Inleidende Verklaring

Mario Draghi, President van de ECB,
Vítor Constâncio, Vice-President van de ECB,
Wenen, 2 juni 2016

Dames en heren, de Vice-President en ik heten u van harte welkom bij onze persconferentie. Ik wil hierbij van de gelegenheid gebruikmaken om Gouverneur Nowotny van harte te bedanken voor zijn gastvrijheid en in het bijzonder zijn medewerkers bedanken voor de uitstekende organisatie van de vergadering van de Raad van Bestuur vandaag. Wij zullen nu verslag uitbrengen over de uitkomsten van onze vergadering.

Op basis van onze reguliere economische en monetaire analyses hebben wij besloten de basisrentetarieven van de ECB onveranderd te laten. Wij blijven verwachten dat deze voor een langdurige periode en ruim voorbij de periode van onze netto aankopen van activa op de huidige of lagere niveaus zullen blijven. Wat betreft de bijzondere monetairbeleidsmaatregelen, bevestigen wij dat het de bedoeling is dat deze maandelijkse aankopen van activa ten bedrage van €80 miljard zullen lopen tot eind maart 2017 of zo nodig langer, en in ieder geval totdat de Raad van Bestuur bewijs ziet van een aanhoudende verandering in het beloop van de inflatie die in overeenstemming is met zijn inflatiedoelstelling. Als een volgende stap zullen wij op 8 juni beginnen met de aankopen in het kader van ons programma voor de aankoop van door de bedrijvensector uitgegeven waardepapieren (CSPP). Bovendien zullen wij, op 22 juni, beginnen met de eerste transactie van onze nieuwe reeks gerichte langerlopende herfinancieringstransacties. Nadere informatie over de tenuitvoerleggingsaspecten van het CSPP zullen worden verstrekt, na de persconferentie, op de website van de ECB.

Het veelomvattende pakket aan begin maart genomen besluiten schraagt de kracht van het economisch herstel in het eurogebied en bevordert de terugkeer van de inflatie naar niveaus onder maar dicht bij 2%. Met name blijven onze maatregelen de kosten van krediet verbeteren en dragen zij bij aan een versterking van de kredietschepping. Het economisch herstel zet zich geleidelijk voort. Een aanvullende stimulans, bovenop die waarmee reeds rekening is gehouden, zal naar verwachting voortvloeien uit de monetairbeleidsmaatregelen die nog ten uitvoer moeten worden gelegd en deze zal bijdragen aan het verder weer in evenwicht brengen van de risico’s voor de vooruitzichten voor de groei en de inflatie. In de huidige context is het van cruciaal belang ervoor te zorgen dat het klimaat van zeer lage inflatie zich niet vertaalt in tweederonde-effecten op de loon- en prijsvorming. De Raad van Bestuur zal het beloop van de vooruitzichten voor de prijsstabiliteit nauwlettend volgen en, indien nodig voor de verwezenlijking van zijn doelstelling, optreden door gebruik te maken van alle binnen zijn mandaat ter beschikking staande instrumenten.

Laat ik nu gedetailleerder ingaan op onze beoordeling, te beginnen met de economische analyse. Het reële bbp van het eurogebied steeg in het eerste kwartaal van 2016 kwartaal-op-kwartaal met 0,5%, vanaf 0,3% in het laatste kwartaal van 2015. De groei blijft worden ondersteund door de binnenlandse vraag, terwijl deze tegelijkertijd werd gedempt door een zwakke uitvoer. De laatste gegevens duiden op aanhoudende groei in het tweede kwartaal, hoewel mogelijkerwijs in een lager tempo dan in het eerste kwartaal. Vooruitblikkend, verwachten wij dat het economisch herstel zich in een gematigd maar gestaag tempo zal blijven voortzetten. De binnenlandse vraag blijft worden ondersteund door de doorwerking van onze monetairbeleidsmaatregelen op de reële economie. Gunstige financieringscondities en verbeteringen in de winstgevendheid van bedrijven blijven de investeringen stimuleren. Bovendien zouden aanhoudende werkgelegenheidsgroei, die tevens profiteert van in het verleden doorgevoerde structurele hervormingen, en de nog steeds relatief lage olieprijs aanvullende steun moeten geven aan het reëel besteedbaar inkomen van huishoudens en de particuliere consumptie. Daarnaast is de begrotingskoers van het eurogebied licht expansief. Tegelijkertijd wordt het economisch herstel in het eurogebied echter nog steeds gedempt door gematigde groeivooruitzichten in de opkomende markten, de noodzakelijke balansaanpassingen in een aantal sectoren en een traag tempo van tenuitvoerlegging van structurele hervormingen.

Dit beeld wordt ook in grote lijnen weerspiegeld in de door medewerkers van het Eurosysteem opgestelde macro-economische projecties voor het eurogebied van juni 2016, waarin wordt voorzien dat het reële bbp op jaarbasis in 2016 zal stijgen met 1,6%, en met 1,7% in 2017 en 2018. Vergeleken met de door medewerkers van de ECB opgestelde macro-economische projecties van maart 2016, zijn de vooruitzichten voor de groei van het reële bbp voor 2016 opwaarts bijgesteld en voor 2017 en 2018 globaal genomen onveranderd gebleven.

De risico’s voor de groeivooruitzichten van het eurogebied blijven voornamelijk van neerwaartse aard, maar het evenwicht van de risico’s is dankzij onze reeds genomen monetairbeleidsbeslissingen en de nog komende stimulans verbeterd. De neerwaartse risico's blijven verband houden met de ontwikkelingen in de wereldeconomie, het komende Britse referendum en andere geopolitieke risico's.

