Menu

INLEIDENDE VERKLARING

PERSCONFERENTIE

Christine Lagarde, president van de ECB,
Luis de Guindos, vicepresident van de ECB,
Frankfurt am Main, 4 juni 2020

Dames en heren, de vicepresident en ik heten u van harte welkom bij onze persconferentie. We zullen nu verslag doen van de vergadering van de Raad van Bestuur van vandaag, die tevens werd bijgewoond door uitvoerend vicevoorzitter van de Commissie, de heer Dombrovskis.

Actuele gegevens bevestigen dat de economie van het eurogebied met een ongekende krimp wordt geconfronteerd. De economische bedrijvigheid is abrupt teruggelopen als gevolg van de coronapandemie (Covid-19) en de maatregelen om die in te dijken. Ernstig banen- en inkomensverlies en uitzonderlijk grote onzekerheid over de economische vooruitzichten hebben geleid tot een aanzienlijke daling van de uitgaven voor consumptie en de investeringen. Hoewel enquêtegegevens en realtime indicatoren voor de economische bedrijvigheid enige indicaties bevatten dat het dieptepunt is bereikt, tegen de achtergrond van de geleidelijke versoepeling van de inperkingsmaatregelen, valt de verbetering tot nu bescheiden uit in vergelijking met het tempo waarin de indicatoren de voorgaande twee maanden zijn gekelderd. Volgens de door medewerkers van het Eurosysteem in juni opgestelde macro-economische projecties loopt de groei in het tweede kwartaal van dit jaar in een ongekend tempo terug, om in de tweede jaarhelft weer op te veren, in belangrijke mate geholpen door de aanzienlijke budgettaire en monetaire ondersteuning. De projecties voorzien echter een ingrijpende neerwaartse herziening van zowel het peil van de economische bedrijvigheid als de inflatievooruitzichten gedurende de hele projectieperiode, hoewel het basisscenario met een uitzonderlijke mate van onzekerheid is omgeven. Terwijl de totale inflatie door de energieprijzen wordt gedrukt, blijft de prijsdruk naar verwachting gematigd als gevolg van de scherpe daling van het reële bbp en de daarmee gepaard gaande aanmerkelijke toename van de economische onderbenutting.

In overeenstemming met zijn mandaat, is de Raad van Bestuur vastbesloten te zorgen voor de noodzakelijke mate van monetaire accommodatie, net als voor een soepele transmissie van het monetair beleid in alle sectoren en landen. We hebben dan ook een reeks monetairbeleidsmaatregelen genomen om de economie bij de geleidelijke heropstart te ondersteunen en de prijsstabiliteit op middellange termijn te waarborgen.

Ten eerste heeft de Raad van Bestuur besloten het bedrag voor het pandemie-noodaankoopprogramma (pandemic emergency purchase programme - PEPP) met € 600 miljard te verhogen naar in totaal € 1.350 miljard. Als reactie op de met de pandemie samenhangende, neerwaartse herziening van de inflatie gedurende de projectieperiode zal de uitbreiding van het PEPP de algemene monetairbeleidskoers verder versoepelen, de financieringscondities in de reële economie ondersteunen, in het bijzonder voor bedrijven en huishoudens. De aankopen worden voortgezet op een flexibele manier met betrekking tot de spreiding in de tijd, over de verschillende activacategorieën en over de verschillende rechtsgebieden. Hierdoor kunnen we risico's voor de soepele transmissie van het monetair beleid doeltreffend afwenden.

Ten tweede hebben we besloten de periode voor de nettoaankopen krachtens het PEPP te verlengen tot ten minste eind juni 2021. We zullen de nettoaankopen van activa krachtens het PEPP in ieder geval uitvoeren totdat we van oordeel zijn dat de crisisfase van het coronavirus voorbij is.

Ten derde heeft de Raad van Bestuur besloten de aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het PEPP en die de vervaldatum hebben bereikt, ten minste tot het einde van 2022 te herinvesteren. De toekomstige uitfasering van de PEPP-portefeuille wordt in ieder geval zo gestuurd dat de passende monetairbeleidskoers niet gehinderd wordt.

Ten vierde worden de nettoaankopen krachtens het programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme – APP) voortgezet voor een maandelijks bedrag van € 20 miljard, samen met de aankopen in verband met het extra tijdelijke pakket van € 120 miljard tot het einde van het jaar. We verwachten nog steeds de maandelijkse nettoaankopen van activa in het kader van het APP voort te zetten zo lang als noodzakelijk is om de accommoderende invloed van de beleidstarieven te versterken, en ze te beëindigen kort voordat we aanvangen met de verhoging van de basisrentetarieven van de ECB.

