Menu

INLEIDENDE VERKLARING

PERSCONFERENTIE

Christine Lagarde, president van de ECB,
Luis de Guindos, vicepresident van de ECB,
Frankfurt am Main, 30 april 2020

Dames en heren, de vicepresident en ik heten u van harte welkom bij onze persconferentie. We zullen nu verslag doen van de vergadering van de Raad van Bestuur van vandaag, die tevens werd bijgewoond door uitvoerend vicevoorzitter van de Commissie, de heer Dombrovskis.

Het eurogebied wordt geconfronteerd met een economische krimp van een omvang en snelheid die – in vredestijd – niet eerder zijn gezien. De maatregelen om de verspreiding van het coronavirus (Covid-19) onder controle te brengen, hebben de economische bedrijvigheid grotendeels tot stilstand gebracht in alle landen van het eurogebied en de rest van de wereld. De enquête-indicatoren van het consumenten- en ondernemersvertrouwen zijn gekelderd, hetgeen op een scherpe daling van de economische groei en een ernstige verslechtering van de arbeidsmarktomstandigheden wijst. Gezien de grote mate van onzekerheid rond de uiteindelijke omvang van de economische gevolgen, wijzen door medewerkers van de ECB opgestelde groeiscenario's erop dat het bbp van het eurogebied dit jaar zou kunnen dalen met 5% tot 12%, afhankelijk van de duur van de inperkingsmaatregelen en het succes van het beleid ter verzachting van de economische gevolgen voor bedrijven en werkenden. Aangezien de inperkingsmaatregelen geleidelijk worden teruggeschroefd, wordt in deze scenario's een herstel van de economische bedrijvigheid voorzien, zij het dat de snelheid en omvang daarvan uiterst onzeker zijn. Als gevolg van de scherpe daling van de olieprijzen en de enigszins lagere HICP-inflatie exclusief voedingsmiddelen en energie is de inflatie gedaald.

Met onze doortastende en gerichte beleidsmaatregelen sinds begin mei hebben we cruciale steun gegeven aan de economie van het eurogebied en vooral aan de sectoren die het meest door de crisis worden getroffen. Onze maatregelen ondersteunen met name de liquiditeitscondities en helpen de kredietstroom naar huishoudens en bedrijven, met name kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), te ondersteunen en gunstige financieringsvoorwaarden voor alle sectoren en landen in stand te houden.

We zijn verheugd over de maatregelen die de regeringen van het eurogebied en de Europese instellingen hebben genomen om te zorgen voor voldoende middelen voor de gezondheidszorg en om steun te verlenen aan de betrokken ondernemingen, werkenden en huishoudens. Tegelijkertijd zijn er verdere en ambitieuze inspanningen nodig, in het bijzonder door middel van gezamenlijke en gecoördineerde beleidsmaatregelen, om te waken tegen neerwaartse risico’s en het herstel te ondersteunen.

In overeenstemming met ons mandaat is de Raad van Bestuur vastbesloten huishoudens en bedrijven te blijven steunen in het licht van de huidige economische ontwrichting en verhoogde onzekerheid, teneinde prijsstabiliteit op middellange termijn te waarborgen.

Dienovereenkomstig heeft de Raad van Bestuur vandaag besloten de voorwaarden voor onze gerichte langerlopende herfinancieringstransacties verder te versoepelen (TLTRO-III). We hebben met name besloten de rente op de TLTRO-III-transacties tijdens de periode van juni 2020 tot en met juni 2021 te verlagen tot 50 basispunten onder het gemiddelde rentetarief voor de basisherfinancieringstransacties van het Eurosysteem gedurende dezelfde periode. Bovendien zal de rente voor tegenpartijen waarvan de in aanmerking komende nettokredietverlening de kredietverleningsdrempel bereikt in de periode van juni 2020 tot en met juni 2021 nu 50 basispunten lager zijn dan het gemiddelde rentetarief op de depositofaciliteit gedurende dezelfde periode.

