Interview met NRC Handelsblad

Interview met Peter Praet, Lid van de Directie van de ECB, door Mark Beunderman, gepubliceerd op 30 januari 2016

In maart 2015 begon de ECB met haar programma van kwantitatieve verruiming. Hoe zou de eurozone er nu uit zien als de ECB toen niets had gedaan?

De beslissing om staatsschuld te kopen kwam bovenop de steunmaatregelen voor banken die we al eerder hadden genomen. Die waren succesvol. De kredietverlening begon aan te trekken. Maar in 2014, na twee recessies op rij, was het herstel alweer aan het verzwakken. Het was een riskante situatie. Toen grepen we in. Met kwantitatieve verruiming is de financiële situatie in de eurozone gunstiger geworden. Banken lenen weer uit. Dus we kunnen zeggen: het werkt. En dat werd door het ECB-bestuur deze maand unaniem erkend. Vooral in landen zoals Spanje en Italië zijn de financiële condities verbeterd. Het programma heeft duidelijk een positief effect op de economische groei en de inflatie. Alle maatregelen samen hebben een meltdown van de eurozone voorkomen.

Het ECB-bestuur is toch verdeeld over kwantitatieve verruiming? De Nederlandse en Duitse leden tekenden in januari 2015 verzet aan en in december weer.

Niemand in het bestuur ontkent dat het opkopen van obligaties positieve effecten heeft op de financiële condities. Ook is het bestuur unaniem van mening dat het kopen van obligaties in principe past binnen het ECB-mandaat. Maar sommige leden vinden dat het middel alleen in extreme noodsituaties mag worden ingezet. Er is ook discussie over hoe lang het zal duren voordat het impact zal hebben op de inflatie. Verder vinden sommigen dat door het kopen van obligaties de regeringen minder geneigd zouden zijn zelf begrotingsmaatregelen te nemen en structurele hervormingen door te voeren.

Klaas Knot vindt dat allemaal.

Ik ben zelf ook bezorgd over het gebrek aan verdere hervormingen in de eurolanden ook al is er al veel gedaan. Maar ik verzet me sterk tegen de opvatting dat de centrale bank passief moet blijven als regeringen te weinig doen. Wij handelen volgens ons mandaat. En waarschijnlijk hadden regeringen nog minder gedaan, terwijl de zaak instortte. Wij hebben hun niet alleen tijd gegeven om te hervormen, maar ook om - in een tijd van onzekerheid over de bankensector - het Europese bankentoezicht op te tuigen.

Als er genoeg druk is vanuit de markten - bijvoorbeeld als de obligatierentes van landen omhoog gaan - dan hervormen landen toch sneller?

Marktdiscipline is inderdaad belangrijk. Maar de crisis heeft opnieuw getoond dat markten van overvloedig optimisme naar extreem pessimisme kunnen schieten en ook vaak laat en plotseling reageren.

Crisislanden hebben baat gehad bij de steunprogramma’s van de ECB, zegt u. Maar wat heeft een land als Nederland daaraan?

De landen in de eurozone zijn sterk van elkaar afhankelijk. De zwakte van je buren raakt jou ook. Dat moeten mensen in Nederland, of in Duitsland, niet vergeten. En ook Nederland zou keihard zijn geraakt als in 2012 de ECB niet had ingegrepen toen de euro bedreigd werd. Maar one size cannot always fit all. We hadden heel slechte financiële condities in sommige landen. In andere landen was monetaire stimulering misschien minder nodig. Maar ons mandaat is: bijdragen aan de prijsstabiliteit van de eurozone als geheel. Dat is ook in het nationale belang van Nederland.

Maar het lage rentebeleid van de ECB werkt ook destabiliserend. Afgelopen week waarschuwde de Europese pensioenwaakhond EIOPA dat de kapitaalpositie van Nederlandse pensioenfondsen onder druk staat door de lage rente.

Een veel grotere destabiliserende factor, voor de maatschappij als geheel, zou een economische depressie zijn. De lange termijnrente daalt al zo’n 20 jaar. De lage rentes weerspiegelen immers de economische fundamenten zoals demografische ontwikkelingen en productiviteit en komen dus niet alleen door het beleid van de centrale bank, dat er vooral voor moet zorgen dat de inflatieverwachtingen goed verankerd zijn.

Monetair beleid heeft altijd een herverdelende impact die de staat kan corrigeren indien nodig. In Duitsland klinkt vaak de klacht dat spaarders slechter uit zijn. Wie ongetwijfeld ook recht van klagen hebben, zijn diegenen die hun baan verliezen omdat de economie te zwak is door beleid dat tekortschiet.

Kan de ECB het zich veroorloven om in te gaan tegen de ideeën over monetair beleid in het grootste land van de eurozone, Duitsland?

We kijken naar de héle eurozone en we zitten hier niet om landen te vertegenwoordigen. Wij kennen de bezwaren in sommige landen. Je moet daar natuurlijk wel rekening mee houden en daar goed uitleggen dat we handelen om ons mandaat te respecteren. Ik geef toe dat dit best moeilijk is.

ECB-president Draghi zinspeelde deze maand op nóg meer monetaire stimulering bij de vergadering in januari. Waarom is nog meer nodig?

Hij zei dat de ECB haar beleid zal heroverwegen en mogelijk zal herzien. Het economisch herstel is nog kwetsbaar, het is cyclisch en niet echt structureel. Er zijn nieuwe risico’s bijgekomen, denk aan de groeivertraging in opkomende landen. En inflatieverwachtingen blijven duidelijk teleurstellen.

Komen er in maart al nieuwe maatregelen?

We volgen de economische data van nabij. De toon in de verklaring van de bestuursraad is er een van alertheid.

De inflatie blijft ver onder de officiële doelstelling van de ECB: onder, maar nabij de 2 procent op de middellange termijn. Moet het inflatiedoel niet worden bijgesteld?

Duidelijk niet! Wij zijn vastbesloten het doel te bereiken. Bovendien zou het aanpassen van je doelstelling juist wanneer het moeilijker is om het te bereiken, de geloofwaardigheid van de ECB ondermijnen. De 2 procent is een middellange termijndoel. Daaraan zit geen vaste datum. Het hangt onder meer af van de aard en de regelmaat van economische schokken en van hoe deze doorsijpelen en de inflatieverwachtingen beïnvloeden. Als de inflatieverwachtingen te sterk onder druk komen, moet je ingrijpen.

Veel mensen zeggen: lage inflatie is toch goed? Dan kan ik toch meer kopen? Ja, als je een baan hebt. Maar er is ook veel werkloosheid. De lage inflatie komt toch door de lage olieprijs, hoor je ook vaak. Maar die olieprijs komt voor een belangrijk deel door dalende wereldwijde vraag. De huidige lage inflatie is ook een reflectie van economische zwakte.

Contactpersonen voor de media