Ten vijfde zijn we voornemens de aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het APP en die de vervaldatum hebben bereikt, volledig te blijven herinvesteren, en wel voor geruime tijd voorbij het moment waarop we beginnen de basisrentetarieven van de ECB te verhogen, en in ieder geval zo lang als noodzakelijk is om gunstige liquiditeitscondities en een ruime mate van monetaire accommodatie te handhaven.

Ten zesde hebben we besloten de basisrentetarieven van de ECB ongewijzigd te laten. We verwachten dat ze op hun huidige niveau of lager zullen blijven totdat we hebben vastgesteld dat de inflatieverwachtingen binnen onze projectieperiode krachtig convergeren naar een niveau dat voldoende dicht bij maar onder 2% ligt, en een dergelijke convergentie consequent in de onderliggende inflatiedynamiek tot uitdrukking komt.

Samen met de aanzienlijke monetairbeleidsstimulans waarin reeds voorzien is, zullen de maatregelen van vandaag de liquiditeits- en financieringscondities in de economie ondersteunen, de kredietverlening aan huishoudens en bedrijven schragen en bijdragen tot de instandhouding van gunstige financieringsvoorwaarden voor alle sectoren en landen, om het herstel van de economie van de schade door het coronavirus te bevorderen. Tegelijkertijd blijft de Raad van Bestuur, in het huidige snel veranderende economische klimaat, vastbesloten om binnen zijn mandaat alles in het werk te stellen om alle burgers van het eurogebied in deze uiterst moeilijke tijd te ondersteunen. Dit is in de eerste plaats van toepassing op onze rol om ervoor te zorgen dat ons monetaire beleid wordt doorgegeven aan alle onderdelen van de economie en aan alle landen bij het nastreven van ons mandaat voor prijsstabiliteit. De Raad blijft dan ook klaarstaan om al zijn instrumenten zo nodig aan te passen, om ervoor te zorgen dat de inflatie zich op duurzame wijze ontwikkelt in de richting van de doelstelling en overeenkomstig het belang dat de Raad hecht aan symmetrie.

Staat u mij nu toe onze beoordeling nader toe te lichten, te beginnen met de economische analyse. De meest recente economische indicatoren en enquêteresultaten bevestigen dat de economie van het eurogebied fors krimpt en de situatie op de arbeidsmarkt snel verslechtert. De coronapandemie en de noodzakelijke inperkingsmaatregelen hebben ernstige gevolgen gehad voor zowel de verwerkende industrie als de dienstensector, met negatieve effecten op de productiecapaciteit van de economie van het eurogebied en op de binnenlandse vraag. In het eerste kwartaal van 2020, toen in de meeste landen pas vanaf medio maart inperkingsmaatregelen golden, liep het reële bbp van het eurogebied met 3,8% terug (kwartaal-op-kwartaal). Gegevens uit enquêtes, hoogfrequente indicatoren en nieuwe kwantitatieve gegevens wijzen allemaal op een verdere aanzienlijke inkrimping van het reële bbp in het tweede kwartaal. Volgens de meest recente indicatoren zou het dieptepunt van de neergang in mei zijn bereikt, toen de economie geleidelijk heropstartte. Verwacht wordt dan ook dat de bedrijvigheid in het eurogebied zich in het derde kwartaal zal herstellen, naarmate de inperkingsmaatregelen verder worden versoepeld, ondersteund door de gunstige financieringsvoorwaarden, de expansieve begrotingskoers en een hervatting van de mondiale bedrijvigheid. De algehele snelheid en de omvang van het herstel blijven echter zeer onzeker.

Deze beoordeling wordt grotendeels ook weerspiegeld in de door medewerkers van het Eurosysteem opgestelde macro-economische projecties voor het eurogebied van juni 2020. In het basisscenario van de projecties wordt verwacht dat het reële bbp op jaarbasis in 2020 met 8,7% zal dalen, waarna het in 2021 en 2022 zal opveren met respectievelijk 5,2% en 3,3%. Vergeleken met de door medewerkers van de ECB opgestelde macro-economische projecties van maart 2020 zijn de vooruitzichten voor de reële bbp-groei voor 2020 met 9,5 procentpunt aanzienlijk naar beneden bijgesteld. Voor 2021 en 2022 is er sprake van een opwaartse bijstelling met respectievelijk 3,9 procentpunt en 1,9 procentpunt.

In het licht van de buitengewone onzekerheid die de verwachtingen omgeeft, bevatten de projecties tevens twee alternatieve scenario's. Deze worden na deze persconferentie op onze website gepubliceerd. In het algemeen wordt de omvang van de krimp en van het herstel vooral bepaald door de duur en de doeltreffendheid van de inperkingsmaatregelen, het succes van het beleid ter verzachting van de ongunstige impact op de inkomens en de werkgelegenheid, en de mate waarin de aanbodcapaciteit en de binnenlandse vraag permanent zijn geraakt. Over het geheel genomen ziet de Raad van Bestuur per saldo neerwaartse risico's rond de basisprojectie.