We hebben tevens besloten tot een nieuwe reeks niet-gerichte langerlopende herfinancieringstransacties in verband met de pandemie (pandemic emergency longer-term refinancing operations - PELTRO’s) om de liquiditeitscondities in het financiële stelsel van het eurogebied te ondersteunen en bij te dragen aan het in stand houden van de soepele werking van de geldmarkten, door te voorzien in een doeltreffende liquiditeitsachtervang. De PELTRO’s omvatten zeven extra herfinancieringstransacties die van start gaan in mei 2020 en stapsgewijs vervallen tussen juli en september 2021, in overeenstemming met de looptijd van onze maatregelen ter versoepeling van de onderpandvereisten. Ze zullen worden uitgevoerd als vasterentetenders met volledige toewijzing. De rente op deze transacties zal 25 basispunten lager liggen dan het gemiddelde rentetarief voor de basisherfinancieringstransacties gedurende de looptijd van elke PELTRO.

Nadere informatie over de wijzigingen in de voorwaarden van TLTRO-III en over de nieuwe PELTRO's wordt vanmiddag om 15.30 uur (Midden-Europese tijd) gepubliceerd in speciale persberichten.

Sinds eind maart hebben we aankopen uitgevoerd krachtens ons nieuwe pandemie-noodaankoopprogramma (pandemic emergency purchase programme - PEPP) van de Raad van Bestuur, dat een bedrag van in totaal € 750 miljard behelst, teneinde de totale monetairbeleidskoers te verruimen en het hoofd te bieden aan de ernstige risico's voor het monetaire-transmissiemechanisme en de vooruitzichten voor het eurogebied als gevolg van de coronapandemie. Deze aankopen worden voortgezet op een flexibele manier met betrekking tot de spreiding in de tijd, over de verschillende activacategorieën en over de verschillende rechtsgebieden. We zullen de nettoaankopen van activa krachtens het PEPP uitvoeren totdat de Raad van Bestuur van oordeel is dat de crisisfase van het coronavirus voorbij is, maar in elk geval tot het einde van dit jaar.

Bovendien worden de nettoaankopen krachtens het programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme – APP) voortgezet voor een maandelijks bedrag van € 20 miljard, samen met de aankopen in verband met het extra tijdelijke pakket van € 120 miljard tot het einde van het jaar. We verwachten nog steeds de maandelijkse netto activa-aankopen in het kader van het APP voort te zetten zo lang als noodzakelijk is om de accommoderende invloed van de beleidstarieven te versterken, en ze te beëindigen kort voordat we aanvangen met de verhoging van de basisrentetarieven van de ECB.

We zijn ook voornemens de aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het APP en die de vervaldatum hebben bereikt, volledig te blijven herinvesteren, en wel voor geruime tijd voorbij het moment waarop we beginnen de basisrentetarieven van de ECB te verhogen, en in ieder geval zo lang als noodzakelijk is om gunstige liquiditeitscondities en een ruime mate van monetaire accommodatie te handhaven.

Bovendien hebben we besloten de basisrentetarieven van de ECB ongewijzigd te laten. We verwachten dat ze op hun huidige niveau of lager zullen blijven totdat we hebben vastgesteld dat de inflatieverwachtingen binnen onze projectieperiode krachtig convergeren naar een niveau dat voldoende dicht bij maar onder 2% ligt, en een dergelijke convergentie consequent in de onderliggende inflatiedynamiek tot uitdrukking komt.

Samen met de belangrijke monetairbeleidsstimulans waarin reeds voorzien is, zullen deze maatregelen de liquiditeits- en financieringscondities ondersteunen en bijdragen tot het behoud van een vlotte kredietverstrekking aan de reële economie. Tegelijkertijd blijft de Raad van Bestuur, in het huidige snel veranderende economische klimaat, vastbesloten om binnen zijn mandaat alles in het werk te stellen om alle burgers van het eurogebied in deze uiterst moeilijke tijd te ondersteunen. Dit is in de eerste plaats van toepassing op onze rol om ervoor te zorgen dat ons monetaire beleid wordt doorgegeven aan alle onderdelen van de economie en aan alle landen bij het nastreven van ons mandaat voor prijsstabiliteit. We staan derhalve klaar om de omvang van het PEPP uit te breiden en de samenstelling ervan zoveel en zolang als nodig aan te passen. De Raad van Bestuur staat in ieder geval klaar om al zijn instrumenten zo nodig aan te passen, om ervoor te zorgen dat de inflatie zich op duurzame wijze ontwikkelt in de richting van de doelstelling en overeenkomstig het belang dat de Raad hecht aan symmetrie.

