PERSBERICHT

Eerste publicatie van MFI-rentestatistieken voor het eurogebied

10 december 2003

Vandaag introduceert de Europese Centrale Bank (ECB) een nieuwe reeks geharmoniseerde statistieken betreffende rentetarieven. Vanaf de referentiemaand januari 2003 worden deze statistieken, die betrekking hebben op zowel nieuwe contracten als op reeds uitstaande bedragen, elke maand verzameld onder een representatieve steekproef van ongeveer 1.800 kredietinstellingen in het gehele eurogebied. De nieuwe statistieken hebben betrekking op de rentetarieven die monetaire financiële instellingen (MFI's) in het eurogebied toepassen op alle belangrijke categorieën van deposito's en leningen in euro ten aanzien van huishoudens en niet-financiële vennootschappen in het eurogebied, alsmede op de daarmee verband houdende volumes van contracten. Zij worden gepubliceerd voor het eurogebied als geheel en voor elke individuele lidstaat (en wel op de website van de desbetreffende nationale centrale bank).

Deze nieuwe reeks geharmoniseerde statistieken vertegenwoordigt een belangrijke verbetering in de gegevens die beschikbaar zijn voor de analyse van de monetaire ontwikkelingen, van de transmissie van veranderingen in het monetaire beleid naar de economieën van het eurogebied en van aangelegenheden betreffende de financiële stabiliteit. De rentetarieven op leningen verschaffen tevens informatie over de financieringscondities, terwijl de marges tussen de belenings- en depositorentetarieven informatie verschaffen over de bancaire condities. Daarnaast kunnen deposito- en beleningsvolumes licht werpen op financiële ontwikkelingen, en aldus een aanvulling vormen op de statistieken betreffende MFI-balansen die regelmatig door de ECB worden gepubliceerd. Ten slotte stellen deze nieuwe geharmoniseerde statistieken de banksector en het algemene publiek voor de eerste keer in staat de MFI-rentetarieven in het gehele eurogebied op zinnige wijze te vergelijken.

De nieuwe rentestatistieken vervangen de tien niet-geharmoniseerde retail-rentetarieven in het eurogebied die sinds januari 1999 door de ECB zijn gepubliceerd. Het bereik en de definitie van de nieuwe statistieken verschillen aanzienlijk van die van de tot nog toe gepubliceerde retail-rentetarieven. Directe vergelijking van de nieuween oude rentetarieven is derhalve niet mogelijk.

De MFI-rentestatistieken zullen voorlopig worden gepubliceerd op de 30ste werkdag na het einde van de referentieperiode. Het volgende persbericht wordt voorzien voor 15 januari 2004. De gegevens zullen eveneens worden gepubliceerd op de website van de ECB, in het ECB-Maand bericht en in het ECB Statistics Pocket Book.

MFI-RENTE-ONTWIKKELINGEN (JANUARI 2003 TOT EN MET SEPTEMBER 2003)

De nieuwe statistieken geven aan dat de gemiddelde niveau's van de MFI-rentetarieven in het eurogebied verschillen voor deposito's en leningen en dat deze tevens afhankelijk zijn van looptijd, type cliënt, doel van de lening, etc. In september 2003 bijvoorbeeld, bedroeg het rentetarief op girale deposito's van niet-financiële vennootschappen 0,87%, terwijl het rentetarief op girale deposito's van huishoudens 0,68% bedroeg. Het gemiddelde rentetarief voor deposito's van huishoudens met een opzegtermijn tot 3 maanden bedroeg 1,93%. De rentevergoeding op langere-termijndeposito's, zoals die van niet-financiële vennootschappen met een vaste looptijd langer dan twee jaar, was 3,64%. Wat betreft beleningen, was het rentetarief op leningen aan huishoudens voor consumptieve doeleinden met een variabel tarief en een initiële rentevaste periode tot (en met) 1 jaar 7,37%, terwijl het rentetarief op leningen van boven EUR 1 miljoen aan niet-financiële vennootschappen met een variabel tarief en een initiële rentevaste periode tot (en met) 1 jaar 3,11% bedroeg. Het rentetarief op leningen aan huishoudens voor de aankoop van een huis met een initiële rentevaste periode langer dan 1 jaar en tot (en met) 5 jaar, bedroeg 4,10%.

Wat betreft de ontwikkelingen in de loop van dit jaar, bevestigen de statistieken met betrekking tot de nieuwe contracten de daling van de MFI-rentetarieven voor deposito's tussen januari en september 2003. Wat betreft korte-termijndeposito's was deze daling in de orde van 20 tot 35 basispunten voor girale deposito's (van zowel huishoudens als niet-financiële vennootschappen) en voor deposito's van huishoudens met een opzegtermijn tot drie maanden (zie Grafiek 1). Wat betreft de langere looptijden, daalden de rentetarieven op deposito's met een vaste looptijd langer dan twee jaar van huishoudens en niet-financiële vennootschappen met respectievelijk ongeveer 75 en 60 basispunten (zie Grafiek 2).