Volgens de flashraming van Eurostat daalde de HICP-inflatie van het eurogebied op jaarbasis naar 0,1% in mei, tegen 0,3% in april. Deze ontwikkeling is vooral toe te schrijven aan de lagere energieprijsinflatie. Op basis van de huidige en termijnprijzen voor olie zal de totale inflatie de komende maanden waarschijnlijk iets verder dalen en daarna tot het einde van het jaar gematigd blijven. Op middellange termijn zal de zwakkere vraag de inflatie neerwaarts beïnvloeden, hetgeen slechts gedeeltelijk wordt gecompenseerd door de opwaartse druk als gevolg van de aanbodbeperkingen. De marktindicatoren voor de inflatieverwachtingen op langere termijn zijn op een laag niveau gebleven. Hoewel de op enquêtes gebaseerde indicatoren voor de inflatieverwachtingen op korte en middellange termijn zijn afgenomen, is dat minder het geval geweest voor de verwachtingen op langere termijn.

Deze beoordeling komt ook overeen met de door medewerkers van het Eurosysteem samengestelde macro-economische projecties voor het eurogebied van juni 2020, die in het basisscenario een HICP-inflatie op jaarbasis voorzien van 0,3% in 2020, 0,8% in 2021 en 1,3% in 2022. Vergeleken met de door medewerkers van de ECB opgestelde macro-economische projecties van maart 2020 zijn de vooruitzichten voor de HICP-inflatie voor 2020 naar beneden bijgesteld met 0,8 procentpunt, en voor 2021 en 2022 met respectievelijk 0,6 procentpunt en 0,3 procentpunt.

Wat de monetaire analyse betreft, is de groei van het ruime monetaire aggregaat (M3) in april 2020 gestegen naar 8,3%, tegen 7,5% in maart. De sterke groei van de geldhoeveelheid hangt vooral samen met de acute liquiditeitsbehoeften in de economie, die tot kredietverlening door banken hebben geleid. Bovendien leidt de grote economische onzekerheid tot een verschuiving naar uit voorzorg aangehouden monetaire activa. Tegen die achtergrond blijft het eng gedefinieerde monetaire aggregaat M1, dat de meest liquide vormen van geld omvat, de grootste bijdrage leveren aan de groei van het ruime monetaire aggregaat.

De ontwikkelingen in de leningen aan de private sector droegen opnieuw het stempel van de effecten van het coronavirus op de economische bedrijvigheid. De twaalfmaandsgroei van de leningen aan niet-financiële ondernemingen steeg in april 2020 verder naar 6,6%, tegen 5,5% in maart. Dit weerspiegelt de behoefte van bedrijven om hun lopende uitgaven en werkkapitaal te financieren tegen de achtergrond van de snel dalende omzet. Tegelijkertijd daalde het groeitempo op jaarbasis van de leningen aan huishoudens in april naar 3,0%, tegen 3,4% in maart. Deze ontwikkeling hangt samen met de achterblijvende consumptie als gevolg van de inperkingsmaatregelen, het dalende vertrouwen en een verslechterende arbeidsmarkt.

Onze beleidsmaatregelen, met name de zeer gunstige voorwaarden van onze gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (targeted longer-term refinancing operations – TLTRO-III) zouden banken moeten aanmoedigen om krediet te verstrekken aan alle entiteiten uit de private sector. Samen met de maatregelen van de nationale regeringen en de Europese instellingen dragen ze bij aan de permanente toegang tot financiering, ook voor de partijen die het sterkst door de gevolgen van de coronapandemie zijn getroffen.

Kortom: een toetsing van de uitkomsten van de economische analyse aan de signalen uit de monetaire analyse bevestigde dat een ruime mate van monetaire accommodatie nog steeds noodzakelijk is voor de krachtige convergentie van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2% op middellange termijn.

Wat het begrotingsbeleid betreft, blijft een ambitieuze en gecoördineerde begrotingskoers van cruciaal belang, gezien de sterke krimp van de economie van het eurogebied. De maatregelen als reactie op de coronapandemie dienen zoveel mogelijk gericht en tijdelijk te zijn. De drie door de Europese Raad bekrachtigde vangnetten voor werkenden, bedrijven en staten, ter waarde van € 540 miljard, geven in dit verband belangrijke financieringssteun. Tegelijkertijd dringt de Raad van Bestuur aan op verdere krachtige en tijdige inspanningen om het herstel voor te bereiden en te ondersteunen. Derhalve juichen we het voorstel van de Europese Commissie toe voor een herstelplan dat specifiek is gericht op het ondersteunen van de regio's en sectoren die het meest door de pandemie worden getroffen, op het versterken van de interne markt en het bouwen aan een duurzaam en welvarend herstel.

We zijn nu klaar om uw vragen te beantwoorden.

Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.

Contactpersonen voor de media