Staat u mij nu toe onze beoordeling nader toe te lichten, te beginnen met de economische analyse. De jongste economische indicatoren en enquêteresultaten voor de periode sinds de verspreiding van het coronavirus in het eurogebied hebben een ongekende daling laten zien, wat wijst op een aanzienlijke krimp van de economische bedrijvigheid in het eurogebied en op de snel verslechterende arbeidsmarkten. De coronapandemie en de bijbehorende inperkingsmaatregelen hebben ernstige gevolgen gehad voor de verwerkende industrie en de dienstensector, met negatieve effecten op de productiecapaciteit van de economie van het eurogebied en op de binnenlandse vraag. In het eerste kwartaal van 2020, dat slechts gedeeltelijk werd getroffen door de verspreiding van het coronavirus, nam het reële bbp van het eurogebied af met 3,8% (kwartaal-op-kwartaal), wat het effect van de lockdownmaatregelen in de laatste weken van het kwartaal weerspiegelt. De sterke neergang van de economische bedrijvigheid in april wijst erop dat het effect in het tweede kwartaal waarschijnlijk nog ernstiger zal zijn. Als we verder kijken dan de onmiddellijke verstoring als gevolg van de coronapandemie, zal de groei van het eurogebied naar verwachting weer aantrekken, ondersteund door de gunstige financieringsvoorwaarden, de begrotingskoers van het eurogebied en een hervatting van de mondiale bedrijvigheid, naarmate de inperkingsmaatregelen geleidelijk worden teruggeschroefd.

Aangezien het zeer onzeker is hoe lang de pandemie zal duren, zijn de vermoedelijke omvang en duur van de dreigende recessie en het daaropvolgende herstel moeilijk te voorspellen. Zonder vooruit te lopen op de komende macro-economische projecties van de medewerkers van het Eurosysteem, die in juni worden gepubliceerd, blijkt uit groeiscenario’s van medewerkers van de ECB dat het bbp van het eurogebied dit jaar met 5% tot 12% zou kunnen dalen, gevolgd door een herstel en een normalisering van de groei in de daaropvolgende jaren. De omvang van de krimp en het herstel zal in hoge mate afhangen van de duur en het succes van de inperkingsmaatregelen, van de mate waarin de productiecapaciteit en de binnenlandse vraag blijvend worden beïnvloed, en van het succes van beleidsmaatregelen om de negatieve gevolgen voor de inkomens en de werkgelegenheid te verzachten.

Volgens de flashraming van Eurostat is de HICP-inflatie van het eurogebied op jaarbasis gedaald van 0,7% in maart tot 0,4% in april, grotendeels als gevolg van de lagere energieprijsinflatie, maar ook van de iets lagere HICP-inflatie exclusief voedingsmiddelen en energie. Op basis van de scherpe daling van de huidige en de termijnprijzen van olie zal de totale inflatie tijdens de komende maanden waarschijnlijk aanzienlijk verder teruglopen. Verwacht wordt dat de forse inkrimping van de economische bedrijvigheid de komende maanden zal leiden tot negatieve effecten op de onderliggende inflatie. De gevolgen van de coronapandemie voor de inflatie op middellange termijn zijn echter door grote onzekerheid omgeven, aangezien de neerwaartse druk in verband met de zwakkere vraag gedeeltelijk kan worden gecompenseerd door opwaartse effecten van verstoringen aan de aanbodzijde. De marktindicatoren voor de inflatieverwachtingen op langere termijn zijn op een laag niveau gebleven. Hoewel de op enquêtes gebaseerde indicatoren voor de inflatieverwachtingen op korte en middellange termijn zijn afgenomen, is dat minder het geval geweest voor de verwachtingen op langere termijn.

