Toespraak bij de officiële opening van het nieuwe ECB-gebouw

Door Mario Draghi, President van de ECB
Frankfurt am Main, 18 maart 2015

Samenvatting

Het nieuwe hoofdkantoor van de ECB is een symbool van het beste wat we in Europa samen kunnen bereiken. Maar het herinnert ons er ook aan waarom we nooit meer het risico mogen lopen uit elkaar te drijven.

De crisis vormt een test voor de Europese eenheid. Sommige mensen, zoals veel van de demonstranten die vandaag buiten protesteren, vinden dat het probleem is dat Europa te weinig doet, terwijl anderen, zoals de populistische partijen die we overal in Europa zien opkomen, juist vinden dat Europa te veel doet.

Het antwoord is niet om de integratie terug te draaien, en ook niet om vast te houden aan een onhoudbare visie op waar die integratie toe zou moeten leiden. Wat we nodig hebben, is ambitie in onze doelen en pragmatisme in ons handelen. We moeten de economie van de integratie, die over efficiëntie gaat, verzoenen met de politiek van de integratie, die over gerechtigheid gaat. Onderwijs en opleiding moeten evenzeer onderdeel van de hervormingsagenda zijn als de flexibilisering van markten en het terugdringen van administratieve lasten.

En hoe meer de besluitvorming over het economisch beleid naar het Europees niveau wordt verplaatst, hoe meer de democratie zal moeten meebewegen. Daarom moeten we de kanalen voor echte democratische legitimiteit in Europa, zoals het Europees Parlement, verder versterken. Door enige formele soevereiniteit op te geven, zullen de burgers aan effectieve soevereiniteit winnen. Ze zullen instellingen met verantwoordelijkheden voor het hele eurogebied in staat stellen om de dringende problemen met werkgelegenheid en groei aan te pakken. En zo kan hun stem feitelijk meer verschil maken voor hun eigen leven dan ze nu doet.

***

Vicepremier Al-Wazir,

Burgemeester Feldmann,

Voormalig President van de ECB, beste Jean-Claude Trichet,

Collega- en voormalige leden van de Raad van Bestuur,

Oud-burgemeester mevrouw Roth,

Mijnheer Von Metzler, ereburger van Frankfurt am Main,

Mijnheer Korn, hoofd van de Joodse gemeenschap,

Mijnheer Elsässer, erfgenaam van de architect van de Grossmarkthalle,

Mijnheer Prix, de befaamde architect van ons nieuwe huis,

Dames en heren,

Het is met groot genoegen dat ik u allen vandaag welkom heet bij de officiële opening van het nieuwe hoofdkantoor van de Europese Centrale Bank.

De bouw van ons nieuwe huis is een project dat zo oud is als de ECB zelf. Het begon in 1998 met de zoektocht naar een geschikte locatie. In 2001 vonden we deze plek hier bij de Grossmarkthalle. Een jaar later werd een internationale prijsvraag uitgeschreven voor het beste architectonische ontwerp, die uiteindelijk werd gewonnen door Wolf Prix en zijn team. En in mei 2010 werd de eerste steen gelegd en werd begonnen met de feitelijke bouwwerkzaamheden. Een groot aantal mensen, enkele van hen zijn hier vandaag aanwezig, hebben in deze periode onvermoeibaar gewerkt om dit project te verwezenlijken. Ik wil iedereen die daar bij betrokken is geweest bedanken voor hun geweldige werk.

De euro, onze gemeenschappelijke munt, is het meest tastbare symbool van de Europese integratie geworden – een stukje Europa dat voor ieder van ons beschikbaar en van waarde is. Dit gebouw zal ongetwijfeld bekend worden als het “huis van de euro”. Het vormt een solide fundament voor de uitvoering van het mandaat van de ECB om prijsstabiliteit te handhaven voor alle burgers van het eurogebied.

In die zin is het gebouw een symbool van het beste wat we in Europa samen kunnen bereiken. Maar het herinnert ons er ook aan waarom we nooit meer het risico mogen lopen om uit elkaar te drijven.

We staan hier vandaag op de plek van de voormalige Grossmarkthalle, de groothandelsmarkt voor groenten en fruit van Frankfurt, een functioneel gebouw uit de jaren twintig, destijds uiterst modern, dat grotendeels is behouden en is opgenomen in het nieuwe gebouw. Tussen 1941 en 1945 werden hiervandaan meer dan 10 000 Joden uit Frankfurt en omgeving naar de concentratiekampen gedeporteerd. Om ons en degenen die na ons komen te herinneren aan daden die nooit kunnen en mogen worden vergeten, is aan de oostzijde van het gebouw een gedenkplaats gecreëerd.

