Zoekopties
Home Media Explainers Onderzoek & publicaties Statistieken Monetair beleid De euro Betalingsverkeer & markten Werken bij de ECB
Suggesties
Sorteren op
  • INLEIDENDE VERKLARING

PERSCONFERENTIE

Christine Lagarde, president van de ECB,
Luis de Guindos, vicepresident van de ECB,
Frankfurt am Main, 10 september 2020

Dames en heren, de vicepresident en ik heten u van harte welkom bij onze persconferentie. We zullen nu verslag doen van de vergadering van de Raad van Bestuur van vandaag, die tevens werd bijgewoond door uitvoerend vicevoorzitter van de Commissie, de heer Dombrovskis.

De nieuwe gegevens sinds onze vorige monetairbeleidsvergadering in juli wijzen op een sterke opleving in de bedrijvigheid, grotendeels in lijn met eerdere verwachtingen. Het peil van de bedrijvigheid blijft echter ruimschoots onder het niveau van vóór de coronapandemie (Covid-19). Terwijl de bedrijvigheid in de verwerkende industrie is blijven verbeteren, is de dynamiek in de dienstensector de jongste tijd enigszins vertraagd. De kracht van het herstel, die sterk afhankelijk blijft van de toekomstige ontwikkeling van de pandemie en het succes van de inperkingsmaatregelen, is nog steeds met aanzienlijke onzekerheid omgeven. De binnenlandse vraag in het eurogebied heeft een aanzienlijk herstel laten optekenen vanaf een laag niveau. De consumptieve bestedingen en de bedrijfsinvesteringen worden echter nog steeds gedrukt door grote onzekerheid over de economische vooruitzichten. De totale inflatie wordt getemperd door lage energieprijzen en zwakke prijsdruk in het licht van geringe vraag en aanzienlijke onderbenutting op de arbeidsmarkt.

Tegen deze achtergrond blijft een ruime mate van monetaire stimulering noodzakelijk om het economisch herstel te ondersteunen en de prijsstabiliteit op middellange termijn te waarborgen. Daarom hebben we besloten onze accommoderende monetairbeleidskoers aan te houden.

We laten de basisrentetarieven van de ECB ongewijzigd. We verwachten dat deze tarieven op hun huidige niveau of lager zullen blijven totdat we hebben vastgesteld dat de inflatieverwachtingen binnen onze projectieperiode krachtig convergeren naar een niveau dat voldoende dicht bij maar onder 2% ligt, en een dergelijke convergentie consequent in de onderliggende inflatiedynamiek tot uitdrukking komt.

We zullen onze aankopen in het kader van het pandemie-noodaankoopprogramma (pandemic emergency purchase programme – PEPP) voortzetten, met een totaalbedrag van € 1.350 miljard. Deze aankopen dragen bij tot de verruiming van de totale monetairbeleidskoers en helpen zo de neerwaartse invloed van de pandemie op het verwachte inflatiebeloop te compenseren. De aankopen worden voortgezet op een flexibele manier met betrekking tot de spreiding in de tijd, over de verschillende activacategorieën en over de verschillende rechtsgebieden. Hierdoor kunnen we risico's voor de soepele transmissie van het monetair beleid doeltreffend afwenden. We zullen de nettoaankopen van activa krachtens het PEPP ten minste tot eind juni 2021 uitvoeren en in ieder geval totdat de Raad van Bestuur van oordeel is dat de crisisfase van het coronavirus voorbij is. We zullen de aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het PEPP en die de vervaldatum hebben bereikt, ten minste tot het einde van 2022 herinvesteren. De toekomstige uitfasering van de PEPP-portefeuille wordt in ieder geval zo gestuurd dat de passende monetairbeleidskoers niet gehinderd wordt.

De nettoaankopen krachtens ons programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme – APP) worden voortgezet voor een maandelijks bedrag van € 20 miljard, samen met de aankopen in verband met het extra tijdelijke pakket van € 120 miljard tot het einde van het jaar. We verwachten nog steeds de maandelijkse nettoaankopen van activa in het kader van het APP voort te zetten zo lang als noodzakelijk is om de accommoderende invloed van de beleidstarieven te versterken, en ze te beëindigen kort voordat we aanvangen met de verhoging van de basisrentetarieven van de ECB. We zijn voornemens de aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het APP en die de vervaldatum hebben bereikt, volledig te blijven herinvesteren, en wel voor geruime tijd voorbij het moment waarop we beginnen de basisrentetarieven van de ECB te verhogen, en in ieder geval zo lang als noodzakelijk is om gunstige liquiditeitscondities en een ruime mate van monetaire accommodatie te handhaven.

