Zoekopties
Home Media Explainers Onderzoek & publicaties Statistieken Monetair beleid De euro Betalingsverkeer & markten Werken bij de ECB
Suggesties
Sorteren op
Christine Lagarde
The President of the European Central Bank
Boris Vujčić
Vice-President of the European Central Bank
  • VERKLARING OVER HET MONETAIR BELEID

PERSCONFERENTIE

Christine Lagarde, president van de ECB,
Boris Vujčić, vicepresident van de ECB

Frankfurt am Main, 23 juli 2026

Goedemiddag, de vicepresident en ik heten u welkom bij onze persconferentie.

De Raad van Bestuur heeft vandaag besloten de drie basisrentetarieven van de ECB ongewijzigd te laten. De vooruitzichten voor de energieprijzen zijn weliswaar zeer volatiel, maar liggen op dit moment dicht bij het basisscenario van de door medewerkers van het Eurosysteem samengestelde macro-economische projecties van juni en ruim boven het niveau dat vóór het conflict in het Midden-Oosten werd opgetekend. De onzekerheid blijft groot en het volledige effect van de energieschok op de inflatie moet zich nog uitkristalliseren. We houden daarom de intensiteit en de duur van de schok nauwlettend in de gaten, naast de indirecte en tweederonde-effecten ervan. We committeren ons met het monetair beleid aan stabilisering van de inflatie op onze doelstelling van 2% op middellange termijn.

Met het besluit van vandaag blijven we in een goede positie om de onzekerheid als gevolg van het conflict het hoofd te bieden. We volgen een op data gebaseerde benadering per vergadering om de passende monetairbeleidskoers te bepalen. Onze rentebesluiten zullen in het bijzonder gebaseerd zijn op onze beoordeling van de inflatievooruitzichten en de daarmee gepaard gaande risico’s in het licht van de binnenkomende economische en financiële gegevens, naast de dynamiek van de onderliggende inflatie en de kracht van de monetairbeleidstransmissie. We leggen ons niet bij voorbaat vast op een bepaald rentetraject.

De vandaag genomen besluiten worden uiteengezet in een persbericht op onze website.

Ik zal nu nader ingaan op onze kijk op de ontwikkeling van de economie en de inflatie en vervolgens onze beoordeling van de financiële en monetaire omstandigheden toelichten.

Economische bedrijvigheid

De recente informatie wijst op enige verbetering in de economische bedrijvigheid in het tweede kwartaal, ook al bleef het conflict in het Midden-Oosten een negatieve factor. Enquêtes geven aan dat de bedrijvigheid in de dienstensector zich gedeeltelijk hersteld heeft, nadat deze vlak na de energieschok merkbaar was afgezwakt. De digitale diensten waren robuust, deels dankzij de toenemende bijdrage van AI-gerelateerde bedrijvigheid. De verwerkende industrie bleef het goed doen, mede doordat bedrijven voorraden opbouwden om zich in te dekken tegen risico’s in de toeleveringsketen en door hogere uitgaven voor defensie. De werkloosheid bedroeg in mei 6,2%, dicht bij een historisch laag niveau. Tegelijkertijd neemt het aantal nieuwe vacatures nog steeds af en zowel bedrijven als huishoudens verwachten dat de arbeidsmarkt zwakker blijft dan vóór het conflict.

De toekomstgerichte indicatoren geven aan dat de economische groei op korte termijn bescheiden blijft en gedrukt wordt door de energieschok en daarmee verband houdende onzekerheden. Maar de fundamentele aanjagers van groei op de middellange termijn blijven intact. De particuliere consumptie, investeringen in nieuwe digitale technologieën, de overheidsuitgaven voor defensie en infrastructuur, en enig herstel van de uitvoer zouden allemaal moeten bijdragen aan de totale groeikracht.

