de ECB.
Toelichting 6.3 – Herwaarderingsverschillen op instrumenten buiten de balans
Deze post bestaat voornamelijk uit de waarderingsveranderingen in de per 31 december 2025 uitstaande valutaswap- en valutatermijntransacties (zie toelichting 20 ‘Valutaswaps en valutatermijntransacties’). Deze waarderingsveranderingen bedroegen € 273 miljoen (2024: € 681 miljoen). Deze zijn het gevolg van de omrekening van dergelijke transacties naar eurobedragen tegen de valutakoers op de balansdatum, vergeleken met de eurobedragen voortvloeiend uit de omrekening van de transacties tegen de gemiddelde kostprijs van de desbetreffende vreemde valuta op die datum (zie onder ‘Niet in de balans opgenomen instrumenten’ en ‘Goud en in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).
Toelichting 6.4 – Overlopende activa
De overlopende activa waren als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
Opgebouwde rente op TARGET-saldi verschuldigd door NCB’s | 2.207 | 3.656 | (1.449) |
Opgebouwde rente op vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem | 651 | 1.093 | (442) |
Opgebouwde rente op effecten | 3.386 | 3.519 | (133) |
Opgebouwde baten in verband met toezichtstaken | 690 | 681 | 9 |
Andere overlopende activa | 175 | 210 | (35) |
Totaal | 7.108 | 9.158 | (2.050) |
Ultimo 2025 omvatte deze post ook de nog te ontvangen couponrente op effecten (waaronder bij aankoop meegekochte uitstaande rente) (zie toelichting 2.2 ‘Tegoeden bij banken en beleggingen in effecten, externe leningen en overige externe activa; en vorderingen op ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta’, toelichting 4,1 ‘Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten’, en toelichting 6.2 'Overige financiële activa’).
Ook omvatte deze post nog van NCB’s van het eurogebied te ontvangen rente op TARGET-saldi over december 2025 (zie toelichting 11.2 ‘Verplichtingen uit hoofde van TARGET (netto)’) en van NCB’s van het eurogebied te ontvangen rente voor het laatste kwartaal van 2025 met betrekking tot de vorderingen van de ECB uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem (zie toelichting 5.1 ‘Vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem’). Deze bedragen zijn in januari 2026 afgewikkeld.
De opgebouwde baten in verband met toezichtstaken zijn de te ontvangen toezichtsvergoedingen voor de vergoedingsperiode 2025. Dit bedrag zal in 2026 worden geïnd (zie toelichting 25 ‘Nettobaten uit vergoedingen en provisies’).[51]
Het restant van deze post omvatte voornamelijk (i) opgebouwde baten uit ESCB-projecten en -diensten (zie toelichting 27 ‘Overige baten’), (ii) diverse vooruitbetalingen, en (iii) opgebouwde rentebaten uit overige financiële instrumenten.
Toelichting 6.5 – Diversen
Deze post bedroeg per 31 december 2025 € 110 miljoen (2024: € 53 miljoen) en omvat voornamelijk saldi ten bedrage van € 78 miljoen (2024: € 24 miljoen) met betrekking tot per 31 december 2025 uitstaande valutaswap- en valutatermijntransacties (zie toelichting 20 ‘Valutaswaps en valutatermijntransacties’). Deze saldi houden verband met de omrekening van dergelijke transacties naar eurobedragen tegen de gemiddelde kostprijs van de desbetreffende valuta op de balansdatum, vergeleken met de oorspronkelijk verwerkte eurobedragen van de transacties (zie ‘Niet in de balans opgenomen instrumenten’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).
Deze post omvatte ook vorderingen met betrekking tot ESCB-projecten en -diensten (zie toelichting 27 ‘Overige baten’) en saldi in verband met terugvorderbare belasting toegevoegde waarde.
Toelichting 7 – Bankbiljetten in omloop
Deze post bestaat uit het aandeel van de ECB (8%) in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop (zie onder ‘Bankbiljetten in omloop’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’), dat per 31 december 2025 € 129.563 miljoen bedroeg (2024: € 127.067 miljoen).
Toelichting 8 – Overige verplichtingen aan kredietinstellingen in het eurogebied, luidende in euro
De centrale banken van het Eurosysteem mogen bij hun transacties in het kader van het PSPP en bij de uitlening van door de overheidssector uitgegeven effecten in het kader van het PEPP geldmiddelen als zekerheid accepteren zonder dat deze verplicht moeten worden herbelegd. Deze transacties worden voor de ECB via gespecialiseerde instellingen uitgevoerd.
Deze post omvat de saldi die voortvloeien uit dergelijke uitstaande uitleningstransacties met kredietinstellingen van het eurogebied. Aangezien de geldmiddelen die als onderpand werden overgeboekt naar TARGET-rekeningen aan het einde van het jaar nog onbelegd waren, werden deze transacties op de balans verwerkt (zie onder ‘Transacties met wederinkoop’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’ en toelichting 17 ‘Programma’s voor effectenuitlening’).[52]
Toelichting 9 – Verplichtingen aan overige ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro
Toelichting 9.1 – Overheid
Per 31 december 2025 bestond deze post uit deposito’s van de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit (European Financial Stability Facility – EFSF) en bedroeg € 74 miljoen (2024: € 73 miljoen). In overeenstemming met artikel 21 van de Statuten van het ESCB mag de ECB als fiscaal agent optreden ten behoeve van instellingen, organen of instanties van de Unie, centrale overheden, regionale, lokale of andere overheden, overheidsinstanties, andere publiekrechtelijke lichamen of openbare bedrijven van de lidstaten.
Toelichting 9.2 – Overige verplichtingen
Deze post bedroeg per 31 december 2025 in totaal € 25.947 miljoen (2024: € 24.482 miljoen) en omvat saldi van aangesloten systemen in het eurogebied[53] die via de TARGET-ECB-component aan TARGET zijn gekoppeld.
Toelichting 10 – Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro
De verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro, waren als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
TARGET-saldi van NCB’s buiten het eurogebied en aangesloten systemen | 2.671 | 2.908 | (236) |
Als onderpand ontvangen geldmiddelen bij effectenuitleningstransacties | 188 | 2.062 | (1.874) |
Door de ECB geaccepteerde deposito’s in haar rol van fiscaal agent | 23.576 | 33.823 | (10.246) |
Liquiditeitsverschaffende swapovereenkomsten | 410 | 1.067 | (656) |
Totaal | 26.846 | 39.859 | (13.013) |
Per 31 december 2025 bestond de grootste component van deze post uit deposito’s die door de ECB werden geaccepteerd in haar rol van fiscaal agent voor de Europese Commissie, in verband met het beheer van door de EU opgenomen en verstrekte leningen (zie toelichting 21 ‘Beheer van opgenomen en verstrekte leningen’).
De post omvatte ook TARGET-saldi, bestaande uit saldi van NCB’s buiten het eurogebied ten opzichte van de ECB (zie ‘Saldi binnen het ESCB/saldi binnen het Eurosysteem’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’) en saldi van de buiten het eurogebied aangesloten systemen die via de TARGET-ECB-component aan TARGET zijn gekoppeld.
Bovendien bevatte deze post een saldo dat voortvloeit uit de permanente wederzijdse valutaregeling met het Federal Reserve System. In het kader van deze regeling verstrekt de Federal Reserve Bank of New York door middel van swaptransacties Amerikaanse dollars aan de ECB, met als doel om kortetermijnliquiditeit in Amerikaanse dollars aan tegenpartijen van het Eurosysteem te kunnen verstrekken. Tegelijkertijd verricht de ECB back-to-backswaptransacties met NCB's van het eurogebied, die de resulterende middelen aanwenden om met tegenpartijen van het Eurosysteem in Amerikaanse dollars luidende liquiditeitsverschaffende transacties uit te voeren in de vorm van transacties met wederinkoop. De back-to-backswaptransacties resulteren in saldi binnen het Eurosysteem tussen de ECB en de NCB’s van het eurogebied. Bovendien resulteren de door de ECB uitgevoerde swaptransacties met de Federal Reserve Bank of New York en de NCB’s van het eurogebied in termijnvorderingen en -verplichtingen die op buitenbalansrekeningen worden geregistreerd (zie toelichting 20 ‘Valutaswaps en valutatermijntransacties’).
Het restant van deze post bestond uit saldi uit hoofde van uitstaande PSPP- en publieke PEPP-effectenuitleningstransacties met kredietinstellingen buiten het eurogebied. Aangezien de geldmiddelen die als onderpand werden overgeboekt naar TARGET-rekeningen aan het einde van het jaar nog onbelegd waren, werden deze transacties op de balans verwerkt (zie onder ‘Transacties met wederinkoop’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’ en toelichting 17 ‘Programma’s voor effectenuitlening’).
Toelichting 11 – Verplichtingen binnen het Eurosysteem
Toelichting 11.1 – Verplichtingen uit hoofde van de overdracht van externe reserves
Dit zijn de verplichtingen aan de NCB's van het eurogebied uit hoofde van de overdracht van externe reserves aan de ECB wanneer deze NCB’s toetreden tot het Eurosysteem. In overeenstemming met artikel 30.2 van de Statuten van het ESCB worden deze bijdragen vastgesteld naar rato van de aandelen van NCB's in het geplaatste kapitaal van de ECB. In 2025 waren er geen mutaties.
De verplichtingen aan de NCB's van het eurogebied uit hoofde van de overdracht van externe reserves aan de ECB waren als volgt:
(EUR miljoen)
Sinds | |
|---|---|
Nationale Bank van België (België) | 1.488 |
Deutsche Bundesbank (Duitsland) | 10.802 |
Eesti Pank (Estland) | 121 |
Central Bank of Ireland (Ierland) | 884 |
Bank of Greece (Griekenland) | 916 |
Banco de España (Spanje) | 4.796 |
Banque de France (Frankrijk) | 8.114 |
Hrvatska narodna banka (Kroatië) | 314 |
Banca d’Italia (Italië) | 6.498 |
Central Bank of Cyprus (Cyprus) | 89 |
Latvijas Banka (Letland) | 157 |
Lietuvos bankas (Litouwen) | 239 |
Banque centrale du Luxembourg (Luxemburg) | 148 |
Central Bank of Malta (Malta) | 52 |
De Nederlandsche Bank (Nederland) | 2.396 |
Oesterreichische Nationalbank (Oostenrijk) | 1.199 |
Banco de Portugal (Portugal) | 943 |
Banka Slovenije (Slovenië) | 200 |
Národná banka Slovenska (Slowakije) | 466 |
Suomen Pankki – Finlands Bank (Finland) | 737 |
Totaal | 40.562 |
Sinds 1 januari 2025 wordt de vergoeding over deze verplichtingen op dagelijkse basis berekend tegen de laatst beschikbare rentevoet die het Eurosysteem hanteert voor de depositofaciliteit, gecorrigeerd vanwege een nulrendement op de goudcomponent. Tot die datum werd een dergelijke vergoeding bepaald tegen de laatst beschikbare rentevoet die het Eurosysteem hanteerde bij zijn tenders voor basisherfinancieringstransacties, eveneens gecorrigeerd vanwege een nulrendement op de goudcomponent (zie ‘Diversen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’ en toelichting 22.3 ‘Remuneratie van vorderingen van NCB's in verband met overgedragen externe reserves’).
Toelichting 11.2 – Verplichtingen uit hoofde van TARGET (netto)
Deze post bestaat uit de TARGET-saldi van de NCB’s van het eurogebied ten opzichte van de ECB (zie onder ‘Saldi binnen het ESCB/binnen het Eurosysteem’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’), die als volgt luidden:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
Verschuldigd aan de NCB's van het eurogebied ter zake van TARGET | 1.545.403 | 1.593.185 |
Te vorderen van de NCB's van het eurogebied ter zake van TARGET | (1.231.912) | (1.245.111) |
TARGET-nettoverplichting | 313.491 | 348.074 |
De daling van de netto TARGET-verplichting had voornamelijk te maken met de via TARGET-rekeningen afgewikkelde kasinstroom als gevolg van de aflopende effecten in het kader van het APP en het PEPP (zie toelichting 4.1 ‘Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten’). De invloed van deze factor werd gedeeltelijk gecompenseerd door met name de kasuitstroom als gevolg van (i) lagere door de ECB geaccepteerde deposito’s in haar rol van fiscaal agent voor de Europese Commissie, in verband met het beheer van door de EU opgenomen en verstrekte leningen (zie toelichting 10 ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’), en (ii) rentelasten op de netto TARGET-verplichting van de ECB (zie toelichting 22.5 ‘Nettorentelasten uit van/aan NCB’s verschuldigde TARGET-saldi’).
