PERSBERICHT

Jaarrekening van de ECB voor het jaar 2013

20 februari 2014

EMBARGO

Persembargo tot 15.00 uur Midden-Europese tijd op donderdag 20 februari 2014
  • Netto winst over 2013 van €1.440 miljoen (2012: €995 miljoen), na een overdracht naar de risicovoorziening van €0,4 miljoen (2012: €1.166 miljoen)
  • Een totaal van €1.430 miljoen (2012: €998 miljoen) verdeeld onder de nationale centrale banken
  • €962 miljoen (2012: €1.108 miljoen) netto rentebaten op in het kader van het Programma voor de effectenmarkten aangekochte waardepapieren
  • €406 miljoen (2012: €633 miljoen) rentebaten op het aandeel van de ECB in de totale eurobankbiljetten in omloop
  • Totale omvang van de balans van de ECB bedroeg €174 miljard (2012: €207 miljard)

De Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft gisteren zijn goedkeuring gehecht aan de door accountants gecontroleerde Jaarrekening van de ECB voor het jaar 2013.

Zoals Mario Draghi, President van de ECB, verklaarde: “Het financiële resultaat over 2013 weerspiegelt de monetairbeleidskoers en ons vastbesloten streven naar efficiënt gebruik van middelen en voorzichtig financieel beheer in een tijd waarin steeds meer verantwoordelijkheden en taken aan de ECB worden toevertrouwd”.

De Raad van Bestuur besloot per 31 december 2013 een bedrag van €0,4 miljoen (2012: €1.166 miljoen) naar de risicovoorziening over te dragen, waardoor deze per die datum op het niveau van haar plafond van €7.530 miljoen kwam. Het doel van de risicovoorziening is de wisselkoers-, rente-, krediet- en goudprijsrisico’s, die voortdurend worden bewaakt, te dekken. Jaarlijks wordt bezien hoe groot de voorziening moet zijn en of ze moet worden voortgezet. Ten gevolge van de overdracht naar de risicovoorziening, bedroeg de netto winst van de ECB over 2013 €1.440 miljoen (2012: €995 miljoen).

De Raad van Bestuur besloot tot uitkering van een tussentijdse verdeling van de winst ten bedrage van €1.370 miljoen onder de nationale centrale banken van het eurogebied op 31 januari 2014. Tijdens de vergadering van gisteren besloot de Raad van Bestuur een bedrag van €10 miljoen in te houden ten gevolge van aanpassingen van de in eerdere jaren gemaakte winst, en het resterende deel van de winst, een bedrag van €61 miljoen, onder de nationale centrale banken van het eurogebied te verdelen op 21 februari 2014. [1]

De reguliere inkomsten van de ECB komen voornamelijk voort uit beleggingsbaten op haar externereservesportefeuille en haar eigenmiddelenportefeuille, uit rentebaten uit haar aandeel van 8% in de totale eurobankbiljetten in omloop, en uit de netto rentebaten op waardepapieren die in het kader van het Programma voor de effectenmarkten (“Securities Markets Programme”) en de twee aankoopprogramma’s voor gedekte obligaties voor monetairbeleidsdoeleinden zijn aangekocht.

De netto rentebaten bedroegen €2.005 miljoen in 2013 (2012: €2.289 miljoen). Hieronder vielen rentebaten van €406 miljoen (2012: €633 miljoen) uit het aandeel van de ECB in de totale eurobankbiljetten in omloop en netto rentebaten van €962 miljoen (2012: €1.108 miljoen) uit in het kader van het Programma voor de effectenmarkten aangekochte waardepapieren, waarvan €437 miljoen (2012: €555 miljoen) uit de door de ECB in het kader van het Programma voor de effectenmarkten aangehouden Griekse overheidsobligaties. De netto rentebaten omvatten tevens netto rentebaten van €204 miljoen (2012: €209 miljoen) uit in het kader van de twee aankoopprogramma’s voor gedekte obligaties aangekochte waardepapieren. De ECB heeft een rentevergoeding van €192 miljoen (2012: €307 miljoen) uitgekeerd aan de nationale centrale banken op hun vorderingen uit hoofde van de door hen aan de ECB overgedragen externe reserves, terwijl de rentebaten uit de externe reserves €187 miljoen (2012: €229 miljoen) bedroegen.

De gerealiseerde winsten uit financiële transacties bedroegen €52 miljoen (2012: €319 miljoen). De daling van de gerealiseerde winsten uit financiële transacties in 2013 was voornamelijk het gevolg van lagere gerealiseerde koerswinsten op de Amerikaanse dollar-portefeuille.

Afwaarderingen bedroegen €115 miljoen in 2013 (2012: €4 miljoen). De aanzienlijk hogere afwaarderingen in 2013 waren voornamelijk het gevolg van de algehele daling van de marktwaarden van de in de Amerikaanse dollar-portefeuille van de ECB aangehouden waardepapieren.

