European Central Bank - eurosystem
Zoekopties
Home Media Explainers Onderzoek & publicaties Statistieken Monetair beleid De euro Betalingsverkeer & markten Werken bij de ECB
Suggesties
Sorteren op


Waarom is de inflatie momenteel zo hoog?

16 november 2021

U hebt het wellicht gemerkt: tanken, naar de bakker gaan en boodschappen doen zijn de laatste tijd duurder geworden. Sommige dingen zijn goedkoper dan vorig jaar, maar algemeen gesproken betalen we meer voor wat we kopen. Dit noemen we inflatie.

Waarom stijgen de prijzen sneller dan vroeger?

De inflatie is jarenlang zeer laag geweest, maar heeft in augustus, september en oktober 2021 het hoogste niveau in 13 jaar bereikt. Dat heeft te maken met drie belangrijke redenen: onze economie heropent snel, hogere energieprijzen drijven de inflatie op en het ‘basiseffect’, zoals statistici het noemen.

Onze economie heropent snel

Onze economie heropent snel en steeds meer beperkingen worden opgeheven. Mensen reizen weer en gaan opnieuw naar restaurants. Ze kopen meer en besteden een deel van het geld dat ze niet konden uitgeven tijdens de lockdowns. Wanneer een economie groeit, vinden bedrijven het gemakkelijker om prijzen te verhogen zonder klanten te verliezen. Dit is wat we vandaag zien. Na verloop van tijd zullen de mensen de tijdens de pandemie uitgestelde aankopen van goederen en diensten echter hebben ingehaald.

Maar niet alles gaat even snel. Bedrijven hebben het moeilijk om de snel stijgende vraag bij te houden, aangezien de door de pandemie zwaar gehavende toeleveringsketens moeten worden hersteld. Door problemen zoals een tekort aan zeecontainers is het moeilijker en duurder geworden om goederen te vervoeren. Hoe langer die moeilijkheden aanhouden, des te waarschijnlijker wordt het dat bedrijven deze kosten via hogere prijzen aan hun klanten doorberekenen.

Voorts heeft de pandemie de manier waarop we leven en werken veranderd, en dus ook wat we nodig hebben. Van bepaalde producten, zoals elektronica en woonartikelen, kopen consumenten meer dan de bedrijven die ze verkopen hadden voorzien. Belangrijke onderdelen zoals halfgeleiders zijn plotseling moeilijk te krijgen. Wanneer bedrijven het tempo waarin mensen dingen willen kopen niet kunnen bijhouden, stijgen de prijzen. Dit is wat economen de ‘wet van vraag en aanbod’ noemen.

Het zal enige tijd duren, maar deze onevenwichtigheid tussen vraag en aanbod zal geleidelijk verdwijnen, naarmate bedrijven meer microchips produceren en nieuwe schepen bouwen.

Hogere energieprijzen drijven de inflatie op

Olie, gas en elektriciteit zijn overal in de wereld duurder geworden. Veel factoren beïnvloeden de energieprijzen: door minder wind stonden de windmolens in het Verenigd Koninkrijk stil, droogte in Brazilië leidde tot minder stroom van dammen en door de koude winter van vorig jaar zijn de olie- en gasreserves kleiner geworden. Samen met de groeiende vraag heeft dit de prijzen snel doen stijgen. Omdat energie een groot deel van de kosten voor mensen en bedrijven uitmaakt, is de prijs van olie, gas en elektriciteit van groot belang voor de totale inflatie: de helft van de recente inflatiestijging is toe te schrijven aan hogere energieprijzen. Omdat zoveel factoren een rol spelen, is het niet ongebruikelijk dat energieprijzen veel op en neer gaan.

De inflatie is vandaag hoog omdat ze vorig jaar zo laag was

Om de inflatie te meten, vergelijken we hoe de prijzen van jaar tot jaar veranderen. Op het hoogtepunt van de pandemie vorig jaar waren de prijzen uitzonderlijk laag, onder meer als gevolg van een verlaging van de Duitse omzetbelasting. Als we de hogere prijzen van vandaag met die zeer lage niveaus vergelijken, lijken de verschillen dus groot. Dat noemen we het basiseffect, en het zal vrij snel verdwijnen.

Wat gebeurt er volgend jaar met de inflatie?

We verwachten dat de inflatie in de loop van 2022 afneemt. Het aanbod zal de vraag geleidelijk bijbenen, markten verwachten dat de energieprijzen volgend jaar gaan dalen en de basiseffecten zullen uit de jaar-op-jaarvergelijking voor het meten van de inflatie verdwijnen.

Omdat een dergelijke pandemie in de moderne tijd nog niet eerder is voorgekomen, kan ook het herstel echter anders verlopen. Het kan langer duren om de enorme verstoringen van de toeleveringsketens te herstellen. De energieprijzen kunnen blijven stijgen, mede als gevolg van de groene transitie.

We houden ook de lonen nauwlettend in de gaten omdat prijzen en lonen elkaar beïnvloeden. Werknemers en vakbonden vragen momenteel loonsverhogingen om de hogere kosten van levensonderhoud te compenseren. Dat is normaal. Maar als de lonen blijven stijgen, kunnen bedrijven hun hogere kosten compenseren door de prijzen te verhogen. Als mensen en bedrijven gaan verwachten dat de hogere inflatie aanhoudt, kan de inflatie ook daadwerkelijk stijgen. Economen noemen dit een ‘tweederonde-effect’. Tot dusver hebben we echter nog geen grote loonstijging gezien.

Wat kan de ECB hieraan doen?

Wij zijn ervan overtuigd dat de inflatie in de loop van 2022 zal afnemen. Omdat monetair beleid met enige vertraging werkt, helpt het niet tegen kortstondige prijsstijgingen. Lenen duurder maken terwijl hogere energie- en brandstofrekeningen het inkomen van mensen en de winsten van bedrijven drukken, zou een ongewenste domper zetten op het herstel. 

En hogere rentevoeten veranderen niets aan de onevenwichtigheid tussen aanbod en vraag, energieprijzen en basiseffecten, de factoren die de prijzen momenteel opdrijven: ze maken niet meer verzendcontainers beschikbaar, noch stimuleren ze het aanbod van halfgeleiders en brandstof. Maar monetair beleid kan ervoor zorgen dat de prijzen niet voortdurend zo snel stijgen. Daarom houden we de inflatievooruitzichten voor de komende jaren nauwlettend in het oog.

Onze doelstelling bij de ECB is om de prijzen stabiel te houden, wat betekent dat we streven naar een inflatiedoelstelling van 2 % op middellange termijn. Dat komt de mensen in het eurogebied ten goede: stabiele prijzen zorgen voor vertrouwen in de waarde van ons geld en voor economische groei en banen.

Bereken uw eigen inflatie