Met uitzondering van de saldi die voortvloeien uit back-to-backswaptransacties in verband met in Amerikaanse dollars luidende liquiditeitsverschaffende transacties, wordt de vergoeding over door de NCB’s van het eurogebied ten opzichte van de ECB aangehouden TARGET-posities sinds 1 januari 2025 op dagelijkse basis berekend tegen de laatst beschikbare rentevoet die het Eurosysteem hanteert voor de depositofaciliteit. Tot die datum werd een dergelijke vergoeding berekend tegen de laatst beschikbare rentevoet die het Eurosysteem hanteert bij zijn tenders voor basisherfinancieringstransacties (zie ‘Diversen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’ en toelichting 22.5 ‘Nettorentelasten uit van/aan NCB’s verschuldigde TARGET-saldi‘).
Toelichting 11.3 – Overige verplichtingen binnen het Eurosysteem (netto)
Per 31 december 2025 bedroeg deze post € 8 miljoen (2024: € 40 miljoen). Deze bevatte de door de ECB geaccepteerde deposito’s in haar rol van fiscaal agent voor de Europese Commissie, in verband met het beheer van door de EU opgenomen en verstrekte leningen (zie toelichting 21 ‘Beheer van opgenomen en verstrekte leningen’).
Ook omvatte deze een correspondentrekening die gebruikt werd voor de verwerking van administratieve betalingen van de ECB.
Toelichting 12 – Overige verplichtingen
Toelichting 12.1 – Herwaarderingsverschillen op instrumenten buiten de balans
Deze post omvatte mutaties in de waardering van de per 31 december 2025 uitstaande termijntransacties luidende in vreemde valuta (zie toelichting 19, ‘Termijntransacties in effecten’). Deze waarderingsveranderingen bedroegen € 0,2 miljoen en waren hoofdzakelijk het gevolg van een daling in de termijnmarktkoers voor de effecten. De overige waarderingsveranderingen hielden verband met de omrekening van dergelijke transacties naar eurobedragen tegen de valutakoers op de balansdatum, vergeleken met de eurobedragen voortvloeiend uit de omrekening van de transacties tegen de gemiddelde kostprijs van de desbetreffende vreemde valuta op die datum (zie onder ‘Niet in de balans opgenomen instrumenten’ en ‘Goud en in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’). Per 31 december 2024 waren er geen saldi op deze post.
Toelichting 12.2 – Overlopende passiva
De overlopende passiva waren als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
Opgebouwde rente op TARGET-saldi verschuldigd aan NCB’s | 2.743 | 4.636 | (1.892) |
Opgelopen rente op vorderingen van NCB's in verband met aan de ECB overgedragen externe reserves | 790 | 1.448 | (659) |
Opgebouwde rente op door de ECB geaccepteerde deposito’s in haar rol van fiscaal agent | 45 | 103 | (58) |
Overige overlopende posten | 83 | 101 | (18) |
Totaal | 3.661 | 6.288 | (2.627) |
Per 31 december 2025 waren de twee belangrijkste componenten van deze post de nog te betalen rente aan de NCB’s op TARGET-saldi voor december 2025 (zie toelichting 10 ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’ en toelichting 11.2 ‘Verplichtingen uit hoofde van TARGET (netto)’ en de aan de NCB’s van het eurogebied voor 2025 verschuldigde rente over hun vorderingen in verband met aan de ECB overgedragen externe reserves (zie toelichting 11.1 ‘Verplichtingen uit hoofde van de overdracht van externe reserves’). Deze bedragen zijn in januari 2026 afgewikkeld.
Deze post omvatte ook de nog te betalen opgebouwde rente op door de ECB geaccepteerde deposito’s in haar rol van fiscaal agent (zie onder 9.1 ‘Overheid’, onder 10 ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’ en onder 11.3 ‘Overige verplichtingen binnen het Eurosysteem (netto)’).
Het restant van deze post bestond uit (i) de nog te betalen opgebouwde rente op saldi van aangesloten systemen in het eurogebied die via de TARGET-ECB-component aan TARGET zijn gekoppeld (zie toelichting 9.2 ‘Overige verplichtingen’); en (ii) diverse overlopende posten.
Toelichting 12.3 – Diversen
Per 31 december 2025 bedroeg deze post € 1.084 miljoen (2024: € 1.327 miljoen). Het totaal omvatte saldi ten bedrage van € 286 miljoen (2024: € 574 miljoen) in verband met per 31 december 2025 uitstaande valutaswap- en valutatermijntransacties (zie toelichting 20 ‘Valutaswaps en valutatermijntransacties’). Deze saldi houden verband met de omrekening van dergelijke transacties naar eurobedragen tegen de gemiddelde kostprijs van de desbetreffende valuta op de balansdatum, vergeleken met de oorspronkelijk verwerkte eurobedragen van de transacties (zie ‘Niet in de balans opgenomen instrumenten’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).
Deze post omvatte tevens een leaseverplichting van € 227 miljoen (2024: € 110 miljoen) (zie ‘Leasing’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).
Het restant van deze post omvatte hoofdzakelijk (i) verplichtingen in verband met ESCB-diensten, en (ii) verplichtingen voortvloeiend uit de regelingen van de ECB voor ziektekosten en langdurige zorg voor haar medewerkers en directieleden, evenals voor de bij de ECB werkzame leden van de Raad van Toezicht.
Daarnaast omvatte deze post de nettoverplichting uit hoofde van DB-regelingen van de ECB in verband met de vergoedingen na uitdiensttreding en overige langetermijnbeloningen van haar personeel[54], de directieleden en de bij de ECB werkzame leden van de Raad van Toezicht.
Vergoedingen na uitdiensttreding en overige langetermijnbeloningen
Balans
De in de balans opgenomen bedragen onder ‘Diversen’ (passiva) met betrekking tot uitkeringen na uitdiensttreding en andere langetermijnpersoneelsbeloningen luiden als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
Medewerkers | Bestuursorganen | Totaal | Medewerkers | Bestuursorganen | Totaal | |
Brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen | 2.948 | 42 | 2.990 | 2.712 | 37 | 2.749 |
Reële waarde van de fondsbeleggingen | (2.604) | - | (2.604) | (2.253) | - | (2.253) |
Nettoverplichting uit hoofde van DB-regelingen onder de post ‘Diversen’ (passiva) | 344 | 42 | 386 | 459 | 37 | 496 |
Toelichting: In de kolom ‘Bestuursorganen’ worden bedragen met betrekking tot zowel de directie als de Raad van Toezicht weergegeven.
Ultimo 2025 bedroeg de brutoverplichting (contante waarde) uit hoofde van DB-regelingen ten behoeve van de medewerkers in totaal € 2.948 miljoen (2024: € 2.712 miljoen), inclusief niet-kapitaalgedekte verplichtingen ten bedrage van € 356 miljoen (2024: € 293 miljoen) met betrekking tot vergoedingen na uitdiensttreding (anders dan pensioenen) en andere langetermijnbeloningen. De contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen ten behoeve van de directieleden en de leden van de Raad van Toezicht van € 42 miljoen (2024: € 37 miljoen) betreft uitsluitend niet door kapitaal gedekte regelingen voor vergoedingen na uitdiensttreding en andere langetermijnbeloningen.
Herberekeningen betreffende de nettoverplichting van de ECB uit hoofde van DB-regelingen voor vergoedingen na uitdiensttreding worden in de balans opgenomen onder ‘Herwaarderingsrekeningen’. Ultimo 2025 beliepen de herberekeningswinsten onder die post € 585 miljoen (2024: € 416 miljoen) (zie toelichting 14 ‘Herwaarderingsrekeningen’).
Mutaties in de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen, fondsbeleggingen en herberekeningsresultaten
De mutaties in de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen luidden als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
Medewerkers | Bestuursorganen | Totaal | Medewerkers | Bestuursorganen | Totaal | |
Beginsaldo brutoverplichting | 2.712 | 37 | 2.749 | 2.458 | 35 | 2.493 |
Aan het dienstjaar toegerekende kosten | 128 | 2 | 130 | 121 | 3 | 123 |
Kosten van verstreken diensttijd | 0 | 0 | 0 | 119 | 1 | 120 |
Rentekosten brutoverplichting | 99 | 1 | 101 | 85 | 1 | 86 |
Bijdragen deelnemers1 | 40 | 0 | 41 | 38 | 0 | 38 |
Betaalde uitkeringen | (39) | (3) | (42) | (31) | (3) | (34) |
Herberekenings(winst)/-verlies | 7 | 4 | 11 | (77) | 0 | (77) |
Eindsaldo brutoverplichting | 2.948 | 42 | 2.990 | 2.712 | 37 | 2.749 |
Toelichting: In de kolom ‘Bestuursorganen’ worden bedragen met betrekking tot zowel de directie als de Raad van Toezicht weergegeven.
1) Het totaal omvat verplichte bijdragen en overdrachten naar of uit de regelingen. De door medewerkers betaalde verplichte bijdrage bedraagt 7,4%, terwijl die van de ECB 20,7% van het basissalaris bedraagt.
De herberekeningsverliezen op de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen ontstonden in 2025 als gevolg van de ervaringsaanpassingen op basis van het verschil tussen de in het verslag van het voorgaande jaar gehanteerde actuariële veronderstellingen en de werkelijke uitkomsten. De daaruit voortvloeiende verliezen werden deels gecompenseerd door herberekeningswinsten, vooral als gevolg van de stijging van de voor de actuariële waardering gehanteerde disconteringsvoet van 3,6% in 2024 tot 3,9% in 2025.
De pensioenkosten van verstreken diensttijd verantwoord in 2024 hadden betrekking op de huidige premiebetalers en gepensioneerden en vloeiden voort uit een wijziging van de regels voor de pensioenregelingen die de ECB in dat jaar invoerde, volgens welke de jaarlijkse verhoging van de pensioenen vanaf 2025 in overeenstemming wordt gebracht met de jaarlijkse algemene salarisaanpassingen voor ECB-personeelsleden.
Het mutatieoverzicht van de reële waarde van de fondsbeleggingen ter dekking van toegezegde (pensioen)uitkeringen aan medewerkers luidde als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
Beginsaldo reële waarde van de fondsbeleggingen | 2.253 | 1.983 |
Rentebaten fondsbeleggingen | 83 | 69 |
Herberekeningswinst | 166 | 104 |
Bijdragen werkgever | 88 | 81 |
Bijdragen deelnemers | 40 | 38 |
Betaalde uitkeringen | (26) | (21) |
Eindsaldo reële waarde van de fondsbeleggingen | 2.604 | 2.253 |
De herberekeningswinst op de fondsbeleggingen in 2025 is het gevolg van het feit dat het werkelijke rendement op de fondsbeleggingen hoger was dan de geraamde rentebaten uit de beleggingen, op basis van een disconteringsvoet van 3,6% gehanteerd voor de actuariële waardering in 2024.
Het mutatieoverzicht van de herberekeningsresultaten luidde als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
Beginsaldo herberekeningswinst | 416 | 238 |
Winst op de fondsbeleggingen | 166 | 104 |
Winst/(verlies) op de brutoverplichting | (11) | 77 |
(Winst)/verlies opgenomen in de winst-en-verliesrekening | 14 | (2) |
Eindsaldo herberekeningswinst opgenomen onder ‘Herwaarderingsrekeningen’ | 585 | 416 |
Winst-en-verliesrekening
De in de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen luidden als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
Medewerkers | Bestuursorganen | Totaal | Medewerkers | Bestuursorganen | Totaal | |
Aan het dienstjaar toegerekende kosten | 128 | 2 | 130 | 121 | 3 | 123 |
Kosten van verstreken diensttijd | 0 | 0 | 0 | 119 | 1 | 120 |
Nettorente over de nettoverplichting uit hoofde van DB-regelingen | 16 | 1 | 18 | 16 | 1 | 17 |
- Rentekosten brutoverplichting | 99 | 1 | 101 | 85 | 1 | 86 |
- Rentebaten fondsbeleggingen | (83) | - | (83) | (69) | - | (69) |
Herberekenings(winsten)/-verliezen op overige langetermijnbeloningen | 14 | 0 | 14 | (2) | 0 | (2) |
Totaalbedrag opgenomen onder ‘Personeelskosten’ | 159 | 3 | 162 | 253 | 5 | 258 |
Toelichting: In de kolom ‘Bestuursorganen’ worden bedragen met betrekking tot zowel de directie als de Raad van Toezicht weergegeven.
