Menu

1 Managementverslag

1.1 Doel van het managementverslag van de ECB

Het managementverslag[1] is een integrerend deel van de jaarstukken van de ECB en is bedoeld om de lezer contextuele informatie met betrekking tot de jaarrekening[2] te geven. Aangezien de activiteiten en transacties van de ECB haar beleidsdoelstellingen ondersteunen, dienen de financiële positie en het resultaat van de ECB in samenhang met haar beleidsacties te worden gezien.

In het managementverslag wordt ingegaan op de belangrijkste activiteiten en transacties van de ECB, evenals op de invloed daarvan op de jaarrekening van de ECB. Verder bevat het managementverslag een analyse van de belangrijkste ontwikkelingen in de balans en de winst-en-verliesrekening gedurende het jaar en geeft het informatie over de financieringsmiddelen van de ECB. Ten slotte bevat dit verslag een beschrijving van de risico-omgeving waarin de ECB opereert, aan de hand van informatie over de financiële en operationele risico’s waaraan de ECB blootstaat en over het risicobeheerbeleid dat de ECB voert om de risico’s te mitigeren.


1.2 Activiteiten

De ECB is onderdeel van het Eurosysteem, dat als hoofddoelstelling de handhaving van de prijsstabiliteit heeft. Overeenkomstig de Statuten van het ESCB[3] omvatten de voornaamste taken van de ECB het ten uitvoer leggen van het monetair beleid van het eurogebied, het verrichten van valutamarkttransacties, het beheren van de officiële externe reserves van de landen van het eurogebied en het bevorderen van de goede werking van het betalingsverkeer.

Met het oog op het uitoefenen van indringend en doeltreffend bankentoezicht is de ECB tevens verantwoordelijk voor het effectief en samenhangend functioneren van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (Single Supervisory Mechanism – SSM). Hiermee draagt de ECB bij aan de veiligheid en soliditeit van het bankwezen en aan de stabiliteit van het financiële stelsel.

Binnen het Eurosysteem wordt het monetair beleid in beginsel decentraal ten uitvoer gelegd. Dit impliceert dat de monetairbeleidstransacties van het Eurosysteem in de jaarrekening van de ECB en die van de nationale centrale banken (NCB’s) van het Eurosysteem worden verantwoord. Tabel 1 geeft een overzicht van de belangrijkste transacties en functies van de ECB bij het vervullen van haar mandaat, en de invloed daarvan op de jaarrekening van de ECB.

Tabel 1

De belangrijkste activiteiten van de ECB en de invloed daarvan op de jaarrekening

1) Nadere informatie over effectenuitlening is beschikbaar op de website van de ECB.
2) Nadere informatie over TARGET2 is beschikbaar op de website van de ECB.


1.3 Financiële ontwikkelingen

1.3.1 Balans

De balans van de ECB groeide aanzienlijk in de periode 2015-2018, als gevolg van de aankoop van effecten in het kader van het programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme – APP).[4]

In 2019 groeide het balanstotaal van de ECB met € 10,0 miljard naar € 457,1 miljard. Die stijging hield vooral verband met a) de toename van de markwaarde van de externe reserves van de ECB, als gevolg van de stijging van de goudprijs en de appreciatie van de Amerikaanse dollar en de Japanse yen ten opzichte van de euro tijdens het jaar en b) de toegenomen waarde van de eurobankbiljetten in omloop.[5]

Grafiek 1

Belangrijkste componenten van de balans van de ECB

(EUR miljard)

Bron: ECB.

Ultimo 2019 bestonden de totale activa van de ECB voor 55% uit voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten luidende in euro. Deze balanspost betreft de effecten die de ECB heeft aangekocht in het kader van het programma voor de effectenmarkten (securities markets programme – SMP), de drie aankoopprogramma’s voor gedekte obligaties (CBPP1, CBPP2 en CBPP3), het ABSPP en het PSPP. In 2019 heeft de ECB de aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het APP en die de vervaldatum hebben bereikt, volledig geherinvesteerd. Bovendien heeft de ECB op 1 november 2019 de nettoaankopen van activa in het kader van het APP hervat, op basis van het besluit van de Raad van Bestuur van 12 september 2019 over de totale maandelijkse aankopen door het Eurosysteem[6] en met inachtneming van vooraf vastgestelde toelatingscriteria.

Eind 2019 is de portefeuille met voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten met € 1,3 miljard afgenomen tot € 250,4 miljard (zie Grafiek 2), vooral als gevolg van aflossingen van in het kader van het SMP, CBPP1 en CBPP2 aangehouden effecten. De totale afname van deze portefeuilles beliep € 2,2 miljard. De daling van € 0,1 miljard in de PSPP-portefeuille was voornamelijk toe te schrijven aan het nettoresultaat van de amortisatie van agio’s en disagio’s[7] op effecten in deze portefeuille, die de nettoaankopen van de laatste twee maanden van 2019 meer dan compenseerden.

Grafiek 2

Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten

(EUR miljard)

Bron: ECB.

In 2019 steeg de waarde in euro's van de externe reserves van de ECB, bestaande uit de goudvoorraad, bijzondere trekkingsrechten, Amerikaanse dollars (USD), Japanse yen (JPY) en Chinese renminbi (CNY), met € 6,2 miljard naar € 75,8 miljard.

Als gevolg van een stijging van de marktprijs van goud (uitgedrukt in euro's) is de eurowaarde van de goudvoorraad (bestaande uit goud en goudvorderingen) van de ECB in 2019 met € 3,8 miljard toegenomen naar € 22,0 miljard (zie Grafiek 3), waarbij het volume van deze post (in ‘fine ounces’) gelijk bleef. Door deze toename namen de herwaarderingsrekeningen van de ECB met hetzelfde bedrag toe (zie Paragraaf 1.3.2 ‘Financieringsmiddelen’).

Grafiek 3

Ontwikkeling van de goudvoorraad en goudprijs

(links: EUR miljard; rechts: euro per fine ounce goud)

Bron: ECB.
Toelichting: De post ‘Herwaarderingsrekeningen goudvoorraad’ omvat niet de bijdragen van de centrale banken van de lidstaten die na 1 januari 1999 tot het eurogebied zijn toegetreden aan de geaccumuleerde herwaarderingsrekeningen van de goudvoorraad van de ECB op de dag vóór hun toetreding tot het Eurosysteem.

Op nettobasis en uitgedrukt in euro's namen de door de ECB aangehouden deviezenreserves[8] in Amerikaanse dollars, Japanse yens en Chinese renminbi’s met € 2,4 miljard toe naar € 53,1 miljard (zie Grafiek 4), als gevolg van de herinvestering van de tijdens het boekjaar op deze reserves ontvangen inkomsten en de waardedaling van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar en de Japanse yen. De depreciatie van de euro is ook zichtbaar in de hogere saldi van de herwaarderingsrekeningen van de ECB (zie Paragraaf 1.3.2 ‘Financieringsmiddelen’).

Grafiek 4

Uitsplitsing van de deviezenreserves naar valuta

(EUR miljard)

Bron: ECB.

De deviezenreserves van de ECB blijven gedomineerd worden door de Amerikaanse dollar, die ultimo 2019 circa 77% van het totaal uitmaakte.

De ECB managet het beleggen van haar deviezenreserves door middel van een driestappenproces. Ten eerste stellen de risicobeheerders van de ECB een strategische benchmarkportefeuille samen, die door de Raad van Bestuur wordt goedgekeurd. Vervolgens ontwikkelen de portefeuillebeheerders van de ECB de tactische benchmarkportefeuille; deze wordt door de directie goedgekeurd. Als laatste stap worden de dagelijkse beleggingstransacties gedecentraliseerd uitgevoerd door de NCB's.

De deviezenreserves van de ECB worden voornamelijk belegd in effecten en geldmarktdeposito’s of op rekeningen-courant aangehouden (zie Grafiek 5). De effecten in deze portefeuille worden gewaardeerd tegen de marktprijs per jaareinde.

Grafiek 5

Uitsplitsing van deviezenreserves naar soort belegging

(EUR miljard)

Bron: ECB.

De ECB houdt de deviezenreserves aan om eventuele interventies op de valutamarkt te financieren. In dit verband worden de deviezenreserves van de ECB beheerd op basis van drie doelstellingen: (in volgorde van prioriteit) liquiditeit, veiligheid en rendement. Daarom bestaat deze portefeuille voornamelijk uit effecten met een korte looptijd (zie Grafiek 6).

Grafiek 6

Uitsplitsing van de in vreemde valuta luidende effecten naar looptijd

Bron: ECB.

In 2019 bleef de waarde van de eigenmiddelenportefeuille nagenoeg gelijk (zie Grafiek 7). Deze portefeuille bestaat vooral uit in euro's luidende effecten, gewaardeerd tegen de marktprijs per jaareinde.

Grafiek 7

Eigenmiddelenportefeuille van de ECB

(EUR miljard)

Bron: ECB.

De eigenmiddelenportefeuille van de ECB wordt aangehouden tegenover het gestorte kapitaal van de ECB, de voorziening voor financiële risico’s en het algemene reservefonds. Het doel van deze portefeuille is inkomsten te genereren om bij te dragen aan de financiering van de bedrijfskosten van de ECB die geen verband houden met de uitvoering van haar toezichtstaken.[9] Bij het beheer van de eigenmiddelenportefeuille wordt ernaar gestreefd om met inachtneming van een aantal risicolimieten een zo hoog mogelijk rendement te behalen. Daarom is de portefeuille meer gespreid wat betreft looptijden (zie Grafiek 8) dan de portefeuille voor de deviezenreserves.

Grafiek 8

Uitsplitsing van de effecten in de eigenmiddelenportefeuille van de ECB naar looptijd

Bron: ECB.

1.3.2 Financieringsmiddelen

De financieringsmiddelen van de ECB bestaan uit het kapitaal, de algemene risicovoorziening en de herwaarderingsrekeningen van de ECB, evenals de winst over het jaar. Deze financieringsmiddelen worden a) belegd in activa die inkomsten genereren, en/of b) gebruikt om uit financiële risico’s voortvloeiende verliezen direct te compenseren. Per 31 december 2019 bedroegen de financieringsmiddelen van de ECB in totaal € 47,7 miljard (zie Grafiek 9). Dit was € 5,7 miljard meer dan in 2018, vooral door de waardedaling van de euro, die leidde tot een toename van de herwaarderingsrekeningen.

Grafiek 9

Financieringsmiddelen van de ECB

(EUR miljard)

Bron: ECB.
Toelichting: De ‘Herwaarderingsrekeningen’ omvatten de som van de herwaarderingswinsten op de goudvoorraad, deviezenreserves en aangehouden effecten, maar niet de herwaarderingsrekening in verband met vergoedingen na uitdiensttreding.

Positieve ongerealiseerde resultaten op goud, vreemde valuta’s en aan prijsherwaardering onderhevige effecten worden niet als baten in de winst-en-verliesrekening opgenomen, maar rechtstreeks verwerkt op de herwaarderingsrekeningen aan de passivazijde van de balans van de ECB. De saldi van de herwaarderingsrekeningen kunnen worden gebruikt om eventuele toekomstige ongunstige bewegingen in de respectieve prijzen en/of valutakoersen te absorberen, en versterken derhalve de weerbaarheid van de ECB ten opzichte van de onderliggende risico’s. In 2019 zijn de herwaarderingsrekeningen voor goud, vreemde valuta’s en effecten[10] met € 5,1 miljard toegenomen naar € 30,2 miljard, hoofdzakelijk als gevolg van stijging van de goudprijs en de depreciatie van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar en de Japanse yen (zie Grafiek 10).

Grafiek 10

Belangrijkste valutakoersen en de goudprijs in de periode 2015-2019

(mutaties in procenten ten opzichte van 2015; gegevens ultimo jaar)

Bron: ECB.

De winst die de ECB met haar activa en verplichtingen in een boekjaar per saldo behaalt, kan worden gebruikt om mogelijke verliezen die in hetzelfde jaar optreden, te absorberen. In 2019 bedroeg de winst van de ECB € 2,4 miljard, ofwel € 0,8 miljard hoger dan in 2018.

Met het oog op de financiële risico’s waaraan de ECB blootstaat (zie Paragraaf 1.4.1 ‘Financiële risico’s’), beschikt ze over een voorziening voor financiële risico's. Jaarlijks wordt bezien welke omvang deze voorziening moet hebben. Hierbij wordt rekening gehouden met een reeks aan factoren, zoals de omvang van de aangehouden risicodragende activa, de verwachte resultaten voor het komende jaar en een risicobeoordeling. De risicovoorziening mag, samen met enig bedrag in het algemene reservefonds van de ECB, niet hoger zijn dan het door de NCB's van het eurogebied gestorte kapitaal. Als gevolg van de vijfjaarlijkse aanpassing van de kapitaalverdeelsleutel van de ECB, die plaatsvond op 1 januari 2019, en de daaruit voortvloeiende afname van het aandeel van de NCB’s van het eurogebied in het geplaatste kapitaal van de ECB, en gelet op de uitkomsten van de beoordeling van de financiële risico's voor de ECB, heeft de Raad van Bestuur besloten € 84 miljoen uit de voorziening van de ECB voor financiële risico's vrij te laten vallen, zodat het saldo in overeenstemming is met het toegestane maximumbedrag van € 7,5 miljard, dat gelijk is aan het door de NCB’s van het eurogebied gestorte kapitaal van de ECB.

Op 31 december 2019 bedroeg het door de NCB’s in en buiten het eurogebied gestorte kapitaal van de ECB € 7,7 miljard, € 81 miljoen minder dan eind 2018. Die afname was het gevolg van de vijfjaarlijkse aanpassing van de kapitaalverdeelsleutel van de ECB, die plaatsvond op 1 januari 2019 en die leidde tot een daling van het aandeel van de NCB’s van het eurogebied (die hun aandeel volstorten) in het geplaatste kapitaal van de ECB.

In 2020 zal het aandeel van de NCB’s in het kapitaal van de ECB veranderen als gevolg van het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie en de daarmee samenhangende uittreding van de Bank of England uit het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB). Het geplaatste kapitaal van de ECB blijft onveranderd, aangezien het aandeel van de Bank of England wordt herverdeeld over de NCB's in en buiten het eurogebied. Het gestorte kapitaal van de ECB blijft in 2020 eveneens onveranderd, aangezien de resterende NCB’s het vroeger door de Bank of England gestorte kapitaal zullen dekken.

1.3.3 Winst-en-verliesrekening

In de periode 2015-2019 heeft de ECB haar jaarwinst geleidelijk zien toenemen van circa € 1,1 miljard naar circa € 2,4 miljard (zie Grafiek 11). Deze ontwikkeling is vooral toe te schrijven aan de hogere rentebaten uit de externe reserves en de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten. De toename van deze rentebaten compenseerde ruimschoots de daling van de rentebaten uit de bankbiljetten in omloop[11] en uit de eigenmiddelenportefeuille.

