Inleidende Verklaring

Mario Draghi, President van de ECB,
Vítor Constâncio, Vice-President van de ECB,
Frankfurt am Main, 21 januari 2016

Dames en heren, allereerst wens ik u allen uiteraard een gelukkig nieuwjaar. De Vice-President en ik heten u van harte welkom bij onze persconferentie. We zullen nu verslag doen van de vergadering van de Raad van Bestuur van vandaag, die tevens werd bijgewoond door de Vice-Voorzitter van de Commissie, de heer Dombrovskis.

Op basis van onze reguliere economische en monetaire analyses, en na de herkalibrering van onze monetairbeleidsmaatregelen vorige maand, hebben wij besloten de basisrentetarieven van de ECB onveranderd te laten, en wij verwachten dat deze voor een langdurige periode op de huidige of lagere niveaus zullen blijven. Wat betreft onze bijzondere monetairbeleidsmaatregelen: de aankopen van activa verlopen voorspoedig en blijven een gunstige invloed hebben op de kosten en beschikbaarheid van krediet voor bedrijven en huishoudens.

Kijkend naar de aan het begin van 2016 beschikbare gegevens, is het duidelijk dat de monetairbeleidsmaatregelen die wij sinds medio 2014 hebben genomen, effect hebben. Dientengevolge zijn de ontwikkelingen in de reële economie, de kredietverstrekking en de financieringsvoorwaarden verbeterd en hebben deze de bestendigheid van het eurogebied tegen de recente mondiale economische schokken verstevigd. De begin december genomen beslissingen met onze maandelijkse netto aankopen van activa van €60 miljard door te gaan tot ten minste eind maart 2017 en de hoofdsomaflossingsbetalingen op vervallende waardepapieren zo lang als nodig te herinvesteren, waren volledig passend. Ze zullen resulteren in een aanzienlijke verruiming van de liquiditeit voor het bankstelsel, en zullen onze indicaties voor de toekomst omtrent de rentetarieven versterken.

En toch, nu het nieuwe jaar begint, zijn de neerwaartse risico's toegenomen tegen de achtergrond van verhoogde onzekerheid ten aanzien van de groeivooruitzichten voor de opkomende markteconomieën, volatiliteit in de financiële en grondstoffenmarkten en geopolitieke risico's. Tegen deze achtergrond blijft de inflatiedynamiek van het eurogebied ook zwakker dan verwacht. Het zal daarom nodig zijn onze monetairbeleidskoers nog eens te bezien en wellicht te heroverwegen tijdens onze volgende vergadering begin maart, wanneer de nieuwe door medewerkers samengestelde macro-economische projecties (die dan ook betrekking zullen hebben op het jaar 2018) beschikbaar komen. In de tussentijd zal het nodige werk worden verricht om ervoor te zorgen dat alle technische voorwaarden aanwezig zijn om, indien nodig, het volledige scala van beleidsopties klaar te hebben staan voor gebruik.

Laat ik nu gedetailleerder ingaan op onze beoordeling, te beginnen met de economische analyse. Bevestigd werd dat het reële bbp van het eurogebied kwartaal-op-kwartaal in het derde kwartaal van 2015 met 0,3% was gegroeid, voornamelijk ondersteund door de particuliere consumptie, terwijl het tegelijkertijd werd gedempt door een negatieve bijdrage van de netto uitvoer. De meest recente op enquêtes gebaseerde indicatoren (beschikbaar tot december) geven aan dat het reële bbp in het vierde kwartaal van vorig jaar is blijven groeien. Vooruitblikkend, verwachten wij dat het economisch herstel zal aanhouden. De binnenlandse vraag zou verder moeten worden ondersteund door onze monetairbeleidsmaatregelen en de gunstige invloed daarvan op de financiële condities, en door de eerdere vooruitgang die is geboekt met begrotingsconsolidatie en structurele hervormingen. Daarnaast zou de hernieuwde daling van de olieprijs aanvullende steun moeten geven aan het reëel besteedbaar inkomen van huishoudens en de winstgevendheid van bedrijven, en aldus aan de particuliere consumptie en de investeringen. Daarnaast is de begrotingskoers van het eurogebied licht expansief aan het worden, met name ten gevolge van maatregelen ter ondersteuning van vluchtelingen. Het economisch herstel in het eurogebied blijft echter worden getemperd door zwakke groeivooruitzichten in de opkomende markten, volatiele financiële markten, de noodzakelijke balansaanpassingen in een aantal sectoren en door het trage tempo van de tenuitvoerlegging van structurele hervormingen

De risico's voor de vooruitzichten voor de groei van het eurogebied blijven van neerwaartse aard en houden met name verband met de toegenomen onzekerheid ten aanzien van de ontwikkelingen in de wereldeconomie, en met bredere geopolitieke risico's. Deze risico's zouden mogelijkerwijs druk kunnen uitoefenen op de mondiale groei en de buitenlandse vraag naar goederen en diensten uit het eurogebied, en op het vertrouwen in bredere zin.