Een geïntegreerd, democratisch en vreedzaam Europa, dat is een van de belangrijkste lessen die uit dit zwarte hoofdstuk van de geschiedenis zijn getrokken. Sinds die tijd hebben we een lange weg afgelegd – maar niets van wat we hebben bereikt mag als vanzelfsprekend worden beschouwd.

De Europese eenheid staat onder druk. Voor veel mensen is dit een bijzonder moeilijke tijd. Uit een recente Eurobarometer-enquête, waarin werd onderzocht hoe huishoudens in verschillende lidstaten omgaan met de crisis, bleek dat alle respondenten achteruit waren gegaan in inkomen, en bijna iedereen verklaarde dat het leven sinds het begin van de crisis zwaarder was geworden.

Als EU-instelling die gedurende de hele crisis een centrale rol heeft gespeeld, is de ECB een mikpunt geworden voor mensen die gefrustreerd zijn geraakt door deze situatie. Dat is weliswaar niet terecht – ons optreden is er juist op gericht om schokken voor de economie te dempen – maar als de centrale bank van het hele eurogebied moeten we goed luisteren naar wat al onze burgers te zeggen hebben.

Er zijn mensen, zoals veel van de demonstranten die vandaag buiten protesteren, die vinden dat het probleem is dat Europa te weinig doet. Zij willen meer integratie in Europa en meer financiële solidariteit tussen de lidstaten.

Anderen, zoals de populistische partijen die we overal in Europa zien opkomen, vinden juist dat Europa te veel doet. Hun antwoord is om onze economieën weer te nationaliseren en de economische soevereiniteit van hun landen te herstellen.

Ik begrijp de motieven achter deze zienswijzen, en waarom mensen verandering willen. Maar geen van beide zienswijzen biedt een echte oplossing voor de situatie waarin we ons momenteel bevinden.

Solidariteit is een kernelement van de Europese integratie, en het is goed dat landen elkaar tijdens de crisis hebben gesteund. Maar het eurogebied is geen politieke unie van het type waarin sommige landen permanent voor andere landen betalen.

Het idee is altijd geweest dat de lidstaten op eigen benen moesten staan – dat elke lidstaat verantwoordelijk is voor zijn eigen beleid. Het feit dat enkele lidstaten een moeilijke periode van aanpassingen moeten doormaken was in de allereerste plaats een gevolg van hun besluiten uit het verleden.

Dat neemt niet weg dat op eigen benen staan niet hetzelfde is als alleen staan. Ook hernationalisatie van onze economieën is niet het antwoord.

Dat zou niets veranderen aan de fundamentele economische realiteit van de meeste Europese landen – dat we vergrijzende samenlevingen zijn die voornamelijk moeten groeien door de productiviteit te verhogen. Ook zou het niet tot meer economische zekerheid voor de Europese burgers leiden. Er is geen land ter wereld dat welvarend is en tegelijkertijd is afgeschermd van de globalisering.

De vorming van de interne markt werd geïnitieerd juist omdat de Europese economieën, als ze afzonderlijk zouden blijven functioneren, onvoldoende banen konden scheppen in een in toenemende mate open wereld. En dat proces leidde op zijn beurt tot de monetaire unie, omdat landen zich realiseerden – zoals de crisis in het Europees Wisselkoersmechanisme aan het begin van de jaren negentig had laten zien – dat ze niet gedeeltelijk konden integreren en tegelijkertijd volledig de vruchten van die integratie plukken. De financiële en de staatsschuldencrisis van na 2008 hebben die waarheid slechts bevestigd.

De integratie terugdraaien is dus niet het antwoord. Vasthouden aan een onhoudbare visie op waar de integratie toe zou moeten leiden, is dat evenmin. Het antwoord is wél dat we onze monetaire unie voltooien waar deze kan en moet worden voltooid. Wat we nodig hebben is ambitie in onze doelen en pragmatisme in ons handelen.

Met de solidariteits- en stabiliteitsmechanismen die tijdens de crisis zijn ingesteld, hebben we al laten zien hoe dit kan worden bereikt. Ook de vorming van de Bankenunie is een buitengewone prestatie. Nu moeten we vooruitgang boeken op andere gebieden die nog niet voltooid zijn, en dan doel ik met name op economische en institutionele convergentie.

Daarbij onderken ik wel degelijk dat we de vraagstukken waar de Unie voor staat niet alleen met een economische blik kunnen bekijken. Hoewel economische integratie over het geheel genomen voor meer banen en meer groei zorgt, kan dit de problemen die ten grondslag liggen aan de onvrede over de euro en de EU niet volledig wegnemen. Er is ook het verdelingsvraagstuk: wie wint en wie verliest er bij dit proces?

