PERSCONFERENTIE

Mario Draghi, president van de ECB,
Luis de Guindos, vicepresident van de ECB,
Vilnius, 6 juni 2019

INLEIDENDE VERKLARING

Dames en heren, de vicepresident en ik heten u van harte welkom bij onze persconferentie. Graag wil ik directievoorzitter Vasiliauskas van harte bedanken voor zijn gastvrijheid en in het bijzonder zijn medewerkers bedanken voor de uitstekende organisatie van de vergadering van de Raad van Bestuur vandaag. Wij zullen nu verslag uitbrengen over de uitkomsten van onze vergadering.

Op basis van onze reguliere economische en monetaire analyses hebben wij een grondige beoordeling uitgevoerd van de vooruitzichten voor de economie en de inflatie, waarbij tevens rekening werd gehouden met de meest recente door medewerkers samengestelde macro-economische projecties voor het eurogebied. Als uitkomst daarvan heeft de Raad van Bestuur ter verwezenlijking van zijn prioriteitsdoelstelling de volgende beslissingen genomen.

Ten eerste hebben wij hebben besloten de basisrentetarieven van de ECB ongewijzigd te laten. Wij verwachten nu dat deze ten minste de gehele eerste helft van 2020 op hun huidige niveau zullen blijven, en in ieder geval zo lang als noodzakelijk is om te zorgen voor een verdergaande duurzame convergentie van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2% op middellange termijn.

Ten tweede zijn wij voornemens de aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het activa-aankoopprogramma (asset purchase programme – APP) en die de vervaldatum hebben bereikt, volledig te blijven herinvesteren, en wel voor geruime tijd voorbij het moment waarop de Raad van Bestuur begint de basisrentetarieven van de ECB te verhogen, en in ieder geval zo lang als noodzakelijk is om gunstige liquiditeitscondities en een ruime mate van monetaire accommodatie te handhaven.

Ten derde, wat de modaliteiten van de nieuwe reeks driemaandelijkse gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (targeted longer-term refinancing operations – TLTRO-III) betreft, hebben we besloten dat het rentetarief bij elke transactie wordt vastgesteld op een niveau dat 10 basispunten hoger ligt dan het gemiddelde tarief van de basisherfinancieringstransacties van het Eurosysteem gedurende de looptijd van de desbetreffende TLTRO. Voor banken waarvan de in aanmerking komende nettokredietverlening een bepaalde maatstaf overtreft, zal het bij TLTRO-III toegepaste tarief lager zijn; dit kan zo laag zijn als het gemiddelde rentetarief op de depositofaciliteit gedurende de looptijd van de transactie, verhoogd met 10 basispunten.

Een persbericht met nadere informatie over de voorwaarden van TLTRO-III wordt vandaag om 15.30 uur (Midden-Europese tijd) gepubliceerd.

De Raad van Bestuur heeft eveneens geoordeeld dat de positieve bijdrage van de negatieve rentetarieven aan de accommoderende monetairbeleidskoers en aan de duurzame convergentie van de inflatie op dit ogenblik niet wordt ondermijnd door mogelijke neveneffecten op de bancaire intermediatie. We blijven evenwel zorgvuldig het oog houden op de transmissie van het monetair beleid via de banken, evenals op in overweging te nemen mitigerende maatregelen.

De vandaag genomen monetairbeleidsbeslissingen moeten de nodige monetairbeleidsaccommodatie verschaffen om de inflatie op een duurzaam traject te houden naar een niveau onder maar dicht bij 2% op middellange termijn. Ondanks de iets beter dan verwachte gegevens over het eerste kwartaal, geeft de meest recente informatie aan dat mondiale ongunstige ontwikkelingen de vooruitzichten voor het eurogebied blijven drukken. De langdurige onzekerheden in verband met geopolitieke factoren, de toenemende dreiging van protectionisme en kwetsbaarheden in opkomende markten laten sporen na in het economisch sentiment.

