Inleidende Verklaring

Mario Draghi, President van de ECB,
Vítor Constâncio, Vice-President van de ECB, Malta, 22 oktober 2015

Dames en heren, de Vice-President en ik heten u van harte welkom bij onze persconferentie. Ik wil hierbij van de gelegenheid gebruikmaken om Gouverneur Bonnici van harte te bedanken voor zijn gastvrijheid en in het bijzonder zijn medewerkers bedanken voor de uitstekende organisatie van de vergadering van de Raad van Bestuur vandaag. Wij zullen nu verslag uitbrengen over de uitkomsten van onze vergadering.

Op basis van onze reguliere economische en monetaire analyses en in overeenstemming met onze indicaties omtrent het rentebeleid heeft de Raad van Bestuur besloten de basisrentetarieven van de ECB onveranderd te laten. Wat betreft de bijzondere monetairbeleidsmaatregelen: de aankopen van activa verlopen voorspoedig en blijven een gunstige invloed hebben op de kosten en beschikbaarheid van krediet voor bedrijven en huishoudens.

De Raad van Bestuur heeft de sinds onze vergadering van begin september binnengekomen informatie nauwlettend gevolgd. Hoewel de binnenlandse vraag in het eurogebied veerkrachtig blijft, blijft bezorgdheid omtrent de groeivooruitzichten voor de opkomende markten en mogelijke repercussies voor de economie van ontwikkelingen in de financiële en grondstoffenmarkten duiden op neerwaartse risico's voor de vooruitzichten voor de groei en de inflatie. Met name zijn het de kracht en hardnekkigheid van de factoren die momenteel de terugkeer van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2% op de middellange termijn vertragen, die grondig geanalyseerd dienen te worden. In dit kader dient de mate van monetairbeleidsaccommodatie tijdens onze monetairbeleidsvergadering in december, wanneer de nieuwe door medewerkers van het Eurosysteem samengestelde macro-economische projecties beschikbaar zullen zijn, nader bestudeerd te worden. De Raad van Bestuur is bereid en in staat handelend op te treden door gebruik te maken van alle binnen zijn mandaat ter beschikking staande instrumenten indien dit nodig mocht zijn om een passende mate van monetaire accommodatie te handhaven. Met name herinnert de Raad van Bestuur eraan dat het programma voor de aankoop van activa voldoende flexibiliteit biedt om de omvang, samenstelling en looptijd ervan te kunnen aanpassen. Intussen zullen wij de maandelijkse activa-aankopen van €60 miljard volledig ten uitvoer blijven leggen. Het voornemen is met deze aankopen door te gaan tot eind september 2016 en zo nodig langer – en in ieder geval totdat wij bewijs zien van een aanhoudende verandering in het beloop van de inflatie die in overeenstemming is met onze doelstelling op de middellange termijn een inflatiecijfer onder maar dicht bij 2% te verwezenlijken.

Laat ik nu gedetailleerder ingaan op onze beoordeling van de beschikbare informatie, te beginnen met de economische analyse. In het tweede kwartaal van 2015 steeg het reële bbp van het eurogebied kwartaal-op-kwartaal met 0,4%, na een stijging van 0,5% in het voorafgaande kwartaal. De uitkomst voor het tweede kwartaal weerspiegelt een positieve bijdrage van zowel de binnenlandse vraag als van de netto uitvoer. De meest recente op enquêtes gebaseerde indicatoren wijzen erop dat de reële bbp-groei zich in het derde kwartaal van het jaar in min of meer hetzelfde tempo zal ontwikkelen. Over het geheel genomen verwachten wij dat het economisch herstel zal aanhouden, zij het gedempt door met name een zwakker dan verwachte buitenlandse vraag. De binnenlandse vraag zou verder moeten worden ondersteund door onze monetairbeleidsmaatregelen en hun gunstige invloed op de financiële condities, en door de vooruitgang die is geboekt met begrotingsconsolidatie en structurele hervormingen. Daarnaast zou de daling van de olieprijs steun moeten geven aan het reëel besteedbaar inkomen van huishoudens en de winstgevendheid van bedrijven en aldus aan de particuliere consumptie en de investeringen. Het herstel van de binnenlandse vraag in het eurogebied blijft echter geremd door de noodzakelijke balansaanpassingen in een aantal sectoren en door het nogal trage tempo van de tenuitvoerlegging van structurele hervormingen.

De risico's voor de groeivooruitzichten van het eurogebied blijven neerwaarts van aard, vooral ten gevolge van de toegenomen onzekerheden met betrekking tot de ontwikkelingen in opkomende markteconomieën, die mogelijkerwijze verdere druk zouden kunnen uitoefenen op de mondiale groei en de buitenlandse vraag naar goederen en diensten uit het eurogebied. De toegenomen onzekerheid is recentelijk tot uiting gekomen in de ontwikkelingen in de financiële markten, die negatieve gevolgen zouden kunnen hebben voor de binnenlandse vraag in het eurogebied.