De in de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen voor de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten, rentekosten op de verplichting en rentebaten uit fondsbeleggingen, worden geraamd aan de hand van de aannames die in het voorgaande jaar werden toegepast. De toepasselijke disconteringsvoet steeg van 3,4% naar 3,6%, zoals gebruikt voor de actuariële waarderingen in respectievelijk 2023 en 2024. De hogere saldi en de hogere disconteringsvoet leidden tot een stijging van de rentelasten op de verplichting en rentebaten op de fondsbeleggingen. De aan het dienstjaar toegerekende kosten zijn in 2025 marginaal gestegen, voornamelijk als gevolg van de wijziging van de regels voor de pensioenregelingen van de ECB in 2024.
De kosten van verstreken diensttijd in verband met deze wijziging zijn volledig opgenomen in de winst-en-verliesrekening voor 2024, het jaar waarin het besluit tot wijziging werd genomen.
Belangrijke veronderstellingen
Bij de totstandkoming van de waarderingen waarnaar in deze toelichting wordt verwezen, hebben de onafhankelijke actuarissen veronderstellingen gehanteerd die door de directie zijn goedgekeurd ten behoeve van de administratieve verwerking en de vermelding in de toelichting. De belangrijkste veronderstellingen die zijn gehanteerd voor het berekenen van de verplichting uit hoofde van vergoedingen na uitdiensttreding en andere langetermijnbeloningen luidden als volgt:
(%)
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
Disconteringsvoet | 3,90 | 3,60 |
Verwacht rendement op de beleggingsfondsen van deelnemers1 | 4,90 | 4,60 |
Toekomstige algemene salarisverhogingen2 | 2,00 | 2,00 |
Toekomstige pensioenverhogingen3 | 2,00 | 2,00 |
1) Deze veronderstellingen zijn gebruikt voor de berekening van het deel van de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen van de ECB dat wordt gedekt door activa met een onderliggende kapitaalgarantie.
2) Daarnaast is rekening gehouden met verwachte individuele salarisverhogingen van maximaal 1,8% per jaar, afhankelijk van de leeftijd van de deelnemers aan de regeling.
3) Volgens de bepalingen van de pensioenregeling van de ECB worden de pensioenen jaarlijks verhoogd. Deze regels zijn in 2024 gewijzigd en met ingang van 2025 is de jaarlijkse verhoging van de pensioenen in overeenstemming gebracht met de jaarlijkse algemene salarisaanpassingen voor ECB-personeelsleden. Voor deze wijziging was de jaarlijkse verhoging van de pensioenen ook gekoppeld aan de algemene salarisaanpassing, maar golden aanvullende voorwaarden.
Toelichting 13 – Voorzieningen
Toelichting 13.1 – Overige voorzieningen
Per 31 december 2025 omvatte deze post administratieve voorzieningen voor een bedrag van € 84 miljoen (2024: € 72 miljoen).
Toelichting 14 – Herwaarderingsrekeningen
Deze post bestaat voornamelijk uit de herwaarderingssaldi uit hoofde van de positieve ongerealiseerde resultaten uit activa, verplichtingen en buiten de balans verantwoorde instrumenten (zie onder Goud en in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen’, ‘Effecten’, ‘Resultaatbepaling’ en ‘Niet in de balans opgenomen instrumenten’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).[55] Deze post omvat tevens herberekeningen van de nettoverplichting van de ECB voor vergoedingen na uitdiensttreding (zie onder ‘Vergoedingen na uitdiensttreding en overige langetermijnbeloningen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’ en toelichting 12.3 ‘Diversen’).
De herwaarderingsrekeningen luidden als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
Goud | 55.957 | 37.097 | 18.860 |
Vreemde valuta | 6.042 | 12.819 | (6.777) |
- Amerikaanse dollar | 6.042 | 12.717 | (6.675) |
- Chinese renminbi | - | 30 | (30) |
– SDR’s | - | 72 | (72) |
- Overige | - | 0 | (0) |
Effecten en andere instrumenten | 484 | 320 | 164 |
Nettoverplichting voor toegezegde vergoedingen na uitdiensttreding | 585 | 416 | 169 |
Totaal | 63.068 | 50.653 | 12.415 |
De herwaarderingsrekeningen namen in 2025 in omvang toe, voornamelijk als gevolg van de stijging van de marktprijs van goud uitgedrukt in euro’s. De stijging werd deels gecompenseerd door een daling van de herwaarderingsrekeningen in vreemde valuta, voornamelijk als gevolg van de waardedaling van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro.
Voor de herwaardering per jaareinde zijn de onderstaande wisselkoersen voor de belangrijkste valuta’s en de goudprijs gebruikt:
Wisselkoersen | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
Amerikaanse dollars per euro | 1,1750 | 1,0389 |
Japanse yen per euro | 184,09 | 163,06 |
Chinese renminbi per euro | 8,2262 | 7,5833 |
Euro per SDR | 1,1656 | 1,2544 |
Euro per fine ounce goud | 3.669,106 | 2.511,069 |
Toelichting 15 – Kapitaal en reserves
Toelichting 15.1 – Kapitaal
De kapitaalverdeelsleutel van de ECB
Op grond van artikel 29 van de Statuten van het ESCB worden de wegingen toegekend aan de NCB's van de EU-lidstaten in de kapitaalverdeelsleutel van de ECB in gelijke mate bepaald naar het aandeel van de desbetreffende lidstaat in de totale bevolking en het bruto binnenlands product van de EU. Deze wegingen worden elke vijf jaar aangepast. Dit gebeurt ook bij een verandering in het aantal NCB's die aan het kapitaal van de ECB bijdragen.
Kapitaal van de ECB
De kapitaalverdeelsleutel wordt toegepast op het geplaatste kapitaal van de ECB van € 10.825 miljoen om het aandeel van elke NCB in het geplaatste kapitaal te bepalen.
De NCB’s van het eurogebied hebben hun aandeel in het geplaatste kapitaal volgestort, terwijl de NCB’s buiten het eurogebied 3,75% van hun geplaatste kapitaal hebben gestort als bijdrage in de operationele kosten van de ECB. NCB's die niet tot het eurogebied behoren, hebben geen recht op een aandeel in de te verdelen winst van de ECB; evenmin hoeven zij eventuele verliezen van de ECB te dekken.
In 2025 waren er geen mutaties. Onderstaande tabel toont de kapitaalverdeelsleutel, het geplaatste kapitaal en het gestorte kapitaal:
Sinds 1 januari 2024 | |||
|---|---|---|---|
Kapitaalverdeelsleutel | Geplaatst | Gestort | |
Nationale Bank van België (België) | 3,0005 | 325 | 325 |
Deutsche Bundesbank (Duitsland) | 21,7749 | 2.357 | 2.357 |
Eesti Pank (Estland) | 0,2437 | 26 | 26 |
Central Bank of Ireland (Ierland) | 1,7811 | 193 | 193 |
Bank of Greece (Griekenland) | 1,8474 | 200 | 200 |
Banco de España (Spanje) | 9,6690 | 1.047 | 1.047 |
Banque de France (Frankrijk) | 16,3575 | 1.771 | 1.771 |
Hrvatska narodna banka (Kroatië) | 0,6329 | 69 | 69 |
Banca d’Italia (Italië) | 13,0993 | 1.418 | 1.418 |
Central Bank of Cyprus (Cyprus) | 0,1802 | 20 | 20 |
Latvijas Banka (Letland) | 0,3169 | 34 | 34 |
Lietuvos bankas (Litouwen) | 0,4826 | 52 | 52 |
Banque centrale du Luxembourg (Luxemburg) | 0,2976 | 32 | 32 |
Central Bank of Malta (Malta) | 0,1053 | 11 | 11 |
De Nederlandsche Bank (Nederland) | 4,8306 | 523 | 523 |
Oesterreichische Nationalbank (Oostenrijk) | 2,4175 | 262 | 262 |
Banco de Portugal (Portugal) | 1,9014 | 206 | 206 |
Banka Slovenije (Slovenië) | 0,4041 | 44 | 44 |
Národná banka Slovenska (Slowakije) | 0,9403 | 102 | 102 |
Suomen Pankki – Finlands Bank (Finland) | 1,4853 | 161 | 161 |
Subtotaal NCB's in het eurogebied | 81,7681 | 8.851 | 8.851 |
Българска народна банка | 0,9783 | 106 | 4 |
Česká národní banka (Tsjechië) | 1,9623 | 212 | 8 |
Danmarks Nationalbank (Denemarken) | 1,7797 | 193 | 7 |
Magyar Nemzeti Bank (Hongarije) | 1,5819 | 171 | 6 |
Narodowy Bank Polski (Polen) | 6,0968 | 660 | 25 |
Banca Naţională a României (Roemenië) | 2,8888 | 313 | 12 |
Sveriges Riksbank (Zweden) | 2,9441 | 319 | 12 |
Subtotaal NCB's buiten het eurogebied | 18,2319 | 1.974 | 74 |
Totaal | 100,0000 | 10.825 | 8.925 |
Toelichting 16 - Overgedragen geaccumuleerde verliezen
Per 31 december 2025 bedroeg deze post € 9.210 miljoen (2024: € 1.266 miljoen). De post omvatte de verliezen van de ECB over 2023 en 2024. Die verliezen werden bij besluit van de Raad van Bestuur op de balans van de ECB opgenomen om te worden verrekend met toekomstige winsten.
2.5 Niet in de balans opgenomen instrumenten
Toelichting 17 – Programma’s voor effectenuitlening
Voor het beheer van haar eigenmiddelenportefeuille beschikt de ECB onder andere over een effectenuitleningsprogramma. Daartoe heeft de ECB een overeenkomst met gespecialiseerde instellingen gesloten die namens de ECB effectenuitleningstransacties verrichten. Daarnaast heeft de ECB, in overeenstemming met besluiten van de Raad van Bestuur, voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten beschikbaar gesteld voor uitleningstransacties.[56]
Afhankelijk van het ontvangen onderpand worden effectenuitleningstransacties opgenomen in (i) niet op de balans opgenomen rekeningen, bij transacties tegen onderpand van effecten, of (ii) op de balans opgenomen rekeningen, wanneer de transacties worden uitgevoerd tegen geldmiddelen die aan het einde van het jaar nog niet zijn belegd (zie toelichting 8 'Overige verplichtingen aan kredietinstellingen in het eurogebied, luidende in euro' en toelichting 10 'Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro').
De marktwaarde van de uitgeleende effecten en het bijbehorende onderpand was als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
Tegen onderpand van effecten uitgeleende effecten1 | (27.727) | (37.393) |
waarvan onderpand met betrekking tot voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten | (19.387) | (28.585) |
Tegen onderpand van geldmiddelen uitgeleende effecten | (650) | (4.273) |
waarvan onderpand met betrekking tot voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten | (650) | (4.273) |
Marktwaarde uitgeleende effecten | (28.377) | (41.666) |
Onderpand in de vorm van effecten1 | 28.972 | 38.970 |
waarvan onderpand met betrekking tot voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten | 20.144 | 29.761 |
Onderpand in de vorm van geldmiddelen2 | 677 | 4.450 |
waarvan onderpand met betrekking tot voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten | 677 | 4.450 |
Marktwaarde van onderpand | 29.649 | 43.420 |
1) Dit bedrag is geboekt op rekeningen buiten de balanstelling.
2) Dit bedrag is in de balans opgenomen onder 'Overige verplichtingen aan kredietinstellingen in het eurogebied, luidende in euro' en 'Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro'.
