Zoekopties
Home Media Explainers Onderzoek & publicaties Statistieken Monetair beleid De euro Betalingsverkeer & markten Werken bij de ECB
Suggesties
Sorteren op
Christine Lagarde
The President of the European Central Bank
  • TOESPRAAK

Terug naar de basis in onzekere tijden

Inleidende toespraak door Christine Lagarde, president van de ECB, op het ECB Forum on Central Banking 2026 in Sintra, Portugal, met als thema : de toekomst van Europa vormgeven: innovatie, groei en stabiliteit

Sintra, 29 juni 2026

Het is mij een genoegen u welkom te heten op het ECB Forum on Central Banking.

De afgelopen vijftien jaar kreeg het eurogebied te maken met uitzonderlijke druk. Die vroeg om ongebruikelijke antwoorden.

De overheidsschuldencrisis bracht ons dicht bij de effectieve ondergrens van de rente. De pandemie deed de vraag verder instorten. We reageerden met aankoopprogramma’s en herfinancieringstransacties om de economie te ondersteunen, en met nieuwe instrumenten om fragmentatie aan te pakken.

We hebben ons instrumentarium ook met andere middelen uitgebreid: forward guidance met criteria voor rentebesluiten, afspraken over de volgorde van maatregelen, en koppelingen tussen verschillende beleidsinstrumenten.

Toen het klimaat omsloeg en Rusland onze toegang tot aardgas afsneed, reageerden we met een klassiek instrument, maar op een ongebruikelijke manier: de snelste verkrappingscyclus uit onze geschiedenis, met stappen die we nooit eerder hadden gezet.

Maar in de huidige omstandigheden staat het monetair beleid er anders voor.

We hoeven niet langer naar onconventionele instrumenten te grijpen. We hebben ze nog steeds beschikbaar, maar kunnen ons nu richten op het stabiliseren van de inflatie met de beleidsrentes als belangrijkste instrument.

We hoeven niet meer met dezelfde kracht op te treden. We kunnen de rente gerichter aanpassen, op basis van de schokken waarmee we te maken krijgen.

En we hebben geen ingewikkelde vormen van forward guidance meer nodig. Onze besluiten zijn afhankelijk van de gegevens en worden per vergadering genomen.

Het monetair beleid is teruggekeerd naar de basis.[1] Of niet?

Terug naar de basis betekent niet terug naar een geïdealiseerd verleden – als zoiets in het monetair beleid al bestaat.

Zoals Edmund Burke ooit schreef: 'Een staat zonder het vermogen om te veranderen, mist ook het vermogen om te blijven bestaan.'[2]

Hetzelfde geldt voor het monetair beleid. De wereld van vandaag stelt ons voor uitdagingen die vragen dat we die basisprincipes op nieuwe manieren toepassen, en dat we innoveren waar onze huidige middelen tekortschieten.

Terug naar de basis ...

Verschillende factoren hebben de terugkeer naar de basis mogelijk gemaakt.

De eerste is hoe de wereld is veranderd.

De rente heeft zich verwijderd van de effectieve ondergrens, mede door structurele ontwikkelingen zoals stijgende defensie-uitgaven. En de schokken van deze tijd raken vaker de aanbodzijde van de economie dan de vraagzijde. Omdat deze negatieve aanbodschokken de prijzen hebben doen stijgen, is de rente verder van de effectieve ondergrens komen te liggen.[3]

Maar misschien fundamenteler, die ontwikkeling heeft ook te maken met het beleid dat Europa in reactie op die crises heeft uitgewerkt. Dat beleid heeft de economie beter bestand gemaakt tegen schokken en zo de behoefte aan onconventionele of krachtige beleidsreacties verminderd.

De eigen instrumenten van de ECB, waaronder het transmissiebeschermingsinstrument, hebben fragmentatierisico’s verminderd. Door deze instrumenten is het minder waarschijnlijk dat we ongerechtvaardigde bewegingen in de spreads op staatsobligaties zien.

Dit betekent ook dat we de rente kunnen verhogen om de inflatie aan te pakken zonder dat die verkrapping zelf een bron van financiële stress wordt.

Daarnaast heeft de versterking van de Europese institutionele architectuur de fragmentatie verzwakt door de verwevenheid tussen banken en overheden van beide zijden aan te pakken.

Het Europees bankentoezicht en het Europese afwikkelingskader hebben de bankensector weerbaarder gemaakt, waardoor schokken minder gemakkelijk door het bankwezen worden versterkt – hoewel we ons ervan bewust moeten blijven dat uitdagingen op het gebied van financiële stabiliteit zich kunnen ontwikkelen in niet-bancaire financiële intermediatie, waar het toezicht geen gelijke tred heeft gehouden.