De winst van de ECB over 2019 bedroeg € 2.366 miljoen (2018: € 1.575 miljoen). De stijging van € 790 miljoen in vergelijking met 2018 was zowel toe te schrijven aan een toename van de nettorentebaten als aan betere resultaten uit financiële transacties.

Grafiek 11

Belangrijkste componenten van de winst-en-verliesrekening van de ECB

(EUR miljoen)

Bron: ECB.
Toelichting: De post ‘Overige baten en lasten’ bestaat uit de posten ‘Nettobaten uit vergoedingen en provisies’, ‘Baten uit aandelen en deelnemingen’, ‘Overige baten’ en ‘Overige kosten’.

De nettorentebaten van de ECB zijn met € 410 miljoen gestegen naar € 2.686 miljoen (zie Grafiek 12), voornamelijk als gevolg van hogere rentebaten, zowel uit de externe reserves als uit de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten.

Grafiek 12

Nettorentebaten

(EUR miljoen)

Bron: ECB.

De nettorentebaten uit de externe reserves stegen met € 190 miljoen tot € 1.052 miljoen, voornamelijk ten gevolge van de hogere rentebaten uit de in Amerikaanse dollars luidende effecten.

Gelet op de stijgende tendens van de rendementen op in Amerikaanse dollars luidende effecten tijdens het grootste gedeelte van 2018 (zie Grafiek 13), vooral voor korte looptijden, kocht de ECB effecten met hogere rendementen aan, waardoor het gemiddelde rendement op de Amerikaansedollarportefeuille is toegenomen ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit had een positief effect op de rentebaten uit deze portefeuille tijdens 2019.

Grafiek 13

Rendementen op tweejaars overheidsobligaties in de Verenigde Staten, Japan en China

(in procenten per jaar; gegevens ultimo maand)

Bron: ECB.

Over 2019 bedroegen de nettorentebaten uit hoofde van de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten € 1.447 miljoen, dat wil zeggen € 212 miljoen hoger dan in 2018 (zie Grafiek 14). De nettorentebaten in verband met de APP-effecten stegen met € 316 miljoen naar € 1.136 miljoen. Deze stijging was vooral toe te schrijven aan de PSPP-portefeuille, aangezien de gemiddelde omvang en het gemiddelde rendement op de portefeuille hoger lagen dan in 2018. Het gemiddelde rendement op de portefeuille is de laatste twee jaar vooral gestegen als gevolg van a) het hoger rendement op de in 2018 aangekochte effecten ten opzichte van het historisch gemiddelde rendement van de portefeuille en b) de herbelegging van de aflossingen op deze effecten in 2019, tegen een hoger rendement dan dat van de afgeloste effecten. Tegelijkertijd bleef het rendement op door overheden in het eurogebied uitgegeven obligaties in 2019 gemiddeld genomen op een laag niveau (zie Grafiek 15). De gestegen nettorentebaten uit de APP-effecten overtroffen de afname van de nettorentebaten uit de SMP-, CBPP1- en CBPP2-portefeuilles, die na een daling met € 104 miljoen op € 311 miljoen uitkwamen. Deze daling hing samen met de omvang van deze portefeuilles, die door het vervallen van effecten was afgenomen. In 2019 genereerden de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten circa 54% van de nettorentebaten van de ECB.

Grafiek 14

Nettorentebaten uit voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten

(EUR miljoen)

Bron: ECB.

Grafiek 15

Rendementen op tienjaars overheidsobligaties in het eurogebied

(in procenten per jaar; gegevens ultimo maand)

Bron: ECB.

Als gevolg van de door het Eurosysteem gebruikte basisherfinancieringsrente van 0% waren zowel de rentebaten in verband met het aandeel van de ECB in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop als de rentelasten in verband met de rentevergoeding op de vorderingen van de NCB’s met betrekking tot de door hen overgedragen externe reserves nihil.

De overige nettorentebaten daalden, voornamelijk door de lagere rentebaten behaald met de eigenmiddelenportefeuille als gevolg van het lagerenteklimaat in het eurogebied.

Het nettoresultaat uit financiële transacties en afwaarderingen van financiële activa kwam neer op een winst van € 176 miljoen (zie Grafiek 16). Dit resultaat was € 322 miljoen beter dan in 2018, vooral dankzij hogere gerealiseerde nettokoersresultaten.

In 2019 werd een nettokoerswinst op de verkoop van effecten gerealiseerd, vooral dankzij prijswinsten op in Amerikaanse dollars luidende effecten, waarvan de marktwaarde positief beïnvloed werd door de dalende yields op Amerikaanse obligaties tijdens het jaar.

Grafiek 16

Gerealiseerde resultaten en afwaarderingen

(EUR miljoen)

Bron: ECB.

Daarenboven viel per 31 december 2019 € 84 miljoen uit de algemene risicovoorziening van de ECB vrij ten gunste van de winst-en-verliesrekening, zodat het saldo van deze voorziening in overeenstemming is met het toegestane maximumbedrag, dat gelijk is aan het door de NCB’s van het eurogebied gestorte kapitaal van de ECB (zie Paragraaf 1.3.2 ‘Financieringsmiddelen’).

De totale bedrijfskosten van de ECB, met inbegrip van de afschrijvingen en de diensten van bankbiljettenproductie, zijn met € 42 miljoen gestegen naar € 1.156 miljoen (zie Grafiek 17). De toename in vergelijking met 2018 is vooral toe te schrijven aan hogere personeelskosten als gevolg van a) de stijging van het gemiddeld aantal medewerkers in 2019, voornamelijk in het bankentoezicht en b) de hogere kosten voor overige langetermijnbeloningen, vooral door het gebruik van een lagere disconteringsvoet voor de actuariële waardering eind 2019. Als gevolg van de invoering van de nieuwe verslaggevingsgrondslag voor leasing in 2019, worden huurkosten, die vroeger werden opgenomen als beheerkosten, nu als afschrijving geboekt. Daardoor daalden de beheerkosten, terwijl de afschrijvingskosten hoger waren dan het voorgaande jaar. De beheerkosten daalden eveneens als gevolg van lagere uitgaven voor inhuurkrachten en externe adviesdiensten.

De met het bankentoezicht verband houdende kosten worden jaarlijks volledig gedekt door de toezichtsvergoeding die de onder toezicht staande entiteiten in rekening krijgen gebracht.[12]

Grafiek 17

Bedrijfskosten en toezichtsvergoedingen

(EUR miljoen)

Bron: ECB.
Toelichting: De bedrijfskosten worden gesplitst tussen het centralebankgedeelte en het bankentoezicht. De kosten van de gedeelde dienstverlening door de ondersteunende diensten van de ECB zijn aan deze twee categorieën toegewezen. Deze gedeelde dienstverlening door de bestaande ondersteunende diensten van de ECB omvat onder meer huisvesting, humanresourcesbeheer, beheerdiensten, budgettering en controlling, accounting, juridische zaken, communicatie en vertaling, interne audit, statistiek en IT.


1.4 Risicobeheer

Risicobeheer vormt een cruciaal onderdeel van de activiteiten van de ECB en betreft een continu proces dat bestaat uit het a) identificeren en beoordelen van risico's, b) evalueren van de risicostrategie en het risicobeleid, c) uitvoeren van maatregelen ter mitigatie van de risico’s, en d) monitoren van en rapporteren over de risico’s, waarbij gebruik wordt gemaakt van effectieve methoden, processen en systemen.

Figuur 1

Risicobeheercyclus

De ECB staat bloot aan zowel financiële als operationele risico’s. In de volgende paragrafen wordt op deze risico’s ingegaan, evenals op de bronnen van deze risico's en de gehanteerde risicobeheersingskaders.

1.4.1 Financiële risico’s

De directie van de ECB stelt beleid en procedures vast om ervoor te zorgen dat de ECB een passend beschermingsniveau heeft tegen de financiële risico’s waaraan ze blootstaat. Het comité voor risicobeheer (Risk Management Committee – RMC), bestaande uit deskundigen van de centrale banken van het Eurosysteem, draagt onder meer bij aan het monitoren en meten van, en rapporteren over, de financiële risico’s met betrekking tot de balans van het Eurosysteem. Tevens bepaalt en evalueert het de hiervoor gebruikte methoden en kaders. Zo ondersteunt het RMC de besluitvormende organen bij het waarborgen van een passend beschermingsniveau voor het Eurosysteem.

De financiële risico’s vloeien voort uit de kernactiviteiten van de ECB en de daarmee verband houdende risicoposities. De risicobeheersingskaders en risicolimieten die de ECB gebruikt om haar risicoprofiel te beheren, verschillen per type transactie en zijn afhankelijk van de beleids- of beleggingsdoelstellingen van de verschillende portefeuilles en de risicokenmerken van de onderliggende activa.

Voor het monitoren en beoordelen van de risico’s maakt de ECB gebruik van een aantal intern ontwikkelde technieken voor het schatten van risico’s. Deze technieken zijn gebaseerd op een kader waarmee zowel markt- als kredietrisico’s worden gesimuleerd. De belangrijkste modelleringsconcepten, -technieken en -aannames die aan de risicomaatstaven ten grondslag liggen, berusten op in de sector gehanteerde standaarden en beschikbare marktgegevens. De risico’s worden doorgaans gekwantificeerd door een schatting te maken van het verwachte tekort (expected shortfall – ES),[13] op basis van een betrouwbaarheidsniveau van 99% en een tijdshorizon van één jaar. Voor de berekening van de risico’s maakt de ECB gebruik van twee benaderingen: a) de boekhoudkundige benadering, op grond waarvan de herwaarderingsrekeningen van de ECB bij de berekening van de geschatte risico’s als een buffer worden beschouwd, in lijn met alle toepasselijke financiëleverslaggevingsregels, en b) de financiële benadering, op grond waarvan de herwaarderingsrekeningen bij de risicoberekening niet als buffer worden aangemerkt. Om een volledig beeld van de risico’s te houden berekent de ECB ook andere risicomaatstaven bij verschillende betrouwbaarheidsniveaus, verricht ze gevoeligheids- en stress-scenarioanalyses en beoordeelt ze langeretermijnprognoses van risicoposities en baten.[14]

De totale risico’s van de ECB zijn in 2019 afgenomen. Eind 2019 kwamen de totale financiële risico’s voor alle portefeuilles van de ECB, zoals afgemeten aan het ES bij een betrouwbaarheidsniveau van 99% en een tijdshorizon van één jaar, volgens de boekhoudkundige benadering in totaal uit op € 8,1 miljard, ofwel € 1,1 miljard lager dan eind 2018. De daling weerspiegelt het lagere valuta- en renterisico in de beleggingsportefeuilles van de ECB, verbeteringen in de kredietkwaliteit van de effecten in de portefeuilles van de ECB en aflossingen van in het kader van het SMP, CBPP1 en CBPP2 aangehouden effecten.

Kredietrisico's vloeien voort uit de monetairbeleidsportefeuilles van de ECB, de in euro's luidende eigenmiddelenportefeuille en de externe reserves. Hoewel de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen en daardoor, bij afwezigheid van verkopen, niet onderhevig zijn aan prijsveranderingen in verband met veranderingen in de kredietkwaliteit (credit migration), zijn deze effecten wel blootgesteld aan wanbetalingsrisico. In euro's luidende instrumenten die deel uitmaken van de eigenmiddelenportefeuille en de externe reserves worden tegen marktprijs gewaardeerd en zijn derhalve onderhevig aan het risico van veranderingen in de kredietkwaliteit en het risico van wanbetaling. Het kredietrisico nam af in vergelijking met het voorgaande jaar als gevolg van verbeteringen in de kredietkwaliteit van diverse Europese overheden en aflossingen in de SMP-portefeuille.

Het kredietrisico wordt gemitigeerd door middel van toelatingscriteria, duediligenceprocedures en limieten die per portefeuille verschillen.

Valuta- en grondstoffenrisico’s vloeien voort uit de aangehouden vreemdevalutaposten en de goudvoorraad van de ECB. Het valutarisico nam af ten opzichte van het voorgaande jaar, onder invloed van een toename van de herwaarderingsrekeningen, die fungeren als buffer tegen ongunstige ontwikkelingen van de wisselkoersen en de goudprijs.

Gezien de beleidsrol die deze activa spelen, dekt de ECB de hiermee verbonden valuta- en grondstoffenrisico’s niet af. In plaats daarvan worden deze risico’s gemitigeerd door het bestaan van de herwaarderingsrekeningen en de spreiding van de aangehouden activa over verschillende valuta’s en goud.

De externe reserves en de in euro's luidende eigenmiddelenportefeuille van de ECB worden voornamelijk belegd in vastrentende effecten en staan bloot aan ‘mark-to-market’ renterisico, in verband met hun waardering tegen marktprijzen. De externe reserves van de ECB worden vooral belegd in activa met een relatief korte looptijd (zie Grafiek 6 in Paragraaf 1.3.1 ‘Balans’), terwijl de activa in de eigenmiddelenportefeuille doorgaans een langere looptijd hebben (zie Grafiek 8 in Paragraaf 1.3.1). Gemeten volgens de boekhoudkundige benadering nam deze risicocomponent af ten opzichte van 2018, onder invloed van ontwikkelingen in de marktomstandigheden.

Het ‘mark-to-market’ renterisico van de ECB wordt gemitigeerd door middel van het portefeuillesamenstellingsbeleid en de herwaarderingsrekeningen.

De ECB loopt ook renterisico als gevolg van de mismatch tussen de rentevergoeding over haar activa en de rente die ze over haar verplichtingen verschuldigd is, hetgeen van invloed is op de nettorentebaten van de ECB. Dit risico hangt niet rechtstreeks met een bepaalde portefeuille samen, maar houdt eerder verband met de totale balansstructuur van de ECB, en dan vooral met het bestaan van looptijd- en yieldverschillen tussen activa en verplichtingen. Het wordt gemonitord aan de hand van projecties van de winstgevendheid van de ECB, die aangeven dat de ECB de komende jaren naar verwachting nettorentebaten blijft genereren.

Dit risico wordt beheerd door beleid vast te stellen voor de portefeuillesamenstelling en verder gemitigeerd door de aanwezigheid van verplichtingen op de ECB-balans waarover geen vergoeding verschuldigd is.

1.4.2 Operationeel risico

Het beheer van het operationeel risico (operational risk management – ORM)[15] van de ECB heeft betrekking op alle niet-financiële risico’s.

De directie is verantwoordelijk voor het ORM-beleid en -kader van de ECB en stelt zowel beleid als kader vast. Het comité voor operationele risico’s (Operational Risk Committee – ORC) ondersteunt de directie bij het vervullen van haar rol als toezichthouder op het beheer van de operationele risico’s. ORM vormt een integrerend onderdeel van de governancestructuur[16] en beheerprocessen van de ECB.

