PERSBERICHT

Jaarrekening van de Europese Centrale Bank voor het jaar 2005

16 maart 2006

De Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft vandaag zijn goedkeuring gehecht aan de door de accountants gecontroleerde Jaarrekening van de ECB voor het jaar 2005.

De ECB verdiende in 2005 een overschot van €992 miljoen. Eenzelfde bedrag is opzijgezet in een voorziening tegen wisselkoers-, rente- en goudprijsrisico’s, hetgeen resulteert in een gerapporteerde netto winst van precies nul. De voorziening zal worden gebruikt ter dekking van verliezen die voortvloeien uit deze risico’s, met name waarderingsverliezen die niet worden gedekt door de herwaarderingsrekeningen. De omvang van deze voorziening zal jaarlijks worden herbezien.

Dit resultaat staat tegenover een netto verlies van €1.636 miljoen in 2004, dat voornamelijk het gevolg was van de appreciatie van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar en de Japanse yen. In 2005 deprecieerde de euro ten opzichte van deze valuta’s.

De reguliere inkomsten van de ECB komen voornamelijk voort uit beleggingsbaten op de door haar aangehouden externe reserves en haar volgestorte kapitaal van €4,1 miljard, en uit rentebaten op haar aandeel van 8% in de eurobankbiljetten in omloop. De rentebaten in 2005 werden gunstig beïnvloed door de hogere rente op in Amerikaanse dollar luidende activa.

In totaal heeft de ECB uit alle bronnen netto rentebaten gerealiseerd van €1.270 miljoen, vergeleken met €690 miljoen in 2004. Los van de rentebaten van €868 miljoen gerealiseerd op haar deel van de bankbiljetten in omloop, bedroegen de netto rentebaten €402 miljoen, vergeleken met netto rentelasten van €43 miljoen in 2004. De ECB heeft aan de nationale centrale banken een rentevergoeding uitgekeerd van €710 miljoen op hun vorderingen uit hoofde van de door hen aan de ECB overgedragen externe reserves.

De beheerkosten van de ECB ter zake van personeel, huur, professionele honoraria en overige goederen en diensten bedroegen €316 miljoen (€340 miljoen in 2004). De personeelskosten daalden voornamelijk ten gevolge van een wijziging in de financieel-administratieve behandeling die wordt toegepast op de toerekening van netto actuariële winsten en verliezen met betrekking tot het pensioenstelsel van de ECB en andere uitkeringen na beëindiging van het dienstverband. Deze daling werd gedeeltelijk tenietgedaan door het effect van een stijging van het aantal personeelsleden op de totale salarissom. Eind 2005 bedroeg het aantal personeelsleden van de ECB 1.351 (waarvan 131 in managementfuncties), vergeleken met 1.309 een jaar eerder. Overige beheerkosten daalden eveneens, voornamelijk dankzij een vermindering van consultancy- en professionele honoraria. De afschrijvingen op vaste activa bedroegen €32 miljoen.

De Jaarrekening zal, samen met een managementverslag voor het jaar 2005, op 25 april 2006 worden gepubliceerd in het Jaarverslag van de ECB.

Toelichting voor redacties

  1. De door de ECB gehanteerde regels voor de opstelling van de Jaarrekening: De gemeenschappelijke grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn door de Raad van Bestuur vastgelegd voor het Eurosysteem, waaronder de ECB, overeenkomstig Artikel 26.4 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank.[1] Hoewel deze in algemene zin gebaseerd zijn op internationaal geaccepteerde financieel-administratieve praktijken, zijn deze grondslagen zo opgesteld dat zij in het bijzonder de unieke omstandigheden van de centrale banken van het Eurosysteem in acht nemen, en zijn zij vooral gericht op het voorzichtigheidsbeginsel gezien de grote deviezenrisico’s voor de meeste van deze centrale banken. Deze voorzichtigheidsbenadering komt met name tot uiting in de verschillende behandeling van ongerealiseerde winsten en ongerealiseerde verliezen ten behoeve van de resultaatbepaling, en in het verbod van saldering van ongerealiseerde verliezen op het ene activum tegen ongerealiseerde winsten op een ander. Ongerealiseerde winsten worden rechtstreeks overgedragen naar herwaarderingsrekeningen, terwijl ongerealiseerde verliezen per jaarultimo die herwaarderingsrekeningsaldi overschrijden als kosten worden behandeld. Van alle nationale centrale banken wordt vereist dat zij deze grondslagen in acht nemen bij de verslaglegging over hun transacties als onderdeel van het Eurosysteem, die worden opgenomen in het wekelijkse geconsolideerde financiële overzicht (de zogeheten “Weekstaat”) van het Eurosysteem. Alle nationale centrale banken passen bij het opstellen van hun eigen jaarrekening vrijwillig globaal dezelfde grondslagen toe als de ECB.
  2. Rentevergoeding op aan de ECB overgedragen externe reserves: Iedere nationale centrale bank heeft bij haar overdracht van externe reserves aan de ECB ten tijde van haar toetreding tot het Eurosysteem een rentedragende vordering op de ECB verkregen voor de waarde van het bedrag dat zij daarbij overdroeg. De Raad van Bestuur heeft besloten dat deze vorderingen in euro dienen te luiden, en dat de rentevergoeding erover op dagbasis zal plaatsvinden tegen de laatste beschikbare marginale rente voor de basisherfinancieringstransacties van het Eurosysteem, met een correctie vanwege het rendement van nul op de goudcomponent. In 2005 heeft deze rentevergoeding geresulteerd in rentelasten van € 710 miljoen, vergeleken met netto rentebaten van € 889 miljoen op de externe reserves.
  3. Verdeling van de inkomsten van de ECB uit de eurobankbiljetten in omloop: De Raad van Bestuur heeft in 2002 besloten dat deze inkomsten apart zullen worden verdeeld onder de nationale centrale banken in de vorm van een tussentijdse verdeling van inkomsten na het eind van elk kwartaal.[2] Deze inkomsten worden in hun geheel verdeeld tenzij de netto winst van de ECB voor het jaar minder is dan haar inkomsten uit de in omloop zijnde bankbiljetten. Dit laatste was in 2005 het geval, ten gevolge van de beslissing door de Raad van Bestuur een overdracht te maken naar de voorziening voor wisselkoers-, rente- en goudprijsrisico’s. Op basis van het geschatte financiële resultaat van de ECB voor het jaar 2004, heeft de Raad van Bestuur in december 2005 besloten:
    1. de drie gedurende het jaar reeds aan de nationale centrale banken uitbetaalde tussentijdse driemaandelijkse verdelingen ten bedrage van in totaal €634 miljoen, terug te vorderen, en
    2. de laatste tussentijdse driemaandelijkse verdeling van € 234 miljoen achterwege te laten.


[1] Besluit van de Europese Centrale Bank van 5 december 2002 betreffende de jaarrekening van de Europese Centrale Bank (ECB/2002/11), Pb L 58, 3 maart 2003, blz. 38, zoals gewijzigd.

[2] Besluit van de Europese Centrale Bank van 21 november 2002 inzake de verdeling van de inkomsten van de Europese Centrale Bank uit in omloop zijnde eurobankbiljetten onder de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten (ECB/2002/9), Pb L 323, 28 november 2002, blz. 49. Dit Besluit is ingetrokken bij Besluit ECB/2005/11, Pb L 311, 26 november 2005, blz. 41, dat op 18 november 2005 in werking is getreden. Vanaf 2006 zal deze verdeling uitsluitend aan het einde van het jaar plaatsvinden.

Contactpersonen voor de media