Zo zou een hogere arbeidsmobiliteit tussen landen de werkloosheid kunnen doen afnemen, maar ook de angst voor immigratie kunnen aanwakkeren en onzekerheid kunnen creëren voor laaggeschoolde werknemers. Het openstellen van een tot dan toe beschermde sector zou de kosten voor consumenten kunnen verlagen, maar ook kunnen leiden tot een onzekere toekomst voor burgers die in die sector werkzaam zijn.

Als we blijvend vertrouwen in onze Unie willen kweken, moeten we actie ondernemen om deze spanning te verminderen – door de economie van de integratie, die over efficiëntie gaat, te verzoenen met de politiek van de integratie, die over gerechtigheid gaat.

Dit is een complex vraagstuk, maar de oplossing kan worden samengevat in één woord: vaardigheden.

Theoretisch en empirisch onderzoek wijst erop dat de recente technologische veranderingen zijn gebaseerd op vaardigheden. Met andere woorden: de productietechnnologie heeft een verschuiving doorgemaakt ten gunste van geschoolde arbeid en ten nadele van ongeschoolde arbeid doordat de relatieve productiviteit van geschoolde arbeid is gestegen, en daarmee de vraag ernaar.

Werknemers met de juiste vaardigheden toerusten maakt de economie efficiënter en creëert nieuwe werkgelegenheid. Maar het maakt de economie ook rechtvaardiger, omdat zo veel mogelijk burgers in staat worden gesteld aan deze mogelijkheden deel te hebben. Om die reden moeten onderwijs en opleiding evenzeer onderdeel van de hervormingsagenda zijn als flexibilisering van markten en het terugdringen van administratieve lasten.

Maar de economie en de politiek van de integratie moeten ook op een andere manier met elkaar worden verzoend. Hoe meer de besluitvorming over het economisch beleid naar het Europees niveau wordt verplaatst, hoe meer de democratie zal moeten meebewegen.

Niet alleen omdat democratie een kernwaarde van de EU is, maar ook omdat beleidsvorming zonder adequate vertegenwoordiging en verantwoording niet werkt. Daarom moeten we zowel onze economische unie als onze politieke unie verdiepen. En dat betekent versterking van de kanalen voor echte democratische legitimiteit in Europa, zoals het Europees Parlement.

De Europese democratie zal onvermijdelijk anders zijn. In elke lidstaat zullen kiezers in eerste instantie mogelijk bang zijn dat ze minder invloed op besluiten hebben dan nu het geval is. Maar het is mijn overtuiging, en dat is zeker wat is er gebeurd is bij het monetair beleid, dat door enige formele soevereiniteit op te geven, de burgers aan effectieve soevereiniteit zullen winnen.

Ze zullen instellingen met verantwoordelijkheden voor het hele eurogebied in staat stellen om de dringende problemen met werkgelegenheid en groei aan te pakken – waardoor hun stem feitelijk meer verschil kan maken voor hun eigen leven dan ze nu doet.

Ik heb er alle vertrouwen in dat we op deze manier de mensen die zich buitengesloten voelen, waaronder veel van de demonstranten die zich deze week in Frankfurt hebben verzameld, kunnen verzoenen met een integratieproces waarvan drie generaties Europeanen al zo sterk van hebben geprofiteerd.

Ik sluit af.

Dit gebouw strekt tot eer van iedereen die heeft meegewerkt aan de totstandkoming ervan. Het is een baken voor de stad Frankfurt. En het voorziet de ECB van een indrukwekkend nieuw onderkomen van waaruit ze haar mandaat kan uitvoeren.

Maar het is ook een krachtig symbool van waar de Europese integratie voor staat. Het herinnert ons zowel aan waar we vandaan komen als hoe ver we zijn gekomen. Van de verschrikkelijke dingen die kunnen gebeuren als we elkaar loslaten, en van de enorme stappen vooruit die we kunnen zetten wanneer we samenwerken.

Laten we daarom niet ongedaan maken wat we hebben bereikt. Laten we niet hunkeren naar het verleden. Laten we van het verleden leren om ons in het heden te verenigen – om te werken aan een voltooide Unie die kan zorgen voor de stabiliteit en welvaart die we nodig hebben.

Wij als centrale bank zullen aan dit proces onze bijdrage leveren door te zorgen voor de integriteit van onze gemeenschappelijke munt. Ons gedeelde geld is het meest tastbare teken van het vertrouwen dat we in elkaar stellen. Zoals de eerste President van de ECB, Wim Duisenberg, het meer dan 16 jaar geleden zei bij de invoering van de euro:

“Een munt is veel meer dan alleen een ruilmiddel (...) Een munt maakt deel uit van de identiteit van mensen. Een munt weerspiegelt wat ze gemeen hebben, nu en in de toekomst.”

Ik dank u voor uw aandacht.

Contactpersonen voor de media