De gemiddelde MFI-rentetarieven op leningen daalden eveneens voor de meeste categorieën tussen januari en september 2003. Deze ontwikkelingen waren echter niet hetzelfde voor leningen aan niet-financiële vennootschappen en leningen aan huishoudens (zie Grafiek 3). W at betreft de eerstgenoemde leningen, daalde het rentetarief op rekening-courantkredieten en leningen van meer dan EUR 1 miljoen met een variabel tarief en een initiële rentevaste periode tot (en met) 1 jaar met respectievelijk ongeveer 75 en 60 basispunten. In tegenstelling daarmee daalde het rentetarief op rekening-courantkredieten aan huishoudens met slechts 13 basispunten. Het rentetarief op consumptieve leningen met een variabel tarief en een initiële rentevaste periode tot (en met) 1 jaar steeg zelfs met ongeveer 15 basispunten.

Wat betreft de lange-termijnrentetarieven was de daling echter groter voor huishoudens dan voor niet-financiële vennootschappen (zie Grafiek 4). Het rentetarief op leningen aan huishoudens voor de aankoop van een huis met initiële rentevaste periode langer dan 5 jaar en tot (en met) 10 jaar daalde tussen januari en september 2003 met ongeveer 60 basispunten, terwijl het rentetarief op leningen aan niet-financiële vennootschappen van meer dan EUR 1 miljoen met een initiële rentevaste periode langer dan 5 jaar gedurende dezelfde periode met rond 35 basispunten daalde. Deze verschillen zouden in zekere mate een weerspiegeling kunnen vormen van verschuivingen in de perceptie van MFI's ten aanzien van de aan de verschillende beleningsvormen verbonden kredietrisico's.

De ontwikkelingen in de korte-termijn MFI-rentetarieven tussen januari en september 2003 komen overeen met een daling in het driemaands geldmarktrentetarief van ongeveer 70 basispunten gedurende dezelfde periode (zie Grafiek 1 en Grafiek 3). De nieuwe statistieken bevestigen aldus het op basis van de oude statistieken waargenomen patroon, namelijk dat met name de rentetarieven op girale deposito's en op normale spaardeposito's (d.w.z. deposito's van huishoudens met een opzegtermijn tot 3 maanden) zich langzaam aanpassen aan veranderingen in de geldmarktrentetarieven. Korte-termijnbeleningstarieven lijken voor huishoudens onbeweeglijker te zijn geweest dan voor niet-financiële vennootschappen.

Vergelijkbare lange-termijnmarktrentetarieven, bijvoorbeeld die op vijfjaars overheidsobligaties, schommelden in de loop van 2003; eerst daalden zij, toen stegen zij tegen juni, en in september bereikten zij weer niveau's die in januari te zien waren geweest (zie ook Grafiek 2 en Grafiek 4). MFI-rentetarieven reageren gewoonlijk met enige vertraging op ontwikkelingen in de marktrentetarieven. Met name de rentetarieven op lange-termijndeposito's van huishoudens lijken nogal traag te hebben gereageerd op de recente stijging van de lange-termijnmarktrentetarieven.

Een ander kenmerk van de nieuwe statistieken is dat tevens inzicht wordt verschaft in de totale kosten van kredietneming voor twee categorieën van leningen. Deze totale kosten, zoals afgemeten aan het jaarlijkse kostenpercentage, behelzen niet alleen het rentetarief maar tevens daarmee verband houdende kosten, zoals de kosten betreffende inlichtingen, administratie, het opstellen van documenten, garanties en kredietverzekering. De beschikbare gegevens laten zien dat deze kosten hoger zijn geweest voor consumptieve leningen dan voor leningen voor de aanschaf van een huis (zie Grafiek 5). Het verschil tussen het kostenpercentage en het gewogen gemiddelde van de rentetarieven bedroeg tussen januari en september 2003 voor consumptieve leningen en voor leningen voor de aanschaf van een huis gemiddeld respectievelijk 65 en 20 basispunten.

De nieuwe statistieken bevatten tevens informatie betreffende de gemiddelde rentetarieven op uitstaande bedragen van deposito's en leningen luidende in euro (zie Grafiek 6). Deze statistieken hebben betrekking op de gemiddelde rentetarieven op alle contracten die in het verleden zijn aangegaan. Dientengevolge schommelen de rentetarieven op de uitstaande bedragen minder dan de rentetarieven op nieuwe contracten.

NB

  • Gedetailleerdere informatie betreffende de MFI-rentestatistieken kan worden gevonden op de "Euro area MFI interest rate statistics"-pagina onder "Statistics" op de website van de ECB (http://www.ecb.europa.eu). MFI's bestaan uit kredietinstellingen en soortgelijke financiële instellingen. De rapportagepopulatie voor de rentestatistieken bestaat vrijwel volledig uit kredietinstellingen.
  • De daarmee verband houdende contractvolumes voor elk van de M FI-rentecategorieën worden gespecificeerd in Tabel 2 en Tabel 4 van de Bijlage.

Further information can be found in the annex to this press release on the ECB website [pdf 69 kB].

Contactpersonen voor de media