Ook het begrotingsbeleid in Europa heeft zich aanzienlijk ontwikkeld, van het Europees stabiliteitsmechanisme tot Next Generation EU en andere gemeenschappelijke kredietinstrumenten, waardoor de verwevenheid aan overheidszijde wordt verzwakt.

Tegelijkertijd zijn er redenen om aan te nemen dat de Europese beleidsreacties ook de doorwerking van schokken in de reële economie verminderen.

Uit onze strategische beoordeling bleek dat de verankering van de inflatieverwachtingen dichter bij 2% is gekomen dankzij de duidelijke, symmetrische doelstelling van de ECB en haar staat van dienst bij de bestrijding van zowel te lage als te hoge inflatie.[4] Dat is cruciaal om de economie te beschermen tegen ongewenste tweederonde-effecten van geïmporteerde energieschokken.

Ook de overgang naar schone energie brengt stilaan verandering in de manier waarop zulke schokken worden doorgegeven naar de bredere economie. In landen met een groter aandeel koolstofarme elektriciteit, zoals Portugal en Spanje, zijn de groothandelsprijzen voor elektriciteit steeds meer los komen te staan van de gasprijzen.

Die weerbaarheid is de afgelopen jaren duidelijk zichtbaar geworden.

Het faillissement van Silicon Valley Bank heeft de banken in het eurogebied niet ontwricht. Het eurogebied heeft ook de grootste verhoging van Amerikaanse invoerheffingen in bijna een eeuw doorstaan, evenals wat het Internationaal Energieagentschap 'de grootste verstoring van de olievoorziening ooit' heeft genoemd.

De kosten waren aanzienlijk, maar de economie is niet uit koers geraakt. De conjunctuurschommelingen zijn beperkt gebleven, ook al vormen sommige van deze schokken een uitdaging voor de groeivooruitzichten van Europa op lange termijn.

Door die weerbaarheid hebben we het monetair beleid beter kunnen richten op onze kerntaak: het stabiliseren van de prijzen via de rente, zonder beperkingen als gevolg van fragmentatierisico’s, kwetsbaarheden in de bankensector of de effectieve ondergrens van de rente.

... maar niet terug naar het verleden

De wereld waarin we terugkeren naar de basis verschilt fundamenteel met die van vroeger.

We bevinden ons in een gespannen geopolitiek klimaat, waarin grote schokken vaker lijken voor te komen. Die schokken nemen bovendien nieuwe vormen aan: toegang tot markten, energievoorziening en kritieke grondstoffen worden steeds vaker als drukmiddel ingezet.

Dergelijke schokken hebben twee kenmerken die onze gebruikelijke analysekaders op de proef stellen.

Ten eerste hangen de economische gevolgen van deze schokken af van strategische reacties, die niet noodzakelijk verlopen volgens patronen uit het verleden. De hogere Amerikaanse invoerheffingen van vorig jaar zijn daarvan een goed voorbeeld.

Volgens de meeste economische modellen zou de euro tegenover de Amerikaanse dollar dalen, doordat men hogere Amerikaanse rentes en een kleiner Amerikaans handelstekort verwachtte. Ook werd verwacht dat onzekerheid de investeringen sterk zou drukken. Veel waarnemers hadden verwacht dat de EU vergeldingsmaatregelen zou nemen, waardoor de invoerkosten zouden stijgen.

Maar in de praktijk steeg de euro juist sterk tegenover de dollar, toen beleggers de positie van de Verenigde Staten in het mondiale financiële stelsel opnieuw beoordeelden.[5] De EU heeft geen vergeldingsmaatregelen genomen en prioriteit gegeven aan haar strategische betrekkingen met de Verenigde Staten boven haar commerciële belangen.

En Europese regeringen reageerden op de bredere geopolitieke verschuiving met de grootste stijging van de defensie-uitgaven in decennia. Die reactie ving een deel van de negatieve impact van de handel op.

Het tweede kenmerk van deze schokken is dat ze snel kunnen escaleren, maar ook snel weer kunnen afnemen. De oorlog in het Midden-Oosten is daarvan een duidelijk voorbeeld.

Het conflict heeft aanzienlijke inflatoire druk veroorzaakt. Maar in elke fase zijn de inschattingen over de duur, de ernst en de gevolgen voor de vooruitzichten veranderd.

