Zoekopties
Home Media Explainers Onderzoek & publicaties Statistieken Monetair beleid De euro Betalingsverkeer & markten Werken bij de ECB
Suggesties
Sorteren op
  • INLEIDENDE VERKLARING

PERSCONFERENTIE

Christine Lagarde, president van de ECB,
Luis de Guindos, vicepresident van de ECB

Frankfurt am Main, 29 oktober 2020

Dames en heren, de vicepresident en ik heten u van harte welkom bij onze persconferentie. We zullen nu verslag doen van de vergadering van de Raad van Bestuur van vandaag, die tevens werd bijgewoond door uitvoerend vicevoorzitter van de Commissie, de heer Dombrovskis.

De heropleving van de besmettingen met het coronavirus (Covid-19) levert wederom uitdagingen op voor de volksgezondheid en de groeivooruitzichten voor het eurogebied en de economieën van de rest van de wereld. De binnenkomende informatie wijst op een sneller dan verwachte vertraging van het economisch herstel in het eurogebied, na een sterke, zij het partiële en ongelijke, opleving van de economische bedrijvigheid in de zomermaanden. De stijging van het aantal Covid-19-gevallen en de hiermee verband houdende versterking van de beheersingsmaatregelen remmen de bedrijvigheid, hetgeen een duidelijke verslechtering van de vooruitzichten op korte termijn impliceert. Waar het herstel van de bedrijvigheid in de verwerkende industrie voortduurt, laat de dienstensector een zichtbare vertraging van de bedrijvigheid optekenen. Ondanks de budgettaire maatregelen ter ondersteuning van huishoudens en bedrijven, zijn consumenten terughoudend in het licht van de pandemie en de gevolgen daarvan voor de werkgelegenheid en hun inkomsten. Bovendien zetten de zwakkere balansen en de toegenomen onzekerheid over de economische vooruitzichten een rem op de bedrijfsinvesteringen. De totale inflatie wordt getemperd door lage energieprijzen en gematigde onderliggende prijsdruk in het licht van zwakke vraag en aanzienlijke onderbenutting op de arbeids- en productenmarkten.

De monetairbeleidsmaatregelen die we sinds begin maart genomen hebben, helpen de gunstige financieringsvoorwaarden voor alle sectoren en rechtsgebieden in het eurogebied in stand te houden. Ze geven aldus cruciale steun om de economische bedrijvigheid te stutten en de prijsstabiliteit op middellange termijn te waarborgen. Tegelijkertijd zal de Raad van Bestuur in het huidige klimaat van duidelijk neerwaarts gerichte risico’s zorgvuldig de binnenkomende informatie analyseren, met inbegrip van het verloop van de pandemie, het vooruitzicht op het lanceren van vaccins en de ontwikkelingen van de wisselkoers. Aan de hand van de nieuwe macro-economische projecties van medewerkers van het Eurosysteem in december zal een grondige herbeoordeling gemaakt kunnen worden van de economische vooruitzichten en de balans van de risico's. Op basis van deze bijgewerkte beoordeling zal de Raad van Bestuur zijn instrumenten zo nodig herkalibreren om op het verloop van de situatie te reageren en om zeker te stellen dat de financieringsvoorwaarden gunstig blijven om het economisch herstel te ondersteunen en de negatieve invloed van de pandemie op het verwachte inflatiebeloop tegen te gaan. Dit zal bevorderen dat de inflatie zich op duurzame wijze ontwikkelt in de richting van de doelstelling, overeenkomstig het belang dat de Raad hecht aan symmetrie.

In de tussentijd hebben we besloten onze accommoderende monetairbeleidskoers te herbevestigen.

We laten de basisrentetarieven van de ECB ongewijzigd. We verwachten dat deze tarieven op hun huidige niveau of lager zullen blijven totdat we hebben vastgesteld dat de inflatieverwachtingen binnen onze projectieperiode krachtig convergeren naar een niveau dat voldoende dicht bij maar onder 2% ligt, en een dergelijke convergentie consequent in de onderliggende inflatiedynamiek tot uitdrukking komt.