De hoofddoelstelling van het ORM-kader van de ECB is een bijdrage te leveren aan de verwezenlijking van de missie en doelstellingen van de ECB, en tegelijkertijd de reputatie en activa van de ECB te beschermen tegen verlies, misbruik en schade. Krachtens het ORM-kader is ieder organisatieonderdeel verantwoordelijk voor het identificeren, analyseren, beheren en beheersen van zijn operationele risico’s en incidenten, evenals voor de rapportering hierover en de monitoring hiervan. In dit verband verschaft het risicotolerantiebeleid van de ECB een leidraad voor risicobeheersingsstrategieën en risico-aanvaardingsprocedures. Het is gekoppeld aan een vijf-bij-vijf risicomatrix gebaseerd op impact- en waarschijnlijkheidsschalen met kwantitatieve en kwalitatieve criteria.

De ECB opereert in een omgeving waarin sprake is van steeds complexere bedreigingen. Dit houdt in dat de gewone activiteiten van de ECB gepaard gaan met een brede waaier aan operationele risico's. De onderwerpen die de meeste reden tot zorg geven, betreffen allerlei niet-financiële risico's in verband met mensen, informatie, systemen, processen en externe leveranciers. Daarom heeft de ECB processen ingericht om de operationele risico’s van de ECB doorlopend en effectief te kunnen beheren en om de risico-informatie in het besluitvormingsproces te integreren. Bovendien richt de ECB zich op het verbeteren van haar weerbaarheid ten opzichte van risico's. Derhalve beschikt ze over responsstructuren en noodplannen, opdat de continuïteit van de cruciale bedrijfsfuncties bij elke verstoring is gewaarborgd.


2 Jaarrekening van de ECB

2.1 Balans per 31 december 2019

Toelichting: Door afronding kan het voorkomen dat de totalen in de jaarrekening (inclusief de toelichtingen) niet geheel overeenstemmen met de som van de individuele bedragen. De cijfers 0 en (0) duiden op een afronding naar nul van een positief of negatief getal, terwijl een koppelteken (-) op nul duidt.


2.2 Winst-en-verliesrekening over 2019

Frankfurt am Main, 11 februari 2020
Europese Centrale Bank

Christine Lagarde
president


2.3 Grondslagen voor de financiële verslaggeving

Vorm en presentatie van de jaarrekening

De jaarrekening van de ECB is opgesteld in overeenstemming met de onderstaande grondslagen voor financiële verslaggeving.[17] Deze resulteren naar het oordeel van de Raad van Bestuur van de ECB in een getrouwe weergave van de jaarrekening en brengen tegelijkertijd de aard van de centralebankactiviteiten tot uitdrukking.

Algemene uitgangspunten voor de financiële verslaggeving

In het kader van de financiële verslaggeving zijn de beginselen van economische realiteit en transparantie toegepast, evenals de beginselen van voorzichtigheid, de inaanmerkingneming van gebeurtenissen na de balansdatum, materialiteit, continuïteit, periodetoerekening, consistentie en vergelijkbaarheid.

Opname van activa en verplichtingen

Een actief of een verplichting wordt alleen in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat ermee verband houdende toekomstige economische voordelen ten goede respectievelijk ten laste van de ECB zullen komen, nagenoeg alle ermee verband houdende risico’s en voordelen aan de ECB zijn overgedragen, en de kostprijs of waarde van het actief of het bedrag van de verplichting op betrouwbare wijze kan worden bepaald.

Waardering

De jaarrekening is opgesteld op basis van de historische kostprijs, met aanpassingen voor de marktwaardering van verhandelbare effecten (met uitzondering van de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten), goud en alle andere in de balans opgenomen en buiten de balans verantwoorde activa en verplichtingen luidende in vreemde valuta.

Transacties in financiële activa en verplichtingen worden op basis van de afwikkelingsdatum in de jaarrekening verwerkt.

Met uitzondering van contante transacties in effecten worden transacties in financiële instrumenten luidende in vreemde valuta op de transactiedatum buiten de balans verantwoord. Op de afwikkelingsdatum worden de buiten de balans verantwoorde posten teruggenomen en worden de transacties in de balans opgenomen. Deviezenaankopen en -verkopen beïnvloeden de netto vreemdevalutapositie op de transactiedatum, en gerealiseerde verkoopresultaten worden eveneens op de transactiedatum berekend. Opgebouwde rente, agio’s en disagio’s in verband met financiële instrumenten luidende in vreemde valuta worden dagelijks berekend en geregistreerd, en de vreemdevalutapositie wordt eveneens dagelijks beïnvloed door deze overlopende posten.

Goud en in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen

In vreemde valuta luidende activa en verplichtingen worden in euro’s omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum. Baten en lasten worden omgerekend tegen de wisselkoers op de boekingsdatum. De herwaardering van in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen, met inbegrip van zowel in de balans opgenomen als buiten de balans verantwoorde instrumenten, vindt plaats per valuta.

Voor de in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen geldt dat de prijsherwaardering (marktprijs) afzonderlijk van de valutakoersherwaardering tot stand komt.

Goud wordt gewaardeerd tegen de marktprijs op de balansdatum. Voor goud wordt geen onderscheid gemaakt tussen prijs- en valutaherwaarderingsverschillen. In plaats daarvan wordt voor goud één (her)waardering bepaald op basis van de prijs in euro’s per fine ounce, die voor het boekjaar 2019 gebaseerd is op de wisselkoers van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar per 31 december 2019.

Onder een bijzonder trekkingsrecht (special drawing right – SDR) wordt een valutamandje verstaan waarvan de waarde wordt bepaald als de gewogen som van de wisselkoersen van vijf belangrijke valuta’s (de Amerikaanse dollar, Chinese renminbi, Japanse yen en het Britse pond). De door de ECB aangehouden SDR's werden omgerekend in euro’s tegen de EUR/SDR-wisselkoers per 31 december 2019.

Effecten

Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten
De voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen.

Verhandelbare effecten
Verhandelbare effecten (met uitzondering van de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten) en vergelijkbare activa worden per effect gewaardeerd tegen de middenkoersen of op basis van de desbetreffende yieldcurve op de balansdatum. In effecten besloten opties worden niet afzonderlijk gewaardeerd. Voor het boekjaar 2019 zijn de middenkoersen op 30 december 2019 gebruikt. Illiquide aandelen en andere eigenvermogensinstrumenten die als permanente belegging worden aangehouden, worden gewaardeerd tegen de kostprijs onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen.

Resultaatbepaling

Baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.[18] Gerealiseerde winsten en verliezen op de verkoop van vreemde valuta’s, goud en effecten worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Dergelijke gerealiseerde winsten en verliezen worden berekend op basis van de gemiddelde kostprijs van het desbetreffende actief.

Positieve ongerealiseerde resultaten worden niet als baten verantwoord, maar worden rechtstreeks in een herwaarderingsrekening opgenomen.

Negatieve ongerealiseerde resultaten worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt indien en voor zover ze op het jaareinde eerdere positieve herwaarderingsresultaten, als opgenomen op de desbetreffende herwaarderingsrekening, te boven gaan. Dergelijke negatieve ongerealiseerde resultaten op een effect, valuta of op aangehouden goud worden niet gesaldeerd met positieve ongerealiseerde resultaten op andere effecten, valuta’s of goud. Als er sprake is van dergelijke negatieve ongerealiseerde resultaten die ten laste van de winst-en-verliesrekening worden gebracht, dan wordt de gemiddelde kostprijs van de desbetreffende post verminderd tot de valutakoers of de marktprijs per jaareinde. Negatieve ongerealiseerde resultaten op renteswaps die aan het einde van het jaar in de winst-en-verliesrekening worden opgenomen, worden in daaropvolgende jaren via amortisatie teruggenomen.

Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen en in de daaropvolgende jaren niet teruggenomen, tenzij de bijzondere waardevermindering afneemt en de afname in verband kan worden gebracht met een waarneembare gebeurtenis die heeft plaatsgevonden nadat de bijzondere waardevermindering voor het eerst werd opgenomen.

Agio’s of disagio’s op effecten worden over de resterende contractuele looptijd van de effecten geamortiseerd.

Transacties met wederinkoop

Transacties met wederinkoop zijn transacties waarbij de ECB krachtens een repo-overeenkomst activa aankoopt of verkoopt of tegen onderpand krediettransacties verricht.

Bij een repotransactie worden effecten tegen geldmiddelen verkocht en wordt tegelijkertijd overeengekomen deze effecten op een vastgestelde toekomstige datum en tegen een overeengekomen prijs van de tegenpartij terug te kopen. Repotransacties worden aan de passivazijde van de balans opgenomen als deposito’s tegen onderpand. Effecten die op grond van zo’n transactie worden verkocht, blijven op de balans van de ECB.

Bij een omgekeerde repotransactie (reverse repo) worden effecten gekocht in ruil voor geldmiddelen, waarbij tegelijkertijd wordt overeengekomen de effecten op een vastgestelde toekomstige datum en tegen een overeengekomen prijs aan de tegenpartij terug te verkopen. Omgekeerde repotransacties worden als leningen tegen onderpand aan de activazijde van de balans opgenomen, maar de desbetreffende effecten worden niet in de door de ECB aangehouden effecten opgenomen.

Transacties met wederinkoop (waaronder effectenuitleningstransacties) die krachtens een door een gespecialiseerde instelling aangeboden programma worden uitgevoerd, worden alleen op de balans opgenomen indien er onderpand in de vorm van geldmiddelen is verstrekt en deze geldmiddelen onbelegd blijven.

Niet in de balans opgenomen instrumenten

Valuta-instrumenten, te weten valutatermijntransacties, de termijncomponent van valutaswaps en andere valuta-instrumenten die een inwisseling van een bepaalde valuta tegen een andere valuta op een toekomstige datum inhouden, worden opgenomen in de netto vreemdevalutapositie voor het berekenen van de valutakoerswinsten en -verliezen.

Rente-instrumenten worden per instrument geherwaardeerd. De dagelijkse wijzigingen in de variatiemarge van uitstaande rentefuturescontracten, evenals renteswaps die door een centrale tegenpartij worden gecleard, worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord. De waardering van termijntransacties in effecten en van renteswaps die niet via een centrale tegenpartij worden gecleard, wordt door de ECB uitgevoerd op basis van algemeen aanvaarde waarderingsmethoden. Hierbij wordt gebruikgemaakt van waarneembare marktprijzen en -tarieven, evenals van disconteringsfactoren voor de periode tussen de afwikkelingsdatum en de waarderingsdatum.

Gebeurtenissen na balansdatum

De waarde van activa en verplichtingen wordt aangepast voor gebeurtenissen die zich voordoen tussen de balansdatum en de datum waarop de directie toestemming geeft om de jaarstukken van de ECB ter goedkeuring aan de Raad van Bestuur voor te leggen, indien dergelijke gebeurtenissen van materiële invloed zijn op de waarde van de activa en verplichtingen op de balansdatum.

Belangrijke gebeurtenissen na de balansdatum die niet van invloed zijn op de waarde van de activa en verplichtingen op de balansdatum worden in de toelichting vermeld.

Saldi binnen het ESCB/saldi binnen het Eurosysteem

Saldi binnen het ESCB zijn hoofdzakelijk het resultaat van grensoverschrijdende betalingen binnen de Europese Unie (EU) die worden afgewikkeld in centralebankgeld in euro's. Het grootste deel van deze transacties vindt plaats op initiatief van private entiteiten (kredietinstellingen, bedrijven en particulieren). Ze worden afgewikkeld via TARGET2 – het ‘Trans-European Automated Real-time Gross settlement Express Transfer’-systeem – en leiden tot bilaterale saldi op de TARGET2-rekeningen van de centrale banken in de EU. Deze bilaterale saldi worden dagelijks gesaldeerd en vervolgens aan de ECB toegewezen, waardoor elke nationale centrale bank (NCB) één bilaterale nettopositie ten opzichte van de ECB overhoudt. Ook door de ECB uitgevoerde en in TARGET2 afgewikkelde betalingen zijn van invloed op de individuele bilaterale nettoposities. Deze posities in de boeken van de ECB vertegenwoordigen de nettovordering of -verplichting van elke NCB ten opzichte van de rest van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB). Saldi binnen het Eurosysteem van de NCB's van het eurogebied ten opzichte van de ECB uit hoofde van TARGET2, evenals overige in euro's luidende saldi binnen het Eurosysteem (bijv. in verband met de tussentijdse winstverdeling van de ECB aan de NCB's), worden op de balans van de ECB als één nettoactief of nettoverplichting opgenomen. Dit gebeurt onder respectievelijk de posten ‘Overige vorderingen binnen het Eurosysteem (netto)’ en ‘Overige verplichtingen binnen het Eurosysteem (netto)’. Uit de deelname aan TARGET2 voortvloeiende saldi binnen het ESCB van NCB's buiten het eurogebied ten opzichte van de ECB[19] worden verantwoord onder ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’.

Saldi binnen het Eurosysteem die voorvloeien uit de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem worden als één enkel nettoactief opgenomen onder ‘Vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem’ (zie verder bij ‘Bankbiljetten in omloop’).

Saldi binnen het Eurosysteem die voortvloeien uit de overdracht van externe reserves aan de ECB door NCB's die tot het eurogebied toetreden, luiden in euro’s en worden gerapporteerd onder ‘Verplichtingen uit hoofde van de overdracht van externe reserves’.

Vaste activa

Vaste activa, met inbegrip van immateriële activa maar met uitzondering van grond en kunstwerken, worden gewaardeerd tegen aanschafprijs verminderd met afschrijvingen. Grond en kunstwerken worden gewaardeerd tegen aanschafprijs. Het hoofdgebouw van de ECB wordt gewaardeerd tegen aanschafprijs verminderd met afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen. Voor de afschrijving op het hoofdgebouw van de ECB worden de kosten toegerekend aan de desbetreffende bestanddelen van het actief, die worden afgeschreven overeenkomstig hun verwachte gebruiksduur. Afschrijving vindt plaats volgens de lineaire methode over de verwachte gebruiksduur van het actief, vanaf het kwartaal nadat het actief voor gebruik beschikbaar is. De gebruiksduur van de belangrijkste activacategorieën luidt als volgt:

De afschrijvingsduur voor geactiveerde herinrichtingskosten met betrekking tot de bestaande gehuurde kantoorgebouwen van de ECB wordt zo nodig aangepast in verband met gebeurtenissen die van invloed zijn op de verwachte gebruiksduur van het desbetreffende actief.

De ECB toetst jaarlijks op basis van International Accounting Standard (IAS) 36 ‘Bijzondere waardevermindering van activa’ of haar hoofdgebouw en de geactiveerde gebruiksrechten met betrekking tot gehuurde kantoorgebouwen (zie ‘Leasing’ verderop) een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan. Indien er een aanwijzing voor een bijzondere waardevermindering van het actief wordt geïdentificeerd, wordt de realiseerbare waarde geschat. Indien de realiseerbare waarde onder de boekwaarde ligt, wordt er een bijzonder waardeverminderingsverlies in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

Vaste activa met een kostprijs van minder dan € 10.000 worden in het jaar van aanschaf geheel afgeschreven.