Escalatie, onderhandelingen, aangekondigde overeenkomsten en terugdraaiingen hebben de oliemarkten snel doen bewegen, soms in enkele dagen.

In maart stegen de olieprijzen tot bijna USD 120 per vat, terwijl de slechtste scenario’s nog veel hoger uitkwamen. Na het voorlopig vredesakkoord van vorige week zijn de prijzen flink gedaald tot ongeveer USD 73 per vat, hoewel de duurzaamheid van dit akkoord verre van zeker is.

Alles bij elkaar brengt het beeld dat ik heb geschetst het monetair beleid op nieuw terrein.

We krijgen waarschijnlijk vaker te maken met schokken die de inflatie van het doel wegduwen. Tegelijk betekent de weerbaarheid die Europa heeft opgebouwd dat de effecten op onze economie beperkter zijn.

Daarom kunnen we vaker terechtkomen in een tussenzone: tussen schokken waar we doorheen kunnen kijken en schokken waarop we krachtig moeten reageren.[6]

Tegelijk zijn die schokken moeilijker te doorgronden en kunnen ze sneller van richting veranderen. Daarom is het essentieel dat we onze beleidsreactie goed afstemmen.

We gaan deze uitdaging aan door op twee terreinen te innoveren.

Onze besluiten baseren op de juiste indicatoren

Allereerst moeten we ervoor zorgen dat we over indicatoren beschikken die concreet en actueel genoeg zijn om in deze omgeving goede besluiten te nemen.

Eén zienswijze is dat het monetair beleid, gezien de kenmerken van de huidige schokken, meer gewicht zou moeten geven aan de inflatieverwachtingen. Omdat we verstoringen aan de aanbodzijde niet rechtstreeks kunnen wegnemen, zouden onze besluiten erop gericht moeten zijn de verwachtingen verankerd te houden.

Inflatieverwachtingen zijn een belangrijk element van de data die we volgen en dat zullen ze altijd blijven. Elk signaal dat de verwachtingen op langere termijn op drift raken, vraagt onmiddellijk om een reactie. Bij grote en aanhoudende schokken kan het ook passend zijn krachtig op te treden nog vóórdat dit in de verwachtingen zichtbaar wordt.

Maar als we ons in de tussenzone bevinden die ik zojuist beschreven heb, kleven er nadelen aan het gebruik van verwachtingen als belangrijkste maatstaf voor afstemming van het beleid.

Stabiele langetermijnverwachtingen ertoe kunnen er mogelijk toe leiden dat beleidsmakers te laat reageren op inflatie die al boven de doelstelling ligt en die huishoudens en bedrijven al ervaren – zelfs wanneer prognoses en nieuwe gegevens om een reactie vragen.

Omgekeerd geldt dat als beleidsmakers preventief optreden om een toekomstige drift te voorkomen, er geen betrouwbare manier is om te bepalen hoever de rente moet worden verhoogd. Of om achteraf na te gaan of zo’n preventieve reactie noodzakelijk was of juist voorbarig.

Maar de vooruitgang in de gegevens die we gebruiken en de manier waarop we ze toepassen, geeft ons nu eerder – en een scherper – beeld van wat er in de economie gebeurt. En daarmee ook een stevigere basis om onze besluiten in de huidige omgeving af te stemmen.

Ten eerste hebben we sinds 2022 bij de ECB veel werk verzet om beter te begrijpen hoe concrete, realtime gegevens zich vertalen naar inflatie op middellange termijn. Daarbij hebben we onder meer een brede set indicatoren voor de onderliggende inflatie ontwikkeld. Instrumenten zoals de aanhoudende en de gemeenschappelijke component van de inflatie hebben hun waarde bewezen als voorlopende indicatoren.

Ten tweede hebben we fors geïnvesteerd in betere projecties. De prognosefouten tijdens de inflatiepiek van 2022 hebben ertoe geleid dat we allerlei verbeteringen hebben doorgevoerd. Zo zijn we overgestapt op meer gedetailleerde voorspellingen voor onder meer olie, gas en elektriciteit.[7] Sinds het uitbreken van de oorlog in het Midden-Oosten zijn de voorspelfouten zeer gering geweest.

Deze projecties geven ons een vollediger beeld van de middellange termijn – niet alleen van de inflatievooruitzichten, maar ook van hoe deze zullen reageren op onze beleidswijzigingen. Dat helpt ons het beleid veel beter af te stemmen op de omgeving die ik heb beschreven.

En die twee versterken elkaar: we kunnen onze prognoses voortdurend toetsen aan nieuwe gegevens om te zien of ze nog op koers liggen. Zo voorkomen we dat we prognoses gebruiken die door de werkelijkheid zijn ingehaald.

