PERSCONFERENTIE

Mario Draghi, president van de ECB,
Luis de Guindos, vicepresident van de ECB,
Frankfurt am Main, 12 september 2019

INLEIDENDE VERKLARING

Dames en heren, de vicepresident en ik heten u van harte welkom bij onze persconferentie. We zullen nu verslag doen van de vergadering van de Raad van Bestuur van vandaag.

Op basis van onze reguliere economische en monetaire analyses hebben wij een grondige beoordeling uitgevoerd van de vooruitzichten voor de economie en de inflatie, waarbij tevens rekening werd gehouden met de meest recente door medewerkers samengestelde macro-economische projecties voor het eurogebied. Als uitkomst daarvan heeft de Raad van Bestuur, om zijn prijsstabiliteitsdoelstelling te verwezenlijken, de volgende beslissingen genomen.

Ten eerste hebben we, wat betreft de basisrentetarieven van de ECB, besloten het rentetarief voor de depositofaciliteit met 10 basispunten te verlagen naar -0,50%. Het rentetarief voor de basisherfinancieringstransacties en het rentetarief voor de marginale beleningsfaciliteit blijven onveranderd op respectievelijk 0,00% en 0,25%. We verwachten nu dat de basisrentetarieven van de ECB op hun huidige niveau of lager zullen blijven totdat we hebben vastgesteld dat de inflatieverwachtingen binnen onze projectieperiode krachtig convergeren naar een niveau dat voldoende dicht bij maar onder 2% ligt, en een dergelijke convergentie consequent in de onderliggende inflatiedynamiek tot uitdrukking komt.

Ten tweede heeft de Raad van Bestuur besloten dat de nettoaankopen worden hervat op grond van het programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme – APP), voor een maandelijks bedrag van € 20 miljard en wel met ingang van 1 november. We verwachten deze aankopen voort te zetten zo lang als noodzakelijk is om de accommoderende invloed van onze beleidstarieven te versterken, en ze te beëindigen kort voordat we beginnen met de verhoging van de basisrentetarieven van de ECB.

Ten derde zijn we voornemens de aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het APP en die de vervaldatum hebben bereikt, volledig te blijven herinvesteren, en wel voor geruime tijd voorbij het moment waarop we beginnen de basisrentetarieven van de ECB te verhogen, en in ieder geval zo lang als noodzakelijk is om gunstige liquiditeitscondities en een ruime mate van monetaire accommodatie te handhaven.

Ten vierde hebben we besloten de modaliteiten van de nieuwe reeks driemaandelijkse gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (targeted longer-term refinancing operations – TLTRO-III) te wijzigen om de gunstige bancaire leenvoorwaarden in stand te houden, de soepele doorwerking van het monetair beleid te verzekeren en de accommoderende monetairbeleidskoers verder te ondersteunen. De rente in elke transactie wordt nu vastgesteld op het peil van de gemiddelde rente die wordt toegepast in de basisherfinancieringstransacties van het Eurosysteem gedurende de looptijd van de betreffende TLTRO. Voor banken waarvan de in aanmerking komende nettokredietverlening een bepaalde maatstaf overtreft, zal het bij TLTRO-III-transacties toegepaste tarief lager zijn; dit kan zo laag zijn als het gemiddelde rentetarief op de depositofaciliteit gedurende de looptijd van de transactie. De looptijd van de transacties wordt verlengd van twee tot drie jaar.

Ten vijfde heeft de Raad van Bestuur, om de transmissie van het monetair beleid via de banken te ondersteunen, besloten een tweeledig systeem in te voeren voor de vergoeding van reserves, waarbij een gedeelte van de door de banken aangehouden overliquiditeit zal worden vrijgesteld van de negatieve rente op de depositofaciliteit.

Afzonderlijke persberichten met daarin nadere details over de door de Raad van Bestuur genomen maatregelen, worden vanmiddag om 15.30 uur Midden-Europese tijd gepubliceerd.

De Raad van Bestuur heeft opnieuw gewezen op de noodzaak om langdurig een zeer accommoderende monetairbeleidskoers aan te houden en blijft klaar staan om al zijn instrumenten zo nodig aan te passen om ervoor te zorgen dat de inflatie zich op duurzame wijze ontwikkelt in de richting van zijn doelstelling, in overeenstemming met zijn committering aan symmetrie.