Vaste activa die aan de activeringscriteria voldoen maar nog in aanbouw of ontwikkeling zijn, worden verantwoord onder de post ‘Activa in aanbouw’. De daarmee verband houdende kosten worden naar de desbetreffende vaste activa overgeboekt wanneer de activa voor gebruik beschikbaar zijn.

Leasing

Voor alle leasecontracten (waaronder huurcontracten) met betrekking tot een materieel actief worden de daarmee verband houdende te activeren gebruiksrechten en leaseverplichtingen op de aanvangsdatum van de leasing in de balans opgenomen, respectievelijk onder ‘Materiële en immateriële vaste activa’ en ‘Overige passiva’.

Geactiveerde gebruiksrechten worden gewaardeerd tegen aanschafprijs verminderd met afschrijvingen. Geactiveerde gebruiksrechten in verband met kantoorgebouwen kunnen bovendien onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen (zie ‘Vaste activa’ hierboven over de jaarlijkse toetsing in dit verband). Afschrijving vindt plaats volgens de lineaire methode, vanaf de aanvangsdatum tot het einde van de levensduur van het actief met gebruiksrecht, ofwel tot het einde van de leaseperiode, indien dit vroeger is.

De lease- en huurverplichting wordt initieel opgenomen tegen de contante waarde van de toekomstige leasebetalingen (die alleen leasecomponenten omvatten), met als disconteringsvoet de marginale leenrente van de ECB. Vervolgens wordt de leaseverplichting gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs aan de hand van de effectieverentemethode. De daaraan gekoppelde rentelast wordt in de winst-en-verliesrekening verantwoord onder de ‘Overige rentelasten’. Als de toekomstige leasebetalingen veranderen als gevolg van een wijziging in een index of een andere herbeoordeling van het bestaande contract, wordt de leaseverplichting herberekend. Een dergelijke herberekening leidt steeds tot een overeenkomstige aanpassing van de boekwaarde van het geactiveerde gebruiksrecht.

Kortlopende leaseovereenkomsten met een looptijd van ten hoogste 12 maanden en leasing met betrekking tot activa van minder dan € 10.000 (in overeenstemming met de drempelwaarde voor de opname van vaste activa) worden als een last in de winst-en-verliesrekening verantwoord.

Vergoedingen na uitdiensttreding, overige langetermijnbeloningen en ontslagvergoedingen

De ECB heeft pensioen- en andere regelingen met toegezegde vergoedingen en uitkeringen (defined benefit plans, hierna DB-regelingen) voor haar medewerkers en directieleden, evenals voor de bij de ECB werkzame leden van de Raad van Toezicht.

De pensioenregeling voor de medewerkers wordt gedekt door activa die in een fonds voor langetermijnpersoneelsbeloningen worden aangehouden. De verplichte bijdragen van de ECB en het personeel hebben betrekking op de toegezegdpensioenzuil van de regeling. Daarnaast kunnen medewerkers op vrijwillige basis extra bijdragen doen in het kader van een toegezegdebijdragenzuil, die voor aanvullende uitkeringen kan worden gebruikt.[20] De hoogte van deze aanvullende uitkeringen is afhankelijk van het bedrag aan vrijwillige bijdragen en het daarop behaalde beleggingsrendement.

Er zijn niet door kapitaal gedekte regelingen voor de vergoedingen na uitdiensttreding en andere langetermijnbeloningen van de directieleden en de bij de ECB werkzame leden van de Raad van Toezicht. Voor de medewerkers bestaan er ook niet-gedekte regelingen voor andere vergoedingen na uitdiensttreding dan pensioenen en voor andere langetermijnpersoneelsbeloningen en ontslagvergoedingen.

Nettoverplichting uit hoofde van DB-regelingen
De nettoverplichting uit hoofde van DB-regelingen, inclusief de overige langetermijnbeloningen en ontslagvergoedingen, die in de balans onder de post ‘Diversen’ (passiva) wordt opgenomen, komt overeen met de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen die dienen ter dekking van de desbetreffende brutoverplichting.

De brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen wordt jaarlijks door onafhankelijke actuarissen berekend volgens de ‘projected unit credit method’. De contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen wordt berekend door de geschatte toekomstige kasstromen contant te maken tegen een disconteringsvoet die wordt bepaald aan de hand van het marktrendement op de balansdatum op in euro’s luidende hoogwaardige bedrijfsobligaties met een soortgelijke resterende looptijd als de desbetreffende verplichting.

Actuariële winsten of verliezen kunnen voortvloeien uit ervaringsaanpassingen (waarbij de werkelijke uitkomsten verschillen van de eerder gehanteerde actuariële veronderstellingen) en veranderingen in de actuariële veronderstellingen.

Nettolasten uit hoofde van DB-regelingen
De nettolasten uit hoofde van DB-regelingen bestaan uit componenten die in de winst-en-verliesrekening worden opgenomen en herberekeningen ten aanzien van vergoedingen na uitdiensttreding, die in de balans onder de post ‘Herwaarderingsrekeningen’ worden weergegeven.

Het nettobedrag ten laste van de winst-en-verliesrekening bestaat uit:

  1. de aan het dienstjaar toegerekende kosten;
  2. de kosten van verstreken diensttijd als gevolg van aanpassing van een DB-regeling;
  3. de nettorente (o.b.v. disconteringsvoet) over de nettoverplichting uit hoofde van DB-regelingen;
  4. herberekeningen betreffende overige langetermijnbeloningen en langlopende ontslagvergoedingen, in totaal.

Het nettobedrag dat onder ‘Herwaarderingsrekeningen’ opgenomen wordt, omvat de volgende posten:

  1. actuariële winsten en verliezen op de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen;
  2. het werkelijke rendement op de fondsbeleggingen, exclusief de bedragen die zijn opgenomen in de nettorente over de nettoverplichting uit hoofde van DB-regelingen;
  3. veranderingen in het effect van het activaplafond, exclusief de bedragen die zijn opgenomen in de nettorente over de nettoverplichting uit hoofde van DB-regelingen.

Deze bedragen worden jaarlijks door onafhankelijke actuarissen berekend om de correcte verplichting in de jaarrekening vast te stellen.

Bankbiljetten in omloop

De ECB en de NCB's van het eurogebied, die samen het Eurosysteem vormen, geven eurobankbiljetten uit.[21] De totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop wordt op de laatste werkdag van elke maand overeenkomstig de verdeelsleutel voor de toedeling van bankbiljetten toegewezen aan de centrale banken van het Eurosysteem.[22]

Het aan de ECB toegedeelde aandeel van 8% in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop wordt op de balans verantwoord onder de verplichting ‘Bankbiljetten in omloop’. Deze post wordt gedekt door vorderingen op de NCB's. Deze vorderingen zijn rentedragend[23] en worden gepresenteerd onder ‘Vorderingen binnen het Eurosysteem’, in de subpost ‘Vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem’ (zie onder ‘Saldi binnen het ESCB/saldi binnen het Eurosysteem’ hierboven). Rentebaten uit deze vorderingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen onder de post ‘Rentebaten uit de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem’.

Tussentijdse winstverdeling

Een bedrag ter grootte van de som van de baten van de ECB uit de eurobankbiljetten in omloop en de baten uit de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten die zijn aangekocht op grond van a) het programma voor de effectenmarkten (SMP), b) het derde programma voor de aankoop van gedekte obligaties (CBPP3), c) het programma voor de aankoop van effecten op onderpand van activa (ABSPP), en d) het aankoopprogramma voor door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen (PSPP), wordt in de maand januari van het volgende jaar verdeeld door middel van een tussentijdse winstuitkering, tenzij de Raad van Bestuur hierover anders besluit.[24] Het bedrag wordt volledig uitgekeerd, tenzij het de nettojaarwinst van de ECB overtreft, en behoudens een beslissing van de Raad van Bestuur om toevoegingen te doen aan de voorziening voor financiële risico’s. De Raad van Bestuur kan tevens besluiten het bedrag van de in januari te verdelen inkomsten uit de eurobankbiljetten in omloop te verlagen met de door de ECB gemaakte kosten in verband met de uitgifte en verwerking van eurobankbiljetten.

Wijziging in de grondslagen voor de financiële verslaggeving

Tot eind 2018 verantwoordde de ECB kosten in verband met huurcontracten gedurende de looptijd van het contract onder ‘Beheerkosten’ in de winst- en verliesrekening. Naar aanleiding van de publicatie van de Internationale standaard voor financiële verslaglegging 16 (International Financial Reporting Standards – IFRS 16) ‘Leasing’ heeft de ECB per 1 januari 2019 een grondslagwijziging doorgevoerd. Bij de initiële toepassing heeft de ECB alle huurcontracten betreffende vaste activa opnieuw beoordeeld om na te gaan of ze beantwoorden aan de definitie van een leaseovereenkomst in overeenstemming met de nieuwe grondslag. De desbetreffende leaseovereenkomsten werden verantwoord met behulp van de aangepaste retrospectieve benadering. Op grond van die benadering zijn de geactiveerde gebruiksrechten gelijk aan de overeenstemmende leaseverplichtingen en werden de vergelijkende cijfers niet aangepast.

De daaruit voortvloeiende geactiveerde gebruiksrechten en leaseverplichtingen op 1 januari 2019 werden als volgt opgenomen in de balans, onder ‘Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa’ en ‘Diversen’ (passiva):

De daarmee verband houdende kosten worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord onder ‘Overige rentelasten’ en ‘Afschrijvingen op (im)materiële vaste activa’.

Diversen

In overeenstemming met artikel 27 van de Statuten van het ESCB, en op aanbeveling van de Raad van Bestuur, heeft de Raad van de Europese Unie de benoeming van Baker Tilly GmbH & Co. KG Wirtschaftsprüfungsgesellschaft, Düsseldorf (Bondsrepubliek Duitsland) tot externe accountant van de ECB goedgekeurd, voor een periode van vijf jaar tot en met het einde van het boekjaar 2022. Deze periode van vijf jaar kan worden verlengd met twee aanvullende boekjaren.


2.4 Toelichting op de balans

Toelichting 1 - Goud en goudvorderingen

Per 31 december 2019 bedroeg de goudvoorraad van de ECB 16.229.522 ounces[25] fine gold. De marktwaarde hiervan bedroeg € 21.976 miljoen (2018: € 18.193 miljoen). In 2019 hebben er geen goudtransacties plaatsgevonden. Hierdoor bleef de goudvoorraad van de ECB onveranderd ten opzichte van de voorraad per 31 december 2018. De toename van de waarde in euro’s van deze goudvoorraad was toe te schrijven aan de stijging van de marktprijs van goud uitgedrukt in euro's (zie onder ‘Goud en in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’ en toelichting 14 ‘Herwaarderingsrekeningen’).

Toelichting 2 - Vorderingen op niet-ingezetenen en ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta

Toelichting 2.1 - Vorderingen op het IMF

Deze post omvat de door de ECB aangehouden bijzondere trekkingsrechten (special drawing rights – SDR’s) en bedroeg per 31 december 2019 € 710 miljoen (2018: € 692 miljoen). Deze post is het resultaat van een door de ECB met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) gesloten akkoord, waarbij het IMF wordt gemachtigd namens de ECB SDR’s te kopen en te verkopen tegen euro’s, zulks met inachtneming van minimum- en maximumposities. Voor verslaggevingsdoeleinden worden SDR’s behandeld als een vreemde valuta (zie onder ‘Goud en in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’). De toename van de waarde van de door de ECB aangehouden SDR’s was het gevolg van de waardestijging van de SDR ten opzichte van de euro in 2019 en de tijdens het boekjaar ontvangen rentebaten.

Toelichting 2.2 - Tegoeden bij banken en beleggingen in effecten, externe leningen en overige externe activa; en vorderingen op ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta

Deze twee posten bestaan uit tegoeden bij banken en in vreemde valuta luidende leningen, en beleggingen in effecten luidende in Amerikaanse dollars, Japanse yens en Chinese renminbi’s.

De toename van het totaal van deze posten in 2019 was het gevolg van de herinvestering van tijdens het boekjaar ontvangen inkomsten, voornamelijk uit de Amerikaansedollarportefeuille, evenals van de appreciatie van zowel de Amerikaanse dollar als de Japanse yen ten opzichte van de euro.

De samenstelling van de door de ECB aangehouden nettoposities in vreemde valuta[26] per 31 december 2019 luidt als volgt:

Toelichting 3 - Overige vorderingen op kredietinstellingen in het eurogebied, luidende in euro

Per 31 december 2019 bestond deze post uit rekening-courantsaldi ten opzichte van ingezetenen van het eurogebied ten bedrage van € 109 miljoen (2018: € 300 miljoen).

Toelichting 4 - Effecten uitgegeven door ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro

Toelichting 4.1 - Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten

Per 31 december 2019 bestond deze post uit effecten die door de ECB werden aangekocht in het kader van de drie programma’s voor de aankoop van gedekte obligaties (covered bond purchase programmes – CBPP’s), het programma voor de effectenmarkten (Securities Markets Programme – SMP), het programma voor de aankoop van effecten op onderpand van activa (asset-backed securities purchase programme – ABSPP) en het aankoopprogramma voor door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen (public sector purchase programme – PSPP).[27]

De aankopen in het kader van het eerste CBPP liepen op 30 juni 2010 ten einde, terwijl het tweede CBPP op 31 oktober 2012 afliep. De Raad van Bestuur besloot op 6 september 2012 tot stopzetting van SMP-aankopen.

Op 1 november 2019 hervatte het Eurosysteem de nettoaankopen van activa in het kader van het programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme – APP)[28], voor een bedrag van gemiddeld € 20 miljard per maand. Dit volgde op een periode van tien maanden sinds het einde van 2018 waarin het Eurosysteem alleen de aflossingen op effecten die waren aangekocht in het kader van het APP en die de vervaldatum hadden bereikt, volledig herinvesteerde. De Raad van Bestuur verwacht de nettoaankopen voort te zetten zo lang als noodzakelijk is om de accommoderende invloed van de beleidstarieven te versterken, en ze te beëindigen kort voordat hij aanvangt met de verhoging van de basisrentetarieven van de ECB. De Raad is ook voornemens de herinvesteringen voort te zetten voor geruime tijd voorbij het moment waarop de Raad begint de basisrentetarieven van de ECB te verhogen, en in ieder geval zo lang als noodzakelijk is om gunstige liquiditeitscondities en een ruime mate van monetaire accommodatie te handhaven.

De in het kader van al deze programma’s aangekochte effecten worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen (zie onder ‘Effecten’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).

