Menu

PERSBERICHT

Monetairbeleidsbeslissingen

4 juni 2020

Tijdens zijn vandaag gehouden vergadering heeft de Raad van Bestuur van de ECB de volgende monetairbeleidsbeslissingen genomen:

(1) Het bedrag voor het pandemie-noodaankoopprogramma (pandemic emergency purchase programme - PEPP) wordt met € 600 miljard verhoogd naar in totaal € 1.350 miljard. Als reactie op de met de pandemie samenhangende, neerwaartse herziening van de inflatie gedurende de projectieperiode zal de uitbreiding van het PEPP de algemene monetairbeleidskoers verder versoepelen, de financieringscondities in de reële economie ondersteunen, in het bijzonder voor bedrijven en huishoudens. De aankopen worden voortgezet op een flexibele manier met betrekking tot de spreiding in de tijd, over de verschillende activacategorieën en over de verschillende rechtsgebieden. Hierdoor kan de Raad van Bestuur risico's voor de soepele transmissie van het monetair beleid doeltreffend afwenden.

(2) De periode voor de nettoaankopen krachtens het PEPP wordt verlengd tot ten minste eind juni 2021. De Raad van Bestuur zal de nettoaankopen van activa krachtens het PEPP in ieder geval uitvoeren totdat hij van oordeel is dat de crisisfase van het coronavirus voorbij is.

(3) De aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het PEPP en die de vervaldatum hebben bereikt, worden ten minste tot het einde van 2022 geherinvesteerd. De toekomstige uitfasering van de PEPP-portefeuille wordt in ieder geval zo gestuurd dat de passende monetaire koers niet gehinderd wordt.

(4) De nettoaankopen in het kader van het programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme - APP) worden voortgezet voor een maandelijks bedrag van € 20 miljard, samen met de aankopen in verband met het extra tijdelijke pakket van € 120 miljard tot het einde van het jaar. De Raad van Bestuur verwacht nog steeds de maandelijkse netto activa-aankopen in het kader van het APP voort te zetten zo lang als noodzakelijk is om de accommoderende invloed van de beleidstarieven te versterken, en ze te beëindigen kort voordat hij aanvangt met de verhoging van de basisrentetarieven van de ECB.

(5) De volledige herinvestering van de aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het APP en die de vervaldatum hebben bereikt, wordt voortgezet, en wel voor geruime tijd voorbij het moment waarop de Raad van Bestuur begint de basisrentetarieven van de ECB te verhogen, en in ieder geval zo lang als noodzakelijk is om gunstige liquiditeitscondities en een ruime mate van monetaire accommodatie te handhaven.

(6) Het rentetarief voor de basisherfinancieringstransacties en de rentetarieven voor de marginale beleningsfaciliteit en de depositofaciliteit blijven onveranderd op respectievelijk 0,00%, 0,25% en -0,50%. De Raad van Bestuur verwacht dat de basisrentetarieven van de ECB op hun huidige niveau of lager zullen blijven totdat de Raad van Bestuur heeft vastgesteld dat de inflatieverwachtingen binnen de projectieperiode krachtig convergeren naar een niveau dat voldoende dicht bij maar onder 2% ligt, en een dergelijke convergentie consequent in de onderliggende inflatiedynamiek tot uitdrukking komt.

De Raad blijft klaarstaan om al zijn instrumenten zo nodig aan te passen, om ervoor te zorgen dat de inflatie zich op duurzame wijze ontwikkelt in de richting van de doelstelling en overeenkomstig het belang dat de Raad hecht aan symmetrie.

De president van de ECB zal de overwegingen die aan deze beslissingen ten grondslag liggen, toelichten op een persconferentie die vandaag om 14.30 uur Midden-Europese tijd begint.

Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.

Contactpersonen voor de media