De besluiten van vandaag werden genomen in reactie op het feit dat de inflatie nog steeds onder onze doelstelling blijft. Informatie die beschikbaar is gekomen sinds de vorige vergadering van de Raad van Bestuur, wijst op langer aanhoudende zwakte van de economie van het eurogebied, aanhoudende en prominente neerwaartse risico's, en geringe inflatiedruk. Deze factoren komen tot uiting in de nieuwe projecties van medewerkers, waarin gewag gemaakt wordt van een verdere verlaging van de inflatievooruitzichten.

Tegelijkertijd blijven de robuuste werkgelegenheidsgroei en de stijgende lonen steun geven aan de veerkracht van de economie van het eurogebied. Met het veelomvattende pakket aan monetairbeleidsmaatregelen van vandaag verschaffen we een aanzienlijke monetaire stimulans om ervoor te zorgen dat de financiële condities zeer gunstig blijven en steun geven aan de groei van het eurogebied, de verdere opbouw van de binnenlandse prijsdruk en dus de duurzame convergentie van de inflatie naar onze doelstelling op middellange termijn.

Staat u mij nu toe onze beoordeling nader toe te lichten, te beginnen met de economische analyse. In het tweede kwartaal van 2019 steeg het reële bbp van het eurogebied kwartaal-op-kwartaal met 0,2%, na een stijging van 0,4% in het voorgaande kwartaal. Recente economische gegevens en enquête-uitkomsten blijven wijzen op een matige maar positieve groei in het derde kwartaal van dit jaar. Deze groeivertraging weerspiegelt hoofdzakelijk de huidige zwakte van de internationale handel tegen de achtergrond van langdurige mondiale onzekerheden, die vooral de verwerkende industrie in het eurogebied raken.

Tegelijkertijd blijven de dienstensector en de bouwnijverheid veerkrachtig en wordt de groei van het eurogebied eveneens geschraagd door gunstige financieringsomstandigheden, verder toenemende werkgelegenheid en stijgende lonen, de gematigd expansieve begrotingskoers in het eurogebied en de aanhoudende – zij het iets tragere – groei van de mondiale bedrijvigheid.

Deze beoordeling komt grotendeels tot uiting in de in september 2019 door medewerkers van de ECB opgestelde macro-economische projecties voor het eurogebied. Volgens deze projecties stijgt het reële bbp op jaarbasis naar verwachting met 1,1% in 2019, met 1,2% in 2020 en met 1,4% in 2021. Vergeleken met de macro-economische projecties van juni 2019 zijn de vooruitzichten voor de reële bbp-groei in 2019 en 2020 neerwaarts bijgesteld.

De risico's rond de groeivooruitzichten voor het eurogebied blijven voornamelijk van neerwaartse aard. Deze risico's hebben vooral te maken met de langdurige onzekerheden in verband met geopolitieke factoren, de toenemende dreiging van protectionisme en kwetsbaarheden in de opkomende markten.

Volgens de flashraming van Eurostat beliep de HICP-inflatie van het eurogebied in augustus 2019 1,0% op jaarbasis, hetzelfde percentage als in juli. De lagere energie-inflatie werd gecompenseerd door de hogere voedselinflatie, terwijl de HICP-inflatie exclusief voedingsmiddelen en energie onveranderd bleef. Op basis van de huidige termijnprijzen voor olie zal de totale inflatie waarschijnlijk dalen en tegen het einde van het jaar weer toenemen. De maatstaven van de onderliggende inflatie bleven al met al gematigd en de indicatoren van de inflatieverwachtingen staan op een laag peil. Hoewel de arbeidskostendruk aan kracht en breedte heeft gewonnen, tegen de achtergrond van hoge niveaus van capaciteitsbenutting en krapper wordende arbeidsmarkten, duurt het langer dan verwacht voordat deze ontwikkeling doorwerkt in de inflatie. Verwacht wordt dat de onderliggende inflatie op middellange termijn zal stijgen, onder impuls van onze monetairbeleidsmaatregelen, de aanhoudende economische expansie en krachtige loongroei.