We zullen onze aankopen in het kader van het pandemie-noodaankoopprogramma (pandemic emergency purchase programme – PEPP) voortzetten, met een totaalbedrag van € 1.350 miljard. Deze aankopen dragen bij tot de verruiming van de totale monetairbeleidskoers en helpen zo de neerwaartse invloed van de pandemie op het verwachte inflatiebeloop te compenseren. De aankopen worden voortgezet op een flexibele manier met betrekking tot de spreiding in de tijd, over de verschillende activacategorieën en over de verschillende rechtsgebieden. Hierdoor kunnen we risico's voor de soepele transmissie van het monetair beleid doeltreffend afwenden. We zullen de nettoaankopen van activa krachtens het PEPP ten minste tot eind juni 2021 uitvoeren en in ieder geval totdat de Raad van Bestuur van oordeel is dat de crisisfase van het coronavirus voorbij is. We zullen de aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het PEPP en die de vervaldatum hebben bereikt, ten minste tot het einde van 2022 herinvesteren. De toekomstige uitfasering van de PEPP-portefeuille wordt in ieder geval zo gestuurd dat de passende monetairbeleidskoers niet gehinderd wordt.

De nettoaankopen krachtens ons programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme – APP) worden voortgezet voor een maandelijks bedrag van € 20 miljard, samen met de aankopen in verband met het extra tijdelijke pakket van € 120 miljard tot het einde van het jaar. We verwachten nog steeds de maandelijkse nettoaankopen van activa in het kader van het APP voort te zetten zo lang als noodzakelijk is om de accommoderende invloed van de beleidstarieven te versterken, en ze te beëindigen kort voordat we aanvangen met de verhoging van de basisrentetarieven van de ECB. We zijn voornemens de aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het APP en die de vervaldatum hebben bereikt, volledig te blijven herinvesteren, en wel voor geruime tijd voorbij het moment waarop we beginnen de basisrentetarieven van de ECB te verhogen, en in ieder geval zo lang als noodzakelijk is om gunstige liquiditeitscondities en een ruime mate van monetaire accommodatie te handhaven.

We zullen ook omvangrijke liquiditeit blijven verstrekken via onze herfinancieringstransacties. Met name onze derde reeks van gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (TLTRO-III) blijft een aantrekkelijke financieringsbron voor banken en geeft steun aan de bancaire kredietverlening aan bedrijven en huishoudens.

Staat u mij nu toe onze beoordeling nader toe te lichten, te beginnen met de economische analyse. Het reële bbp van het eurogebied is in het tweede kwartaal van 2020 met 11,8% (kwartaal-op-kwartaal) gekrompen. Na een dieptepunt in april 2020 is de economie van het eurogebied in het derde kwartaal sterk opgeveerd, waarbij ongeveer de helft van de krimp van de eerste jaarhelft is goedgemaakt. De aanzienlijke stijging van het aantal coronabesmettingen en de daarmee gepaard gaande versterking van de beheersingsmaatregelen sinds de zomer hebben een duidelijk ongunstig effect op de kortetermijnvooruitzichten. Recente harde gegevens, enquêteresultaten en hoogfrequente indicatoren wijzen op een aanzienlijke verzwakking van de economische bedrijvigheid in het laatste kwartaal van het jaar. Bovendien blijven de economische ontwikkelingen uiteenlopen tussen de sectoren. Met name de bedrijvigheid in de dienstensector vertraagt opnieuw, aangezien deze sector het sterkst door de nieuwe beperkingen op sociale activiteiten en mobiliteit wordt getroffen. Hoewel het herstel van de arbeidsmarkt, de consumptie en de investeringen waarschijnlijk zal worden getemperd door de onzekerheid over de ontwikkeling van de pandemie, moet de economie van het eurogebied steun blijven ondervinden van de gunstige financieringsvoorwaarden en een expansieve begrotingskoers.

Al met al zijn de risico's rond de groeivooruitzichten voor het eurogebied duidelijk van neerwaartse aard. Dat weerspiegelt grotendeels de recente heropleving van het aantal coronabesmettingen, de daarmee gepaard gaande versterking van de beheersingsmaatregelen en een uiterst onzeker toekomstig verloop van de pandemie en de effecten daarvan op het economisch en financieel klimaat.

De twaalfmaands inflatie van het eurogebied daalde van -0,2% in augustus tot -0,3% in september, onder invloed van het verloop van de prijzen voor energie, industriële goederen exclusief energie en diensten. Op basis van de ontwikkeling van de olieprijzen, en rekening houdend met de tijdelijke verlaging van de Duitse btw, zal de totale inflatie waarschijnlijk tot begin 2021 negatief blijven. Op korte termijn blijft de prijsdruk bovendien gematigd door de zwakke vraag, met name in de toeristische en in de reissector, evenals door de geringere loondruk en de waardestijging van de euro. Wanneer het effect van de pandemie afneemt, zal het herstel van de vraag, geschraagd door het accommoderende budgettaire en monetaire beleid, op middellange termijn opwaartse druk op de inflatie uitoefenen. De marktindicatoren en de op enquêtes gebaseerde maatstaven voor de inflatieverwachtingen op langere termijn blijven vrijwel onveranderd op een laag peil.