De Raad van Bestuur herhaalt zijn oproep om dringend maatregelen te nemen om de economie van het eurogebied te versterken en de overheidsfinanciën gezond te houden. De vereenvoudiging en harmonisering van de regelgeving binnen de gemeenschappelijke markt van de EU, versnelling van de energietransitie en voltooiing van de spaar- en investeringsunie zijn hierbij essentiële bouwstenen. Begrotingsreacties op de energieschok zouden tijdelijk, gericht en passend moeten zijn. Het positieve stemresultaat in het Europees Parlement eerder deze maand betekende een aanzienlijke mijlpaal op weg naar realisatie van de digitale euro. We verwelkomen de gedeelde doelstelling van het Parlement, de EU-Raad en de Commissie om tegen het eind van dit jaar overeenstemming te bereiken over het pakket voor de gemeenschappelijke munt. De digitale euro zal contant geld aanvullen met een digitale variant, een betaalmiddel dat voor elke digitale transactie in het eurogebied kan worden gebruikt.

Inflatie

De inflatie is afgenomen van 3,2% in mei tot 2,8% in juni. De energie-inflatie liep terug tot 8,5%, vergeleken met 10,8% in mei, terwijl de voedselprijsinflatie afnam van 1,9% naar 1,5%. De inflatie exclusief energie en voedingsmiddelen nam af van 2,6% in mei naar 2,4%, waarbij de goedereninflatie daalde van 0,9% naar 0,7% en de diensteninflatie van 3,5% naar 3,2%.

De energieschok blijft doorwerken in hogere prijzen. Het wordt duurder voor bedrijven om inputs te verkrijgen en daarom verwachten ze hun verkoopprijzen te verhogen. Hoewel de ontwikkelingen in de onderliggende inflatie beperkt zijn gebleven, moeten de volledige effecten van de energieschok nog tot uiting komen. De loontracker van de ECB en enquêtes over loonverwachtingen blijven aangeven dat de lonen de komende kwartalen gematigd zullen toenemen. Ook de stijgende arbeidsproductiviteit heeft geholpen de groei van de arbeidskosten per eenheid product te beteugelen. De inflatieverwachtingen voor de kortere termijn staan nog steeds op een verhoogd niveau. De meeste maatstaven voor de inflatieverwachtingen op langere termijn staan op ongeveer 2% en ondersteunen daarmee de stabilisatie van de inflatie rond de doelstelling op middellange termijn.

De energieprijsinflatie is in juni weliswaar afgenomen, maar de stijging sinds de start van het conflict in het Midden-Oosten, samen met het effect op de prijsinflatie van voedsel, goederen en diensten, houdt de inflatie in de eerste helft van 2027 waarschijnlijk ruim boven de doelstelling. Daarna zou de inflatie moeten teruglopen, gezien de verwachte daling van de energieprijzen en de tragere stijging van andere prijzen. Het conflict blijft echter een belangrijke bron van onzekerheid. We volgen daarom nauwlettend de omvang en de duur van de energieprijsstijging, en hoe deze doorwerkt in de vaststelling van prijzen en lonen, de inflatieverwachtingen en de algemene economische ontwikkeling.

Risicobeoordeling

De risico’s voor de groeivooruitzichten zijn neerwaarts gericht. Hoewel het tussen de Verenigde Staten en Iran in juni gesloten memorandum van overeenstemming een eerste poging was om een einde te maken aan het conflict, was er de afgelopen weken weer sprake van verslechteringen en blijft de geopolitieke situatie fragiel. Een nieuwe verstoring van de energievoorzieningen kan de energieprijzen sterker en langer dan momenteel verwacht doen toenemen. Dit zou de reële inkomens, de bestedingen en de investeringen drukken. Een verslechtering van het sentiment op de mondiale financiële markten of een krapper aanbod van krediet kan de vraag temperen. Extra fricties in de internationale handel zouden de aanbodketens ook verder kunnen verstoren, de uitvoer afremmen en de consumptie en de investeringen verzwakken. Andere geopolitieke spanningen, in het bijzonder de ongerechtvaardigde oorlog van Rusland tegen Oekraïne, blijven een belangrijke bron van onzekerheid. De groei kan daarentegen hoger uitvallen als de economie en de energiemarkten zich sneller dan verwacht weten aan te passen aan de verstoring door het conflict in het Midden-Oosten of als er een duurzame oplossing voor het conflict wordt gevonden. Bovendien kunnen de geplande uitgaven voor defensie en infrastructuur, hervormingen voor de verhoging van de productiviteit en de voltooiing van de gemeenschappelijke markt, evenals de invoering van nieuwe technologieën door bedrijven in het eurogebied, de groei meer dan verwacht opdrijven.