Toelichting 18 – Rentefutures
Rentefuturetransacties in vreemde valuta werden verricht in het kader van het beheer van de externe reserves van de ECB. De volgende transacties, omgerekend tegen valutakoersen per jaareinde, stonden ultimo jaar uit:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
Rentefutures in vreemde valuta | |||
Aankopen | 880 | 382 | 498 |
Verkopen | 105 | 734 | (629) |
Toelichting 19 – Termijntransacties in effecten
Termijntransacties in effecten werden verricht in het kader van het beheer van de externe reserves van de ECB. De volgende transacties, omgerekend tegen valutakoersen per jaareinde, stonden ultimo jaar uit:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
Termijntransacties in effecten | |||
Aankopen | 1.248 | - | 1.248 |
Verkopen | 51 | - | 51 |
Toelichting 20 – Valutaswaps en valutatermijntransacties
Beheer van de externe reserves
In het kader van het beheer van de externe reserves van de ECB werden valutaswap- en valutatermijntransacties verricht. De volgende, uit deze transacties resulterende vorderingen en verplichtingen, omgerekend tegen valutakoersen per jaareinde, stonden ultimo jaar uit:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
Valutaswaps en valutatermijntransacties | |||
Vorderingen | 2.102 | 2.873 | (771) |
Verplichtingen | 2.038 | 2.742 | (704) |
Liquiditeitsverschaffende swapovereenkomsten
De ECB maakt deel uit van een netwerk van swapovereenkomsten tussen centrale banken en heeft wederzijdse swapovereenkomsten gesloten met de Bank of Canada, de Bank of Japan, de Zwitserse centrale bank, de Bank of England en het Federal Reserve System. Ze heeft ook een wederzijdse swaplijn met de People’s Bank of China. Middels deze swapovereenkomsten kan (i) liquiditeit worden verstrekt aan banken van het eurogebied in alle valuta's van de centrale banken hierboven, of (ii) liquiditeit in euro worden verstrekt aan financiële instellingen in de rechtsgebieden van de bovenstaande centrale banken. Verder zijn swapovereenkomsten gesloten met Danmarks Nationalbank en Sveriges Riksbank voor de verstrekking van liquiditeit in euro aan financiële instellingen in hun rechtsgebieden. Het doel van deze overeenkomsten is te voorkomen dat spanningen op de internationale financieringsmarkten de effectiviteit van de monetairbeleidstransmissie in het eurogebied belemmeren.[57]
In verband met de verstrekking van liquiditeit in Amerikaanse dollars aan tegenpartijen van het Eurosysteem was er sprake van in Amerikaanse dollars luidende vorderingen en verplichtingen met een vervaldatum in 2026 (zie toelichting 10, ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’).
Toelichting 21 – Beheer van opgenomen en verstrekte leningen
De ECB treedt op als fiscaal agent voor de Europese Commissie in verband met het beheer van de door de EU opgenomen en verstrekte leningen.[58] In 2025 was de ECB verantwoordelijk voor het beheer van de rekeningen en de verwerking van betalingen met betrekking tot de volgende EU-programma’s:
Door de EU opgenomen en verstrekte leningen |
|---|
De faciliteit voor financiële bijstand op de middellange termijn (MTFA) |
Het Europees financieel stabilisatiemechanisme (EFSM) |
De leningsovereenkomst voor Griekenland |
Het Europees instrument voor tijdelijke steun om het risico op werkloosheid te beperken in een noodtoestand (SURE) |
Het Next Generation EU-programma (NGEU) |
Het samenwerkingsmechanisme voor leningen aan Oekraïne (ULCM) |
De faciliteit voor Oekraïne |
Macrofinanciële bijstand (MFB) |
De hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan |
Bovendien treedt de ECB op als een uitbetalende instantie voor de Europese Commissie met betrekking tot de EU-uitgiftedienst.
2.6 Toelichting op de winst-en-verliesrekening
Toelichting 22 – Nettorentebaten/(lasten)
De nettorentelasten waren als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
Externe reserves | 2.089 | 2.537 | (448) |
Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten | 3.814 | 3.850 | (36) |
Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten | 17 | 32 | (15) |
Vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem | 2.900 | 5.232 | (2.332) |
Door NCB’s verschuldigde TARGET-saldi | 29.896 | 54.542 | (24.645) |
Eigen vermogen (own funds) | 611 | 703 | (92) |
Overige | 1 | 3 | (2) |
Totaal rentebaten | 39.328 | 66.898 | (27.569) |
Externe reserves | (0) | (0) | (0) |
Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten1 | (26) | (137) | 111 |
Vorderingen van NCB's in verband met overgedragen externe reserves | (790) | (1.448) | 659 |
Aan NCB’s verschuldigde TARGET-saldi | (37.603) | (70.216) | 32.613 |
Door de ECB geaccepteerde deposito’s in haar rol van fiscaal agent | (601) | (1.219) | 618 |
Overige | (488) | (861) | 374 |
Totaal rentelasten | (39.507) | (73.881) | 34.374 |
Nettorentelasten | (178) | (6.983) | 6.805 |
1) Deze post is inclusief de rentelasten op de als onderpand ontvangen geldmiddelen.
Toelichting 22.1 – Nettorentebaten uit deviezenreserves
De nettorentebaten in verband met de deviezenreserves van de ECB, naar type instrument, waren als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
Rekeningen-courant | 55 | 85 | (30) |
Geldmarktdeposito’s | 123 | 149 | (26) |
Repo’s | (0) | (0) | (0) |
Omgekeerde repo’s | 229 | 225 | 4 |
Effecten | 1.591 | 1.936 | (345) |
Valutaswaps en valutatermijntransacties | 90 | 142 | (51) |
Nettorentebaten uit deviezenreserves | 2.089 | 2.537 | (449) |
De nettorentebaten in verband met de deviezenreserves van de ECB, per valuta, waren als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
Amerikaanse dollar | 1.961 | 2.434 | (472) |
Japanse yen | 64 | 9 | 56 |
Chinese renminbi | 9 | 12 | (3) |
SDR's | 53 | 83 | (29) |
Overige | 0 | 0 | (0) |
Nettorentebaten uit deviezenreserves | 2.089 | 2.537 | (449) |
Toelichting 22.2 – Rentebaten uit vorderingen vanwege de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem
In 2025 bedroegen de rentebaten uit het ECB-aandeel van 8% van de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop (zie ‘Bankbiljetten in omloop’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’ en toelichting 5.1 ‘Vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem’) € 2.900 miljoen, tegenover € 5.232 miljoen in 2024. De daling was het gevolg van de lagere gemiddelde rentevergoeding (2025: 2,3%, 2024: 4,1%), voornamelijk als gevolg van de daling van de belangrijkste rentetarieven van de ECB in 2025 en, in mindere mate, van de toepassing van de rente op de depositofaciliteit als de vergoedingsrente in plaats van de rente op de basisherfinancieringstransacties (zie ‘Diversen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslag voor financiële verslaggeving’).
Toelichting 22.3 – Remuneratie van vorderingen van NCB's in verband met overgedragen externe reserves
In 2025 bedroeg de rentevergoeding op de vorderingen van de nationale centrale banken van het eurogebied in verband met de aan de ECB overgedragen externe reserves (zie toelichting 11.1 'Verplichtingen uit hoofde van de overdracht van externe reserves') € 790 miljoen (2024: € 1.448 miljoen). De daling was het gevolg van de lagere gemiddelde rentevergoeding (2025: 2,3%, 2024: 4,1%), gecorrigeerd vanwege een nulrendement op de goudcomponent, voornamelijk als gevolg van de daling van de belangrijkste rentetarieven van de ECB in 2025 en, in mindere mate, van de toepassing van de rente op de depositofaciliteit als basis voor de vergoedingsrente in plaats van de rente op de basisherfinancieringstransacties (zie ‘Diversen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslag voor financiële verslaggeving’).
Toelichting 22.4 – Nettorentebaten uit voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten
De nettorentebaten uit voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten luidden als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
SMP1 | 15 | 24 | (9) |
APP | |||
CBPP3 | 159 | 178 | (20) |
ABSPP | 137 | 419 | (281) |
PSPP – door overheden/overheidsinstellingen uitgegeven schuldbewijzen | 2.022 | 2.022 | (0) |
Totaal APP | 2.318 | 2.619 | (301) |
PEPP | |||
PEPP – gedekte obligaties | 6 | 6 | 0 |
PEPP – door overheden/overheidsinstellingen uitgegeven schuldbewijzen | 1.475 | 1.201 | 274 |
Totaal PEPP | 1.481 | 1.206 | 275 |
Nettorentebaten uit voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten | 3.814 | 3.850 | (36) |
1) De nettorentebaten van de ECB in verband met de in het kader van het SMP aangehouden Griekse staatsobligaties bedroegen € 14 miljoen (2024: € 18 miljoen).
Toelichting 22.5 – Nettorentelasten uit van/aan NCB’s verschuldigde TARGET-saldi
De nettorentelasten uit van/aan NCB’s verschuldigde TARGET-saldi luidden als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
Rentebaten uit van NCB’s verschuldigde TARGET-saldi | 29.896 | 54.542 | (24.645) |
- NCB's van het eurogebied | 29.896 | 54.542 | (24.645) |
Rentelasten uit aan NCB’s verschuldigde TARGET-saldi | (37.603) | (70.216) | 32.613 |
- NCB's van het eurogebied | (37.586) | (70.150) | 32.564 |
- NCB’s van buiten het eurogebied | (17) | (66) | 49 |
Nettorentelasten uit van/aan NCB’s verschuldigde TARGET-saldi | (7.706) | (15.674) | 7.968 |
De daling was hoofdzakelijk het gevolg van de lagere gemiddelde rentevergoeding (2025: 2,3%, 2024: 4,1%), voornamelijk als gevolg van de daling van de belangrijkste rentetarieven van de ECB in 2025 en, in mindere mate, van de toepassing van de rente op de depositofaciliteit als de vergoedingsrente in plaats van de rente op de basisherfinancieringstransacties (zie ‘Diversen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslag voor financiële verslaggeving’). Ook de lagere TARGET-saldi, vooral door het op vervaldag komen van voor monetair beleid aangehouden effecten, droegen bij aan deze daling.
Toelichting 23 – Gerealiseerde winsten/(verliezen) uit financiële transacties
De gerealiseerde winsten/verliezen uit financiële transacties luidden als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
Gerealiseerde koerswinsten/(-verliezen) (netto) | 45 | (53) | 98 |
Gerealiseerde valutakoers- en goudprijswinsten (netto) | 905 | 36 | 869 |
Gerealiseerde nettowinsten/(-verliezen) uit financiële transacties | 950 | (17) | 967 |
Het gerealiseerde nettokoersresultaat omvat gerealiseerde winsten en verliezen op effecten en rentefutures. De gerealiseerde nettokoerswinsten in 2025 werden voornamelijk bepaald door de koerswinsten op de verkoop van in Amerikaanse dollar luidende effecten waarvan de marktprijs was gestegen als gevolg van een daling van de overeenkomstige rendementen.
De gerealiseerde nettovalutakoerswinsten in 2025 vloeiden voornamelijk voort uit een standaardherbalancering van de samenstelling van de externe reserves van de ECB in het eerste kwartaal van 2025 om deze in lijn te brengen met de beoogde toedeling. De ECB heeft een klein deel van haar portefeuille Amerikaanse dollars verkocht en de opbrengst volledig herbelegd in Japanse yens.
De gerealiseerde winsten en verliezen uit financiële transacties per valuta en kwartaal waren als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
I | II | III | IV | Totaal | I | II | III | IV | Totaal | |
Gerealiseerde koerswinsten/(-verliezen) (netto) | ||||||||||
Amerikaanse dollar | 11 | 29 | 39 | 17 | 97 | (10) | (23) | 38 | (13) | (8) |
Japanse yen | (8) | (4) | (7) | (5) | (23) | (0) | (2) | (0) | (2) | (4) |
Chinese renminbi | 1 | 0 | 1 | 1 | 4 | 1 | 1 | 3 | 1 | 7 |
Euro | (26) | (2) | (2) | (1) | (32) | (27) | (11) | (3) | (6) | (48) |
Subtotaal | (22) | 23 | 31 | 12 | 45 | (36) | (35) | 38 | (20) | (53) |
Gerealiseerde valutakoers- en goudprijswinsten/(verliezen) (netto) | ||||||||||
Amerikaanse dollar | 909 | 0 | 0 | 0 | 909 | (0) | (0) | 0 | 37 | 37 |
Japanse yen | 0 | (0) | (0) | (8) | (8) | (0) | (0) | (0) | (0) | (1) |
Chinese renminbi | 0 | 0 | 0 | (0) | (0) | 0 | (0) | (0) | (0) | (0) |
Overige | 5 | 0 | (1) | (0) | 4 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Subtotaal | 914 | (0) | (1) | (8) | 905 | (0) | (0) | 0 | 36 | 36 |
Totaal | 892 | 23 | 30 | 4 | 950 | (36) | (35) | 38 | 17 | (17) |
Toelichting 24 – Afwaarderingen van financiële activa en posities
De samenstelling van de afwaarderingen van financiële activa en posities luidde als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
Negatieve ongerealiseerde prijsherwaarderingsresultaten op effecten | (130) | (187) | 57 |
Negatieve ongerealiseerde valutakoersresultaten | (1.316) | (81) | (1.235) |
Afwaarderingen van financiële activa en posities | (1.446) | (269) | (1.178) |
De marktwaarde van een aantal effecten, voornamelijk in de eigenmiddelenportefeuille en de portefeuille Japanse yens, is gedaald. De desbetreffende yields stegen in 2025 navenant. Dit resulteerde in negatieve ongerealiseerde prijsherwaarderingsresultaten aan het einde van het jaar.