De beheerkosten van de ECB bestaan uit personeelskosten en alle andere beheeruitgaven. D e personeelskosten stegen naar €241 miljoen in 2013 (2012: €222 miljoen) ten gevolge van hogere aantallen personeelsleden en bedragen in verband met de pensioenregelingen van de ECB.

Overige beheerkosten, bestaande uit huur, honoraria van professionals en overige goederen en diensten, bedroegen €287 miljoen in 2013 (2012: €242 miljoen) en omvatten afschrijvingslasten op vaste activa ten belope van €19 miljoen. Het overgrote deel van de kosten in verband met de bouw van het nieuwe hoofdkantoor van de ECB zijn niet onder deze post opgenomen maar zijn in de balans gekapitaliseerd onder de post “Materiële en immateriële vaste activa”. Binnen deze post steeg de post “Activa in aanbouw” in 2013 met €318 miljoen naar €847 miljoen, bijna geheel ten gevolge van de bouwkosten, terwijl de locatiekosten, die €76 miljoen bedroegen, zijn opgenomen onder de post “Land en gebouwen”.

De totale omvang van de balans van de ECB bedroeg in 2013 €174 miljard. De daling van €33 miljard (van €207 miljard in 2012) is overeenkomstig de daling van de omvang van de geconsolideerde balans van het Eurosysteem.

De geconsolideerde balans van het Eurosysteem omvat de waardepapieren die door de ECB en de nationale centrale banken zijn aangekocht in het kader van het Programma voor de effectenmarkten, dat op 6 september 2012 is beëindigd. Op dezelfde datum maakte de ECB de technische details bekend van de Rechtstreekse Monetaire Transacties, waaronder die betreffende het beleid ten aanzien van transparantie. Overeenkomstig dat transparantiebeleid toont de tabel hieronder de uitsplitsing van de uitstaande bedragen van de door het Eurosysteem in het kader van het Programma voor de effectenmarkten aangehouden waardepapieren per 31 december 2013.

De door het Eurosysteem in het kader van het Programma voor de effectenmarkten aangehouden waardepapieren per 31 december 2013

Uitgevend land Nominaal bedrag (EUR miljard) Boekwaarde[ 1] (EUR miljard) Gemiddelde resterende looptijd (jaren)
Ierland 9,7 9,2 5,3
Griekenland 27,7 25,4 3,4
Spanje 38,8 38,4 3,6
Italië 89,7 86,8 4,1
Portugal 19,8 19,0 3,4
Totaal 185,7 178,8 3,9

[ 1]De in het kader van het Programma voor de effectenmarkten aangehouden waardepapieren worden geboekt als waardepapieren die tot de vervaldatum worden aangehouden en worden dientengevolge gewaardeerd tegen kostprijs behoudens waardevermindering.

De Jaarrekening van de ECB zal, samen met een Managementverslag en de Geconsolideerde Balans van het Eurosysteem voor het jaar 2013, worden opgenomen in het Jaarverslag van de ECB, dat zal worden gepubliceerd in april 2014.

Voor vragen vanuit de media, gelieve contact op te nemen met Niels Bünemann, tel. +49 69 1344 6594.