De geamortiseerde kostprijs van de door de ECB aangehouden effecten en de marktwaarde[29] ervan (die niet in de balans of de winst-en-verliesrekening wordt opgenomen, maar die uitsluitend voor vergelijkingsdoeleinden wordt verschaft) luiden als volgt:

De daling van de geamortiseerde kostprijs van de in het kader van het eerste en het tweede CBPP en het SMP aangehouden portefeuilles was het gevolg van aflossingen. De daling van de geamortiseerde kostprijs van de in het kader van het PSPP aangehouden effecten was toe te schrijven aan het nettoresultaat van de amortisatie van agio’s en disagio’s, dat de nettoaankopen van de laatste twee maanden van 2019 meer dan compenseerde.

De Raad van Bestuur beoordeelt regelmatig de financiële risico’s die zijn verbonden aan de effecten die op grond van al deze programma’s worden aangehouden.

Jaarlijks wordt er op basis van gegevens per jaareinde getoetst of er sprake is van een bijzondere waardevermindering (impairment test); deze toetsen worden door de Raad van Bestuur goedgekeurd. Deze toetsen, die voor elk programma afzonderlijk worden uitgevoerd, omvatten een beoordeling van indicatoren die op een bijzondere waardevermindering wijzen. Voor zover van dergelijke indicatoren sprake was, is een nadere analyse uitgevoerd om te bevestigen dat de kasstromen van de onderliggende effecten niet worden geraakt door een gebeurtenis die tot het opnemen van een waardeverminderingsverlies zou leiden. De uitkomsten van de toetsen van dit jaar gaven de ECB geen aanleiding om in 2019 verliezen te verantwoorden op de in de monetairbeleidsportefeuilles opgenomen effecten.

Toelichting 5 - Vorderingen binnen het Eurosysteem

Toelichting 5.1 - Vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem

Deze post bestaat uit de vorderingen van de ECB ten opzichte van de NCB's van het eurogebied uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem (zie onder ‘Bankbiljetten in omloop’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’) en bedroeg per 31 december 2019 € 103.420 miljoen (2018: € 98.490 miljoen). De rentevergoeding op deze vorderingen wordt dagelijks berekend tegen de laatst beschikbare marginale rentevoet die het Eurosysteem hanteert bij zijn tenders voor basisherfinancieringstransacties[30] (zie toelichting 22.2 ‘Rentebaten uit de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem’).

Toelichting 6 - Overige activa

Toelichting 6.1 - Materiële en immateriële vaste activa

De samenstelling van deze activa per 31 december 2019 luidt als volgt:

Per 1 januari 2019 nam de ECB onder de post ‘Gebruiksrechten gebouwen’ voornamelijk gehuurde kantoorgebouwen op en onder de post ‘Gebruiksrechten uitrusting’ de operationele voorzieningen voor deze gebouwen, evenals kantooruitrusting en andere apparatuur.

Eind 2019 is getoetst of het hoofdgebouw van de ECB en de gebruiksrechten gebouwen een bijzondere waardevermindering hadden ondergaan; er was geen aanleiding voor opname van een bijzonder waardeverminderingsverlies.

Toelichting 6.2 - Overige financiële activa

Deze post bestaat vooral uit de eigenmiddelenportefeuille van de ECB en wordt aangehouden tegenover het kapitaal en de reserves en de voorziening voor financiële risico’s. Deze post omvat onder meer een belang van 3.211 aandelen in de Bank voor Internationale Betalingen (BIB) tegen de verwervingsprijs van € 42 miljoen.

De samenstelling van deze post luidt als volgt:

De nettotoename van deze post in 2019 was voornamelijk het gevolg van de herinvestering van rentebaten uit de eigenmiddelenportefeuille van de ECB en de stijging van de marktwaarde van de effecten in deze portefeuille.

Toelichting 6.3 - Herwaarderingsverschillen op instrumenten buiten de balans

Deze post bestaat uit de waarderingsveranderingen in de per 31 december 2019 uitstaande valutaswap- en valutatermijntransacties (zie toelichting 19, ‘Valutaswaps en valutatermijntransacties’). Deze waarderingsveranderingen bedroegen € 619 miljoen (2018: € 578 miljoen) en zijn het gevolg van de omrekening van dergelijke transacties naar eurobedragen tegen de valutakoers op de balansdatum, vergeleken met de eurobedragen voortvloeiend uit de omrekening van de transacties tegen de gemiddelde kostprijs van de desbetreffende vreemde valuta op die datum (zie onder ‘Niet in de balans opgenomen instrumenten’ en ‘Goud en in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).

Toelichting 6.4 - Overlopende activa

Per 31 december 2019 bedroeg deze post € 2.572 miljoen (2018: € 2.738 miljoen). Deze post omvatte voornamelijk de nog te ontvangen couponrente op effecten (waaronder bij aankoop meegekochte uitstaande rente) ten bedrage van € 2.431 miljoen (2018: € 2.589 miljoen) (zie toelichting 2.2 ‘Tegoeden bij banken en beleggingen in effecten, externe leningen en overige externe activa; en vorderingen op ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta’, toelichting 4 ‘Effecten uitgegeven door ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’, en toelichting 6.2 ‘Overige financiële activa’).

Bovendien bestaat deze post uit a) opgebouwde baten uit gemeenschappelijke Eurosysteem-projecten (zie toelichting 27 ‘Overige baten’), b) diverse vooruitbetalingen, en c) opgebouwde rente op overige financiële activa en verplichtingen.

Toelichting 6.5 – Diversen

Per 31 december 2019 bedroeg deze post € 2.221 miljoen (2018: € 2.039 miljoen) en omvatte voornamelijk het opgelopen bedrag van de tussentijdse winstverdeling van de ECB van € 1.431 miljoen (2018: € 1.191 miljoen) (zie ‘Tussentijdse verdeling van de winst’ in Paragraaf 2.3 'Grondslagen voor de financiële verslaggeving’ en toelichting 11.2 ‘Overige verplichtingen binnen het Eurosysteem (netto)’).

De post omvatte ook saldi ten bedrage van € 757 miljoen (2018: € 567 miljoen) met betrekking tot per 31 december 2019 uitstaande valutaswap- en valutatermijntransacties. Deze saldi vloeien voort uit de omrekening van dergelijke transacties naar eurobedragen tegen de gemiddelde kostprijs van de desbetreffende valuta op de balansdatum, vergeleken met de oorspronkelijk verwerkte eurobedragen van de transacties (zie onder ‘Niet in de balans opgenomen instrumenten’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).

Op 31 december 2018 omvatte deze post ook een bedrag van € 244 miljoen, dat overeenkomt met de jaarlijkse toezichtsvergoedingen van de onder toezicht staande entiteiten, aangezien de ECB deze vergoedingen in december 2018 in rekening bracht bij de onder toezicht staande entiteiten, met een betalingstermijn die afliep in januari 2019. De toezichtsvergoedingen voor het huidige jaar werden gefactureerd in oktober 2019 (met een betalingsdatum in december 2019), zodat het grootste deel ervan in hetzelfde boekjaar werd geïnd.

Toelichting 7 - Bankbiljetten in omloop

Deze post bestaat uit het aandeel van de ECB (8%) in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop (zie onder ‘Bankbiljetten in omloop’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’) en bedroeg per 31 december 2019 € 103.420 miljoen (2018: € 98.490 miljoen).

Toelichting 8 - Overige verplichtingen aan kredietinstellingen in het eurogebied, luidende in euro

De centrale banken van het Eurosysteem hebben de mogelijkheid bij PSPP-effectenuitleningstransacties geldmiddelen als zekerheid te accepteren zonder dat deze verplicht moeten worden herbelegd. Deze transacties worden voor de ECB via een gespecialiseerde instelling uitgevoerd.

Per 31 december 2019 bedroeg de waarde van de uitstaande PSPP-effectenuitleningstransacties met kredietinstellingen in het eurogebied € 1.325 miljoen (2018: € 1.399 miljoen). De als zekerheid ontvangen geldmiddelen werden overgeboekt naar TARGET2-rekeningen. Aangezien de geldmiddelen aan het einde van het jaar nog onbelegd waren, werden deze transacties op de balans verwerkt (zie onder ‘Transacties met wederinkoop’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).[31]

Toelichting 9 - Verplichtingen aan overige ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro

Toelichting 9.1 - Overige verplichtingen

Per 31 december 2019 bedroeg deze post € 20.466 miljoen (2018: € 9.152 miljoen). De post bestaat uit de deposito’s van de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit (European Financial Stability Mechanism – EFSF) en het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM). In overeenstemming met artikel 21 van de Statuten van het ESCB mag de ECB als fiscaal agent optreden ten behoeve van instellingen, organen of instanties van de Unie, centrale overheden, regionale, lokale of andere overheden, overheidsinstanties, andere publiekrechtelijke lichamen of openbare bedrijven van de lidstaten.

Deze post omvat eveneens door de ECB geaccepteerde deposito’s of geldbetalingen door of namens deelnemers aan EURO1 en RT1[32], die als garantiefonds voor EURO1 worden gebruikt of ter ondersteuning van afwikkeling in RT1 dienen.

Toelichting 10 - Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro

Per 31 december 2019 bedroeg deze post € 7.245 miljoen (2018: € 10.361 miljoen). De grootste component betrof een bedrag van € 3.350 miljoen (2018: € 3.682 miljoen) voortvloeiend uit de permanente wederzijdse valutaregeling met de Federal Reserve Bank of New York. In het kader van deze regeling verstrekt het Federal Reserve System door middel van swaptransacties Amerikaanse dollars aan de ECB, met als doel om kortetermijnliquiditeit in Amerikaanse dollars aan tegenpartijen van het Eurosysteem te verstrekken. Tegelijkertijd verricht de ECB back-to-backswaptransacties met NCB's van het eurogebied, die de resulterende middelen aanwenden om met tegenpartijen van het Eurosysteem in Amerikaanse dollars luidende liquiditeitsverschaffende transacties uit te voeren in de vorm van transacties met wederinkoop. Deze back-to-backswaptransacties resulteren in saldi binnen het Eurosysteem, tussen de ECB en de NCB's (zie toelichting 11.2 ‘Overige verplichtingen binnen het Eurosysteem (netto)’). Bovendien resulteren de swaptransacties met het Federal Reserve System en de NCB's van het eurogebied in termijnvorderingen en -verplichtingen die op buitenbalansrekeningen worden geregistreerd (zie toelichting 19 ‘Valutaswaps en valutatermijntransacties’).

Deze post omvat tevens een bedrag van € 3.271 miljoen (2018: € 4.619 miljoen), bestaande uit door NCB's buiten het eurogebied bij de ECB aangehouden saldi die voortvloeien uit, of een tegenpost zijn, van via het TARGET2-systeem geleide transacties. De afname van deze saldi in 2019 hield verband met betalingen van niet-ingezetenen van het eurogebied aan ingezetenen van het eurogebied.

Het restant van deze post bestaat uit een bedrag van € 625 miljoen (2018: € 2.059 miljoen) in verband met uitstaande PSPP-effectenuitleningstransacties met niet-ingezetenen van het eurogebied waarbij geldmiddelen als zekerheid zijn ontvangen en naar TARGET2-rekeningen zijn overgeboekt (zie toelichting 8 ‘Overige verplichtingen aan kredietinstellingen in het eurogebied, luidende in euro’).

Toelichting 11 - Vorderingen binnen het Eurosysteem

Toelichting 11.1 - Verplichtingen uit hoofde van de overdracht van externe reserves

Deze post betreft de verplichtingen aan de NCB's van het eurogebied uit hoofde van de overdracht van externe reserves aan de ECB bij hun toetreding tot het Eurosysteem. Op grond van artikel 30.2 van de Statuten van het ESCB worden deze bijdragen vastgesteld naar rato van het aandeel van de NCB in het geplaatste kapitaal van de ECB. Als gevolg van de vijfjaarlijkse aanpassing van de weging van de NCB’s in de kapitaalverdeelsleutel van de ECB, die plaatsvond op 1 januari 2019, is het aandeel van de NCB’s van het eurogebied in het geplaatste kapitaal van de ECB afgenomen (zie toelichting 15 ‘Kapitaal en reserves’). Dit heeft geleid tot een daling van deze verplichtingen met € 448 miljoen, tot € 40.344 miljoen, zoals aangegeven in de onderstaande tabel.

De vergoeding over deze verplichtingen wordt dagelijks bepaald tegen de laatst beschikbare marginale rentevoet die het Eurosysteem hanteert bij zijn tenders voor basisherfinancieringstransacties, gecorrigeerd vanwege een nulrendement op de goudcomponent (zie toelichting 22.3 ‘Remuneratie van vorderingen van NCB's in verband met overgedragen externe reserves’).

Toelichting 11.2 - Overige verplichtingen binnen het Eurosysteem (netto)

In 2019 bestond deze post uit de TARGET2-saldi van de NCB's van het eurogebied ten opzichte van de ECB en het aan de NCB's van het eurogebied verschuldigde bedrag in verband met de tussentijdse winstverdeling van de ECB (zie respectievelijk ‘Saldi binnen het ESCB/saldi binnen het Eurosysteem’ en ‘Tussentijdse verdeling van de winst’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).

De afname van de TARGET2-nettoverplichting was hoofdzakelijk toe te schrijven aan (a) de stijging van de door de ECB in haar rol als fiscaal agent geaccepteerde deposito’s (zie toelichting 9 ‘Verplichtingen aan overige ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’); (b) de rentebaten uit voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden waardepapieren; en (c) aflossingen van op grond van het SMP en de eerste twee programma's voor de aankoop van gedekte obligaties aangekochte effecten, die via TARGET2-rekeningen werden afgewikkeld. Het effect van deze factoren werd ten dele gecompenseerd door (a) de nettoaankopen in het kader van het APP, die eveneens via TARGET2-rekeningen werden afgewikkeld; (b) de betaling naar aanleiding van de winstverdeling van de ECB voor 2018; (c) de afname van de als onderpand ontvangen geldmiddelen in verband met PSPP-effectenuitleningen (zie toelichting 8 ‘Overige verplichtingen aan kredietinstellingen in het eurogebied, luidende in euro’ en toelichting 10 ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’); en (d) de afwikkeling in TARGET2 van betalingen van ingezetenen van het eurogebied aan niet-ingezetenen van het eurogebied (zie toelichting 10 ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’).

De vergoeding over TARGET2-posities, met uitzondering van de saldi die uit back-to-back-swaptransacties in verband met in Amerikaanse dollars luidende liquiditeitsverschaffende transacties voortkomen, wordt dagelijks berekend tegen de laatst beschikbare marginale rente die het Eurosysteem hanteert bij zijn tenders voor basisherfinancieringstransacties.