De ongerealiseerde wisselkoersverliezen vloeiden voort uit alle door de ECB aangehouden deviezen, met uitzondering van door de ECB aangehouden Amerikaanse dollars, en € 1.229 miljoen kwam voort uit aangehouden Japanse yens. De gemiddelde aanschaffingswaarde van deze portefeuilles is afgewaardeerd tot de wisselkoers ultimo 2025, als gevolg van de waardedaling ten opzichte van de euro van deze valuta’s tot een niveau onder hun gemiddelde kostprijs.
Toelichting 25 – Nettobaten/(lasten) uit vergoedingen en provisies
De nettobaten uit vergoedingen en provisies waren als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
Baten uit vergoedingen en provisies | 719 | 697 | 22 |
Lasten m.b.t. vergoedingen en provisies | (19) | (22) | 3 |
Nettobaten uit vergoedingen en provisies | 700 | 674 | 26 |
De in deze post opgenomen baten omvatten voornamelijk toezichtsvergoedingen. De lasten bestaan hoofdzakelijk uit bewaarvergoedingen.
Baten en lasten in verband met toezichtstaken
De baten in verband met toezichtstaken luidden als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
Baten uit toezichtsvergoedingen | 690 | 681 | 9 |
Baten uit vergoedingen met betrekking tot belangrijke entiteiten of belangrijke groepen | 659 | 651 | 8 |
Baten uit vergoedingen met betrekking tot minder belangrijke entiteiten of minder belangrijke groepen | 31 | 29 | 2 |
Opgelegde administratieve sancties | 29 | 16 | 13 |
Baten in verband met bankentoezichtstaken | 718 | 696 | 22 |
De baten in verband met het bankentoezicht bestaan voornamelijk uit de toezichtsvergoedingen die jaarlijks bij de onder toezicht staande entiteiten in rekening worden gebracht om de jaarlijkse kosten die de ECB maakt voor de uitvoering van haar toezichtstaken te dekken.
De met het bankentoezicht samenhangende lasten vloeien voort uit het directe toezicht op belangrijke entiteiten, het oversight op het toezicht op minder belangrijke entiteiten en het verrichten van horizontale taken en gespecialiseerde diensten. Hieronder vallen de directe kosten van het bankentoezicht van de ECB en de relevante kosten voor de dienstverlening door ondersteunende functies die noodzakelijk is voor de uitvoering van de toezichtstaken van de ECB. Het gaat hier om diensten op het gebied van huisvesting en facilitair beheer, human resources, informatietechnologie (IT), juridische zaken, audit en administratie, communicatie en vertaling, en overige activiteiten.
De werkelijke jaarlijkse kosten in verband met de toezichtstaken van de ECB zijn gestegen als gevolg van de tweejaarlijkse EU-brede stresstests die in 2025 plaatsvonden,[59] het nieuwe mandaat dat is ingevoerd met de Digital Operational Resilience Act (DORA)[60] en verdere investeringen in IT-systemen voor bankentoezicht.
Om het door de onder toezicht staande entiteiten te betalen bedrag aan toezichtsvergoedingen te bepalen, worden de daadwerkelijk gemaakte kosten op jaarbasis gecorrigeerd voor gerestitueerde bedragen aan en ontvangen bedragen van individuele banken in verband met voorgaande vergoedingsperioden. Er worden ook andere correcties toegepast, onder meer voor ontvangen rente op achterstallige betalingen.[61] Rekening houdend met een correctie voor ontvangen rente op achterstallige betalingen en nettoterugbetalingen aan individuele banken voor eerdere vergoedingsperioden, kwamen de in rekening te brengen jaarlijkse toezichtsvergoedingen aan onder toezicht staande entiteiten voor de vergoedingsperiode 2025 uit op € 690 miljoen (zie toelichting 6.4 ‘Overlopende activa’). Dit totaalbedrag is nagenoeg gelijk aan de daadwerkelijk kosten op jaarbasis.[62] De individuele toezichtsvergoedingen worden in het tweede kwartaal van 2026 gefactureerd.[63]
De ECB is tevens bevoegd onder toezicht staande entiteiten administratieve sancties op te leggen in verband met het niet-naleven van de toepasselijke EU-bankwetgeving inzake de prudentiële vereisten (met inbegrip van toezichtsbesluiten van de ECB). Bij de berekening van de jaarlijkse toezichtsvergoedingen wordt geen rekening gehouden met de baten uit zulke sancties, noch met de terugbetalingen van dergelijke sanctiegelden indien eerdere sanctiebesluiten worden gewijzigd of nietig verklaard. In plaats daarvan worden de desbetreffende bedragen in de winst-en-verliesrekening van de ECB opgenomen.
Toelichting 26 – Baten uit aandelen en deelnemingen
In 2025 bedroegen de baten uit aandelen en deelnemingen € 14 miljoen (2024: € 1 miljoen). Het totaal omvatte dividenden ontvangen op de aan de beurs verhandelde aandelenfondsen in de eigenmiddelenportefeuille van de ECB en op de door de ECB aangehouden aandelen in de Bank voor Internationale Betalingen (zie toelichting 6.2 ‘Overige financiële activa’).
Toelichting 27 – Overige baten
In 2025 bedroegen de overige diverse baten € 135 miljoen (2024: € 119 miljoen). Het totaal kwam voornamelijk tot stand uit bijdragen van de deelnemende NCB’s aan de door de ECB gemaakte kosten in verband met ESCB-projecten en -diensten.
Toelichting 28 – Personeelskosten
De samenstelling van de personeelskosten luidde als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
Salarissen en toelagen | 619 | 560 | 59 |
Personeelsverzekeringen | 29 | 26 | 2 |
Vergoedingen na uitdiensttreding en overige langetermijnbeloningen | 162 | 258 | (96) |
Personeelskosten | 809 | 844 | (34) |
Uitgedrukt in fulltime-equivalenten (fte's)[64] bedroeg het gemiddeld aantal medewerkers in 2025 4.388 (2024: 4.297), waarvan 388 op managementniveau (2024: 386).
De kosten in verband met vergoedingen na uitdiensttreding en overige langetermijnbeloningen waren in 2025 lager, voornamelijk omdat er in 2024 eenmalige pensioenkosten van verstreken diensttijd in rekening zijn gebracht in verband met een wijziging van de regels voor de pensioenregelingen van de ECB. Conform de boekhoudregels van de ECB ten aanzien van pensioenen werden deze kosten volledig opgenomen in de winst-en-verliesrekening voor 2024, het jaar waarin het besluit werd genomen. De salarissen en toelagen stegen in 2025 in overeenstemming met het voorziene hogere gemiddelde aantal medewerkers van de ECB en de reguliere salarisaanpassingen.
ECB-beloning van de directie en de Raad van Toezicht
De directieleden en de bij de ECB werkzame leden van de Raad van Toezicht ontvangen een basissalaris en een huisvestingstoelage (15% van het basissalaris). In het geval van de president wordt in plaats van een huisvestingstoelage een woning ter beschikking gesteld. Leden van de Raad van Bestuur en de voorzitter van de Raad van Toezicht ontvangen eveneens een representatietoelage.[65] Overeenkomstig de arbeidsvoorwaarden voor de medewerkers van de Europese Centrale Bank[66] komen de leden van de directie en de Raad van Toezicht, afhankelijk van hun individuele omstandigheden, in aanmerking voor een huishoudtoelage, kindertoelage, onderwijstoelage en overige toelagen. Op het salaris wordt een belasting ten gunste van de EU ingehouden, evenals premies voor de pensioenregelingen en de ongevallen- en ziektekostenverzekering. Toelagen zijn onbelastbaar en maken geen deel uit van de pensioengrondslag.
In 2025 waren de basissalarissen van de leden van de directie en de bij de ECB werkzame leden van de Raad van Toezicht (dat wil zeggen exclusief de vertegenwoordigers van de nationale toezichthouders) als volgt:[67]
(EUR)
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
Totaal directie | 2.320.416 | 2.197.332 |
Christine Lagarde (president) | 492.204 | 466.092 |
Luis de Guindos (vicepresident) | 421.908 | 399.528 |
Piero Cipollone (directielid) | 351.576 | 332.928 |
Frank Elderson (directielid) | 351.576 | 332.928 |
Philip R. Lane (directielid) | 351.576 | 332.928 |
Isabel Schnabel (directielid) | 351.576 | 332.928 |
Totaal Raad van Toezicht (leden in dienst van de ECB)1 | 1.604.632 | 1.364.558 |
waarvan: | ||
Claudia Buch (voorzitter van de Raad van Toezicht) | 351.576 | 332.928 |
Totaal | 3.925.048 | 3.561.890 |
1) Het totale bedrag omvat de beloning van de voorzitter van de Raad van Toezicht en de ECB-leden. Frank Elderson ontvangt geen extra beloning in zijn rol als vicevoorzitter van de Raad van Toezicht. De totalen voor 2024 werden beïnvloed door de periode tussen het einde en de start van de ambtstermijnen van twee leden van de Raad van Toezicht en hun opvolgers.
De aan de directieleden en de leden van de Raad van Toezicht betaalde toelagen en de bijdragen van de ECB aan hun verzekering voor ziektekosten, langdurige zorg en ongevallen bedroegen in totaal € 1.320.276 (2024: € 1.254.013).
Aan voormalige leden van de directie of van de Raad van Toezicht kunnen gedurende een beperkte periode na het einde van hun ambtsperiode overgangsbetalingen worden gemaakt. In 2025 bedroegen deze betalingen, inclusief daarmee samenhangende toelagen en de bijdrage van de ECB aan de verzekering voor ziektekosten, langdurige zorg en ongevallen in totaal € 1.039.478 (2024: € 552.772). In 2025 zijn deze betalingen toegenomen doordat de meeste bestuurders deze voor het hele jaar ontvingen, terwijl sommige van hen in 2024 deze slechts enkele maanden ontvingen.
De som van aan pensioen gerelateerde uitkeringen, met inbegrip van toelagen na uitdiensttreding, aan voormalige leden van de directie en de Raad van Toezicht of hun nabestaanden en de bijdragen aan hun verzekering voor ziektekosten, langdurige zorg en ongevallen, bedroeg € 2.005.333 (2024: € 2.185.215).[68] Net als in 2024 omvatte dit bedrag in 2025 een eenmalige uitkering aan een voormalig directielid bij vertrek ter vervanging van toekomstige pensioenuitkeringen.
Toelichting 29 – Beheerkosten
De samenstelling van de beheerkosten luidde als volgt:
(EUR miljoen)
2025 | 2024 | Mutatie | |
|---|---|---|---|
Huur, onderhoud aan gebouwen en nutsvoorzieningen | 62 | 57 | 5 |
Personeelskosten | 69 | 74 | (5) |
IT-kosten | 170 | 153 | 17 |
Externe diensten | 142 | 162 | (20) |
Overige kosten | 73 | 67 | 6 |
Beheerkosten | 516 | 513 | 4 |
De lichte stijging van de beheerkosten 2025 kwam voornamelijk voort uit hogere uitgaven voor IT-diensten en -projecten (‘IT-kosten’). De daling bij ‘Externe diensten’ was voornamelijk het gevolg van lagere uitgaven in verband met financiële en andere adviesdiensten en een herverdeling van kosten resulterend in een hoger aandeel IT-kosten als gevolg van evoluerende modellen voor IT-dienstverlening.
Toelichting 30 – Diensten van bankbiljettenproductie
In 2025 bedroegen deze kosten € 8 miljoen (2024: € 9 miljoen). Het totaal hield voornamelijk verband met het grensoverschrijdend vervoer van eurobankbiljetten (i) tussen bankbiljettendrukkerijen en de NCB's voor de levering van nieuwe bankbiljetten, en (ii) tussen de NCB's voor het opheffen van tekorten vanuit overschotvoorraden. Deze kosten worden centraal door de ECB gedragen.