Volgens de flash raming van Eurostat bedroeg de HICP-inflatie van het eurogebied op jaarbasis in mei 2016 -0,1%, vergeleken met -0,2% in april, voornamelijk ten gevolge van hogere energie- en dienstenprijsinflatie. Vooruitblikkend, op basis van de huidige koersen van oliefutures, zal de inflatie de komende paar maanden waarschijnlijk zeer laag of negatief blijven alvorens in de tweede helft van 2016 aan te trekken, deels ten gevolge van basiseffecten bij het groeicijfer op jaarbasis van de energieprijzen. Ondersteund door onze monetairbeleidsmaatregelen en het verwachte economisch herstel, zou de inflatie in 2017 en 2018 verder moeten herstellen.

Dit brede patroon komt ook naar voren in de in juni 2016 door medewerkers van het Eurosysteem samengestelde macro-economische projecties voor het eurogebied, die een HICP-inflatie op jaarbasis voorzien van 0,2% in 2016, 1,3% in 2017 en 1,6% in 2018. Vergeleken met de door medewerkers van de ECB opgestelde macro-economische projecties van maart 2016, zijn de vooruitzichten voor de HICP-inflatie voor 2016, op grond van recente olieprijsstijgingen, licht opwaarts herzien en voor 2017 en 2018 onveranderd gebleven.

Wat de monetaire analyse betreft: het ruime monetaire aggregaat (M3) is in april 2016 in stevig tempo blijven groeien, waarbij de twaalfmaands groei ervan uitkwam op 4,6%, na 5,0% in maart. Net als in voorgaande maanden werd de groei van M3 op jaarbasis voornamelijk ondersteund door de meest liquide componenten, waarbij de groei op jaarbasis van het eng gedefinieerde monetaire aggregaat M1 in april uitkwam op 9,7%, vergeleken met 10,1% in maart.

De kredietverstrekkingsdynamiek is zich geleidelijk blijven herstellen, een ontwikkeling die al te zien is sinds begin 2014. Het groeitempo op jaarbasis van leningen aan niet-financiële vennootschappen (gecorrigeerd voor de verkoop en securitisatie van leningen) bedroeg in april 2016 1,2%, vergeleken met 1,1% in maart. De ontwikkelingen in de leningen aan ondernemingen blijven een weerspiegeling vormen van de vertraagde relatie met de conjunctuurfase, kredietrisico’s en de voortgaande balansaanpassingen in de financiële en niet-financiële sector. De groei op jaarbasis van leningen aan huishoudens (gecorrigeerd voor de verkoop en securitisatie van leningen) is in april met 1,5% globaal genomen stabiel gebleven, tegen 1,6% in maart.

De door ons sinds juni 2014 genomen monetairbeleidsmaatregelen hebben de kredietnemingskosten voor bedrijven en huishoudens en de kredietstromen in het eurogebied duidelijk verbeterd. Het veelomvattende pakket aan nieuwe monetairbeleidsmaatregelen dat in maart van dit jaar is aangenomen schraagt het verdergaande herstel van de kredietgroei en ondersteunt aldus het herstel van de reële economie.

Kortom: een toetsing van de uitkomsten van de economische analyse aan die van de monetaire analyse bevestigde de noodzaak van het handhaven van een passende mate van monetaire accommodatie om zonder onnodige vertraging te zorgen voor een terugkeer van de inflatie naar niveaus onder maar dicht bij 2%.

Het monetair beleid is gericht op het handhaven van de prijsstabiliteit op de middellange termijn, en de accommoderende koers ervan ondersteunt de economische bedrijvigheid. Zoals vele malen benadrukt door de Raad van Bestuur, en zoals wederom met kracht herhaald in zowel Europese als internationale beleidsdiscussies, moet, om ten volle de vruchten van onze monetairbeleidsmaatregelen te kunnen plukken, ook op andere beleidsterreinen een veel vastbeslotener bijdrage worden geleverd, zowel op nationaal als Europees niveau. Structureel beleid is van essentieel belang, gezien de aanhoudend hoge structurele werkloosheid en de lage potentiële productiegroei in het eurogebied. Structurele hervormingen zijn nodig in alle landen van het eurogebied, hoewel de specifieke hervormingen verschillen tussen de afzonderlijke landen. In de huidige periode dient de voornaamste aandacht uit te gaan naar maatregelen om de productiviteit te verhogen en het ondernemingsklimaat te verbeteren (waaronder het zorgen voor een toereikende openbare infrastructuur), welke maatregelen van cruciaal belang zijn om de investeringen te doen toenemen en het scheppen van banen te bevorderen. De versterking van huidige investeringsinitiatieven, waaronder de uitbreiding van het Plan-Juncker, en vooruitgang met de kapitaalmarktunie zullen eveneens positief bijdragen aan deze doelstelling. In een klimaat van accommoderend monetair beleid zal de snelle en effectieve tenuitvoerlegging van structurele hervormingen, overeenkomstig de land-specifieke aanbevelingen die recentelijk zijn gepubliceerd door de Europese Commissie, niet alleen leiden tot hogere duurzame economische groei in het eurogebied, maar zal deze tevens het eurogebied beter bestand maken tegen mondiale schokken. Ook het begrotingsbeleid dient het economisch herstel te ondersteunen, maar zich daarbij te houden aan de begrotingsregels van de Europese Unie. De volledige en consistente tenuitvoerlegging van het Stabiliteits- en Groeipact in de loop der tijd en in de verschillende landen is van cruciaal belang om het vertrouwen in het begrotingskader te handhaven. Tegelijkertijd dienen alle landen te streven naar een groeivriendelijker samenstelling van hun begrotingsbeleid.

Wij staan nu tot uw beschikking voor vragen.

Contactpersonen voor de media