Menu

PERSBERICHT

ECB-verslag over vorderingen van EU-landen met de invoering van de euro

10 juni 2020

  • Tweejaarlijks verslag over vorderingen van EU-lidstaten buiten het eurogebied
  • Dankzij de krachtige economische bedrijvigheid vóór de pandemie hebben de meeste landen vooruitgang geboekt met de aanpak van budgettaire onevenwichtigheden
  • De beleidstoezeggingen van Bulgarije en Kroatië zijn belangrijke stappen in de richting van ERM II-lidmaatschap in de nabije toekomst

Sinds 2018 hebben EU-landen buiten het eurogebied in uiteenlopende mate vooruitgang geboekt inzake economische convergentie met het eurogebied. Belangrijke stappen zijn gezet om de budgettaire onevenwichtigheden aan te pakken. Tot die conclusies komt het convergentieverslag van de Europese Centrale Bank (ECB) van juni 2020. In dit tweejaarlijks verslag wordt de vooruitgang van momenteel zeven EU-landen buiten het eurogebied naar de invoering van de euro besproken.

Bulgarije en Kroatië hebben een aantal toezeggingen gedaan op beleidsterreinen die van bijzonder belang zijn voor een soepele deelname aan het ERM II. Gelet op de afsluitingsdata voor de economische analyse in dit verslag, kan de impact van de coronapandemie (Covid-19) op het convergentietraject pas in het volgende verslag, dat in 2022 verschijnt, volledig worden beoordeeld.

Met betrekking tot het prijsstabiliteitscriterium is de situatie in de onderzochte landen verslechterd in vergelijking met die in het voorgaande convergentieverslag. In Bulgarije, Polen, Roemenië, Tsjechië en Hongarije lag het inflatiecijfer ruim boven de referentiewaarde van 1,8%, terwijl het in Zweden onder en in Kroatië ruim onder de referentiewaarde lag. De verwachting is dat de inflatie in de meeste onderzochte landen de komende jaren daalt. Naar verwachting wordt de deflatoire druk in 2020 gevoed door de sterke daling van de olieprijs.

In 2019 bleef het begrotingssaldo van de overheid in alle onderzochte landen, op één na, onder de referentiewaarde van 3%. In april 2020 is een procedure bij buitensporige tekorten met betrekking tot Roemenië gestart. Hoewel de schuldquotes van Kroatië en Hongarije boven de drempelwaarde van 60% van het bbp liggen, lieten ze tot eind 2019 een dalend beloop zien. Verwacht wordt dat zowel het tekort als de schuldquote in alle zeven onderzochte landen zal toenemen als gevolg van de aanzienlijke vertraging van de economische bedrijvigheid, in combinatie met de begrotingsmaatregelen als antwoord op de pandemie.

Geen van de onderzochte landen neemt momenteel deel aan het ERM II, maar Bulgarije en Kroatië hebben respectievelijk in 2018 en 2019 een aanvraag tot toetreding ingediend. Met hun beleidstoezeggingen hebben beide landen belangrijke stappen gezet in de richting van toetreding tot het mechanisme in de nabije toekomst. In de referentieperiode voor het onderzoek van de convergentie bleef de Bulgaarse lev in het kader van een currency board-stelsel vastgesteld op 1,95583 lev per euro. De Kroatische kuna werd verhandeld op basis van een wisselkoersstelsel met een beheerst zwevende wisselkoers. De koers van de kuna vertoonde een geringe mate van volatiliteit ten opzichte van de euro. De meeste andere onderzochte valuta's werden verhandeld in het kader van flexibele wisselkoersstelsels en vertoonden een zeer grote mate van volatiliteit, vooral tijdens de onrust op de financiële markten in maart 2020.

Met betrekking tot de convergentie van de lange rente liet slechts een van de zeven onderzochte landen – Roemenië – een lange rente optekenen boven de referentiewaarde van 2,9%. In Bulgarije en Zweden was de lange rente het laagst.

De sterkte van het institutioneel bestel blijft een andere belangrijke factor voor de duurzaamheid van de convergentie. Met uitzondering van Zweden is de kwaliteit van de instellingen en het bestuur in de onderzochte landen vrij zwak, vooral in Bulgarije, Roemenië, Kroatië en Hongarije.

In geen enkel onderzocht land voldoet het juridisch kader al volledig aan alle vereisten voor de overgang op de euro.

De media kunnen met hun vragen terecht bij Eszter Miltényi-Torstensson, tel. +49 69 1344 8034.

Toelichting

  • In het convergentieverslag van de ECB wordt de economische en juridische convergentie van de EU-lidstaten buiten het eurogebied onderzocht. Dat gebeurt om de twee jaar, of op verzoek van een specifiek land. Naast het onderzoek naar de mate van duurzame economische convergentie met het eurogebied, wordt nagegaan of de nationale wetgeving verenigbaar is met het juridisch kader van de EU en of voldaan is aan de wettelijke vereisten voor de desbetreffende nationale centrale bank (NCB). Gelet op de vrijstellingsbepaling (opt-out) voor Denemarken, wordt het land niet opgenomen in de beoordeling, tenzij het daarom verzoekt.
  • De afsluitingsdatum voor de statistieken in dit convergentieverslag was 7 mei 2020. De referentieperiode voor de criteria betreffende prijsstabiliteit en lange rente loopt van april 2019 tot maart 2020. Voor de wisselkoersen is die referentieperiode 1 april 2018 tot en met 31 maart 2020. De historische gegevens voor de begrotingssituatie hebben betrekking op de periode tot en met 2019. Voorspellingen zijn gebaseerd op de economische voorjaarsprognose 2020 van de Europese Commissie en de recentste convergentieprogramma’s van de betrokken landen, evenals op andere informatie die relevant is voor een toekomstgerichte beschouwing van de duurzaamheid van de convergentie.
  • Sinds november 2014 heeft elk land dat is toegetreden tot het eurogebied zich ook aangesloten bij het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (SSM) en de andere componenten van de bankenunie. De bankenstelsels van de desbetreffende landen worden onderworpen aan een alomvattende beoordeling door de ECB. Bulgarije en Kroatië hebben een aanvraag ingediend om op het gebied van toezicht nauw met de ECB samen te werken. De alomvattende beoordeling van hun bankenstelsels werd afgerond op 26 juli 2019 (Bulgarije) en 5 juni 2020 (Kroatië).

Research & Publications

European Commission

Contactpersonen voor de media