Toelichting 31 – (Toevoeging)/onttrekking aan risicovoorzieningen
De voorziening voor financiële risico’s (zie ‘Voorziening voor financiële risico’s’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’) werd volledig vrijgegeven ter compensatie van verliezen op financiële risicoposities in 2022 en 2023. Aangezien er in de daaropvolgende jaren geen overdrachten naar deze voorziening hebben plaatsgevonden, is deze voorziening sinds eind 2023 nihil.
2.7 Gebeurtenissen na balansdatum
Toelichting 32 – De toetreding van Bulgarije tot het eurogebied
Op grond van Besluit (EU) 2025/1407 van de Raad van 8 juli 2025,[69] vastgesteld overeenkomstig artikel 140, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, heeft Bulgarije op 1 januari 2026 de eenheidsmunt aangenomen. Overeenkomstig artikel 48.1 van de Statuten van het ESCB en de door de Raad van Bestuur op 31 december 2025 aangenomen rechtshandelingen,[70] heeft Българска народна банка (Nationale Bank van Bulgarije) per 1 januari 2026 een bedrag van € 102 miljoen volgestort, het resterende deel van haar bijdrage aan het kapitaal van de ECB. Overeenkomstig artikel 48.1, in samenhang met artikel 30.1, van de Statuten van het ESCB, heeft de Nationale Bank van Bulgarije met ingang van 1 januari 2026 externe reserves met een totale waarde van € 1.483 miljoen aan de ECB overgedragen. Deze externe reserves bestonden uit Amerikaanse dollars in de vorm van contanten (85%) en goud (15%).
Aan de Nationale Bank van Bulgarije werden vorderingen toegekend ten aanzien van het volgestorte kapitaal en van de externe reserves die gelijk zijn aan de overgedragen bedragen. Deze laatste vordering zal op dezelfde manier worden behandeld als de bestaande vorderingen van de NCB’s van het eurogebied (zie toelichting 11.1 ‘Verplichtingen uit hoofde van de overdracht van externe reserves’).
2.8 Jaarrekening 2021-2025
Balans
Activa
(EUR miljoen)
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|
Goud en goudvorderingen | 26.121 | 27.689 | 30.419 | 40.895 | 59.754 |
Vorderingen op niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta | 51.433 | 55.603 | 55.876 | 58.117 | 54.764 |
Vorderingen op het IMF | 1.234 | 1.759 | 2.083 | 2.227 | 1.772 |
Tegoeden bij banken en beleggingen in effecten, externe leningen en overige externe activa | 50.199 | 53.844 | 53.793 | 55.890 | 52.992 |
Vorderingen op ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta | 2.776 | 1.159 | 1.450 | 4.094 | 2.236 |
Vorderingen op niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro | 3.070 | - | - | - | - |
Tegoeden bij banken, beleggingen in effecten en leningen | 3.070 | - | - | - | - |
Overige vorderingen op kredietinstellingen in het eurogebied, luidende in euro | 38 | 12 | 17 | 2 | 1 |
Effecten uitgegeven door ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro | 445.384 | 457.271 | 425.349 | 376.781 | 325.265 |
Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten | 445.384 | 457.271 | 425.349 | 376.781 | 325.265 |
Vorderingen binnen het Eurosysteem | 123.551 | 125.763 | 125.378 | 127.067 | 129.563 |
Vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem | 123.551 | 125.763 | 125.378 | 127.067 | 129.563 |
Overige activa | 27.765 | 31.355 | 34.739 | 33.644 | 31.756 |
Materiële en immateriële vaste activa | 1.189 | 1.105 | 1.023 | 971 | 1.055 |
Overige financiële activa | 21.152 | 21.213 | 22.172 | 22.781 | 23.211 |
Herwaarderingsverschillen op instrumenten buiten de balans | 620 | 783 | 552 | 681 | 273 |
Overlopende activa en vooruit betaalde kosten | 4.055 | 7.815 | 10.905 | 9.158 | 7.108 |
Diversen | 749 | 438 | 88 | 53 | 110 |
Totaal activa | 680.140 | 698.853 | 673.229 | 640.600 | 603.339 |
Passiva
(EUR miljoen)
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|
Bankbiljetten in omloop | 123.551 | 125.763 | 125.378 | 127.067 | 129.563 |
Overige verplichtingen aan kredietinstellingen in het eurogebied, luidende in euro | 9.473 | 17.734 | 4.699 | 2.388 | 489 |
Verplichtingen aan overige ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro | 7.604 | 63.863 | 20.622 | 24.554 | 26.022 |
Overheid | 3.200 | 48.520 | 143 | 73 | 74 |
Overige verplichtingen | 4.404 | 15.343 | 20.479 | 24.482 | 25.947 |
Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro | 112.492 | 78.108 | 23.111 | 39.859 | 26.846 |
Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta | - | - | 24 | - | - |
Deposito’s, tegoeden en overige verplichtingen | - | - | 24 | - | - |
Verplichtingen binnen het Eurosysteem | 375.136 | 355.474 | 445.048 | 388.676 | 354.060 |
Verplichtingen uit hoofde van de overdracht van externe reserves | 40.344 | 40.344 | 40.671 | 40.562 | 40.562 |
Verplichtingen uit hoofde van TARGET (netto) | 334.618 | 315.090 | 404.336 | 348.074 | 313.491 |
Overige verplichtingen binnen het Eurosysteem (netto) | 174 | 41 | 40 | 40 | 8 |
Overige verplichtingen | 2.877 | 5.908 | 9.498 | 7.615 | 4.745 |
Herwaarderingsverschillen op instrumenten buiten de balans | 568 | 430 | 68 | - | 0 |
Overlopende passiva | 32 | 3.915 | 8.030 | 6.288 | 3.661 |
Diversen | 2.277 | 1.562 | 1.401 | 1.327 | 1.084 |
Voorzieningen | 8.268 | 6.636 | 67 | 72 | 84 |
Risicovoorzieningen | 8.194 | 6.566 | - | - | - |
Overige voorzieningen | 74 | 69 | 67 | 72 | 84 |
Herwaarderingsrekeningen | 32.277 | 36.487 | 37.099 | 50.653 | 63.068 |
Kapitaal en reserves | 8.270 | 8.880 | 8.948 | 8.925 | 8.925 |
Kapitaal | 8.270 | 8.880 | 8.948 | 8.925 | 8.925 |
Overgedragen geaccumuleerde verliezen | - | - | - | (1.266) | (9.210) |
Winst/(verlies) over het boekjaar | 192 | - | (1.266) | (7.944) | (1.254) |
Totaal passiva | 680.140 | 698.853 | 673.229 | 640.600 | 603.339 |
Toelichting: omwille van de vergelijkbaarheid is de opzet van de balans voor de jaren 2021-2023 gelijkgetrokken met de in 2024 ingevoerde opzet. Aangezien de post 'Winst/(verlies) over het jaar' als een op zichzelf staande, negatieve post op de passiefzijde van de balans is opgenomen, zijn de bedragen bij 'Totaal activa' en 'Totaal passiva' voor 2023 dienovereenkomstig aangepast. Meer informatie over deze veranderingen is te vinden onder 'Wijzigingen in de weergave van de jaarrekening' in Paragraaf 2.3 'Grondslagen voor de financiële verslaggeving’ van de Jaarstukken van de ECB 2024.
Winst-en-verliesrekening
(EUR miljoen)
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|
Nettorentebaten/(lasten) | 1.566 | 900 | (7.193) | (6.983) | (178) |
Rentebaten | 1.575 | 12.314 | 63.723 | 66.898 | 39.328 |
Rentelasten | (9) | (11.414) | (70.916) | (73.881) | (39.507) |
Nettoresultaat uit financiële transacties en afwaarderingen | (139) | (1.950) | (144) | (286) | (497) |
Gerealiseerde winsten/(verliezen) uit financiële transacties | (6) | (110) | (106) | (17) | 950 |
Afwaarderingen van financiële activa en posities | (133) | (1.840) | (38) | (269) | (1.446) |
Nettobaten uit vergoedingen en provisies | 559 | 585 | 650 | 674 | 700 |
Baten uit eigenvermogensinstrumenten en deelnemingen | 2 | 1 | 1 | 1 | 14 |
Overige baten | 56 | 61 | 72 | 119 | 135 |
Personeelskosten | (674) | (652) | (676) | (844) | (809) |
Beheerkosten | (444) | (460) | (481) | (513) | (516) |
Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa | (108) | (103) | (106) | (104) | (94) |
Diensten van bankbiljettenproductie | (13) | (9) | (9) | (9) | (8) |
Overige kosten | (5) | - | - | - | - |
Winst/(verlies) vóór (toevoeging)/onttrekking aan risicovoorzieningen | 802 | (1.627) | (7.886) | (7.944) | (1.254) |
Overdracht (aan)/uit hoofde van risicovoorzieningen | (610) | 1.627 | 6.620 | - | - |
Winst/(verlies) over het boekjaar | 192 | - | (1.266) | (7.944) | (1.254) |
Winstverdeling | 192 | - | - | - | - |
Toelichting: omwille van de vergelijkbaarheid is de opzet van de winst-en-verliesrekening voor de jaren 2021-2023 gelijkgetrokken met de in 2024 ingevoerde opzet. Bovendien zijn de bedragen in de subposten 'Rentebaten' en 'Rentelasten' aangepast in lijn met de vanaf 2024 toegepaste saldering van rentebaten en -lasten. Meer informatie over deze veranderingen is te vinden onder 'Wijzigingen in de weergave van de jaarrekening' in Paragraaf 2.3 'Grondslagen voor de financiële verslaggeving’ van de Jaarstukken van de ECB 2024.
3 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan de president en de Raad van Bestuur
van de Europese Centrale Bank
Frankfurt am Main
Controleverklaring over de jaarrekening 2025 van de ECB
Ons oordeel
Wij hebben de jaarrekening 2025 van de Europese Centrale Bank (ECB) gecontroleerd. Deze jaarrekening is opgenomen in de jaarstukken van de ECB en bestaat uit de balans per 31 december 2025, de winst-en-verliesrekening over 2025 en een overzicht van de belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
Naar ons oordeel geeft de bijgaande jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van de ECB per 31 december 2025 en van het resultaat over 2025, in overeenstemming met de door de Raad van Bestuur vastgelegde grondslagen, die worden uiteengezet in Besluit (EU) 2024/2938 van de Europese Centrale Bank van 14 november 2024 betreffende de jaarrekening van de Europese Centrale Bank (ECB/2024/32). Dit besluit is gebaseerd op Richtsnoer (EU) 2024/2941 van de Europese Centrale Bank van 14 november 2024 betreffende het juridische kader ten behoeve van de financiële administratie en verslaglegging in het Europees Stelsel van centrale banken (ECB/2024/31).
De basis voor ons oordeel
Wij hebben onze controle uitgevoerd in overeenstemming met de International Standards on Auditing (ISA’s). Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn nader beschreven in de onderstaande paragraaf ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van de ECB, zoals vereist op grond van de Duitse ethische voorschriften met betrekking tot onze controle van de jaarrekening, die in overeenstemming zijn met de International Ethics Standards Board for Accountants’ Code of Ethics for Professional Accountants (de IESBA-code). Verder hebben wij voldaan aan onze overige ethische verantwoordelijkheden overeenkomstig deze voorschriften. Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Andere informatie
De directie van de ECB is verantwoordelijk voor de andere informatie in de jaarstukken van de ECB. De andere informatie omvat alle informatie die is opgenomen in de jaarstukken van de ECB, met uitzondering van de jaarrekening van de ECB en onze controleverklaring daarover.
Ons oordeel over de jaarrekening heeft geen betrekking op de andere informatie en we formuleren geen enkele conclusie over de betrouwbaarheid daarvan.
In het kader van onze controle van de jaarrekening is het onze verantwoordelijkheid de andere informatie te lezen en daarbij na te gaan of die materieel onverenigbaar is met de jaarrekening of de vanuit de controle verkregen kennis, of anderszins materiële afwijkingen bevat.