Wat de monetaire analyse betreft: de groei van het ruime monetaire aggregaat (M3) is gestegen van 9,5% in augustus 2020 tot 10,4% in september, en blijft daarmee duidelijk boven het peil van vóór de coronapandemie. De sterke groei van de geldhoeveelheid hangt nog steeds samen met de binnenlandse kredietgroei en de lopende activa-aankopen door het Eurosysteem, evenals met voorzorgsoverwegingen die resulteren in een verhoogde voorkeur van de geldaanhoudende sector voor liquiditeiten. Tegen die achtergrond blijft het eng gedefinieerde monetaire aggregaat M1, dat de meest liquide vormen van geld omvat, de grootste bijdrage leveren aan de groei van het ruime monetaire aggregaat.

De ontwikkelingen in de leningen aan de private sector droegen opnieuw het stempel van de effecten van de coronapandemie op de economische bedrijvigheid. Na sterke stijgingen in de eerste maanden van de pandemie is de groei op jaarbasis van de leningen aan niet-financiële ondernemingen stabiel gebleven op 7,1% in september, evenveel als in augustus. Dit verhult evenwel een matiging van de recente maandelijkse kredietstromen. Het groeitempo op jaarbasis van de kredieten aan huishoudens is licht toegenomen tot 3,1% in september, tegen 3,0% in augustus. De groei van de kredietverlening aan de private sector blijft gestimuleerd worden door de historisch lage bancaire rentetarieven.

Volgens onze enquête naar de bancaire kredietverlening voor het derde kwartaal van 2020 zijn de kredietvoorwaarden voor ondernemingen aangescherpt. Hoewel de banken te kennen gaven dat hun financieringsvoorwaarden en balanssituatie gunstig blijven, kan de hogere risico-inschatting hun houding inzake kredietverlening beïnvloeden. De bevraagde banken maakten gewag van een gedaalde vraag van ondernemingen naar kredieten in het derde kwartaal, als gevolg van een afnemende behoefte aan noodliquiditeit en zwakkere bedrijfsinvesteringen. De enquête wijst uit dat de nettovraag van huishoudens naar leningen in het derde kwartaal is toegenomen, maar geeft ook aan dat de banken van plan zijn de kredietvoorwaarden voor huishoudens aan te scherpen.

Al met al blijven onze beleidsmaatregelen, samen met de maatregelen van de nationale overheden en de Europese instellingen van cruciaal belang om de toegang tot financiering te ondersteunen, ook voor de partijen die het sterkst door de gevolgen van de coronapandemie zijn getroffen.

Kortom: een toetsing van de uitkomsten van de economische analyse aan de signalen uit de monetaire analyse bevestigde dat een ruime mate van monetaire accommodatie noodzakelijk is voor de ondersteuning van de economische bedrijvigheid en de krachtige convergentie van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2% op middellange termijn.

Wat het begrotingsbeleid betreft, blijft een ambitieuze en gecoördineerde begrotingskoers van cruciaal belang, gezien de sterke krimp van de economie van het eurogebied en de daling van de particuliere vraag. Hoewel de begrotingsmaatregelen als antwoord op de pandemie zoveel mogelijk gericht en tijdelijk van aard moeten zijn, blijft ondersteuning via nationaal begrotingsbeleid geboden, in het licht van de zwakke vraag van ondernemingen en huishoudens en het verhoogde risico van een trager herstel. De drie door de Europese Raad bekrachtigde vangnetten voor werkenden, bedrijven en staten geven in dit verband belangrijke financieringssteun.

De Raad van Bestuur wijst op de cruciale rol van het Next Generation EU-herstelplan en benadrukt dat het belangrijk is dat dit plan onverwijld operationeel wordt. Indien de middelen worden ingezet voor productieve overheidsuitgaven en gepaard gaan met structureel beleid ter verhoging van de productiviteit, zal Next Generation EU bijdragen aan een sneller, sterker en eenvormiger herstel, de economische weerbaarheid en het groeipotentieel van de economieën van de lidstaten vergroten en zo de doeltreffendheid van het monetair beleid in het eurogebied ondersteunen. Dit structureel beleid is van zeer groot belang om reeds lang bestaande structurele en institutionele zwakheden aan te pakken en de groene en digitale transitie te versnellen.

We zijn nu klaar om uw vragen te beantwoorden.

Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.