PERSCONFERENTIE

Mario Draghi, President van de ECB,
Vítor Constâncio, Vice-President van de ECB,
Tallinn, 8 juni 2017

INLEIDENDE VERKLARING

Dames en heren, de Vice-President en ik heten u van harte welkom bij onze persconferentie. Ik wil hierbij van de gelegenheid gebruikmaken om Gouverneur Hansson van harte te bedanken voor zijn gastvrijheid en in het bijzonder zijn medewerkers bedanken voor de uitstekende organisatie van de vergadering van de Raad van Bestuur vandaag. Wij zullen nu verslag uitbrengen over de uitkomsten van onze vergadering.

Op basis van onze reguliere economische en monetaire analyses hebben wij besloten de basisrentetarieven van de ECB onveranderd te laten. Wij verwachten dat deze voor langere tijd, en ruim voorbij de periode van onze netto activa-aankopen, op hun huidige niveau zullen blijven. Wat de bijzondere monetairbeleidsmaatregelen betreft, bevestigen wij dat het de bedoeling is dat onze netto activa-aankopen, voor het huidige maandelijkse bedrag van €60 miljard, doorlopen tot eind december 2017 of zo nodig langer, en in ieder geval totdat de Raad van Bestuur bewijs ziet van een aanhoudende verandering in het beloop van de inflatie in overeenstemming met zijn inflatiedoelstelling. De netto-aankopen zullen plaatsvinden naast de herinvesteringen van de hoofdsommen van vervallen waardepapieren die in het kader van het programma voor de aankoop van activa zijn aangekocht.

Onze monetairbeleidsmaatregelen hebben de zeer gunstige financieringscondities die noodzakelijk zijn om een duurzame convergentie van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2% op de middellange termijn zeker te stellen, verder in stand gehouden. De informatie die sinds onze vorige monetairbeleidsvergadering van eind april beschikbaar gekomen is, bevestigt dat de economie van het eurogebied verder is aangetrokken, en dat die volgens de projectie in een iets hoger tempo zal groeien dan eerder werd verwacht. Wij zijn van mening dat de risico's voor de groeivooruitzichten momenteel globaal genomen in evenwicht zijn.

Tegelijkertijd moet de economische groei zich nog vertalen in een sterkere inflatiedynamiek. Tot dusver zijn de maatstaven van de onderliggende inflatie gematigd gebleven. Daarom is een zeer aanzienlijke mate van monetaire accommodatie nog steeds nodig om de onderliggende inflatiedruk te doen toenemen en de totale inflatie op de middellange termijn te ondersteunen. Indien de vooruitzichten minder gunstig worden of de financiële omstandigheden inconsistent worden met verdere vooruitgang naar een duurzame verandering in het beloop van de inflatie, dan staan wij klaar ons programma voor de aankoop van activa wat betreft omvang en/of duur uit te breiden.

Laat ik nu gedetailleerder ingaan op onze beoordeling, te beginnen met de economische analyse. Het reële bbp van het eurogebied steeg in het eerste kwartaal van 2017 (kwartaal-op-kwartaal) met 0,6%, ten opzichte van 0,5% in het laatste kwartaal van 2016. Binnenkomende gegevens, te weten enquête-uitkomsten, wijzen nog steeds op stevige, breedgedragen groei in de aankomende periode. De doorwerking van onze monetairbeleidsmaatregelen heeft de afbouw van schuldposities gefaciliteerd en zou de binnenlandse vraag moeten blijven ondersteunen. In het bijzonder blijft het herstel van de investeringen profiteren van de zeer gunstige financieringscondities en verbeteringen in de winstgevendheid van bedrijven. De toenemende werkgelegenheid, die tevens profiteert van in het verleden doorgevoerde hervormingen op de arbeidsmarkt, ondersteunt het reëel besteedbaar inkomen en de particuliere consumptie. Bovendien ondervinden de handel en de uitvoer vanuit het eurogebied steeds meer steun van het wereldwijde herstel. De economische groeivooruitzichten blijven echter getemperd worden door het trage tempo van de tenuitvoerlegging van structurele hervormingen (met name op de productenmarkten) en door de blijvende noodzaak tot balansaanpassingen in een aantal sectoren, ondanks doorlopende verbeteringen.

Deze beoordeling komt in grote lijnen overeen met de door medewerkers van het Eurosysteem samengestelde macro-economische projecties van juni 2017 (die eind mei werden afgerond), die afhankelijk zijn van de volledige tenuitvoerlegging van al onze monetairbeleidsmaatregelen. Volgens de projecties stijgt het reële bbp op jaarbasis naar verwachting met 1,9% in 2017, met 1,8% in 2018 en met 1,7% in 2019. Vergeleken met de door medewerkers van de ECB samengestelde macro-economische projecties van maart 2017 zijn de vooruitzichten voor de reële bbp-groei gedurende de projectieperiode opwaarts bijgesteld.