Verantwoordelijkheden van de directie en van de met governance belaste personen ten aanzien van de jaarrekening
De directie is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de door de Raad van Bestuur vastgelegde grondslagen, die worden uiteengezet in Besluit (EU) 2024/2938 van de Europese Centrale Bank van 14 november 2024 betreffende de jaarrekening van de Europese Centrale Bank (ECB/2024/32), dat gebaseerd is op Richtsnoer (EU) 2024/2941 van de Europese Centrale Bank van 14 november 2024 betreffende het juridische kader ten behoeve van de financiële administratie en verslaglegging in het Europees Stelsel van centrale banken (ECB/2024/31), en voor een zodanige interne beheersing als de directie noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Bij het opmaken van de jaarrekening moet de directie afwegen of de ECB in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. De directie moet de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling en, in voorkomend geval, zaken die verband houden met het in continuïteit kunnen voortzetten van de werkzaamheden van de entiteit, toelichten in de jaarrekening.
De met governance belaste personen zijn verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van de financiële verslaggeving van de ECB.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van redelijke zekerheid dat de jaarrekening als geheel geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en het afgeven van een controleverklaring waarin ons oordeel is opgenomen. Redelijke zekerheid betekent een hoge mate van zekerheid, maar is geen garantie dat een conform de ISA’s uitgevoerde controle te allen tijde eventuele afwijkingen van materieel belang zal ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn van materieel belang indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen.
In het kader van een controle in overeenstemming met de ISA’s passen wij bij de gehele planning en uitvoering van de controle professionele oordeelsvorming toe en houden wij een professioneel-kritische instelling. Onze controle bestond onder meer uit:
- het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.
- het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de ECB.
- het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door de directie en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan.
- het vaststellen dat de door de directie gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de ECB haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring.
- het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen, en nagaan of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.
Wij communiceren met de met governance belaste personen onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele door ons vastgestelde significante tekortkomingen in de interne beheersing.
Frankfurt am Main, 17 februari 2026
Forvis Mazars GmbH & Co. KG
Wirtschaftsprüfungsgesellschaft
Steuerberatungsgesellschaft
![]()
| ![]()
|
4 Toelichting op de verdeling van de winst/toedeling van verliezen
Deze toelichting maakt geen deel uit van de jaarrekening van de ECB over het jaar 2025.
Krachtens artikel 33 van de statuten van het ESCB wordt de nettowinst van de ECB in de onderstaande volgorde verdeeld:
- een door de Raad van Bestuur vast te stellen bedrag, dat niet meer dan 20% van de nettowinst mag bedragen, wordt naar het algemeen reservefonds overgedragen tot een maximum van 100% van het kapitaal
- de resterende nettowinst wordt naar rato van hun gestorte aandelen onder de aandeelhouders van de ECB verdeeld.[71]
Bij een verlies van de ECB wordt het tekort gedekt uit het algemeen reservefonds van de ECB en, indien nodig, bij besluit van de Raad van Bestuur, uit de monetaire inkomsten over het betrokken boekjaar, naar rato en ten belope van de bedragen die overeenkomstig artikel 32.5 van de statuten van het ESCB aan de NCB's zijn toegedeeld.[72]
De ECB heeft in 2025 een verlies geleden van € 1.254 miljoen, vergeleken met een verlies van € 7.944 miljoen in 2024. Bij besluit van de Raad van Bestuur wordt dit verlies overgeboekt op de balans van de ECB om te verrekenen met toekomstige winsten.
© Europese Centrale Bank 2026
Postadres 60640 Frankfurt am Main, Duitsland
Telefoon +49 69 1344 0
Website www.ecb.europa.eu
Alle rechten voorbehouden. Reproductie voor educatieve en niet-commerciële doeleinden is toegestaan op voorwaarde dat de bron wordt vermeld.
Zie voor een verklaring van de terminologie de ECB-woordenlijst (alleen in het Engels).
HTML ISBN 978-92-899-7567-4, ISSN 2443-4795, doi:10.2866/4805336, QB-01-25-291-NL-Q
Door afronding kan het voorkomen dat de totalen in dit document niet geheel overeenstemmen met de som van de afzonderlijke getallen en dat de percentages de absolute getallen niet exact weergeven.
De jaarrekening van de ECB bestaat uit de balans, de winst-en-verliesrekening; een overzicht van de belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. De jaarstukken van de ECB bestaan uit de jaarrekening, het managementverslag, de controleverklaring van de onafhankelijke accountant en de toelichting op de winstverdeling/toedeling van verliezen. Nadere informatie over de totstandkoming en goedkeuring van de jaarstukken is beschikbaar op de website van de ECB.
Zie Paragraaf 1.3.2 ‘Eigen vermogen’ voor een definitie van het ‘eigen vermogen’ zoals gebruikt bij het opstellen van de jaarstukken van de ECB.
In 2025 waren er 20 NCB’s lid van het Eurosysteem. Op 8 juli 2025 heeft de Raad van de Europese Unie de invoering van de euro door Bulgarije op 1 januari 2026 formeel goedgekeurd. Vanaf die datum kwam het aantal NCB’ van het Eurosysteem met de toevoeging van Българска народна банка (Bulgaarse Nationale Bank) op 21.
Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PB C 202 van 7.6.2016, blz. 1), zoals gewijzigd. De niet-officiële geconsolideerde tekst met de lijst van aanpassingen is eveneens beschikbaar.
Protocol (nr. 4) betreffende de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank (PB C 202 van 7.6.2016, blz. 230). Het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) bestaat uit de ECB en de NCB’s van de 27 EU-lidstaten.
In lijn met de gedecentraliseerde tenuitvoerlegging van het monetair beleid worden de instrumenten zoals verantwoord op de balansen van de NCB’s onder de posten ‘Kredietverlening aan kredietinstellingen in het eurogebied in verband met monetairbeleidstransacties, luidende in euro’s en ‘Verplichtingen aan kredietinstellingen van het eurogebied in verband met monetairbeleidstransacties, luidende in euro’ alleen gebruikt door de NCB’s. Nadere informatie over de monetairbeleidsinstrumenten van het Eurosysteem is te vinden op de website van de ECB.
Nadere informatie over effectenuitlening is beschikbaar op de website van de ECB.
Nadere informatie over valutaswapovereenkomsten is te vinden op de website van de ECB.
Nadere informatie over de liquiditeitsverschaffende transacties in euro van het Eurosysteem tegen toegelaten onderpand is beschikbaar op de website van de ECB. De repolijnen die ook op de website worden beschreven, worden beheerd door de NCB’s en hebben dus geen invloed op de jaarrekening van de ECB.
Nadere informatie over TARGET-diensten is beschikbaar op de website van de ECB.
Aangesloten systemen zijn financiëlemarktinfrastructuren die van de Raad van Bestuur toegang hebben gekregen tot de TARGET-ECB-component, op voorwaarde dat ze voldoen aan de vereisten vastgelegd in Besluit (EU) 2022/911 van de Europese Centrale Bank van 19 april 2022 betreffende de voorwaarden van TARGET-ECB en tot intrekking van Besluit ECB/2007/7 (ECB/2022/22) (PB L 163 van 17.6.2022, blz. 1), zoals gewijzigd. De niet-officiële geconsolideerde tekst met de lijst van aanpassingen is eveneens beschikbaar. Nadere informatie over aangesloten systemen is beschikbaar op de website van de ECB.
Het APP bestaat uit het derde aankoopprogramma voor gedekte obligaties (covered bond purchase programme – CBPP3), het aankoopprogramma voor effecten op onderpand van activa (asset-backed securities purchase programme – ABSPP), het aankoopprogramma voor door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen (public sector purchase programme – PSPP) en het aankoopprogramma voor door de bedrijvensector uitgegeven schuldbewijzen (corporate sector purchase programme – CSPP). De ECB kocht geen effecten aan in het kader van het CSPP. Alle activacategorieën die in aanmerking komen voor aankoop in het kader van het APP, komen ook in het kader van het PEPP in aanmerking. Nadere informatie over het programma voor de aankoop van activa en het pandemie-noodaankoopprogramma is te vinden op de website van de ECB.
Nadere informatie over de looptijdenstructuren bij het programma voor de aankoop van activa en het pandemie-noodaankoopprogramma is beschikbaar op de website van de ECB.
De deviezenreserves van de ECB bestaan uit activa die op de balans zijn opgenomen onder ‘Vorderingen op niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta – Tegoeden bij banken en beleggingen in effecten, externe leningen en overige externe activa’ en ‘Vorderingen op ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta’.
De omvang van de eigenmiddelenportefeuille komt niet noodzakelijkerwijs overeen met de som van het gestorte kapitaal, het algemeen reservefonds en de voorziening voor financiële risico’s van de ECB. Dit heeft vooral te maken met de herinvestering van door de portefeuille gegenereerde inkomsten, de waardering van effecten tegen marktprijzen en specifieke verschuivingen in het algemeen reservefonds en de voorziening voor financiële risico’s.
Gedefinieerd als de som van de rechtstreeks aangehouden groene obligaties en deelnemingen in het EUR BISIP G2-fonds als aandeel van de vastrentende component van de eigenmiddelenportefeuille.
Overeenkomstig de aanbevelingen van de taskforce voor financiële informatieverschaffing over klimaatverandering publiceert de ECB jaarlijks financiële klimaatinformatie over haar eigenmiddelen- en pensioenportefeuilles. De informatie voor 2024 werd in juni 2025 op de website van de ECB gepubliceerd, terwijl de klimaatinformatie voor 2025 naar verwachting in juni 2026 zal worden bekendgemaakt.
Op het klimaatakkoord van Parijs afgestemde benchmarks zijn gericht op het bereiken van de doelstelling van het klimaatakkoord van Parijs, namelijk dat de stijging van de gemiddelde temperatuur wereldwijd beperkt blijft tot 1,5 C.
Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (‘Europese klimaatwet’) (PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1).
De kosten van de ECB die verband houden met haar toezichtstaken worden aan de onder toezicht staande entiteiten doorberekend via een jaarlijks in rekening gebrachte vergoeding. Nadere informatie over toezichtsvergoedingen is beschikbaar op de website van ECB-Bankentoezicht.
In overeenstemming met artikel 21 van de statuten van het ESCB mag de ECB als fiscaal agent optreden ten behoeve van instellingen, organen of instanties van de Unie, centrale overheden, regionale, lokale of andere overheden, overheidsinstanties, andere publiekrechtelijke lichamen of openbare bedrijven van de lidstaten.
In deze paragraaf omvatten de ‘Herwaarderingsrekeningen’ de totale herwaarderingswinsten op de goudvoorraad, deviezenreserves en aangehouden effecten en andere instrumenten, maar niet de herwaarderingsrekening voor vergoedingen na uitdiensttreding.
Deze definitie van het eigen vermogen wordt uitsluitend gebruikt bij het opstellen van de jaarstukken van de ECB.
Op 13 maart 2024 besloot de Raad van Bestuur het operationele kader voor de tenuitvoerlegging van het monetair beleid te wijzigen. In dezelfde context besloot de Raad van Bestuur eveneens dat vanaf 1 januari 2025 de rente op de door het Eurosysteem aangeboden depositofaciliteit de basis zou worden voor de rentevergoeding op (i) vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem, (ii) TARGET-saldi verschuldigd door/aan de NCB’s, en (iii) verplichtingen uit hoofde van de overdracht van externe reserves.
Zoals genoemd in Paragraaf 1.3.2 ‘Eigen vermogen’ omvatten de ‘Herwaarderingsrekeningen’ de totale herwaarderingswinsten op de goudvoorraad, deviezenreserves en aangehouden effecten en andere instrumenten, maar niet de herwaarderingsrekening voor vergoedingen na uitdiensttreding.
De toezichtsvergoedingen zijn opgenomen in de post ‘Overige baten en lasten’ (zie Grafiek 13).
Het ES wordt gedefinieerd als een naar waarschijnlijkheid gewogen gemiddeld verlies dat zich voordoet bij de ongunstigste (100-p)% van de scenario's, waarbij p het betrouwbaarheidsniveau aanduidt.
Nadere informatie over de risicomodelleringsaanpak is te vinden in The financial risk management of the Eurosystem’s monetary policy operations, ECB, juli 2015.
De resultaten van de stresstest op de aangehouden bedrijfsobligaties zijn opgenomen in de klimaatrapportage voor bedrijfsobligaties die door NCB’s van het eurogebied worden aangehouden in het kader van het CSPP en het PEPP. De ECB is in maart 2023 met deze rapportage gestart en publiceert deze sindsdien jaarlijks. Zie voor meer informatie de Klimaatrapportage over de door het Eurosysteem voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden bedrijfsobligaties, ECB, maart 2023.