Toelichting 12 - Overige verplichtingen

Toelichting 12.1 - Herwaarderingsverschillen op instrumenten buiten de balans

Deze post bestaat uit de waarderingsveranderingen in de per 31 december 2019 uitstaande valutaswap- en valutatermijntransacties (zie toelichting 19 ‘Valutaswaps en valutatermijntransacties’). Deze waarderingsveranderingen bedroegen € 709 miljoen (2018: € 641 miljoen) en zijn het gevolg van de omrekening van dergelijke transacties naar eurobedragen tegen de valutakoers op de balansdatum, vergeleken met de eurobedragen voortvloeiend uit de omrekening van de transacties tegen de gemiddelde kostprijs van de desbetreffende vreemde valuta op die datum (zie onder ‘Niet in de balans opgenomen instrumenten’ en ‘Goud en in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).

Toelichting 12.2 - Overlopende passiva

De samenstelling van deze post per 31 december 2019 luidt als volgt:

Toelichting 12.3 – Diversen

Per 31 december 2019 bedroeg deze post € 2.188 miljoen (2018: € 1.178 miljoen). Deze omvatte saldi ten bedrage van € 662 miljoen (2018: € 580 miljoen) in verband met per 31 december 2019 uitstaande valutaswap- en valutatermijntransacties (zie toelichting 19 ‘Valutaswaps en valutatermijntransacties’). Deze saldi houden verband met de omrekening van dergelijke transacties naar eurobedragen tegen de gemiddelde kostprijs van de desbetreffende valuta op de balansdatum, vergeleken met de oorspronkelijk verwerkte eurobedragen van de transacties (zie ‘Niet in de balans opgenomen instrumenten’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).

Deze post omvatte eveneens een leaseverplichting van € 232 miljoen, als gevolg van de invoering van de nieuwe grondslag voor de verslaggeving inzake leasing vanaf 1 januari 2019 (zie ‘Leasing’ en ‘Wijziging in de grondslagen voor de financiële verslaggeving’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).

Daarnaast omvat deze post de nettoverplichting uit hoofde van DB-regelingen van de ECB in verband met de vergoedingen na uitdiensttreding en overige langetermijnbeloningen van haar personeel, de directieleden en de bij de ECB werkzame leden van de Raad van Toezicht. De ontslagvergoedingen van ECB-medewerkers zijn ook in deze post opgenomen.

Vergoedingen na uitdiensttreding, overige langetermijnbeloningen en ontslagvergoedingen

Balans
De onder de post ‘Diversen’ in de balans opgenomen bedragen met betrekking tot de vergoedingen na uitdiensttreding, overige langetermijnbeloningen en ontslagvergoedingen voor medewerkers luiden als volgt:

Toelichting: In de kolom ‘Bestuursorganen’ worden bedragen met betrekking tot zowel de directie als de Raad van Toezicht weergegeven.

In 2019 omvatte de brutoverplichting (contante waarde) uit hoofde van DB-regelingen ten opzichte van de medewerkers ten bedrage van € 2.497 miljoen (2018: € 1.608 miljoen) niet-kapitaalgedekte verplichtingen ten bedrage van € 323 miljoen (2018: € 226 miljoen) met betrekking tot vergoedingen na uitdiensttreding (anders dan pensioenen), andere langetermijnbeloningen en ontslagvergoedingen voor medewerkers. De contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen ten opzichte van de directieleden en de leden van de Raad van Toezicht van € 39 miljoen (2018: € 29 miljoen) betreft uitsluitend niet door kapitaal gedekte regelingen voor vergoedingen na uitdiensttreding en andere langetermijnbeloningen.

Herberekeningen betreffende de nettoverplichting van de ECB uit hoofde van DB-regelingen voor vergoedingen na uitdiensttreding worden in de balans opgenomen onder ‘Herwaarderingsrekeningen’ op de passivazijde van de balans. In 2019 beliepen de herberekeningsverliezen onder die passiefpost € 749 miljoen (2018: € 129 miljoen) (zie toelichting 14 ‘Herwaarderingsrekeningen’).

Mutaties in de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen, fondsbeleggingen en herberekeningsresultaten
De mutaties in de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen luiden als volgt:

Toelichting: In de kolom ‘Bestuursorganen’ worden bedragen met betrekking tot zowel de directie als de Raad van Toezicht weergegeven.
1) Het nettocijfer omvat verplichte bijdragen en overdrachten naar of uit de regelingen. De door de medewerkers betaalde verplichte bijdrage bedraagt 7,4%, terwijl die van de ECB 20,7% van het basissalaris bedraagt.

De totale herberekeningsverliezen van € 763 miljoen op de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen in 2019 waren hoofdzakelijk het gevolg van de verlaging van de disconteringsvoet van 2,3% in 2018 naar 1,2% in 2019. Andere oorzaken van herberekeningsverliezen waren onder meer de toepassing van nieuwe levensverwachtingstabellen en, in veel geringere mate, ervaringsaanpassingen op basis van het verschil tussen de in het verslag van het voorgaande jaar gehanteerde actuariële veronderstellingen en de werkelijke uitkomsten.

In 2019 daalden de betaalde uitkeringen naar € 24 miljoen (2018: € 46 miljoen), voornamelijk als gevolg van de lagere eenmalige vergoedingen voor medewerkers die in aanmerking kwamen voor de regeling voor loopbaanverandering (Career Transition Support – CTS). Deze regeling werd in 2017 ingevoerd om de vrijwillige overstap van medewerkers met een lang dienstverband naar een carrière buiten de ECB onder specifieke voorwaarden te vergemakkelijken.

Het mutatieoverzicht 2019 van de reële waarde van de fondsbeleggingen ter dekking van toegezegde (pensioen)uitkeringen aan medewerkers luidt als volgt:

De herberekeningswinst op de fondsbeleggingen in 2019 is het gevolg van het feit dat het werkelijke rendement op de fondsbeleggingen wezenlijk hoger was dan de verwachte rentebaten uit de beleggingen.

Het mutatieoverzicht 2019 van de herberekeningsresultaten luidt als volgt:

Winst-en-verliesrekening
De in 2019 in de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen luiden als volgt:

Toelichting: In de kolom ‘Bestuursorganen’ worden bedragen met betrekking tot zowel de directie als de Raad van Toezicht weergegeven.

De rechtstreeks in de winst-en-verliesrekening opgenomen totale herberekeningsverliezen op overige langetermijnbeloningen en ontslagvergoedingen beliepen in 2019 € 18 miljoen. Het grootste deel van dit bedrag hield verband met overige langetermijnbeloningen en was voornamelijk toe te schrijven aan de verlaging van de disconteringsvoet van 2,3% in 2018 naar 1,2% in 2019.

In 2019 daalden de aan het dienstjaar toegerekende kosten naar € 92 miljoen (2018: € 98 miljoen), voornamelijk als gevolg van de verhoging van de disconteringsvoet van 2,1% in 2017 naar 2,3% in 2018.[33]

Belangrijke veronderstellingen
Bij de totstandkoming van de waarderingen waarnaar in deze toelichting wordt verwezen, hebben de onafhankelijke actuarissen veronderstellingen gehanteerd die door de directie zijn goedgekeurd ten behoeve van de administratieve verwerking en de vermelding in de toelichting. De belangrijkste veronderstellingen die zijn gehanteerd voor het berekenen van de verplichting uit hoofde van vergoedingen na uitdiensttreding en andere langetermijnbeloningen luiden als volgt:

1) Deze veronderstellingen zijn gebruikt voor de berekening van het deel van de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen van de ECB dat wordt gedekt door activa met een onderliggende kapitaalgarantie.
2) Daarnaast is rekening gehouden met verwachte individuele salarisverhogingen van maximaal 1,8% per jaar, afhankelijk van de leeftijd van de deelnemers aan de regeling.
3) Volgens de bepalingen van de pensioenregeling van de ECB worden de pensioenen jaarlijks verhoogd. Indien de algemene salarisaanpassing voor de medewerkers van de ECB onder de prijsinflatie uitkomt, is een eventuele verhoging van de pensioenen in lijn met de algemene salarisaanpassing. Indien de algemene salarisaanpassing boven de prijsinflatie uitkomt, dan wordt van eerstgenoemde gebruikgemaakt om de verhoging van de pensioenen te bepalen, mits de financiële positie van de pensioenregelingen van de ECB een dergelijke verhoging toelaat.

De vrijwillige bijdragen van personeelsleden aan de toegezegdebijdragenzuil in 2019 bedroegen € 171 miljoen (2018: € 140 miljoen). Deze bijdragen worden belegd in de fondsbeleggingen en leiden tevens tot een hiermee corresponderende verplichting.

Toelichting 13 - Voorzieningen

Deze post bestaat voornamelijk uit een voorziening voor financiële risico's. In 2019 werd de omvang van de voorziening uitgebreid, zodat ze alle financiële risico's (namelijk markt-, liquiditeits- en kredietrisico’s) dekt. Voordien dekte ze alleen wisselkoers-, rente-, krediet- en goudprijsrisico’s.

De voorziening voor financiële risico’s wordt, voor zover de Raad van Bestuur dat noodzakelijk acht, gebruikt ter compensatie van toekomstige negatieve gerealiseerde en ongerealiseerde resultaten. Jaarlijks wordt op grond van een beoordeling van deze risico’s door de ECB bezien hoe groot deze voorziening moet zijn en of ze moet worden voortgezet. Bij deze beoordeling worden allerlei factoren in aanmerking genomen. De risicovoorziening mag, samen met het in het algemeen reservefonds van de ECB aangehouden bedrag, niet hoger zijn dan het door de NCB's van het eurogebied gestorte kapitaal van de ECB.

Gelet op a) het geringere aandeel van de NCB’s van het eurogebied in het geplaatste kapitaal van de ECB als gevolg van de vijfjaarlijkse aanpassing van de kapitaalverdeelsleutel van de ECB, die plaatsvond op 1 januari 2019 (zie toelichting 15 ‘Kapitaal en reserves’) en b) de uitkomsten van de beoordeling van de financiële risico's voor de ECB, heeft de Raad van Bestuur per 31 december 2019 besloten € 84 miljoen euro uit de voorziening van de ECB voor financiële risico's vrij te laten vallen zodat het saldo in overeenstemming is met het toegestane maximumbedrag. Per 31 december 2019 bedroeg de voorziening voor financiële risico’s € 7.536 miljoen, hetgeen overeenstemt met het per die datum door de NCB's van het eurogebied gestorte kapitaal van de ECB.

Toelichting 14 - Herwaarderingsrekeningen

Deze post bestaat voornamelijk uit de herwaarderingssaldi uit hoofde van de positieve ongerealiseerde resultaten uit activa, verplichtingen en buiten de balans verantwoorde instrumenten (zie onder ‘Resultaatbepaling’, ‘Goud en in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen’, ‘Effecten’ en ‘Niet in de balans opgenomen instrumenten’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’). Deze post omvat tevens herberekeningen betreffende de nettoverplichting van de ECB voor vergoedingen na uitdiensttreding (zie onder ‘Vergoedingen na uitdiensttreding, overige langetermijnbeloningen en ontslagvergoedingen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’ en toelichting 12.3 ‘Diversen’).

De toename van de omvang van de herwaarderingsrekeningen is voornamelijk het gevolg van de stijging van de goudprijs en de waardevermindering van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar en de Japanse yen in 2019.

Voor de herwaardering per jaareinde zijn de onderstaande wisselkoersen en goudprijs gebruikt.

Toelichting 15 - Kapitaal en reserves

Toelichting 15.1 - Kapitaal

Verandering van de kapitaalverdeelsleutel van de ECB
Op grond van artikel 29 van de Statuten van het ESCB wordt de weging van de NCB's in de kapitaalverdeelsleutel van de ECB iedere vijf jaar aangepast.[34] Het aandeel van elke NCB wordt in gelijke mate gewogen naar het aandeel van de desbetreffende lidstaat in de totale bevolking en het bruto binnenlands product van de EU.[35] Per 1 januari 2019 vond er voor de vierde keer sinds de oprichting van de ECB een dergelijke aanpassing plaats, met de volgende weging als resultaat:

Gestort kapitaal van de ECB
Het geplaatste kapitaal van de ECB bedraagt € 10.825 miljoen. Na de vijfjaarlijkse aanpassing van de kapitaalverdeelsleutel van de ECB is de weging van de NCB’s van het eurogebied (die hun aandeel volstorten) in het kapitaal van de ECB met 0,7739 procentpunt afgenomen, terwijl dat van de NCB’s buiten het eurogebied (die slechts 3,75% van hun bijdragen storten) met hetzelfde bedrag is toegenomen. Als gevolg daarvan is het gestorte kapitaal van de ECB op 1 januari 2019 met € 81 miljoen gedaald tot € 7.659 miljoen, zoals in de tabel hieronder weergegeven:


2.5 Niet in de balans opgenomen instrumenten

Toelichting 16 - Programma’s voor effectenuitlening

Ten behoeve van het beheer van de eigenmiddelenportefeuille van de ECB heeft de ECB een overeenkomst betreffende een effectenuitleningsprogramma, op grond waarvan een gespecialiseerde instelling namens de ECB effectenuitleningstransacties verricht.

Daarnaast heeft de ECB, overeenkomstig besluiten van de Raad van Bestuur, effecten voor uitleningstransacties beschikbaar gesteld. Deze betreffen de aangehouden effecten die de ECB heeft aangekocht in het kader van de eerste drie CBPP’s, evenals de aangehouden effecten die krachtens het PSPP zijn aangekocht en de in het kader van het SMP aangekochte effecten die ook in aanmerking komen voor aankoop ingevolge het PSPP.[36]

Tenzij deze effectenuitleningstransacties plaatsvinden tegen zekerheid in de vorm van geldmiddelen die op jaareinde nog niet belegd zijn, worden de transacties op buitenbalansrekeningen geregistreerd.[37] Per 31 december 2019 bedroeg de waarde van dergelijke uitstaande effectenuitleningstransacties € 10.076 miljoen (2018: € 9.646 miljoen). Hiervan hield € 5.502 miljoen (2018: € 4.440 miljoen) verband met het uitlenen van voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten.

Toelichting 17 - Rentefutures

Per 31 december 2019 stonden de volgende vreemdevalutatransacties uit, gepresenteerd tegen marktkoersen per jaareinde:

Deze transacties werden verricht in het kader van het beheer van de externe reserves van de ECB.

Toelichting 18 - Renteswaps

Per 31 december 2019 stonden er renteswaps met een contractwaarde van € 703 miljoen (2018: € 519 miljoen) uit, gepresenteerd tegen marktkoersen per jaareinde. Deze transacties werden verricht in het kader van het beheer van de externe reserves van de ECB.

Toelichting 19 - Valutaswaps en valutatermijntransacties

Beheer van de externe reserves
In 2019 werden valutaswap- en valutatermijntransacties verricht in het kader van het beheer van de externe reserves van de ECB. Per 31 december 2019 stonden de onderstaande, uit deze transacties resulterende vorderingen en verplichtingen uit, gepresenteerd tegen marktkoersen per jaareinde.