Deze opzet stond centraal bij ons meest recente monetairbeleidsbesluit. Sommigen hebben onze renteverhoging eerder deze maand een ‘indekkingsverhoging’ genoemd. Dat is geen juiste omschrijving.

We stonden voor vooruitzichten waarin zowel de totale inflatie als de kerninflatie opliep. Volgens onze projectie zou de inflatie pas in het laatste kwartaal van 2027 terugkeren naar 2%, en dan nog alleen als het monetair beleid zou worden aangepast. Onze analyse liet zien dat de inflatie in 2027 en 2028 boven de 2% zou zijn gebleven als we de rente gelijk hadden gehouden.

Dit was een besluit op basis van wat we voor ons zagen. Dat we dit besluit met vertrouwen konden nemen, ondanks de grote onzekerheid, is het resultaat van jarenlange investeringen in onze gegevens, indicatoren en projecties.

Robuustheid inbouwen

Maar in een omgeving waarin schokken zo snel van richting kunnen veranderen, zou het onverstandig zijn onze besluiten te sterk te laten afhangen van één enkele indicator of projectie. De tweede innovatie gaat over hoe we onze besluiten beoordelen in het licht van verschillende scenario’s voor de wereld.

Sinds onze strategiebeoordeling van vorig jaar is scenarioanalyse een vast onderdeel geworden van de manier waarop we besluiten nemen bij verhoogde onzekerheid.[8] Zo kunnen we testen of een beleidsbesluit hout snijdt onder verschillende mogelijke uitkomsten. Ook kunnen we vooraf vaststellen onder welke omstandigheden we van koers zouden moeten veranderen.

Dat was bijzonder nuttig bij onze meest recente vergadering. Naast het ongunstige en het ernstige scenario, die we in maart ook al hadden opgesteld, hadden we een milder scenario toegevoegd, waarin de energieprijzen lager uitvallen dan momenteel wordt verwacht.[9]

We hebben dit expres gedaan om rekening te houden met de mogelijkheid dat geopolitieke schokken sneller kunnen verdwijnen dan verwacht, zoals we hebben gezien bij de Straat van Hormuz.

Onze renteverhoging was gerechtvaardigd voor elk scenario dat we hadden opgesteld. Het was daarom vanuit de basis een robuust besluit. En sindsdien hebben we niets gezien waardoor we deze beoordeling in twijfel zouden moeten trekken. De futuresprijzen voor energie blijven binnen de bandbreedte van de scenario’s uit onze modellen.

De publicatie van deze scenario’s draagt op een andere manier bij aan robuustheid. Het helpt het publiek na te gaan wanneer we mogelijk overgaan van het ene scenario naar het andere. Maar om in te kunnen schatten hoe we zullen reageren, moet het publiek onze reactiefunctie begrijpen.

Daarbij bestaat er een belangrijk verschil tussen forward guidance, waar we vanaf gestapt zijn, en framework guidance.[10]

Wij laten ons bij de rentebesluiten leiden door drie criteria: de inflatievooruitzichten, de ontwikkeling van de onderliggende inflatie en de kracht waarmee het monetair beleid doorwerkt naar de economie. Omdat de markten deze reactiefunctie inmiddels goed begrijpen, wachten ze niet op ons voor ze in actie komen. Ze passen de financiële voorwaarden zelf al aan wanneer er nieuwe gegevens binnenkomen.

Daardoor krijgt het monetair beleid al effect nog voordat we een besluit hebben genomen. Dit geeft ons tijd om te beoordelen hoe een schok zich ontwikkelt voordat we ons vastleggen op een bepaalde koers. En dat is zeer waardevol in tijden van grote onzekerheid.

Dit hebben we de afgelopen maanden in werking gezien.

Toen de energieschok als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten ging doorwerken in de inflatievooruitzichten, begonnen de marktrentes in maart al te stijgen, ruim vóór ons besluit in juni. Dat gaf ons de mogelijkheid meer gegevens te verzamelen en onze reactie met meer vertrouwen af te stemmen dan wanneer we ons gedwongen hadden gevoeld onmiddellijk te handelen.

In dit geval kwamen de gegevens in grote lijnen overeen met de verwachtingen en hebben we de rente verhoogd. Maar we hebben ook situaties gehad waarin de eerste verwachtingen niet bewaarheid werden.