De HICP-inflatie van het eurogebied op jaarbasis was in december 2015 0,2%, tegen 0,1% in november. De uitkomst voor december was lager dan verwacht, voornamelijk ten gevolge van de hernieuwde scherpe daling van de olieprijs, en van lagere inflatie van de prijzen van voedingsmiddelen en diensten. Op basis van de huidige futuresprijzen voor olie, die ruim onder het niveau van een paar weken geleden liggen, is het verwachte beloop van de HICP-inflatie op jaarbasis in 2016 nu aanzienlijk lager vergeleken met de vooruitzichten van begin december. De inflatie wordt nu verwacht de komende maanden op een zeer laag of negatief niveau te blijven, alvorens slechts later in 2016 aan te trekken. Daarna zou de inflatie, ondersteund door onze monetairbeleidsmaatregelen en het verwachte economisch herstel, moeten blijven herstellen, maar de risico's van tweede-ronde-effecten dienen nauwlettend te worden gevolgd. Een veelomvattender beeld van de invloed van de olieprijs en andere externe en binnenlandse factoren op de vooruitzichten voor de HICP-inflatie zal naar voren komen in de door medewerkers van de ECB opgestelde macro-economische projecties van maart 2016, die dan ook betrekking zullen hebben op het jaar 2018.

Wat de monetaire analyse betreft: recente gegevens bevestigen de solide groei van het ruime monetaire aggregaat (M3), waarbij de twaalfmaands groei van M3 in november 2015 uitkwam op 5,1%, vergeleken met 5,3% in oktober. De groei van M3 op jaarbasis blijft voornamelijk worden ondersteund door de meest liquide componenten, waarbij de groei op jaarbasis van het eng gedefinieerde monetaire aggregaat M1 in november uitkwam op 11,2%, vergeleken met 11,8% in oktober.

De kredietverstrekkingsdynamiek is zich geleidelijk blijven herstellen, een ontwikkeling die al te zien is sinds begin 2014. Het groeitempo op jaarbasis van leningen aan niet-financiële vennootschappen (gecorrigeerd voor de verkoop en securitisatie van leningen) steeg in november 2015 naar 0,9%, tegenover 0,6% in oktober. De ontwikkelingen in de leningen aan ondernemingen weerspiegelen het achterblijven bij de huidige conjunctuurfase, van kredietrisico’s en van de voortgaande balansaanpassingen in de financiële en niet-financiële sector. De groei op jaarbasis van leningen aan huishoudens (gecorrigeerd voor de verkoop en securitisatie van leningen) steeg in november naar 1,4%, vergeleken met 1,2% in oktober.

De enquête naar de bancaire kredietverlening in het eurogebied voor het vierde kwartaal van 2015 wijst op verdere verbetering van de vraag naar bankleningen, ondersteund door het lage rentepeil, de financieringsbehoeften voor investeringsdoeleinden en de vooruitzichten voor de huizenmarkt. De kredietnormen voor leningen aan ondernemingen verruimden verder, met name ten gevolge van toenemende concurrentiedruk onder de retailbanken, en keerden terug naar een netto verruiming voor leningen aan huishoudens voor woningaankopen. Over het geheel genomen hebben de door ons sinds juni 2014 genomen monetairbeleidsmaatregelen de kredietnemingskosten voor zowel bedrijven als huishoudens en de kredietstromen in het eurogebied duidelijk verbeterd.

Kortom: een toetsing van de uitkomsten van de economische analyse aan die van de monetaire analyse bevestigde de effectiviteit van de bestaande monetairbeleidsmaatregelen en de noodzaak onze monetairbeleidskoers nog eens te bezien en wellicht te heroverwegen tijdens onze volgende vergadering begin maart, om een terugkeer van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2% te waarborgen.

Het monetair beleid is gericht op het handhaven van de prijsstabiliteit op de middellange termijn, en de accommoderende koers ervan ondersteunt de economische bedrijvigheid. Om echter ten volle de vruchten van onze monetairbeleidsmaatregelen te kunnen plukken, moet ook op andere beleidsterreinen een vastbesloten bijdrage worden geleverd. Gezien de aanhoudende hoge structurele werkloosheid en de lage potentiële productiegroei in het eurogebied, dient het zich voortzettende conjuncturele herstel te worden ondersteund door effectief structureel beleid. Met name maatregelen om het ondernemingsklimaat te verbeteren (waaronder het zorgen voor een toereikende openbare infrastructuur), zijn van cruciaal belang om productieve investeringen te doen toenemen, het scheppen van banen te bevorderen en de productiviteit te verhogen. Snelle en effectieve tenuitvoerlegging van structurele hervormingen, tegen de achtergrond van een accommoderend monetair beleid, zal niet alleen leiden tot hogere duurzame economische groei in het eurogebied, maar zal tevens de verwachtingen ten aanzien van permanent hogere inkomens versterken en de gunstige effecten van hervormingen sneller doen plaatsvinden, en zo het eurogebied beter bestand maken tegen mondiale schokken. Het begrotingsbeleid dient het economisch herstel te ondersteunen, maar zich daarbij te houden aan de begrotingsregels van de Europese Unie. De volledige en consistente tenuitvoerlegging van het Stabiliteits- en Groeipact is van cruciaal belang om het vertrouwen in het begrotingskader te handhaven. Tegelijkertijd dienen alle landen te streven naar een groeivriendelijker samenstelling van hun begrotingsbeleid.

Wij staan nu tot uw beschikking voor vragen.

Contactpersonen voor de media