Banking Supervision
Nederlands
Other languages4 +
Menu

Interview met het Wall Street Journal

11 maart 2014

Interview met Sabine Lautenschläger, Lid van de Directie van de ECB, met het Wall Street Journal.
Het interview werd afgenomen door Brian Blackstone, Christopher Lawton en Hans Bentzien op 7 maart 2014

WSJ: De interpretatie door de financiële markten van het besluit van de ECB van donderdag om het beleid ongewijzigd te laten is dat de lat voor aanvullende stimulansen kennelijk hoog ligt. Is dat een accurate beoordeling?

De correcte interpretatie is dat we zullen optreden als dat noodzakelijk is. Maar er was geen dwingende reden om op te treden: vorige week hebben we als Raad van bestuur vastgesteld dat ons basisscenario in grote lijnen wordt bevestigd. We krijgen enkele positieve signalen uit binnenkomende cijfers, zoals op economisch gebied een bescheiden trend van herstel en op financieel gebied verbeterende financieringsvoorwaarden voor banken. Bovendien zijn de inflatieverwachtingen voor de middellange termijn nog steeds stevig verankerd.

WSJ: Maar de inflatie ligt ver onder de doelstelling van de ECB.

Bij het beoordelen van het actuele inflatieniveau moet je altijd alle onderliggende redenen in aanmerking nemen. Er zijn enkele mondiale factoren waarmee rekening moet worden gehouden. Zo heeft de daling van de energieprijzen bijvoorbeeld een zeer sterk effect. Ook de structurele hervormingen die in de lidstaten van het eurogebied worden doorgevoerd beïnvloeden de prijzen. Tegen de outputgap treden we op door middel van onze “forward guidance”: de rentetarieven zullen gedurende een langere periode, en totdat het herstel duidelijk wortel heeft geschoten, op het huidige of zelfs een lager niveau blijven.

WSJ: De centrale bank van de Verenigde Staten heeft agressiever gereageerd op de risico’s van desinflatie. Is de ECB zelfgenoegzaam? Zelfs volgens uw eigen prognoses zal de inflatie eind 2016 niet meer dan 1,7% bedragen.

Ik verwerp de suggestie dat wij zelfgenoegzaam zouden zijn. Als we toenemende zorgen over de prijsstabiliteit op de middellange termijn waarnemen, zullen we actie ondernemen. En ook in het verleden zijn we niet zelfgenoegzaam geweest. We hebben standaard- en niet-standaardmaatregelen toegepast om een zeer accommoderend monetair beleid te voeren. Niet alleen hebben we de rentetarieven verlaagd en zijn we overgegaan op volledige toewijzing van liquiditeit tegen vaste rentetarieven, maar ook hebben we de langerlopende herfinancieringstransacties ingevoerd en hebben we de onderpandeisen gewijzigd, zodat een breder scala aan activa kon worden aanvaard in onze portefeuille.

Verder denk ik niet dat je de situatie in het eurogebied moet vergelijken met die in de VS of Japan, aangezien de onderliggende factoren verschillend zijn.

WSJ: Mario Draghi noemde donderdag een reeks van opties, waaronder het faciliteren van de ABS-markt, financiering voor kredietverlening en kwantitatieve verruiming.

De ABS-markt verdient echt onze aandacht. Het besluit van het Bazels Comité in 2010 om de kapitaaleisen voor effecten op onderpand van activa te verzwaren was juist. Maar ik zou willen onderzoeken of het besluit geen onbedoelde gevolgen heeft gehad voor de markt van transparante, eenvoudige, zogeheten “plain vanilla”-ABS. We zouden kunnen kijken of de kapitaaleisen gerechtvaardigd of te hoog zijn.

WSJ: Wat kan de ECB doen?

We kunnen de leden van verschillende internationale regelgevingscomités, zoals het Bazels Comité en de Financial Stability Board, vragen om dit onderwerp opnieuw tegen het licht te houden. Ik ben van plan om dat te doen.

WSJ: En hoe staat u tegenover het gebruiken van de onderpandregels van de ECB of zelf ABS te kopen om deze markt weer in beweging te krijgen?

Je kunt problemen alleen aanpakken met welbepaalde, gerichte maatregelen. Welke maatregel passend is, hangt sterk af van de concrete omstandigheden. Handelen alleen om het handelen zelf heeft geen zin. In elk geval zou ervoor moeten worden gezorgd, met betrekking tot ons risicobeheerkader, dat we de noodzakelijke bescherming hebben.

WSJ: Analisten zeggen dat de ABS-markt in Europa alleen kan worden aangeslingerd als de ECB ze gaat opkopen.

Dat denk ik niet. Het hangt allemaal af van de kosten: de kapitaalkosten van eenvoudige, plain vanilla-ABS. Als de kosten van deze instrumenten voor banken zouden afnemen na een eerlijke en stringente evaluatie van de kapitaaleisen door de instantie die de internationale normen vaststelt, zou de ABS-markt nieuw leven kunnen worden ingeblazen en zou de kredietverlening kunnen worden ondersteund. Wanneer de regelgevingskosten dalen, zullen ze worden gekocht.

WSJ: Is er nog ruimte op het gebied van de rentetarieven? De herfinancieringsrente is 0,25% en de depositorente is nul.

Ja, we hebben nog ruimte om op te treden. De depositorente zou bijvoorbeeld negatief kunnen worden. Dat is althans een mogelijkheid, die afhankelijk is van de vraag of de onderliggende factoren die we waarnemen dit type maatregel noodzakelijk maken. We hebben de beschikking over verschillende instrumenten. Dat kunnen bijvoorbeeld het opschorten van de sterilisatie van het Programma voor de effectenmarkten of meer gerichte langerlopende herfinancieringstransacties zijn. Ook zou je kunnen denken aan het onderpandkader.