Liquiditeitsverschaffende transacties
In verband met de verstrekking van liquiditeit in Amerikaanse dollars aan tegenpartijen van het Eurosysteem was er sprake van in Amerikaanse dollars luidende vorderingen en verplichtingen met een afwikkelingsdatum in 2019 (zie toelichting 10 ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’).

Toelichting 20 - Beheer van kredietopname- en kredietverleningstransacties

Ook in 2019 was de ECB verantwoordelijk voor het beheer van de kredietopname- en kredietverleningstransacties van de EU in het kader van de faciliteit voor financiële ondersteuning voor de middellange termijn en het Europees Financieel Stabilisatiemechanisme, voor de leningfaciliteitovereenkomst voor Griekenland en voor het beheer van betalingen in verband met twee in het kader van het EFSF verstrekte leningen. In 2019 verwerkte de ECB betalingen met betrekking tot deze transacties, evenals betalingen betreffende bijdragen van leden aan het maatschappelijk kapitaal van het ESM.

Toelichting 21 - Voorwaardelijke verplichtingen uit hoofde van lopende rechtsgedingen

Een aantal depositohouders, aandeelhouders en obligatiehouders van Cypriotische kredietinstellingen hebben meerdere rechtszaken tegen de ECB aangespannen. De desbetreffende partijen beweren financiële schade te hebben geleden als gevolg van handelingen die naar hun oordeel hebben geresulteerd in de herstructurering van deze kredietinstellingen in het kader van het financiële bijstandsprogramma voor Cyprus. Het Gerecht van de EU wees in 2018 twee van deze zaken op inhoud af. Momenteel loopt er nog een hoger beroep tegen deze uitspraken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. Dit is in lijn met de eis van het Gerecht dat in 2014 twaalf soortgelijke gevallen in hun geheel niet-ontvankelijk verklaarde en van het Hof van Justitie dat in 2016 van de beroepszaken ofwel de niet-ontvankelijkheid bevestigde ofwel de ECB in het gelijk stelde. De betrokkenheid van de ECB bij het proces dat leidde tot de afronding van het financiële bijstandsprogramma was beperkt tot het krachtens het ESM-verdrag verstrekken van technisch advies, waarbij in samenwerking met de Europese Commissie werd opgetreden, evenals het uitbrengen van een niet-bindend advies inzake de Cypriotische ontwerpwet inzake afwikkeling. Daarom wordt aangenomen dat uit deze zaken geen lasten voor de ECB zullen voortvloeien.


2.6 Toelichting op de winst-en-verliesrekening

Toelichting 22 - Nettorentebaten

Toelichting 22.1 - Rentebaten uit externe reserves

Deze post omvat de rentebaten, na aftrek van rentelasten, uit de netto externe reserves van de ECB. De samenstelling van de post luidt als volgt:

De algehele stijging van de nettorentebaten in 2019 was voornamelijk het gevolg van hogere rentebaten uit de Amerikaansedollarportefeuille. De appreciatie van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro droeg eveneens bij aan deze stijging.

Toelichting 22.2 - Rentebaten uit de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem

Deze post bestaat uit de rentebaten voortvloeiend uit het ECB-aandeel van 8% van de totale waarde van de uitgegeven eurobankbiljetten (zie ‘Bankbiljetten in omloop’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’ en toelichting 5.1 ‘Vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem’). Deze rentebaten waren nihil in 2019, als gevolg van het feit dat de basisherfinancieringsrente gedurende het gehele jaar 0% bedroeg.

Toelichting 22.3 - Remuneratie van vorderingen van NCB's in verband met overgedragen externe reserves

De rentevergoeding aan de NCB's van het eurogebied uit hoofde van hun vorderingen betreffende de aan de ECB overgedragen externe reserves (zie toelichting 11.1 ‘Verplichtingen uit hoofde van de overdracht van externe reserves’) wordt onder deze post opgenomen. Deze rentevergoeding was nihil in 2019, als gevolg van het feit dat de basisherfinancieringsrente gedurende het gehele jaar 0% bedroeg.

Toelichting 22.4 - Overige rentebaten; en overige rentelasten

De samenstelling van de overige rentebaten en de overige rentelasten in 2019 luidt als volgt:

1) De nettorentebaten van de ECB in verband met de in het kader van het SMP aangehouden Griekse staatsobligaties bedroegen € 94 miljoen (2018: € 127 miljoen).

Toelichting 23 - Gerealiseerde winsten/verliezen uit financiële transacties

De samenstelling van de gerealiseerde nettowinsten/verliezen uit financiële transacties in 2019 luidt als volgt:

De gerealiseerde nettokoerswinsten/-verliezen omvatten gerealiseerde winsten en verliezen op effecten, rentefutures en renteswaps. De gerealiseerde nettokoerswinsten in 2019 waren voornamelijk toe te schrijven aan gerealiseerde koerswinsten op de Amerikaansedollarportefeuille, als gevolg van lagere rentes op in Amerikaanse dollars luidende effecten ten opzichte van 2018.

Toelichting 24 - Afwaarderingen van financiële activa en posities

De samenstelling van de afwaarderingen van financiële activa en posities in 2019 luidt als volgt:

De marktwaarde van een aantal effecten in de eigenmiddelen- en de Amerikaansedollarportefeuille is gedaald, hand in hand met een stijging van de desbetreffende yields naar het einde van 2019. Dit resulteerde in negatieve ongerealiseerde prijsherwaarderingsresultaten aan het einde van het jaar.

Toelichting 25 - Nettobaten uit vergoedingen en provisies

In 2019 bestonden de onder deze post vallende baten voornamelijk uit toezichtsvergoedingen en opgelegde administratieve sancties voor onder toezicht staande entiteiten in verband met het niet naleven van de EU-bankenregelgeving betreffende prudentiële vereisten (waaronder toezichtsbesluiten van de ECB). De kosten bestonden voornamelijk uit bewaarvergoedingen.

Baten en lasten in verband met toezichtstaken
De ECB brengt bij de onder toezicht staande entiteiten een jaarlijkse vergoeding in rekening ter dekking van haar kosten voor het uitvoeren van de toezichthoudende taken. De ECB heeft in april 2019 aangekondigd dat de jaarvergoeding voor het toezicht in 2019 € 576 miljoen zou bedragen. Dit bedrag was gebaseerd op de geschatte jaarlasten voor de toezichtstaken voor 2019 ten bedrage van € 559 miljoen, gecorrigeerd voor a) het tekort van € 15 miljoen dat is overgedragen van de vergoedingsperiode 2018 en b) de restituties aan individuele banken betreffende eerdere vergoedingsperioden[38] (€ 2 miljoen).

Op basis van de daadwerkelijke lasten van de ECB uit hoofde van haar bankentoezichtstaken bedroegen de baten uit toezichtsvergoedingen voor 2019 € 537 miljoen. Het resulterende overschot van € 22 miljoen, te weten het verschil tussen de geschatte lasten (€ 559 miljoen) en de daadwerkelijke lasten (€ 537 miljoen) voor 2019 is gepresenteerd onder ‘Overlopende passiva’ (zie toelichting 12.2 ‘Overlopende passiva’). Dit zal het totale voor de vergoedingsperiode 2020 in rekening te brengen bedrag verminderen. Krachtens het herziene vergoedingskader[39] wordt voortaan achteraf gefactureerd, wat betekent dat dit bedrag in 2021 in rekening wordt gebracht.

De ECB is tevens bevoegd onder toezicht staande entiteiten administratieve sancties op te leggen in verband met het niet naleven van de EU-bankenregelgeving inzake de prudentiële vereisten (met inbegrip van toezichtsbesluiten van de ECB). De desbetreffende baten worden niet in de berekening van de jaarlijkse toezichtsvergoedingen betrokken. In plaats daarvan worden ze als baten in de winst-en-verliesrekening verantwoord en aan de NCB's in het eurogebied uitgekeerd als onderdeel van het ECB-regime voor tussentijdse winstuitkeringen. In 2019 bedroegen de inkomsten in verband met aan onder toezicht staande entiteiten opgelegde sancties € 7 miljoen.

De baten van de ECB in verband met toezichtstaken waren in 2019 als volgt samengesteld:

De met het bankentoezicht samenhangende lasten vloeien voort uit het directe toezicht op belangrijke entiteiten, het oversight op het toezicht op minder belangrijke entiteiten en het verrichten van horizontale taken en gespecialiseerde diensten. Hieronder vallen ook de kosten voor de dienstverlening door ondersteunende functies die noodzakelijk is voor de uitvoering van de toezichtstaken van de ECB, waaronder diensten op het gebied van huisvesting, humanresourcesbeheer, accounting, budgettering en controlling, juridische zaken, communicatie- en vertaaldiensten, interne audit, statistiek en IT.

De werkelijke kosten met betrekking tot de toezichtstaken van de ECB, die via de jaarlijkse toezichtsvergoeding aan de onder toezicht staande entiteiten worden doorberekend, waren in 2019 als volgt samengesteld:

De salarissen en overige beloningen zijn gestegen onder invloed van het hoger gemiddeld aantal medewerkers werkzaam bij ECB-Bankentoezicht. De toename van het aantal medewerkers leidde ook tot een stijging van de kosten voor huisvesting, terwijl de daling van de overige bedrijfskosten vooral samenhing met lagere uitgaven voor externe adviesdiensten in verband met toezichtswerkzaamheden, met name de gerichte toetsing van interne modellen (TRIM), die in 2020 wordt afgerond.

Toelichting 26 - Baten uit aandelen en deelnemingen

Deze post omvat het op de aandelen in de Bank voor Internationale Betalingen ontvangen dividend (zie toelichting 6.2 ‘Overige financiële activa’).

Toelichting 27 - Overige baten

In 2019 vloeiden de overige diverse baten voornamelijk voort uit bijdragen van de NCB’s van het eurogebied aan de door de ECB gemaakte kosten in verband met gezamenlijke projecten van het Eurosysteem.

Toelichting 28 - Personeelskosten

De samenstelling van de personeelskosten in 2019 luidt als volgt:

1) De salarissen en toelagen zijn in grote lijnen gebaseerd op en vergelijkbaar met de beloningsregeling van de Europese Unie.

Uitgedrukt in fulltime-equivalenten (FTE's)[40] bedroeg het gemiddeld aantal medewerkers 3.770 (2018: 3.546), waarvan 349 op managementniveau (2018: 337).

De toename van de personeelskosten in 2019 hing voornamelijk samen met de stijging van het gemiddeld aantal medewerkers die bij de ECB in dienst waren en de hogere kosten voor overige langetermijnbeloningen, vooral door het gebruik van een lagere disconteringsvoet voor de actuariële waardering eind 2019 (zie toelichting 12.3 ‘Diversen’).

Beloning van de directie en de Raad van Toezicht
De directieleden en de bij de ECB werkzame leden van de Raad van Toezicht ontvangen een basissalaris en toelagen voor huisvesting en representatie. In het geval van de president wordt in plaats van een huisvestingstoelage een
woning ter beschikking gesteld. Overeenkomstig de arbeidsvoorwaarden voor de medewerkers van de Europese Centrale Bank komen de leden van de directie en de Raad van Toezicht, afhankelijk van hun individuele omstandigheden, in aanmerking voor een huishoudtoelage, kindertoelage en onderwijstoelage. Op het salaris wordt een belasting ten gunste van de EU ingehouden, evenals premies voor de pensioenregelingen en de ongevallen- en ziektekostenverzekering. Toelagen zijn onbelastbaar en maken geen deel uit van de pensioengrondslag.

In 2019 waren de basissalarissen van de leden van de directie en de bij de ECB werkzame leden van de Raad van Toezicht (dat wil zeggen exclusief de vertegenwoordigers van de nationale toezichthouders) als volgt:[41]

1) Met uitzondering van het salaris van de vicevoorzitter van de Raad van Toezicht (Sabine Lautenschläger tot en met februari 2019 en Yves Mersch sinds oktober 2019), dat samen met de salarissen van de andere directieleden wordt gerapporteerd.

De aan de directieleden en de leden van de Raad van Toezicht betaalde toelagen en de bijdragen van de ECB aan hun verzekering voor ziektekosten, langdurige zorg en ongevallen bedroegen in totaal € 1.182.767 (2018: € 835.371). Aan voormalige leden van de directie of van de Raad van Toezicht kunnen gedurende een beperkte periode na het einde van hun ambtsperiode overgangsbetalingen worden gemaakt. In 2019 bedroegen deze betalingen, de daarmee samenhangende gezinstoelagen en de bijdrage van de ECB aan de verzekering voor ziektekosten, langdurige zorg en ongevallen in totaal € 864.287 (2018: € 169.346). De stijging van de totale toelagen en overgangsbetalingen is voornamelijk te verklaren doordat in 2019 een groter aantal leden van de directie of de Raad van Toezicht in dienst kwam bij de ECB of de ECB verliet dan in het voorgaande jaar.

De som van de pensioenuitkeringen, met inbegrip van toelagen na uitdiensttreding, aan voormalige leden van de directie en de Raad van Toezicht of hun nabestaanden en de bijdragen aan hun verzekering voor ziektekosten, langdurige zorg en ongevallen, bedroeg € 1.848.157 (2018: € 3.047.064).[42] In 2019 omvatte dit bedrag een overdracht naar een andere pensioenregeling bij de pensionering van een voormalig lid. In 2018 omvatte het een eenmalige uitkering bij pensionering aan een voormalig lid, ter vervanging van toekomstige pensioenuitkeringen.

Toelichting 29 – Beheerkosten

Deze post van € 476 miljoen (2018: € 525 miljoen) omvat alle overige lopende kosten met betrekking tot adviesdiensten, informatietechnologie, onderhoud van kantoorruimten, niet-investeringsgoederen en -inventaris en overige diensten en kantoormiddelen, evenals bepaalde personeelskosten, waaronder de kosten van opleiding, werving en (ver)huizing.

De daling in 2019 was vooral toe te schrijven aan de lagere uitgaven voor de huur van kantoorruimte, inhuurkrachten en externe adviesdiensten. De lagere uitgaven voor huur zijn het resultaat van de opname van de geactiveerde gebruiksrechten in verband met gehuurde gebouwen in de balans (zie ‘Wijziging in de grondslagen voor de financiële verslaggeving’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’ en toelichting 6.1 ‘Materiële en immateriële vaste activa’) en de opname van de daarmee verband houdende kosten als afschrijving.

Toelichting 30 - Diensten van bankbiljettenproductie

Deze kostenpost komt voornamelijk voort uit het grensoverschrijdend vervoer van eurobankbiljetten tussen bankbiljettendrukkerijen en de NCB's, voor de levering van nieuwe bankbiljetten, evenals tussen de NCB's voor het opheffen van tekorten vanuit overschotvoorraden. Deze kosten worden centraal door de ECB gedragen.