Wat de monetaire analyse betreft, is de groei van het ruime monetaire aggregaat (M3) in maart 2020 gestegen naar 7,5%, tegen 5,5% in februari. De groei van de geldhoeveelheid is toe te schrijven aan de kredietverlening van de banken aan de private sector, die grotendeels is terug te voeren op opnames op kredietlijnen en de lage alternatieve kosten voor het aanhouden van M3 ten opzichte van andere financiële instrumenten, terwijl de toegenomen economische onzekerheid lijkt te hebben geleid tot een verschuiving naar aanhoudingen van monetaire activa, waarschijnlijk uit voorzorgsoverwegingen. Tegen die achtergrond blijft het eng gedefinieerde monetaire aggregaat M1, dat de meest liquide vormen van geld omvat, de grootste bijdrage leveren aan de groei van het ruime monetaire aggregaat.

Ook de ontwikkelingen in de leningen aan de private sector dragen de stempel van de effecten van het coronavirus. Het groeitempo op jaarbasis van de leningen aan huishoudens bedroeg in maart 2020 3,4%, tegen 3,7% in februari, terwijl de twaalfmaandsgroei van de leningen aan niet-financiële ondernemingen in maart op 5,4% uitkwam, vergeleken met 3,0% in februari. Deze ontwikkelingen zijn ook duidelijk zichtbaar in de resultaten van de enquête naar de bancaire kredietverlening voor het eerste kwartaal van 2020, waaruit blijkt dat de vraag van de ondernemingen naar leningen en naar opnames op kredietlijnen om te voldoen aan de liquiditeitsbehoeften voor werkkapitaal fors is gestegen, terwijl de financieringsbehoeften voor investeringen in vaste activa zijn gedaald. De vraag naar leningen aan huishoudens voor woningaankopen is minder sterk toegenomen dan in het voorgaande kwartaal. De kredietacceptatiecriteria voor leningen aan ondernemingen zijn licht verscherpt, terwijl die voor leningen aan huishoudens sterker zijn aangescherpt. In beide gevallen had dit te maken met de verslechtering van de economische vooruitzichten en de daling van de kredietwaardigheid van bedrijven en huishoudens. Tegelijkertijd verwachten de banken een versoepeling van de kredietacceptatiecriteria voor leningen aan ondernemingen in het tweede kwartaal van 2020.

Onze beleidsmaatregelen, met name de gunstiger voorwaarden voor de TLTRO-III-transacties en de maatregelen ter versoepeling van de onderpandvereisten, moeten banken aanmoedigen om leningen te verstrekken aan alle entiteiten uit de private sector. Samen met de maatregelen van de nationale regeringen en de Europese instellingen ter ondersteuning van de kredietverlening dragen ze bij aan de permanente toegang tot financiering, ook voor de partijen die het sterkst door de gevolgen van de coronapandemie zijn getroffen.

Kortom: een toetsing van de uitkomsten van de economische analyse aan de signalen uit de monetaire analyse bevestigde dat een ruime mate van monetaire accommodatie nog steeds noodzakelijk is voor de krachtige convergentie van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2% op middellange termijn.

Wat het begrotingsbeleid betreft, is een ambitieuze en gecoördineerde begrotingskoers van cruciaal belang, gezien de sterke krimp van de economie van het eurogebied. De maatregelen als reactie op de coronapandemie dienen zoveel mogelijk gericht en tijdelijk te zijn. Wij zijn verheugd over de bekrachtiging door de Europese Raad van het akkoord van de Eurogroep over drie belangrijke vangnetten voor werkenden, bedrijven en staten, ter waarde van € 540 miljard. Tegelijkertijd dringt de Raad van Bestuur aan op verdere krachtige en tijdige inspanningen om het herstel voor te bereiden en te ondersteunen. In dit verband juichen we toe dat de Europese Raad een akkoord heeft bereikt om te werken aan een herstelfonds, dat specifiek moet worden ingezet om deze ongekende crisis het hoofd te bieden.

We zijn nu klaar om uw vragen te beantwoorden.

Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.

Contactpersonen voor de media