In de weken na de aankondiging van de Amerikaanse tarieven in april 2025 gingen markten bijvoorbeeld uit van aanzienlijk lagere rentes, met een eindrente die zelfs tot 1,5% werd ingeprijsd. Onze framework guidance gaf ons de ruimte af te wachten hoe de schok zich zou ontwikkelen. Uiteindelijk verliep die anders dan de meeste waarnemers aanvankelijk hadden gedacht. De versoepelingscyclus eindigde bij 2%.

In tijden van onzekerheid verliest forward guidance zijn waarde. Maar framework guidance wordt juist waardevoller.

Wanneer de markten begrijpen hoe we in verschillende mogelijke situaties zullen reageren, kunnen ze zich al aanpassen nog voordat we echt maatregelen nemen. En dat helpt ons robuustere besluiten te nemen.

Conclusie

Dit brengt mij tot de conclusie.

De afgelopen vijftien jaar hebben uitzonderlijke omstandigheden om onconventionele reacties gevraagd.

Vandaag is de omgeving voor het monetair beleid veranderd. Schokken raken vaker de aanbodzijde en in reactie op de moeilijke jaren achter ons heeft Europa een aanzienlijke weerbaarheid opgebouwd.

Dat heeft ruimte gecreëerd voor het monetair beleid om terug te keren naar de basis: de inflatie te stabiliseren met de beleidsrentes als belangrijkste instrument, geleidelijk te werk gaan en per vergadering besluiten te nemen.

De wereld waarmee we nu te maken hebben is echter niet minder veeleisend. En we moeten blijven meeveranderen. De basisprincipes zijn niet veranderd. Maar wat nodig is om ze toe te passen is wel veranderd.

Hartelijk dank.

  1. In andere opzichten is het monetairbeleidsklimaat uiteraard aanzienlijk veranderd. Zo is de omvang van de balans van het Eurosysteem sinds eind 2006 meer dan vervijfvoudigd, als gevolg van de tijdens opeenvolgende crises genomen onconventionele maatregelen en een structurele toename van de vraag naar centralebankreserves. Het balanstotaal neemt nu in een gelijkmatig en voorspelbaar tempo af doordat de portefeuilles van het programma voor de aankoop van activa en het pandemie-noodaankoopprogramma worden afgebouwd.

  2. Burke, E. (1790), Reflections on The Revolution in France and on the Proceedings in Certain Societies in London Relative to that Event in a Letter Intended to have been sent to a Gentleman in Paris.

  3. Voor een meer gedetailleerde bespreking van de vraag waarom de rente van de effectieve ondergrens de afgelopen jaren is verwijderd, zie: Changing economic and inflation environment (2025), A strategic view on the economic and inflation environment in the euro area, Occasional Paper Series, Nr. 371, ECB.

  4. ECB (2025), An overview of the ECB's monetary policy strategy – 2025, zie ook: Monetary Policy Tools, Strategy and Communication, Report on monetary policy tools, strategy and communication, Occasional Paper Series, nr. 372, ECB.

  5. Zoals besproken in Lagarde, C. (2025), Trade wars and central banks: lessons from 2025, toespraak tijdens de vierde International Monetary Policy Conference van Suomen Pankki, Helsinki, 30 september.

  6. Lagarde, C. (2026), Navigating energy shocks: risks and policy responses, toespraak tijdens de 'The ECB and Its Watchers'-conferentie, georganiseerd door het Institute for Monetary and Financial Stability aan de Goethe-universiteit Frankfurt, 25 maart.

  7. Chahad, M. et al. (2022), What explains recent errors in the inflation projections of Eurosystem and ECB staff?, Economic Bulletin, ECB, Nummer 3; Bobasu, A. en Pierluigi, B. (2026), Learning from misses: what forecast errors reveal about the nature of shocks, The ECB Blog, ECB, 27 februari. Zie ook hoofdstuk 4 in: Changing economic and inflation environment (2025), A strategic view on the economic and inflation environment in the euro area, Occasional Paper Series, Nr. 371.

  8. Europese Centrale Bank (2025), An overview of the ECB's monetary policy strategy – 2025.

  9. ECB (2026) Door medewerkers van het Eurosysteem samengestelde macro-economische projecties voor het eurogebied, juni 2026.

  10. Lagarde, C. (2025), A robust strategy for a new era, toespraak tijdens de 25e ‘ECB and Its Watchers’-conferentie, georganiseerd door het Institute for Monetary and Financial Stability van de Goethe Universiteit in Frankfurt, Duitsland, 12 maart.

CONTACT

Europese Centrale Bank

Directoraat-generaal Communicatie

Reproductie is alleen toegestaan met bronvermelding.

Contactpersonen voor de media