2.7 Gebeurtenissen na balansdatum

Toelichting 31 - Aanpassing van de kapitaalverdeelsleutel van de ECB na het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU

Als gevolg van het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU en de daarmee samenhangende terugtreding van de Bank of England uit het ESCB werden de wegingen voor de resterende NCB’s in de kapitaalverdeelsleutel van de ECB per 1 februari 2020 als volgt aangepast:

Invloed op het kapitaal van de ECB
De ECB hield haar geplaatst kapitaal na het vertrek van de Bank of England uit het ESCB onveranderd op € 10.825 miljoen. Het aandeel van de Bank of England in het geplaatste kapitaal van de ECB (van 14,3%) werd verdeeld over zowel de NCB's van het eurogebied als de resterende NCB's buiten het eurogebied.

Het gestorte kapitaal van de ECB blijft in 2020 onveranderd op € 7.659 miljoen, aangezien de resterende NCB’s het vroeger door de Bank of England gestorte kapitaal van € 58 miljoen hebben gedekt. De komende twee jaar zullen de NCB’s van het eurogebied het resterende gedeelte van hun aandeel in de kapitaalverdeelsleutel van de ECB, dat is toegenomen na het vertrek van de Bank of England uit het ESCB, in twee jaarlijkse termijnen storten. Hierdoor zal het gestorte kapitaal van de ECB toenemen van € 7.659 miljoen in 2020 tot € 8.270 miljoen in 2021 en € 8.880 miljoen in 2022.

Invloed op de vorderingen van de NCB’s in verband met de aan de ECB overgedragen externe reserves
Op grond van artikel 30.2 van de Statuten van het ESCB worden de bijdragen van de NCB’s aan de overdracht van externe reserves aan de ECB vastgesteld naar rato van hun aandeel in het geplaatste kapitaal van de ECB. Gelet op (a) de toegenomen weging van de NCB’s van het eurogebied (die externe reserves aan de ECB hebben overgedragen) in het geplaatste kapitaal van de ECB als gevolg van het vertrek van de Bank of England uit het ESCB en (b) het besluit van de Raad van Bestuur om het aandeel van de bijdragen van de NCB’s van het eurogebied te verminderen, zodat het totale bedrag van hun aan de ECB overgedragen externe reserves op hetzelfde peil blijft als vóór het vertrek van de Bank of England uit het ESCB, blijft ook de totale vordering van de NCB’s in verband met die overdracht zo goed als gelijk.


3 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Deze vertaling van de controleverklaring van de externe accountant van de ECB wordt door de ECB uitsluitend verschaft ter informatie. Bij discrepanties geldt de Engelse versie ondertekend door Baker Tilly.


4 Toelichting op de verdeling van de winst/toedeling van verliezen

Deze toelichting maakt geen deel uit van de jaarrekening van de ECB over het jaar 2019.

Krachtens artikel 33 van de Statuten van het ESCB wordt de nettowinst van de ECB in de onderstaande volgorde verdeeld:

  1. een door de Raad van Bestuur vast te stellen bedrag, dat niet meer dan 20% van de nettowinst mag bedragen, wordt aan het algemeen reservefonds toegevoegd tot een maximum van 100% van het kapitaal; en
  2. de resterende nettowinst wordt naar rato van hun gestorte aandelen onder de aandeelhouders van de ECB verdeeld.[43]

Bij een verlies van de ECB wordt het tekort gedekt uit het algemeen reservefonds van de ECB en, indien nodig, bij besluit van de Raad van Bestuur, uit de monetaire inkomsten over het betrokken boekjaar, naar rato en ten belope van de bedragen die overeenkomstig artikel 32.5 van de Statuten van het ESCB aan de NCB's zijn toegedeeld.[44]

De nettowinst van de ECB over 2019 bedroeg € 2.366 miljoen. Overeenkomstig een besluit van de Raad van Bestuur heeft er op 31 januari 2020 een tussentijdse winstuitkering van € 1.431 miljoen aan de NCB's van het eurogebied plaatsgevonden. Daarnaast heeft de Raad van Bestuur besloten de resterende winst van € 935 miljoen te verdelen onder de NCB's van het eurogebied.

© Europese Centrale Bank, 2020

Postadres: 60640 Frankfurt am Main, Duitsland
Telefoon: +49 69 1344 0
Website: www.ecb.europa.eu

Alle rechten voorbehouden. Reproductie voor educatieve en niet-commerciële doeleinden is toegestaan mits de bron wordt vermeld.

Zie voor een verklaring van de terminologie de ECB-woordenlijst (alleen in het Engels).

HTML ISBN 978-92-899-4096-2, ISSN 2443-4795, doi:10.2866/806105, QB-BS-20-001-NL-Q


[1]Door afronding kan het voorkomen dat de totalen in dit document niet geheel overeenstemmen met de som van de afzonderlijke getallen en dat de percentages de absolute getallen niet exact weergeven.
[2]De jaarrekening van de ECB bestaat uit de balans, de winst-en-verliesrekening en de daarmee verband houdende toelichtingen. De jaarstukken van de ECB bestaan uit de jaarrekening, het managementverslag, de controleverklaring van de onafhankelijke accountant en de toelichting op de winstverdeling/toedeling van verliezen.
[3]Protocol betreffende de Statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank.
[4]Het APP bestaat uit het derde aankoopprogramma voor gedekte obligaties (covered bond purchase programme – CBPP3), het aankoopprogramma voor effecten op onderpand van activa (asset-backed securities purchase programme – ABSPP), het aankoopprogramma voor door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen (public sector purchase programme – PSPP) en het aankoopprogramma voor door de bedrijvensector uitgegeven schuldbewijzen (corporate sector purchase programme – CSPP). De ECB verricht geen effectenaankopen in het kader van het CSPP. Nadere informatie over het APP is beschikbaar op de website van de ECB.
[5]In 2019 steeg de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop in het Eurosysteem met 5% tot € 1.293 miljard. De ECB heeft een aandeel van 8% van de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop. Dit aandeel is opgenomen onder de posten ‘Bankbiljetten in omloop’ en ‘Vorderingen binnen het Eurosysteem’.
[6]Zie het persbericht van 12 september 2019 over de beslissingen van de Raad van Bestuur.
[7]De amortisatie berust op het verslaggevingsbeginsel dat vereist dat de waardering van deze effecten opwaarts of neerwaarts wordt aangepast naarmate de looptijd ervan verstrijkt, al naargelang ze werden aangekocht tegen een prijs onder of boven hun nominale waarde. De aankoopprijs van de APP-effecten bevatte doorgaans een agio. Bij overigens gelijkblijvende omstandigheden neemt de boekwaarde van de effecten derhalve met de tijd af.
[8]Deze bestaan uit activa die op de balans zijn opgenomen onder de posten ‘Vorderingen op niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta – Tegoeden bij banken en beleggingen in effecten, externe leningen en overige externe activa’ en ‘Vorderingen op ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta’.
[9]De kosten van de ECB in verband met haar toezichtstaken worden aan de onder toezicht staande entiteiten doorberekend via een jaarlijks in rekening gebrachte vergoeding.
[10]Daarnaast omvat de balanspost ‘Herwaarderingsrekeningen’ de herberekeningen ten aanzien van bepaalde vergoedingen na uitdiensttreding.
[11]De baten van de ECB in verband met de eurobankbiljetten in omloop bestaan uit de door haar opgebouwde rentevergoeding over haar vorderingen binnen het Eurosysteem op NCB's met betrekking tot het 8%-aandeel van de ECB in het totaal van de eurobankbiljetten in omloop.
[12]De toezichtsvergoedingen zijn opgenomen in de post ‘Overige baten en lasten’ (zie Grafiek 11).
[13]Het ES wordt gedefinieerd als een naar waarschijnlijkheid gewogen gemiddeld verlies dat zich voordoet bij de ongunstigste (1-p)% van de scenario's, waarbij p het betrouwbaarheidsniveau aanduidt.
[14]Nadere informatie over de risicomodelleringsaanpak is te vinden in “The financial risk management of the Eurosystem’s monetary policy operations”, ECB, juli 2015.
[15]Operationeel risico wordt gedefinieerd als het risico dat de financiën, bedrijfsvoering of reputatie in negatieve zin worden geraakt door menselijke tekortkomingen, de ontoereikende tenuitvoerlegging of het tekortschieten van de interne governance en bedrijfsprocessen, het uitvallen van systemen waarvan processen afhankelijk zijn, of externe gebeurtenissen (bijv. natuurrampen of aanvallen van buitenaf).
[16]Nadere informatie over de governancestructuur van de ECB is te vinden op de website van de ECB.
[17]De gedetailleerde grondslagen voor de financiële verslaggeving van de ECB zijn neergelegd in Besluit (EU) 2016/2247 van de ECB van 3 november 2016 betreffende de jaarrekening van de ECB (ECB/2016/35) (PB L 347, van 20.12.2016, blz. 1), zoals gewijzigd. Met het oog op de geharmoniseerde financiële administratie en verslaggeving van de activiteiten van het Eurosysteem is het besluit gebaseerd op Richtsnoer (EU) 2016/2249 van de ECB van 3 november 2016 betreffende het juridische kader ten behoeve van de financiële administratie en verslaglegging in het Europees Stelsel van centrale banken (ECB/2016/34) (PB L 347, van 20.12.2016, blz. 37), zoals gewijzigd. Deze grondslagen, die periodiek worden beoordeeld en waar nodig bijgewerkt, volgen de bepalingen van artikel 26.4 van de Statuten van het ESCB, die geharmoniseerde regels voor de financieel-administratieve verwerking en verslaglegging van de werkzaamheden van het Eurosysteem vereisen.
[18]Voor overlopende posten en voorzieningen betreffende beheerkosten geldt een minimumdrempel van € 100.000.
[19]Per 31 december 2019 namen de volgende NCB's buiten het eurogebied deel aan TARGET2: Българска народна банка (Nationale Bank van Bulgarije), Danmarks Nationalbank, Hrvatska narodna banka, Narodowy Bank Polski en Banca Naţională a României.
[20]Het door de medewerker via vrijwillige bijdragen opgebouwde kapitaal kan bij pensionering worden gebruikt voor een aanvullend pensioen. Vanaf dat moment wordt dit pensioen opgenomen in de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen.
[22]De term ‘verdeelsleutel voor de toedeling van bankbiljetten’ heeft betrekking op de percentages die voortvloeien uit het in aanmerking nemen van het aandeel van de ECB in de totale uitgifte aan eurobankbiljetten en het toepassen van de geplaatst-kapitaalverdeelsleutel op het aandeel van de NCB's in dit totaal.
[25]Dit komt overeen met 504,8 ton.
[26]Deze nettoposities bestaan uit het verschil van de in de desbetreffende vreemde valuta luidende activa en verplichtingen die onderhevig zijn aan valutaherwaardering. Deze zijn opgenomen onder ‘Vorderingen op niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta’, ‘Vorderingen op ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta’, ‘Overlopende activa’, ‘Herwaarderingsverschillen op instrumenten buiten de balans’ (onder de verplichtingen) en ‘Overlopende passiva’. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met buiten de balans verantwoorde valutatermijntransacties en valutaswaps. Positieve resultaten uit hoofde van de prijsherwaardering van in vreemde valuta luidende financiële instrumenten zijn niet inbegrepen.
[27]De ECB koopt geen effecten aan in het kader van het aankoopprogramma voor door de bedrijvensector uitgegeven schuldbewijzen (corporate sector purchase programme – CSPP).
[28]Het APP omvat het derde programma voor de aankoop van gedekte obligaties (CBPP3), het ABSPP, het PSPP en het CSPP. Nadere informatie over het APP is beschikbaar op de website van de ECB.
[29]De marktwaarden zijn indicatief en worden afgeleid van marktnoteringen. Voor zover marktnoteringen niet beschikbaar zijn, worden de marktprijzen geschat met behulp van interne modellen van het Eurosysteem.
[30]Sinds 16 maart 2016 bedraagt de rentevoet die het Eurosysteem hanteert bij zijn tenders voor basisherfinancieringstransacties 0,00%.
[31]De effectenuitleningstransacties waarbij op de balansdatum geen sprake is van als onderpand ontvangen onbelegde geldmiddelen worden op buitenbalansrekeningen geregistreerd (zie toelichting 16 ‘Programma’s voor effectenuitlening’).
[32]EURO1 en RT1 zijn betalingssystemen die worden beheerd door ABE CLEARING S.A.S à capital variable (EBA Clearing).
[33]De aan het dienstjaar toegerekende kosten worden geraamd aan de hand van de disconteringsvoet die het voorafgaande jaar werd toegepast.
[34]Deze wegingen worden ook aangepast wanneer er een wijziging plaatsvindt in de samenstelling van de NCB's die aan het kapitaal van de ECB bijdragen. Dit betreft de NCB's van de lidstaten van de EU.
[36]De ECB koopt geen effecten aan op grond van het CSPP en houdt daardoor uit dien hoofde geen effecten aan die voor uitlening kunnen worden gebruikt.
[37]Indien er aan het einde van het jaar wel sprake is van onderpand in de vorm van onbelegde geldmiddelen, dan worden deze transacties op balansrekeningen geregistreerd (zie toelichting 8 ‘Overige verplichtingen aan kredietinstellingen in het eurogebied, luidende in euro’ en toelichting 10 ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’).
[39]Met ingang van de vergoedingsperiode 2020 worden de toezichtsvergoedingen van de ECB na afloop van de vergoedingsperiode berekend, in overeenstemming met Verordening (EU) 2019/2155 van de ECB van 5 december 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1163/2014 betreffende een vergoeding voor toezicht (ECB/2019/37) (PB L 327, 17.12.2019, blz. 70).
[40]Een full-time-equivalent (FTE) is een eenheid die overeenstemt met één medewerker die gedurende één jaar fulltime werkt. Medewerkers met een contract voor onbepaalde of bepaalde duur, medewerkers met een kortlopend contract en de deelnemers aan het Graduate Programme van de ECB worden in verhouding tot hun arbeidstijd opgenomen. Medewerkers met zwangerschapsverlof of met langdurig verlof zijn ook inbegrepen, terwijl medewerkers met onbetaald verlof niet zijn inbegrepen.
[41]De bedragen zijn brutobedragen, d.w.z. vóór aftrek van belastingen ten gunste van de EU.
[42]Voor het nettobedrag dat ten laste van de winst-en-verliesrekening is gekomen in verband met de pensioenregelingen van huidige leden van de directie en van de Raad van Toezicht wordt verwezen naar toelichting 12.3 ‘Diversen’.
[43]De NCB’s buiten het eurogebied hebben geen recht op een aandeel in de te verdelen winst van de ECB, noch hoeven ze eventuele verliezen van de ECB te dekken.
[44]Krachtens artikel 32.5 van de Statuten van het ESCB wordt de som van de monetaire inkomsten van de NCB's aan de NCB's toegekend naar rato van hun gestorte aandeel in het kapitaal van de ECB.