Zoekopties
Home Media Explainers Onderzoek & publicaties Statistieken Monetair beleid De euro Betalingsverkeer & markten Werken bij de ECB
Suggesties
Sorteren op
  • PERSBERICHT

Jaarrekening van de ECB over 2025

26 februari 2026

  • De ECB rapporteert een verlies van € 1,3 miljard (2024: verlies van € 7,9 miljard)
  • Het verlies wordt verrekend met toekomstige winsten

Uit de jaarrekening van de Europese Centrale Bank (ECB) over 2025 blijkt een verlies van € 1.254 miljoen. Dat is veel minder dan het verlies van € 7.944 miljoen over 2024, voornamelijk door een aanzienlijke daling van de nettorentelasten. Net als het verlies over voorgaande jaren wordt het verlies over 2025 op de balans van de ECB aangehouden, om te worden verrekend met toekomstige winsten. Dit betekent dat er over 2025 geen winst aan de nationale centrale banken van het eurogebied wordt uitgekeerd.

De verliezen die sinds 2022 worden gerapporteerd volgen op een groot aantal jaren met aanzienlijke winsten en vloeien voort uit noodzakelijke beleidsmaatregelen die het Eurosysteem heeft genomen om zijn primaire taak, het handhaven van prijsstabiliteit, te vervullen. Als onderdeel van deze maatregelen kocht de ECB financiële activa, meestal met vaste rentetarieven en lange looptijden, wat resulteerde in een balansverlenging. Daartegenover stond een overeenkomstige stijging van de verplichtingen waarover de ECB rente betaalt tegen variabele tarieven. Toen de ECB in 2022 en 2023 de basisrentetarieven verhoogde om de hoge inflatie in het eurogebied tegen te gaan, had dit onmiddellijk hogere rentelasten op deze verplichtingen tot gevolg, terwijl de rentebaten uit de activa van de ECB, met name uit effecten aangekocht in het kader van het programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme – APP) en het pandemie-noodaankoopprogramma (pandemic emergency purchase programme – PEPP), niet in dezelfde mate toenamen. De effecten van deze rentemismatch worden aanzienlijk verkleind door de verlagingen van de basisrentetarieven van de ECB sinds 2024 en de aanhoudende daling van de verplichtingen van de ECB als gevolg van het aflopen van de effecten in het kader van het APP en het PEPP. Zo waren de nettorentelasten in 2025 aanzienlijk lager dan in de voorgaande jaren.

De ECB zal naar verwachting in 2026 of het jaar daarna weer winst boeken. Of deze verwachting wordt bewaarheid, is echter afhankelijk van de toekomstige niveaus van de basisrentetarieven van de ECB en de wisselkoersen, alsook van de omvang en de samenstelling van de balans van de ECB. De ECB kan hoe dan ook effectief optreden en haar primaire mandaat, het handhaven van prijsstabiliteit vervullen, ongeacht eventuele verliezen. De financiële soliditeit van de ECB blijkt eveneens uit haar kapitaalpositie en aanzienlijke saldi op de herwaarderingsrekeningen, die eind 2025 samen € 71 miljard bedroegen, € 12 miljard meer dan ultimo 2024.

De rentebaten en -lasten waren in 2025 als volgt:

€ miljoen

2025

2024

Mutatie

Externe reserves

2.089

2.537

(449)

Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten

3.814

3.850

(36)

Vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem

2.900

5.232

(2.332)

Vorderingen van NCB's in verband met overgedragen externe reserves

(790)

(1.448)

659

Door/aan NCB’s verschuldigde TARGET-saldi

(7.706)

(15.674)

7.968

Overige

(485)

(1.479)

994

Nettorentebaten/(lasten)

(178)

(6.983)

6.805

De rentelasten waren in 2025 veel lager dan in 2024. Deze daling is vooral toe te schrijven aan de aanzienlijk lagere rentelasten op de netto TARGET-verplichting van de ECB, voornamelijk als gevolg van de lagere gemiddelde rentevergoeding (2,3% in 2025, tegenover 4,1% in 2024) door verlagingen van de basisrentetarieven van de ECB en, in mindere mate, de toepassing van de depositorente als basis voor de rentevergoeding in plaats van de rente op de basisherfinancieringstransacties. Ook de geringere TARGET-saldi als gevolg van het vervallen van effecten ten behoeve van het monetair beleid droegen aan deze daling bij. De lagere gemiddelde rentevergoeding leidde verder tot een daling van zowel de rentebaten uit vorderingen in verband met de toedeling van eurobankbiljetten in omloop als de aan de nationale centrale banken verschuldigde rentevergoeding op hun vorderingen uit hoofde van aan de ECB overgedragen externe reserves. Terwijl de rentebaten uit de externe reserves daalden, voornamelijk door lagere rentebaten uit in Amerikaanse dollar luidende effecten, bleven de rentebaten uit voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten nagenoeg onveranderd ten opzichte van vorig jaar.

De afwaarderingen ter waarde van € 1.316 miljoen (2024: € 81 miljoen) als gevolg van valutakoersschommelingen hielden vooral verband met de depreciatie van de Japanse yen, waardoor de waarde van de in die munt aangehouden deviezen daalde. Deze afwaarderingen werden gedeeltelijk gecompenseerd door gerealiseerde nettovalutakoerswinsten, voornamelijk als gevolg van een standaardherbalancering van de samenstelling van de externe reserves van de ECB.

De totale personeelskosten daalden tot € 809 miljoen (2024: € 844 miljoen), vooral door de lagere kosten van vergoedingen na uitdiensttreding en andere langetermijnbeloningen. De overige bedrijfskosten daalden licht naar € 619 miljoen (2024: € 626 miljoen), voornamelijk als gevolg van lagere afschrijvingskosten.

De baten uit toezichtsvergoedingen (die aan onder toezicht staande banken in rekening worden gebracht ter dekking van de kosten van ECB voor de uitvoering van haar toezichtstaken) bedroegen € 690 miljoen (2024: € 681 miljoen).

Het balanstotaal van de ECB daalde met € 37 miljard tot € 603 miljard (2024: € 641 miljard), voornamelijk als gevolg van de geleidelijke verkleining van de APP- en de PEPP-portefeuille door aflossingen.

De geconsolideerde balans van het Eurosysteem

Het totaal van de geconsolideerde balans van het Eurosysteem, die de activa en passiva van de NCB’s van het eurogebied en de ECB ten opzichte van derden omvat, bedroeg ultimo 2025 € 6.293 miljard (2024: € 6.421 miljard). De balansverkorting ten opzichte van 2024 hing samen met een waardedaling van de portefeuille van voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten naar € 3.745 miljard (2024: € 4.283 miljard), vooral als gevolg van aflossingen. De waarde van de APP-portefeuille daalde met € 351 miljard naar € 2.322 miljard en die van de PEPP-portefeuille met € 186 miljard naar € 1.423 miljard. De daling werd gedeeltelijk gecompenseerd doordat de waarde in euro's van de goudvoorraad van het Eurosysteem steeg naar € 1.274 miljard (2024: € 872 miljard). Die stijging hing samen met de hogere marktprijs van goud uitgedrukt in euro's.

De media kunnen met hun vragen terecht bij William Lelieveldt, tel. +49 69 1344 7316.

Toelichting

CONTACT

Europese Centrale Bank

Directoraat-generaal Communicatie

Reproductie is alleen toegestaan met bronvermelding.

Contactpersonen voor de media