We zullen ook omvangrijke liquiditeit blijven verstrekken via onze herfinancieringstransacties. Met name van de meest recente transactie in de derde reeks van gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (TLTRO-III) is in zeer grote mate gebruikgemaakt, hetgeen steun geeft aan de bancaire kredietverlening aan bedrijven en huishoudens.

De monetairbeleidsmaatregelen die we sinds begin maart genomen hebben, geven cruciale steun om het herstel van de economie van het eurogebied te schragen en om de prijsstabiliteit op middellange termijn te waarborgen. Deze maatregelen ondersteunen met name het liquiditeits- en financieringsklimaat in de economie, helpen de kredietverlening aan huishoudens en bedrijven op peil te houden en leveren een bijdrage aan gunstige financieringsvoorwaarden voor alle sectoren en landen. Tegelijkertijd zal de Raad van Bestuur, in het huidige klimaat van grote onzekerheid, de binnenkomende informatie nauwgezet analyseren, met inbegrip van de ontwikkelingen van de wisselkoers, gelet op de implicaties daarvan voor de inflatievooruitzichten op middellange termijn. De Raad blijft klaarstaan om al zijn instrumenten zo nodig aan te passen, om ervoor te zorgen dat de inflatie zich op duurzame wijze ontwikkelt in de richting van zijn doelstelling en overeenkomstig het belang dat hij hecht aan symmetrie.

Staat u mij nu toe onze beoordeling nader toe te lichten, te beginnen met de economische analyse. Het reële bbp van het eurogebied kromp in het tweede kwartaal van 2020 met 11,8% (kwartaal-op-kwartaal). Nieuwe gegevens en enquête-uitkomsten wijzen op aanhoudend herstel van de economie van het eurogebied en op een sterke opleving van de bbp-groei in het derde kwartaal. Naast een aanzienlijke opleving van de industriële productie en de dienstverlening zijn er signalen van een opmerkelijk herstel van de consumptie. Vergeleken met de verwerkende industrie is de dynamiek van de dienstensector recent vertraagd, hetgeen ook te zien is in de enquêteresultaten voor augustus. De stijgingen van de coronavirusinfectiecijfers in de zomermaanden zijn ongunstig voor de vooruitzichten op korte termijn. Een verder duurzaam herstel blijft sterk afhankelijk van de ontwikkeling van de pandemie en het slagen van de inperkingsmaatregelen. Het herstel van de arbeidsmarkt, de consumptie en de investeringen zal waarschijnlijk worden getemperd door de onzekerheid over de ontwikkeling van de pandemie. Daar staat tegenover dat de economie van het eurogebied steun moet ondervinden van de gunstige financieringsvoorwaarden, een expansieve begrotingskoers en een aantrekkende mondiale bedrijvigheid en vraag.

Deze beoordeling komt grotendeels tot uiting in de in september 2020 door medewerkers van de ECB opgestelde macro-economische projecties voor het eurogebied. Volgens deze projecties bedraagt de reële bbp-groei op jaarbasis naar verwachting -8,0% in 2020, 5,0% in 2021 en 3,2% in 2022. Vergeleken met de door medewerkers van het Eurosysteem opgestelde macro-economische projecties van juni 2020 zijn de vooruitzichten voor de reële bbp-groei voor 2020 opwaarts bijgesteld en voor 2021 en 2022 grotendeels onveranderd gebleven.

In het licht van de buitengewone onzekerheid die de verwachtingen momenteel omgeeft, bevatten de projecties twee alternatieve scenario's. Deze worden na deze persconferentie op onze website gepubliceerd. Over het geheel genomen wordt ingeschat dat er ten aanzien van de groeivooruitzichten voor het eurogebied een neerwaarts risico blijft bestaan. Deze inschatting hangt vooral samen met de nog steeds onzekere economische en financiële gevolgen van de pandemie.

Volgens de flashraming van Eurostat daalde de HICP-inflatie in het eurogebied op jaarbasis in augustus naar ‑0,2%, tegen 0,4% in juli. Op basis van de huidige en termijnprijzen voor olie en gelet op de tijdelijke verlaging van het Duitse btw-tarief, zal de totale inflatie de komende maanden waarschijnlijk negatief blijven, en begin 2021 weer positief worden. Bovendien zal de prijsdruk op korte termijn gematigd blijven door de zwakke vraag, lagere loondruk en de stijging van de wisselkoers van de euro, ondanks enige opwaartse prijsdruk in verband met aanbodbeperkingen. Op middellange termijn zal de inflatie opwaartse druk ondervinden van een herstellende vraag, ondersteund door accommoderend monetair en begrotingsbeleid. De marktindicatoren voor de inflatieverwachtingen op langere termijn zijn teruggekeerd naar hun niveau van vóór de pandemie, maar blijven nog zeer gematigd, terwijl de op enquêtes gebaseerde maatstaven op een laag niveau blijven.