De algemene kwalitatieve resultaten van deze stresstest werden ook gepubliceerd in het Economisch Bulletin van de ECB. Zie Resultaten van de in 2022 uitgevoerde klimaatstresstest op de balans van het Eurosysteem, Economisch Bulletin, Nummer 2, ECB, 2023.De uitkomsten van de klimaatstresstest 2024 zijn gepubliceerd als onderdeel van de Climate-related financial disclosures of Eurosystem assets held for monetary policy purposes and of the ECB’s foreign reserves, ECB, juni 2025.
Operationeel risico omvat alle niet-financiële risico’s en wordt gedefinieerd als het risico dat de bedrijfsvoering, reputatie en/of financiële positie van de ECB in negatieve zin worden geraakt door menselijke tekortkomingen, de ontoereikende tenuitvoerlegging of het tekortschieten van de interne governance en bedrijfsprocessen, het uitvallen van systemen waarvan processen afhankelijk zijn, of externe gebeurtenissen (bijv. natuurrampen of aanvallen van buitenaf).
Nadere informatie over de governancestructuur van de ECB is te vinden op de website van de ECB.
Bij bedrijven en de overheid wordt steeds meer aandacht geschonken aan het beheer van gedragsrisico's, ter aanvulling op het beheer van financiële en operationele risico’s. Gedragsrisico kan voor de ECB worden gedefinieerd als de blootstelling van de instelling aan reputatieschade, maar ook aan financiële of andere vormen van schade die haar belangen negatief beïnvloeden, als gevolg van opzettelijke of nalatige handelingen, die worden uitgevoerd door haar hoge functionarissen, medewerkers of contractanten die niet in overeenstemming zijn met haar ethische, wettelijke en integriteitsregels of de normen voor goede governance en goed beheer.
De gedetailleerde grondslagen voor de financiële verslaggeving van de ECB zijn neergelegd in Besluit (EU) 2024/2938 van de Europese Centrale Bank van 14 november 2024 betreffende de jaarrekening van de Europese Centrale Bank (ECB/2024/32), PB L 2024/2938 van 11.12.2024.
Met het oog op de geharmoniseerde financiële administratie en verslaggeving van de activiteiten van het Eurosysteem is het bovengenoemde besluit gebaseerd op Richtsnoer (EU) 2024/2941 van de Europese Centrale Bank van 14 november 2024 betreffende het juridische kader ten behoeve van de financiële administratie en verslaglegging in het Europees Stelsel van centrale banken (ECB/2024/31) (PB L 2024/2941 van 11.12.2024).
Deze grondslagen, die periodiek worden beoordeeld en waar nodig bijgewerkt, volgen de bepalingen van artikel 26.4 van de Statuten van het ESCB, die geharmoniseerde regels voor de financieel-administratieve verwerking en verslaglegging van de werkzaamheden van het Eurosysteem vereisen.Voor overlopende posten en voorzieningen betreffende beheerkosten geldt een minimumdrempel van € 100.000.
Een lease wordt geclassificeerd als een financiële lease indien deze nagenoeg alle risico’s en voordelen overdraagt die verband houden met de eigendom van een onderliggend actief, anders wordt de lease geclassificeerd als een operationele lease.
Vanaf dat moment wordt deze lijfrente opgenomen in de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen.
Per 31 december 2025 namen de volgende NCB’s buiten het eurogebied deel aan TARGET: Българска народна банка (Nationale Bank van Bulgarije), Danmarks Nationalbank, Narodowy Bank Polski en Banca Naţională a României.
Besluit van de Europese Centrale Bank van 13 december 2010 betreffende de uitgifte van eurobankbiljetten (ECB/2010/29) (2011/67/EU) (PB L 35 van 9.2.2011, blz. 26), zoals gewijzigd. De niet-officiële geconsolideerde tekst met de lijst van aanpassingen is eveneens beschikbaar.
De term ‘verdeelsleutel voor de toedeling van bankbiljetten’ heeft betrekking op de percentages die voortvloeien uit het in aanmerking nemen van het aandeel van de ECB in de totale uitgifte aan eurobankbiljetten en het toepassen van de geplaatst-kapitaalverdeelsleutel op het aandeel van de NCB's in dit totaal.
Besluit (EU) 2016/2248 van de Europese Centrale Bank van 3 november 2016 inzake de toedeling van monetaire inkomsten van de nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben (ECB/2016/36) (PB L 347 van 20.12.2016, blz. 26), zoals gewijzigd. De niet-officiële geconsolideerde tekst met de lijst van aanpassingen is eveneens beschikbaar.
Sinds eind 2023 staat deze voorziening op nul vanwege de volledig vrijval ervan om verliezen van de ECB in 2022 en 2023 te dekken.
Besluit (EU) 2015/298 van de Europese Centrale Bank van 15 december 2014 inzake de tussentijdse verdeling van de inkomsten van de ECB (ECB/2014/57) (PB L 53 van 25.2.2015, blz. 24), zoals gewijzigd. De niet-officiële geconsolideerde tekst met de lijst van aanpassingen is eveneens beschikbaar.
Zie het persbericht van 13 maart 2024 over de beslissingen van de Raad van Bestuur.
Deze nettoposities bestaan uit het verschil van de in de desbetreffende vreemde valuta luidende activa en verplichtingen die onderhevig zijn aan valutaherwaardering. Deze zijn opgenomen onder ‘Vorderingen op niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta’, ‘Vorderingen op ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta’, ‘Overlopende activa’, ‘Herwaarderingsverschillen op instrumenten buiten de balans’ (onder de verplichtingen) en ‘Overlopende passiva’. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met buiten de balans verantwoorde valutatermijntransacties en valutaswaps. Positieve resultaten uit hoofde van de prijsherwaardering van in vreemde valuta luidende financiële instrumenten zijn niet inbegrepen.
Nadere informatie over het programma voor de aankoop van activa is te vinden op de website van de ECB.
Nadere informatie over het pandemie-noodaankoopprogramma is te vinden op de website van de ECB.
De marktwaarden zijn indicatief en worden berekend aan de hand van marktnoteringen. Wanneer geen marktnoteringen beschikbaar zijn, worden de marktprijzen geschat met behulp van interne modellen van het Eurosysteem.
Met uitzondering van aandelen die een NCB van het Eurosysteem in 2024 heeft ontvangen als gevolg van een bedrijfsherstructurering, die tegen marktwaarde werden verantwoord. Deze aandelen werden in 2025 verkocht.
Nadere informatie over toezichtsvergoedingen is beschikbaar op de website van ECB-Bankentoezicht.
De effectenuitleningstransacties waarbij op de balansdatum geen sprake is van als onderpand ontvangen onbelegde geldmiddelen worden op buitenbalansrekeningen geregistreerd (zie toelichting 17 ‘Programma’s voor effectenuitlening’).
Aangesloten systemen zijn financiëlemarktinfrastructuren die van de Raad van Bestuur toegang hebben gekregen tot de TARGET-ECB-component, op voorwaarde dat ze voldoen aan de vereisten vastgelegd in Besluit (EU) 2022/911 van de Europese Centrale Bank van 19 april 2022 betreffende de voorwaarden van TARGET-ECB en tot intrekking van Besluit ECB/2007/7 (ECB/2022/22) (PB L 163 van 17.6.2022, blz. 1), zoals gewijzigd. De niet-officiële geconsolideerde tekst met de lijst van aanpassingen is eveneens beschikbaar. Afhankelijk van de beherende entiteit, worden de aangesloten systemen beschouwd als ingezetenen van het eurogebied (zie toelichting 9.2 ‘Overige verplichtingen’) of niet-ingezetenen van het eurogebied (zie toelichting 10 ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’). Nadere informatie over aangesloten systemen is beschikbaar op de website van de ECB.
Het DB-gedeelte van de regeling weerspiegelt enkel de verplichte bijdragen van de ECB en het personeel. De vrijwillige bijdragen van personeelsleden aan de toegezegdebijdragenzuil in 2025 bedroegen € 296 miljoen (2024: € 266 miljoen). Deze bijdragen worden belegd in de fondsbeleggingen en leiden tevens tot een hiermee corresponderende verplichting.
De ongerealiseerde verliezen die hoger zijn dan de eerdere herwaarderingswinsten die op de desbetreffende herwaarderingsrekening zijn geaccumuleerd, worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen als afwaarderingen (zie toelichting 24 “Afwaarderingen van financiële activa en posities”).
Nadere informatie over effectenuitlening is beschikbaar op de website van de ECB.
Nadere informatie over de liquiditeitsverschaffende swapovereenkomsten van de ECB is beschikbaar op de ECB-website. De repo-overeenkomsten die eveneens op deze website worden beschreven, worden beheerd door de NCB’s en zijn daarom niet opgenomen in de jaarrekening van de ECB.
In overeenstemming met artikel 21 van de statuten van het ESCB mag de ECB als fiscaal agent optreden ten behoeve van instellingen, organen of instanties van de Unie, centrale overheden, regionale, lokale of andere overheden, overheidsinstanties, andere publiekrechtelijke lichamen of openbare bedrijven van de lidstaten.
Nadere informatie over stresstests is beschikbaar op de website van ECB-Bankentoezicht.
Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende digitale operationele weerbaarheid voor de financiële sector en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 909/2014 en (EU) 2016/1011 (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 1).
Zie artikel 5, lid 3 van Verordening (EU) nr. 1163/2014 van de Europese Centrale Bank van 22 oktober 2014 betreffende een vergoeding voor toezicht (ECB/2014/41) (PB L 311 van 31.10.2014, blz. 23), zoals gewijzigd. De niet-officiële geconsolideerde tekst met de lijst van aanpassingen is eveneens beschikbaar.
Het besluit van de ECB betreffende het totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor 2025 wordt medio maart 2026 vastgesteld en vervolgens gepubliceerd.
Nadere informatie over toezichtsvergoedingen is beschikbaar op de website van ECB-Bankentoezicht.
Een full-time-equivalent (FTE) is een eenheid die overeenstemt met één medewerker die gedurende één jaar fulltime werkt. Medewerkers met een contract voor onbepaalde of bepaalde duur, medewerkers met een kortlopend contract en de deelnemers aan het Graduate Programme van de ECB worden in verhouding tot hun arbeidstijd opgenomen. Medewerkers met zwangerschapsverlof of langdurig verlof zijn ook inbegrepen, terwijl medewerkers met onbetaald verlof niet zijn inbegrepen.
De representatietoelage bedraagt 21% van het basissalaris voor de president, 12% van het basissalaris voor de vicepresident, 9% van het basissalaris voor de overige directieleden en 12% van het basissalaris voor de voorzitter van de Raad van Toezicht.
De arbeidsvoorwaarden voor de medewerkers van de Europese Centrale Bank zijn te vinden op de website van de ECB.
De bedragen zijn brutobedragen, d.w.z. vóór aftrek van belastingen ten gunste van de EU.
Door deze eenmalige betalingen verminderde de in de balans opgenomen verplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten. Voor het nettobedrag dat ten laste van de winst-en-verliesrekening is gekomen in verband met de pensioenregelingen van huidige leden van de directie en van de Raad van Toezicht wordt verwezen naar toelichting 12.3 ‘Diversen’.
Besluit (EU) 2025/1407 van de Raad van 8 juli 2025 betreffende de aanneming van de euro door Bulgarije op 1 januari 2026 (PB L, 2025/1407 van 14.7.2025).
Besluit (EU) 2026/115 van de Europese Centrale Bank van 31 december 2025 betreffende het volstorten van het kapitaal, de overdracht van externe reserves en de bijdrage aan de reserves en voorzieningen van de Europese Centrale Bank door Българска народна банка (Bulgaarse Nationale Bank) (ECB/2025/44), (PB L 2026/115 van 15.1.2026); Overeenkomst tussen Българска народна банка (Bulgaarse Nationale Bank) en de Europese Centrale Bank houdende de vordering toegekend aan Българска народна банка (Bulgaarse Nationale Bank) door de Europese Centrale Bank uit hoofde van artikel 30.3 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank (PB C, C/2026/497 van 22.1.2026).
NCB's die niet tot het eurogebied behoren, hebben geen recht op een aandeel in de te verdelen winst van de ECB; evenmin hoeven zij eventuele verliezen van de ECB te dekken.
Krachtens artikel 32.5 van de statuten van het ESCB wordt de som van de monetaire inkomsten van de NCB's aan de NCB's toegekend naar rato van hun gestorte aandeel in het kapitaal van de ECB.