De risico's rond de groeivooruitzichten voor het eurogebied worden globaal genomen in evenwicht geacht. Enerzijds vergroot de huidige conjuncturele opleving de kans op een sterker dan verwachte economische opleving. Anderzijds blijven er neerwaartse risico’s met betrekking tot overwegend mondiale factoren bestaan.

Volgens de flashraming van Eurostat beliep de HICP-inflatie in het eurogebied op jaarbasis in mei 1,4%, nadat voor april 1,9% en voor maart 1,5% waren opgetekend. Zoals verwacht hing de recente volatiliteit in de inflatiecijfers vooral samen met de energieprijzen en tijdelijke prijsverhogingen van diensten tijdens de paasdagen. Op basis van de huidige futuresprijzen voor olie zal de totale inflatie in de komende maanden waarschijnlijk rond het huidige niveau blijven schommelen. Tegelijkertijd blijven de maatstaven voor de onderliggende inflatie laag en vertonen deze nog geen overtuigende signalen van een herstel, als gevolg van het feit dat de onbenutte middelen de prijs- en loonvorming blijven drukken. De onderliggende inflatie zal naar verwachting pas op de middellange termijn geleidelijk gaan stijgen, daarbij ondersteund door onze monetairbeleidsmaatregelen, de aanhoudende economische groei en de daarmee samenhangende geleidelijke afname van de economische slapte.

Deze beoordeling komt ook in grote lijnen overeen met de door medewerkers van het Eurosysteem samengestelde macro-economische projecties voor het eurogebied van juni 2017, die een HICP-inflatie op jaarbasis voorzien van 1,5% in 2017, 1,3% in 2018 en 1,6% in 2019. Vergeleken met de door medewerkers van de ECB samengestelde macro-economische projecties van maart 2017 zijn de vooruitzichten voor de totale HICP-inflatie naar beneden bijgesteld, voornamelijk ten gevolge van een lagere olieprijs.

Wat de monetaire analyse betreft: het ruime monetaire aggregaat (M3) blijft in een stevig tempo groeien, waarbij het groeitempo op jaarbasis in april 2017 op 4,9% uitkwam, tegenover 5,3% in maart. Net als in de voorgaande maanden werd de groei van M3 op jaarbasis voornamelijk ondersteund door de meest liquide componenten, waarbij de groei op jaarbasis van het eng gedefinieerde monetaire aggregaat M1 in april 2017 uitkwam op 9,2%, vergeleken met 9,1% in maart.

Het herstel van de groei van de kredietverstrekking aan de particuliere sector dat sinds begin 2014 te zien is, blijft zich voortzetten. Het groeitempo op jaarbasis van de leningen aan niet-financiële vennootschappen steeg in april 2017 naar 2,4%, ten opzichte van 2,3% in de voorafgaande maand, terwijl de twaalfmaandsgroei van de leningen aan huishoudens in april met 2,4% stabiel bleef. De doorwerking van de sinds juni 2014 genomen monetairbeleidsmaatregelen blijft aanzienlijke steun geven aan de leenvoorwaarden voor bedrijven en huishoudens, de toegang tot financiering (in het bijzonder voor kleine en middelgrote ondernemingen), en daardoor aan de kredietstromen in het gehele eurogebied.

Kortom: een toetsing van de uitkomsten van de economische analyse aan de signalen uit de monetaire analyse bevestigde de noodzaak tot een verdere zeer aanzienlijke mate van monetaire accommodatie om te zorgen voor een duurzame terugkeer van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2%.

Om ten volle de vruchten van onze monetairbeleidsmaatregelen te kunnen plukken, moet ook op andere beleidsterreinen een veel vastbeslotener bijdrage aan de versterking van de economische groei worden geleverd. De tenuitvoerlegging van structurele hervormingen dient aanzienlijk te worden opgevoerd om de schokbestendigheid te vergroten, de structurele werkloosheid te verminderen en de productiviteit en potentiële productiegroei te stimuleren. Wat het begrotingsbeleid betreft, zou het voor alle landen goed zijn als ze grotere inspanningen zouden leveren om een groeivriendelijker samenstelling van de overheidsfinanciën te bereiken. Het in de tijd en in de verschillende landen op volledige, transparante en consistente wijze tenuitvoerleggen van het Stabiliteits- en Groeipact en van de procedure bij macro-economische onevenwichtigheden blijft van cruciaal belang om de schokbestendigheid van de economie van het eurogebied te versterken.

Wij staan nu tot uw beschikking voor vragen.

Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.

Contactpersonen voor de media