De risico’s voor de inflatievooruitzichten zijn opwaarts gericht. De energieschok zou nog intenser kunnen worden en de effecten op andere prijzen en lonen zouden sterker kunnen zijn dan momenteel verwacht. Hoe langer de energieprijzen hoog blijven, hoe waarschijnlijker het is dat ze de ruimere inflatie via indirecte en tweederonde-effecten opdrijven. De huidige handelsspanningen kunnen leiden tot meer versnipperde mondiale aanbodketens, de toevoer van kritieke grondstoffen inperken en de capaciteitsbelemmeringen in de economie van het eurogebied vergroten. Extreme weersomstandigheden – zoals de actuele hittegolven – en meer in het algemeen de zich ontvouwende klimaat- en natuurcrises, kunnen de voedselprijzen meer dan verwacht opdrijven. De inflatie kan daarentegen lager uitvallen als het conflict in het Midden-Oosten duurzaam zou worden opgelost of als de indirecte of tweederonde-effecten minder groot zouden zijn dan voorzien. Een toename van de volatiliteit en risicoaversie op de financiële markten kan de vraag drukken en zo ook de inflatie doen afnemen.

Financiële en monetaire omstandigheden

De algemene financiële omstandigheden zijn sinds onze vorige vergadering iets krapper geworden, in overeenstemming met de stijging van de basisrentetarieven van de ECB. De rentetarieven voor bankleningen aan bedrijven en de kosten van schuldfinanciering via de markt bleven in mei ongewijzigd op respectievelijk 3,6% en 4,0%. De groei op jaarbasis van de kredietverlening van banken aan bedrijven nam toe van 3,4% in april naar 4,0%, maar deze stijging werd ten dele gecompenseerd door de vertraging van de groei bij de uitgifte van bedrijfsobligaties, van 4,5% naar 3,4%. De kredietverleningscriteria voor bedrijfsleningen werden in het tweede kwartaal iets strikter, zoals blijkt uit onze meest recente enquête naar de bancaire kredietverlening voor het eurogebied. De vraag naar bedrijfsleningen nam licht toe door de grotere vraag naar werkkapitaal, maar ook doordat grote bedrijven krediet nodig hadden voor investeringen in vaste activa.

De hypotheekrentes stegen van 3,4% in april tot 3,5% in mei, terwijl de hypothecaire kredietverlening licht toenam tot 3,1%. De kredietverleningscriteria voor hypotheken werden in het tweede kwartaal aangescherpt doordat banken zich meer zorgen maakten over de risico’s waarmee hun klanten geconfronteerd worden en ze minder bereid waren zelf risico’s te nemen. De vraag naar hypotheken nam af door een dalend consumentenvertrouwen en hogere rentetarieven.

Conclusie

De Raad van Bestuur heeft vandaag besloten de drie basisrentetarieven van de ECB ongewijzigd te laten. We committeren ons met het monetair beleid aan stabilisering van de inflatie op onze doelstelling van 2% op middellange termijn. We volgen een op data gebaseerde benadering per vergadering om de passende monetairbeleidskoers te bepalen. Onze rentebesluiten zullen gebaseerd zijn op onze beoordeling van de inflatievooruitzichten en de daarmee gepaard gaande risico’s in het licht van de binnenkomende economische en financiële gegevens, naast de dynamiek van de onderliggende inflatie en de kracht van de monetairbeleidstransmissie. We leggen ons niet bij voorbaat vast op een bepaald rentetraject.

We staan in elk geval klaar om alle instrumenten binnen ons mandaat aan te passen om ervoor te zorgen dat de inflatie zich duurzaam stabiliseert op onze doelstelling op middellange termijn en om de soepele transmissie van het monetair beleid te handhaven.

We zijn nu klaar om uw vragen te beantwoorden.

Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.

CONTACT

Europese Centrale Bank

Directoraat-generaal Communicatie

Reproductie is alleen toegestaan met bronvermelding.

Contactpersonen voor de media