Deze beoordeling wordt ook grotendeels weerspiegeld in de in september 2019 door medewerkers van de ECB opgestelde macro-economische projecties voor het eurogebied, die een HICP-inflatie op jaarbasis voorzien van 1,2% in 2019, van 1,0% in 2020 en van 1,5% in 2021. Vergeleken met de door medewerkers samengestelde macro-economische projecties van juni 2019 zijn de vooruitzichten voor de HICP-inflatie gedurende de hele projectieperiode neerwaarts bijgesteld, als gevolg van de lagere energieprijzen en de zwakkere groeivooruitzichten.

Wat de monetaire analyse betreft, steeg de groei van het ruime monetaire aggregaat (M3) in juli 2019 naar 5,2%, tegen 4,5% in juni. De bestendige groei van dit aggregaat weerspiegelt de aanhoudende verstrekking van bankkrediet aan de private sector en de lage alternatieve kosten van het aanhouden van M3. Wat de componenten betreft, blijft het eng gedefinieerde monetaire aggregaat M1 de belangrijkste bijdrage leveren aan de groei van het ruime monetaire aggregaat.

Het groeitempo op jaarbasis van kredieten aan niet-financiële ondernemingen bleef in juli 2019 stabiel op 3,9%. De groei op jaarbasis van de totale kredietverlening aan niet-financiële ondernemingen blijft krachtig, hoewel de kortetermijnleningen, die gevoeliger zijn voor de conjunctuur, tekenen van zwakte vertonen. Het groeitempo op jaarbasis van de kredieten aan huishoudens beliep 3,4% in juli, tegen 3,3% in juni, waarmee de geleidelijke verbetering zich doorzette. Over het geheel genomen profiteert de kredietgroei nog steeds van de historisch lage bancaire rentetarieven.

De vandaag genomen monetairbeleidsmaatregelen, waaronder de meer accommoderende voorwaarden van de nieuwe TLTRO-reeks, zullen ertoe bijdragen dat de bancaire leenvoorwaarden gunstig blijven en dat de toegang tot financiering verder ondersteund wordt, in het bijzonder voor kleine en middelgrote ondernemingen.

Kortom: een toetsing van de uitkomsten van de economische analyse aan de signalen uit de monetaire analyse bevestigde dat een ruime mate van monetaire accommodatie nog steeds noodzakelijk is voor de aanhoudende duurzame convergentie van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2% op middellange termijn.

Om ten volle de vruchten van onze monetairbeleidsmaatregelen te kunnen plukken, moet ook op andere beleidsterreinen een vastbeslotener bijdrage worden geleverd om het groeipotentieel op langere termijn te verhogen, de totale vraag in de huidige omstandigheden te ondersteunen en de kwetsbaarheden te verminderen. De inspanningen ter uitvoering van structuurbeleid in de landen van het eurogebied dienen aanzienlijk te worden opgevoerd om de productiviteit en het groeipotentieel van het eurogebied te stimuleren, de structurele werkloosheid te verminderen en de veerkracht te versterken. De landspecifieke aanbevelingen voor 2019 dienen als leidraad te worden gehanteerd.

Wat het begrotingsbeleid betreft, verleent de gematigd expansieve begrotingskoers in het eurogebied momenteel enige steun aan de economische bedrijvigheid. Met het oog op de afzwakkende economische vooruitzichten en de nog steeds aanzienlijke neerwaartse risico's dienen overheden met begrotingsruimte effectief en tijdig te handelen. In landen met een hoge overheidsschuld moet de overheid een voorzichtig beleid voeren dat de voorwaarden creëert waaronder de automatische stabilisatoren vrijelijk kunnen werken. Alle landen dienen hun inspanningen voor een groeivriendelijker samenstelling van de overheidsfinanciën te verhogen.

Tevens blijft het van cruciaal belang het begrotingskader en het kader voor economisch bestuur van de Europese Unie in de tijd en in de verschillende landen transparant en consistent ten uitvoer te leggen, teneinde de schokbestendigheid van de economie van het eurogebied te versterken. Het verbeteren van de werking van de Economische en Monetaire Unie blijft een prioriteit. De Raad van Bestuur verwelkomt de lopende werkzaamheden en roept op tot verdere specifieke en vastbesloten stappen om de bankenunie en de kapitaalmarktenunie te voltooien.

Wij staan nu tot uw beschikking voor vragen.

Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.

Contactpersonen voor de media