Toelichting voor redacties

  1. De door de ECB gehanteerde regels voor de opstelling van de Jaarrekening: de gemeenschappelijke grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn door de Raad van Bestuur vastgesteld voor het Eurosysteem, waaronder de ECB, overeenkomstig Artikel 26.4 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank (Statuten van het ESCB), en zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. [2] Hoewel deze in algemene zin gebaseerd zijn op internationaal geaccepteerde financieel-administratieve praktijken, zijn deze grondslagen zo opgesteld dat zij in het bijzonder de unieke omstandigheden van de centrale banken van het Eurosysteem in acht nemen. Zij omvatten de marktwaardering van verhandelbare waardepapieren anders dan die welke zijn geclassificeerd als aangehouden tot vervaldatum, van goud en van alle andere zowel op de balans als niet op de balans opgenomen activa en passiva luidende in vreemde valuta. Verhandelbare waardepapieren die zijn geclassificeerd als aangehouden tot vervaldatum worden gewaardeerd tegen kostprijs behoudens waardevermindering. Daarnaast zijn zij vooral gericht op het voorzichtigheidsbeginsel, gezien de grote wisselkoersrisico's waaraan de meeste centrale banken van het Eurosysteem blootstaan. Deze voorzichtigheidsbenadering komt met name tot uiting in de verschillende behandeling van ongerealiseerde winsten en ongerealiseerde verliezen ten behoeve van de resultaatbepaling, en in het verbod van saldering van ongerealiseerde verliezen op een activum tegen ongerealiseerde winsten op een ander. Ongerealiseerde winsten worden rechtstreeks overgedragen naar herwaarderingsrekeningen. Ongerealiseerde verliezen die de desbetreffende herwaarderingsrekeningssaldi overschrijden, worden aan het einde van het jaar als kosten behandeld. Afwaarderingsverliezen worden in hun geheel in de winst- en verliesrekening opgenomen. Van alle nationale centrale banken van het eurogebied wordt vereist dat zij deze grondslagen in acht nemen bij de verslaglegging over hun transacties als onderdeel van het Eurosysteem, die worden opgenomen in het wekelijkse geconsolideerde financiële overzicht (de zogeheten “Weekstaat”) van het Eurosysteem. Bovendien passen alle nationale centrale banken bij het opstellen van hun eigen jaarrekening vrijwillig globaal dezelfde grondslagen toe als de ECB.
  2. In 2013 heeft de ECB haar financieel-administratieve grondslag ten aanzien van pensioenen veranderd. De vereisten van de International Accounting Standard (IAS) 19, die de basis vormt voor de door de ECB gehanteerde financieel-administratieve grondslag voor pensioenen, zijn in 2011 herzien en zijn van toepassing op jaarlijkse perioden beginnende op of na 1 januari 2013. De herziene IAS 19 staat niet langer het gebruik van de zogenoemde “10%-bandbreedte”-benadering toe als een optie voor het opnemen van actuariële uitkomsten in jaarrekeningen. Dientengevolge heeft de ECB haar grondslag veranderd (zoals beschreven in de “Grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening”), en heeft zij tevens de vergelijkbare cijfers voor 2012 herzien opgenomen in de Jaarrekening over 2013.
  3. Rentevergoeding op de aan de ECB overgedragen externe reserves: iedere nationale centrale bank verkrijgt bij haar overdracht van externe reserves aan de ECB bij toetreding tot het Eurosysteem een rentedragende vordering op de ECB voor de waarde van het bedrag dat zij daarbij overdraagt. De Raad van Bestuur heeft besloten dat deze vorderingen in euro luiden en dat de rentevergoeding erover op dagbasis zal plaatsvinden tegen de laatste beschikbare marginale rente voor de basisherfinancieringstransacties van het Eurosysteem, met een correctie vanwege het rendement van nul op de goudcomponent.
  4. Verdeling van de inkomsten van de ECB uit de eurobankbiljetten in omloop en van de netto inkomsten van de ECB uit in het kader van het Programma voor de effectenmarkten aangekochte waardepapieren: de Raad van Bestuur heeft besloten dat deze inkomsten aan de nationale centrale banken van het eurogebied verschuldigd zijn in het boekjaar waarin zij worden opgebouwd. Tenzij anders besloten door de Raad van Bestuur, worden deze inkomsten op de laatste werkdag van januari van het daaropvolgende jaar door de ECB verdeeld. [3] Beide bedragen worden in hun geheel verdeeld, tenzij de Raad van Bestuur, op basis van een onderbouwde schatting, verwacht dat de netto winst van de ECB voor het jaar minder zal zijn dan haar inkomsten uit de in omloop zijnde bankbiljetten en de netto inkomsten uit in het kader van het Programma voor de effectenmarkten aangekochte waardepapieren, en tenzij de Raad van Bestuur vóór het einde van het boekjaar besluit deze inkomsten geheel of gedeeltelijk naar de voorziening voor wisselkoers-, rente-, krediet- en goudprijsrisico’s over te dragen.
  5. Verdeling van winst/toedeling van verliezen: krachtens Artikel 33 van de Statuten van het ESCB mag tot 20% van de netto winst over een jaar worden overgedragen naar het algemeen reservefonds, tot een maximum van 100% van het kapitaal van de ECB. De resterende netto winst wordt onder de nationale centrale banken van het eurogebied verdeeld naar rato van hun volgestorte aandelen. In geval van een verlies van de ECB kan het tekort worden gedekt uit het algemeen reservefonds van de ECB en, indien nodig, na een besluit daartoe van de Raad van Bestuur, uit de monetaire inkomsten van het betrokken boekjaar, naar rato en ten belope van de bedragen die overeenkomstig Artikel 32.5 van de Statuten van het ESCB aan de nationale centrale banken van het eurogebied zijn toegedeeld.


[1]Individuele bedragen zijn tot op EUR 1 miljoen nauwkeurig afgerond.

[2]In Besluit ECB/2010/21 van 11 november 2010, PB L 35 van 9.2.2011, blz. 1, zoals gewijzigd, zijn de gedetailleerde grondslagen voor de opstelling van de Jaarrekening van de ECB opgenomen.

[3]Besluit ECB/2010/24 van 25 november 2010 inzake de tussentijdse verdeling van de inkomsten van de Europese Centrale Bank uit in omloop zijnde eurobankbiljetten en uit waardepapieren die zijn aangekocht uit hoofde van het programma voor de effectenmarkten (herschikking), PB L 6 van 11.1.2011, blz. 35, zoals gewijzigd.

Publications

Contactpersonen voor de media