- ECB-BLOG
Europa’s afhankelijkheid van fossiele brandstoffen vormt een risico voor prijsstabiliteit
7 april 2026
De energieafhankelijkheid van Europa maakt het steeds moeilijker prijsstabiliteit te handhaven. De verwezenlijking van de Europese doelstellingen op het gebied van schone energie zou de link tussen volatiele wereldmarkten en binnenlandse prijzen verzwakken. Essentieel is dat de middelen om deze transitie tot stand te brengen al binnen handbereik liggen.
De energieafhankelijkheid van Europa is een van de kritieke kwetsbaarheden van onze economie geworden. Door recente schokken in de energieprijzen heeft een grote uitstroom van middelen uit Europa plaatsgevonden, waren noodingrepen noodzakelijk en zijn overheidsfinanciën onder druk gezet. Deze kosten zijn reëel, terugkerend en grotendeels verspild.
Het energiebeleid valt onder de verantwoordelijkheid van gekozen regeringen, en terecht. Maar de energieafhankelijkheid van Europa heeft ook ingrijpende gevolgen voor de ECB. Onze belangrijkste taak is prijsstabiliteit. Vanwege terugkerende energieprijsschokken wordt het evenwel steeds moeilijker deze doelstelling te bereiken.
Waarom maken centrale banken zich hier druk om?
Europa blijft een van de geavanceerde economieën die het meest afhankelijk zijn van de invoer van fossiele brandstoffen. Deze kwetsbaarheid werd nog eens duidelijk blootgelegd na de ongerechtvaardigde invasie van Oekraïne door Rusland. De energieprijzen rezen de pan uit, waardoor de inflatie in het eurogebied in oktober 2022 opliep tot 10,6%, wat aanleiding gaf tot wat sommigen treffend ‘fossielflatie’ hebben genoemd.
De recente geopolitieke spanningen hebben duidelijk gemaakt hoe weinig deze afhankelijkheid is veranderd. Het conflict in het Midden-Oosten heeft geleid tot een nieuwe stijging van de Europese energiekosten. De door medewerkers van de ECB samengestelde macro-economische projecties van maart 2026 schetsen hoe deze externe schok de inflatie zou kunnen verhogen en de groei zou kunnen verlagen.
Dit is een complex scenario voor ons om grip op te krijgen. Een verkrapping van het monetair beleid om de inflatie te beteugelen kan een economische vertraging verergeren; met een versoepeling van het beleid ter ondersteuning van de groei bestaat het risico dat inflatie verankerd raakt.
In theorie kunnen centrale banken tijdelijke aanbodschokken buiten beschouwing laten, mits deze niet doorwerken in bredere en hardnekkigere prijsdruk, de inflatieverwachtingen verankerd blijven en er geen loon-prijsspiraal ontstaat. Maar deze voorwaarden worden door de herhaalde en aanhoudende energieschokken allemaal op de proef gesteld, zoals ECB-president Christine Lagarde in haar recente toespraak onderstreepte.
Transitie nu – of straks meer betalen
Europa kan de geopolitieke risico’s niet laten verdwijnen, maar kan de blootstelling eraan wel aanzienlijk verminderen. De meest doeltreffende manier om dat te doen is door de afhankelijkheid van de invoer van fossiele brandstoffen te verminderen en een geleidelijke overgang naar schone energie van eigen bodem te versnellen. Als Europa zijn doelstellingen voor duurzame energie zou halen, zou de relatie tussen binnenlandse energieprijzen en de volatiele mondiale energiemarkten aanzienlijk afnemen.
De transitie van Spanje naar hernieuwbare energie toont de voordelen van investeringen in schone energie aan: ramingen van Banco de España laten zien dat de groothandelsprijzen voor elektriciteit begin 2024 ongeveer 40% lager waren dan wanneer wind- en zonne-energie op het niveau van 2019 zouden zijn gebleven.
Bredere toepassing van dergelijke strategieën zou leiden tot minder schokken voor huishoudens, bedrijven, overheidsfinanciën en financiële markten – en uiteindelijk tot meer macro-economische stabiliteit en prijsstabiliteit.
Sommigen zijn van mening dat een dergelijke transitie onaanvaardbaar duur is. Het klopt dat volgens de Europese Commissie de investeringen tussen 2026 en 2030 ongeveer € 660 miljard per jaar zouden moeten bedragen. Maar het is uiterst misleidend zich alleen op deze kosten te richten. Investeren in schone, duurzame energie vervangt aanzienlijke uitgaven voor fossiele brandstoffen. Momenteel geeft Europa jaarlijks bijna € 400 miljard uit aan de invoer van fossiele brandstoffen. De marginale kosten van de productie van hernieuwbare energie van eigen bodem zijn daarentegen structureel lager. Als de infrastructuur eenmaal is aangelegd, is de energie zelf vrijwel kosteloos.
Dit betekent dat de overgang op lokaal geproduceerde, schone en duurzame energie veel meer oplevert dan alleen klimaatvoordelen. De transitie versterkt de macro-economische stabiliteit, verlaagt de kosten op langere termijn, ondersteunt de economische groei, levert gezondheidsvoordelen op en vergroot de strategische autonomie van Europa – zoals onlangs nog werd benadrukt in een toespraak van president Lagarde.
Uit een nieuwe analyse van het Britse Comité voor klimaatverandering blijkt dat voor elk pond dat in duurzame energie wordt geïnvesteerd, de baten 2,2 tot 4,1 keer groter zijn dan de kosten. Het is dus niet verwonderlijk dat in recente rapporten, waaronder The future of European competitiveness van Mario Draghi, decarbonisatie wordt gezien als een steunpilaar voor de economische strategie van Europa op de lange termijn.
De keuze is duidelijk, zij het niet eenvoudig
Gelukkig zijn de middelen die nodig zijn om deze transitie tot stand te brengen binnen handbereik. De overgang vereist grote initiële investeringen, diepe en goed functionerende kapitaalmarkten en voorspelbaar beleid. Vooruitgang op het gebied van de spaar- en investeringsunie is essentieel om op de vereiste schaal kapitaal te mobiliseren.
Beleidszekerheid, in combinatie met de juiste stimulansen, is van cruciaal belang om ervoor te zorgen dat langetermijnperspectieven voorrang krijgen boven kortetermijnwinst, en dat publieke en private doelstellingen elkaar versterken in plaats van tegenwerken. Hierbij moeten allereerst de bestaande decarbonisatiedoelstellingen worden gerealiseerd en moet het emissiehandelssysteem behouden blijven als een geloofwaardig, marktgebaseerd instrument voor koolstofbeprijzing.
Dit alles is niet eenvoudig. Maar de vraag is niet langer of Europa het zich kan veroorloven de energietransitie te realiseren. De echte vraag is of Europa het zich kan veroorloven die transitie niet te realiseren. Vanuit het perspectief van de centrale bank is het antwoord duidelijk.
Deze blogpost werd op 7 april 2026 als opiniestuk gepubliceerd in de Financial Times.
Bekijk het ECB-blog en abonneer u op toekomstige posts.
Kijk voor onderwerpen die te maken hebben met bankentoezicht ook eens op The Supervision Blog.