WSJ: En kwantitatieve verruiming? Is dat een legitiem instrument?

Dat is afhankelijk van de voorwaarden waaronder dat zou gebeuren. Bijvoorbeeld garanties, enz.

WSJ: Uw voorganger, Jörg Asmussen, was voorstander van de Rechtstreekse Monetaire Transacties. De instelling waarvoor u tot een paar maanden geleden nog werkte, de Bundesbank, heeft zich daar krachtig tegen verzet. Wat is uw standpunt?

Zonder kennis van de toekomstige concrete omstandigheden die ten grondslag liggen aan een besluit over een potentiële activering van de Rechtstreekse Monetaire Transacties is het moeilijk om deze vraag te beantwoorden. Alles bij elkaar genomen ben ik wel een beetje kritisch over de structuur van de stimulansen die de Rechtstreekse Monetaire Transacties bieden. Ik zie enkele juridische problemen opdoemen. Maar voor concrete antwoorden op deze vragen moet je de concrete omstandigheden in ogenschouw nemen: de economische condities, wat je koopt, hoeveel je koopt, mitigerende factoren als de voorwaardelijkheid, enz.

WSJ: Hoe belangrijk is het dat monetairbeleidsbesluiten niet worden beïnvloed door de toestand van het bankensysteem?

Belangrijk is dat je ervoor moet zorgen dat de besluiten in de tak van het bankentoezicht niet worden beïnvloed door je monetairbeleidstaak en omgekeerd, en dat heb je zelf in de hand. Maar je kunt niet met een Chinese muur in je hoofd rondlopen. Als centraal bankier moet je heel goed op de hoogte zijn van wat zich afspeelt binnen banken in het eurogebied; die vormen tenslotte een van de belangrijkste transmissiekanalen voor het monetair beleid. Maar u kunt er gerust op zijn dat we strikte regels en praktijken zullen toepassen om een scheiding tussen beide taken tot stand te brengen. Op dit moment bestuderen we beste praktijken van andere centrale banken in de wereld die ook belast zijn met bankentoezicht. De procedure voor het nemen van toezichtbesluiten is heel bijzonder: de Raad van Toezicht van het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme zal het ontwerpbesluit opstellen en de Raad van Bestuur, het orgaan dat het uiteindelijke besluit neemt, stelt dit besluit vast door middel van een procedure van geen bezwaar.

WSJ: Moet er een reactie van de Europese Unie komen op de nieuwe regels van de Federal Reserve voor internationale banken?

Tussen de VS en Europa bestaat overeenstemming over een bepaalde mate van wederkerigheid bij het aanvaarden van elkaars regelgevingskader als gelijkwaardig. Het komende half jaar moet een periode worden waarin we onze collega’s van de Fed vragen hoe ze de nieuwe regels voor buitenlandse banken willen gaan toepassen. En vervolgens moeten we in de Europese arena bespreken hoe we willen reageren, met name als we het over wederkerigheid hebben.

WSJ: Komt de beoordeling van de kwaliteit van de activa van banken niet te laat? De VS hebben de problemen met de banken al jaren geleden aangepakt.

Nee, het is niet te laat. De activakwaliteitsbeoordeling en de stresstest zullen hard worden. Ze zullen geloofwaardig, streng en consistent zijn. Dit is de laatste kans om een schoonmaak te houden. We zijn wat aan de late kant, maar de situatie in de VS was ook anders dan die van ons. In de VS hadden banken in het begin, in 2008, veel problemen, vanwege de enorme bedragen aan toxische activa die ze op hun balansen hadden staan. De problemen waar enkele Europese banken mee te maken hebben gekregen, de percepties waartegen we strijden, vloeien voort uit 2008 en uit de overheidsschuldencrisis van 2012.

WSJ: Denkt u dat veel banken de activakwaliteitsbeoordeling en de stresstest niet zullen doorstaan?

Zullen we “niet doorstaan” definiëren? Niet doorstaan betekent voor mij de doelstelling van 5,5% kapitaal in het negatieve scenario of 8% in het basisscenario van de stresstest niet halen. Ik denk dat er enkele banken zullen zijn die hun kapitaalsituatie zullen moeten verbeteren. Ik ga geen getal noemen, want ik weet geen getal. Maar wat is het doel van deze toetsingen? Het doel is om het vertrouwen te versterken. Als we dat op een goede manier doen en het vertrouwen in het systeem toeneemt, ben ik er vrij zeker van dat deze banken niet veel problemen zullen hebben met het verbeteren van hun kapitaalsituatie.

WSJ: De perceptie is dat de Bundesbank en de ECB voortdurend met elkaar in de clinch liggen. U hebt bij de Bundesbank gewerkt. Nu werkt u voor de ECB. Wat is uw ervaring?

Soms zijn er verschillen van mening, dat is heel normaal wanneer belangrijke zaken met veel gevolgen worden besproken. En journalisten schrijven niet graag over besluiten die in overeenstemming worden genomen. Bovendien herinner ik me een groot aantal gevallen waarin de Bundesbank maatregelen van het Eurosysteem steunde.

WSJ: U bent de enige vrouw in de Raad van bestuur van de ECB. Waarom zijn vrouwen niet beter vertegenwoordigd in de Raad van bestuur van de ECB, en ziet u dat veranderen?

Nou, eerst waren er 24 mannen en nu zijn er 23 mannen en één vrouw, dus er is iets veranderd. Ik denk dat in Europese centrale banken vrouwen ondervertegenwoordigd zijn. In de jaren 70 van de vorige eeuw was dat althans zeker het geval. En ook al zien we tegenwoordig meer vrouwen, het zal nog jaren kosten om ze aan de top te krijgen.

Contactpersonen voor de media