Tegelijkertijd blijven de verder toenemende werkgelegenheid en de stijgende lonen steun geven aan de veerkracht van de economie van het eurogebied en de geleidelijk stijgende inflatie. De monetairbeleidsmaatregelen van vandaag zorgen ervoor dat de financiële condities zeer gunstig zullen blijven, wat steun zal geven aan de groei van het eurogebied, de verdere opbouw van binnenlandse prijsdruk en dus de totale inflatieontwikkelingen op middellange termijn. Vooruitblikkend is de Raad van Bestuur vastbesloten om op te treden in geval van ongunstige eventualiteiten. Tevens staat hij klaar om al zijn instrumenten zo nodig aan te passen om ervoor te zorgen dat de inflatie zich op duurzame wijze blijft ontwikkelen in de richting van de inflatiedoelstelling van de Raad van Bestuur.

Staat u mij nu toe onze beoordeling nader toe te lichten, te beginnen met de economische analyse. In het eerste kwartaal van 2019 steeg het reële bbp van het eurogebied met 0,4% ten opzichte van het voorgaande kwartaal, na een stijging van 0,2% in het vierde kwartaal van 2018. Actuele informatie en enquêtegegevens duiden evenwel op een iets zwakkere groei in het tweede en derde kwartaal van dit jaar. Dit weerspiegelt de nog altijd zwakke internationale handel tegen de achtergrond van langdurige mondiale onzekerheden, die vooral de verwerkende industrie in het eurogebied onder druk zetten. Tegelijkertijd geven de dienstensector en de bouwnijverheid in het eurogebied blijk van veerkracht en blijft de arbeidsmarkt aantrekken. In de toekomst zal de groei van het eurogebied ondersteund blijven worden door gunstige financieringsomstandigheden, de gematigd expansieve begrotingskoers in het eurogebied, verder toenemende werkgelegenheid en stijgende lonen, evenals de aanhoudende – zij het iets tragere – groei van de mondiale bedrijvigheid.

Deze beoordeling wordt grotendeels weerspiegeld in de door medewerkers van het Eurosysteem opgestelde macro-economische projecties voor het eurogebied van juni 2019. Volgens deze projecties stijgt het reële bbp op jaarbasis naar verwachting met 1,2% in 2019, met 1,4% in 2020 en met 1,4% in 2021. Vergeleken met de door medewerkers van de ECB opgestelde macro-economische projecties van maart 2019 zijn de vooruitzichten voor de reële bbp-groei opwaarts herzien met 0,1 procentpunt voor 2019, en naar beneden bijgesteld met 0,2 procentpunt voor 2020 en met 0,1 procentpunt voor 2021.

De risico’s voor de groeivooruitzichten van het eurogebied zijn nog steeds neerwaarts gericht, ten gevolge van de langdurige onzekerheden in verband met geopolitieke factoren, de toenemende dreiging van protectionisme en kwetsbaarheden in de opkomende markten.

Volgens de flashraming van Eurostat beliep de HICP-inflatie van het eurogebied op jaarbasis 1,2% in mei 2019, tegen 1,7% in april, wat vooral de lagere inflatie van de energie- en voedingsmiddelenprijzen weerspiegelde. Op basis van de huidige termijnprijzen voor olie zal de totale inflatie de komende maanden waarschijnlijk dalen en tegen het einde van het jaar weer toenemen. De recente volatiliteit als gevolg van tijdelijke factoren buiten beschouwing gelaten, zijn de maatstaven van de onderliggende inflatie over het algemeen nog steeds gematigd, maar de arbeidskostendruk blijft aan kracht en breedte winnen, tegen de achtergrond van hoge bezettingsgraadniveaus en krapper wordende arbeidsmarkten. Op middellange termijn zal de onderliggende inflatie naar verwachting stijgen, onder impuls van onze monetairbeleidsmaatregelen, de aanhoudende economische expansie en sterkere loongroei.