Volgens Eurostat bedroeg de HICP-inflatie van het eurogebied op jaarbasis in september 2015 -0,1%, gedaald ten opzichte van 0,1% in augustus. Vergeleken met de voorafgaande maand is dit voornamelijk het gevolg van een verdere daling van de energieprijzeninflatie. Op basis van de beschikbare informatie en gezien de huidige futuresprijzen voor olie blijft de HICP-inflatie op jaarbasis op korte termijn zeer laag. De verwachting is dat de HICP-inflatie op jaarbasis rond de jaarwisseling zal stijgen, mede vanwege basiseffecten in verband met de daling van de olieprijzen eind 2014. De inflatiecijfers zullen naar verwachting in 2016 en 2017 verder aantrekken onder invloed van het verwachte economisch herstel, de doorwerking van eerdere dalingen van de eurowisselkoers en de aanname dat de olieprijzen de komende jaren licht zullen stijgen, zoals momenteel reeds blijkt uit de markten voor oliefutures. Er is echter sprake van risico's die voortvloeien uit de economische vooruitzichten en uit ontwikkelingen in de financiële en grondstoffenmarkten die de geleidelijke stijging van de inflatie naar een niveau dichter bij 2% verder zouden kunnen vertragen. Deze risico's worden door de Raad van Bestuur nauwlettend gevolgd.

Wat de monetaire analyse betreft: recente gegevens bevestigen de solide groei van het ruime monetaire aggregaat (M3), ondanks een daling van de twaalfmaands groei van M3 van 5,3% in juli naar 4,8% in augustus 2015. De groei van M3 op jaarbasis blijft voornamelijk ondersteund door de meest liquide componenten, waarbij de groei op jaarbasis van het eng gedefinieerde monetaire aggregaat M1 in augustus uitkwam op 11,4%, vergeleken met 12,2% in juli.

De dynamiek van de kredietverstrekking is zich blijven verbeteren. Het groeitempo op jaarbasis van leningen aan niet-financiële vennootschappen (gecorrigeerd voor de verkoop en securitisatie van leningen) steeg in augustus naar 0,4%, een toename ten opzichte van 0,3% in juli, waarmee het geleidelijke herstel sinds begin 2014 aanhoudt. Ondanks deze verbeteringen blijven de ontwikkelingen in de leningen aan ondernemingen een gevolg van het achterblijven van deze kredietverstrekking bij de huidige conjunctuurfase, van kredietrisico’s, van kredietverstrekkingsfactoren en van de voortgaande balansaanpassingen in de financiële en niet-financiële sector. De groei op jaarbasis van leningen aan huishoudens (gecorrigeerd voor de verkoop en securitisatie van leningen) steeg in augustus 2015 naar 1,0%, tegen 0,9% in juli. De enquête naar de bancaire kredietverlening in het eurogebied voor het derde kwartaal van 2015 bevestigt de stijging van de vraag naar bankleningen, die wordt ondersteund door het algemene rentepeil, de financieringsbehoeften voor investeringsdoeleinden en de vooruitzichten voor de huizenmarkt. Daarnaast werden de kredietnormen voor leningen aan ondernemingen verder verruimd, met name ten gevolge van toenemende concurrentiedruk onder de retailbanken, waarbij deze voor leningen aan huishoudens voor woningaankopen echter enigszins krapper werden. Over het geheel genomen geven de door ons sinds juni 2014 genomen monetairbeleidsmaatregelen duidelijk steun aan verbeteringen in zowel de kredietnemingskosten voor bedrijven en huishoudens als in de kredietstromen in het eurogebied.

Kortom: een toetsing van de uitkomsten van de economische analyse aan die van de monetaire analyse bevestigt dat de monetairbeleidsbeslissingen van de Raad van Bestuur krachtig ten uitvoer dienen te worden gelegd en dat alle relevante binnenkomende informatie nauwlettend dient te worden bestudeerd om te zien welke invloed zij hebben op de vooruitzichten voor de prijsstabiliteit op de middellange termijn.

Het monetair beleid is gericht op het handhaven van de prijsstabiliteit op de middellange termijn, en de accommoderende koers ervan ondersteunt de economische bedrijvigheid. Om echter ten volle de vruchten van onze monetairbeleidsmaatregelen te kunnen plukken, moet ook op andere beleidsterreinen een vastbesloten bijdrage worden geleverd. Gezien de aanhoudende hoge structurele werkloosheid en de lage potentiële productiegroei in het eurogebied, dient het zich voortzettende conjuncturele herstel te worden ondersteund door effectief structureel beleid. Met name maatregelen om het ondernemingsklimaat te verbeteren (waaronder het zorgen voor een toereikende openbare infrastructuur), zijn van cruciaal belang om productieve investeringen te doen toenemen, het scheppen van banen te bevorderen en de productiviteit te verhogen. Snelle en effectieve tenuitvoerlegging van structurele hervormingen, tegen de achtergrond van een accommoderend monetair beleid, zal niet alleen leiden tot hogere duurzame economische groei in het eurogebied, maar zal tevens de verwachtingen ten aanzien van permanent hogere inkomens versterken en de voordelen van hervormingen sneller doen plaatsvinden, en zo het eurogebied beter bestand maken tegen mondiale schokken. Het begrotingsbeleid dient het economische herstel te ondersteunen maar zich daarbij te houden aan de begrotingsregels van de EU. De volledige en consistente tenuitvoerlegging van het Stabiliteits- en Groeipact is van cruciaal belang voor het vertrouwen in ons begrotingskader. Tegelijkertijd dienen alle landen te streven naar een groeivriendelijke samenstelling van hun begrotingsbeleid.

Wij staan nu tot uw beschikking voor vragen.

Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.

Contactpersonen voor de media