Deze beoordeling wordt grotendeels weerspiegeld in de in september 2020 door medewerkers van de ECB opgestelde macro-economische projecties voor het eurogebied, waarin een inflatie op jaarbasis wordt voorzien van 0,3% in 2020, van 1,0% in 2021 en van 1,3% in 2022. Vergeleken met de door medewerkers van het Eurosysteem opgestelde macro-economische projecties van juni 2020 zijn de vooruitzichten voor de inflatie onveranderd voor 2020, opwaarts bijgesteld voor 2021 en onveranderd voor 2022. De onveranderde inflatieverwachting voor 2022 verhult een opwaartse aanpassing van de inflatie exclusief voedingsmiddelen en energie – onder meer door de positieve invloed van de monetaire en budgettaire beleidsmaatregelen – die grotendeels gecompenseerd werd door het aangepaste beloop van de energieprijzen.

Wat de monetaire analyse betreft, steeg de groei van het ruime monetaire aggregaat (M3) in juli 2020 door naar 10,2%, ten opzichte van 9,2% in juni. De sterke groei van de geldhoeveelheid hangt samen met de binnenlandse kredietverlening en de lopende activa-aankopen door het Eurosysteem, evenals met voorzorgsoverwegingen die resulteren in een verhoogde voorkeur van de geldaanhoudende sector voor liquiditeiten. Tegen die achtergrond blijft het eng gedefinieerde monetaire aggregaat M1, dat de meest liquide vormen van geld omvat, de grootste bijdrage leveren aan de groei van het ruime monetaire aggregaat.

De ontwikkelingen in de leningen aan de private sector droegen opnieuw het stempel van de effecten van het coronavirus op de economische bedrijvigheid. Na sterke stijgingen in de eerste maanden van de pandemie is de groei op jaarbasis van de leningen aan niet-financiële ondernemingen ruwweg stabiel gebleven op 7,0% in juli, vergeleken met 7,1% in juni. De hoge groei van de bedrijfsleningen is opnieuw een afspiegeling van de grote behoefte van bedrijven aan liquiditeit om hun lopende uitgaven en werkkapitaal te financieren en hun liquiditeitsbuffers verder op te bouwen, ofschoon de opleving van de economische bedrijvigheid tot enig omzetherstel heeft geleid. De groei op jaarbasis van de leningen aan huishoudens is ook stabiel gebleven op 3,0% in juli – hetzelfde cijfer dat sinds april 2020 wordt opgetekend. De groei van de kredietverlening aan de private sector blijft gestimuleerd worden door de historisch lage bancaire rentetarieven.

Al met al zullen onze beleidsmaatregelen, samen met de maatregelen van de nationale overheden en de Europese instellingen blijven bijdragen aan de toegang tot financiering, ook voor de partijen die het sterkst door de gevolgen van de coronapandemie zijn getroffen.

Kortom: een toetsing van de uitkomsten van de economische analyse aan de signalen uit de monetaire analyse bevestigde dat een ruime mate van monetaire accommodatie nog steeds noodzakelijk is voor de krachtige convergentie van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2% op middellange termijn.

Wat het begrotingsbeleid betreft, blijft een ambitieuze en gecoördineerde begrotingskoers van cruciaal belang, gezien de sterke krimp van de economie van het eurogebied. De begrotingsmaatregelen als antwoord op de pandemie moeten zoveel mogelijk gericht en tijdelijk van aard zijn. De drie door de Europese Raad bekrachtigde vangnetten voor werkenden, bedrijven en staten, ter waarde van € 540 miljard in totaal, geven in dit verband belangrijke financieringssteun. De Raad van Bestuur is ook zeer verheugd over het Next Generation EU-herstelplan ter waarde van € 750 miljard, dat aanzienlijke steun kan verlenen aan de regio's en sectoren die het meest door de pandemie worden getroffen, de interne markt kan versterken en een duurzaam welvaartsherstel kan bewerkstelligen.

Het pakket kan zijn volledige potentieel alleen maar verwezenlijken als het stevig verankerd wordt in deugdelijk structureel beleid dat op nationaal niveau wordt uitgewerkt en ten uitvoer gelegd. Goed doordacht structureel beleid kan bijdragen aan een sneller, sterker en eenvormiger herstel van de crisis en zo de doeltreffendheid van het monetair beleid in het eurogebied ondersteunen. Gericht structureel beleid is met name belangrijk om onze economieën nieuwe kracht te geven. Daarbij moet de nadruk gelegd worden op de stimulering van investeringen in prioriteiten zoals de groene en de digitale transitie.

We zijn nu klaar om uw vragen te beantwoorden.

Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.