Deze beoordeling komt ook in grote lijnen overeen met de door medewerkers van het Eurosysteem samengestelde macro-economische projecties voor het eurogebied van juni 2019, die een HICP-inflatie op jaarbasis voorzien van 1,3% in 2019, 1,4% in 2020 en 1,6% in 2021. Vergeleken met de door medewerkers van de ECB opgestelde macro-economische projecties van maart 2019 zijn de vooruitzichten voor de HICP-inflatie opwaarts herzien met 0,1 procentpunt voor 2019, en naar beneden bijgesteld met 0,1 procentpunt voor 2020.

Wat de monetaire analyse betreft, kwam de groei van het ruime monetaire aggregaat (M3) in april 2019 uit op 4,7%, tegen 4,6% in maart. De bestendige groei van dit aggregaat weerspiegelt de aanhoudende verstrekking van bancair krediet aan de private sector en de lage alternatieve kosten van het aanhouden van M3. Wat de componenten betreft, blijft het eng gedefinieerde monetaire aggregaat M1 de belangrijkste bijdrage leveren aan de groei van het ruime monetaire aggregaat.

Het groeitempo op jaarbasis van de leningen aan niet-financiële ondernemingen steeg in april 2019 naar 3,9%, tegen 3,6% in maart. Afgezien van kortetermijnvolatiliteit is het twaalfmaands groeitempo van de leningen aan niet-financiële ondernemingen de afgelopen maanden enigszins gematigd ten opzichte van de piek van september 2018, als gevolg van de doorgaans vertraagde reactie op de in 2018 opgetekende vertraging van de economische groei. De geleidelijke verbetering van het groeitempo op jaarbasis van de leningen aan huishoudens zette zich door: de stijging beliep 3,4% in april, tegen 3,3% in maart.

De vandaag genomen monetairbeleidsmaatregelen, waaronder TLTRO-III, zullen ertoe bijdragen dat de bancaire kredietvoorwaarden gunstig blijven en dat de toegang tot financiering verder ondersteund wordt, in het bijzonder voor kleine en middelgrote ondernemingen.

Kortom: een toetsing van de uitkomsten van de economische analyse aan de signalen uit de monetaire analyse bevestigde dat een ruime mate van monetaire accommodatie nog steeds noodzakelijk is voor de aanhoudende duurzame convergentie van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2% op middellange termijn.

Om ten volle de vruchten van onze monetairbeleidsmaatregelen te kunnen plukken, moet ook op andere beleidsterreinen een vastbeslotener bijdrage worden geleverd om het groeipotentieel op langere termijn te verhogen en de kwetsbaarheden te verminderen. De uitvoering van structurele hervormingen in de landen van het eurogebied dient aanzienlijk te worden opgevoerd om de schokbestendigheid te vergroten, de structurele werkloosheid te verminderen en de productiviteit en het groeipotentieel van het eurogebied te stimuleren. De landspecifieke aanbevelingen voor 2019 dienen als leidraad te worden gehanteerd. Wat betreft het begrotingsbeleid, ondersteunt de gematigd expansieve begrotingskoers in het eurogebied de economische bedrijvigheid. Tegelijkertijd moeten de landen met een hoge overheidsschuld doorgaan met het weer opbouwen van begrotingsbuffers. Alle landen moeten hun inspanningen voor een groeivriendelijker samenstelling van de overheidsfinanciën verhogen. Tevens blijft het van cruciaal belang het begrotingskader en het kader voor economisch bestuur van de Europese Unie in de tijd en in de verschillende landen transparant en consistent ten uitvoer te leggen, teneinde de schokbestendigheid van de economie van het eurogebied te versterken. Het verbeteren van de werking van de Economische en Monetaire Unie blijft een prioriteit. De Raad van Bestuur verwelkomt de lopende werkzaamheden en roept op tot verdere specifieke en vastbesloten stappen om de bankenunie en de kapitaalmarktenunie te voltooien.

Wij staan nu tot uw beschikking voor vragen.

Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.

Contactpersonen voor de media