Inleidende Verklaring

Mario Draghi, President van de ECB,
Vítor Constâncio, Vice-President van de ECB,
Frankfurt am Main, 3 juni 2015

Dames en heren, de Vice-President en ik heten u van harte welkom hier bij onze persconferentie. Wij zullen nu verslag doen van de uitkomsten van de vergadering van de Raad van Bestuur van vandaag, die tevens werd bijgewoond door de Vice-Voorzitter van de Commissie, Valdis Dombrovskis.

Op basis van onze reguliere economische en monetaire analyses en in overeenstemming met onze indicaties omtrent het rentebeleid, hebben wij besloten de basisrentetarieven van de ECB onveranderd te laten.

Wat betreft de niet-standaard monetairbeleidsmaatregelen: de activa-aankoopprogramma’s verlopen voorspoedig. Zoals wij bij eerdere gelegenheden reeds hebben toegelicht, is het de bedoeling dat onze activa-aankopen van €60 miljard per maand zullen blijven plaatsvinden tot eind september 2016 en in elk geval totdat wij bewijs zien van een aanhoudende verandering in het beloop van de inflatie die in overeenstemming is met onze doelstelling op de middellange termijn een inflatiecijfer onder maar dicht bij 2% te verwezenlijken. Bij het maken van zijn beoordeling zal de Raad van Bestuur zich laten leiden door zijn monetairbeleidsstrategie en vooral letten op tendensen in de inflatie, waarbij de Raad schommelingen (in beide richtingen) in de gemeten inflatie buiten beschouwing zal laten indien deze van tijdelijke aard worden geacht en niet van enige invloed op de middellangetermijnvooruitzichten voor de prijsstabiliteit.

Onze monetairbeleidsmaatregelen hebben bijgedragen aan een breedgedragen verruiming van de financiële voorwaarden, aan een herstel van de inflatieverwachtingen en aan gunstiger kredietvoorwaarden voor bedrijven en huishoudens. De effecten van deze maatregelen werken door in de economie en dragen bij aan economische groei, een vermindering van de economische onderbenutting en aan monetaire en kredietexpansie. De volledige tenuitvoerlegging van al onze monetairbeleidsmaatregelen zal de nodige steun geven aan de economie van het eurogebied, leiden tot een duurzame terugkeer van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2% op de middellange termijn en de stevige verankering van de inflatieverwachtingen op de middellange tot lange termijn versterken.

Laat ik nu gedetailleerder ingaan op onze beoordeling, te beginnen met de economische analyse. In het eerste kwartaal van 2015 steeg het reële bbp in het eurogebied GDP kwartaal-op-kwartaal met 0,4%, vanaf 0,3% in het laatste kwartaal van 2014. In recente kwartalen waren de binnenlandse vraag en in het bijzonder de particuliere consumptie de stuwende krachten achter het aanhoudende herstel. De laatste gegevens uit enquêtes tot mei blijven consistent met een voortzetting van de bescheiden groeitendens in het tweede kwartaal. Vooruitblikkend, verwachten wij dat het economisch herstel zich zal verbreden. De binnenlandse vraag zou verder moeten worden ondersteund door onze monetairbeleidsmaatregelen en hun gunstige invloed op de financiële voorwaarden, en door de vooruitgang die is geboekt met begrotingsconsolidatie en structurele hervormingen. Daarnaast zou het lage niveau van de olieprijs het reëel besteedbaar inkomen van huishoudens en de winstgevendheid van bedrijven moeten blijven ondersteunen en aldus de particuliere consumptie en de investeringen. Bovendien zou de vraag naar uitvoerproducten uit het eurogebied moeten profiteren van verbeteringen in het prijsconcurrentievermogen. De economische groei in het eurogebied zal echter waarschijnlijk blijven worden gedempt door de noodzakelijke balansaanpassingen in een aantal sectoren en het nogal trage tempo van de tenuitvoerlegging van structurele hervormingen.

Deze beoordeling wordt ook in grote lijnen weerspiegeld in de door medewerkers van het Eurosysteem opgestelde macro-economische projecties voor het eurogebied van juni 2015, waarin wordt voorzien dat het reële bbp op jaarbasis in 2015 zal stijgen met 1,5%, met 1,9% in 2016 en met 2,0% in 2017. Vergeleken met de door medewerkers van de ECB opgestelde macro-economische projecties van maart 2015, zijn de projecties voor de groei van het reële bbp over de verslagperiode vrijwel onveranderd gebleven.

Hoewel de risico’s voor de economische vooruitzichten van het eurogebied van neerwaartse aard blijven, zijn zij dankzij onze monetairbeleidsbeslissingen en de ontwikkelingen in de olieprijs en de wisselkoers evenwichtiger geworden.

De inflatie is aan het begin van het jaar afgevlakt. Volgens de flash raming van Eurostat bedroeg de HICP-inflatie van het eurogebied op jaarbasis in mei 2015 0,3%, gestegen ten opzichte van 0,0% in april en vergeleken met -0,6% in januari. Op basis van de beschikbare informatie en de huidige futuresprijzen voor olie, zal de HICP-inflatie op jaarbasis de komende maanden naar verwachting laag blijven en tegen het einde van het jaar stijgen, mede dankzij basiseffecten in verband met de daling van de olieprijs eind 2014. Ondersteund door het verwachte economisch herstel, door de invloed van de lagere wisselkoers van de euro en de in de markten voor oliefutures bestaande aanname van een enigszins hogere olieprijs in de komende jaren, zal de inflatie naar verwachting gedurende 2016 en 2017 verder aantrekken.

Deze beoordeling wordt ook in grote lijnen weerspiegeld in de door medewerkers van het Eurosysteem opgestelde macro-economische projecties voor het eurogebied van juni 2015, waarin een HICP-inflatie op jaarbasis wordt voorzien van 0,3% in 2015, van 1,5% in 2016 en van 1,8% in 2017. Vergeleken met de door medewerkers van de ECB opgestelde macro-economische projecties van maart 2015, zijn de inflatieprojecties voor 2015 opwaarts bijgesteld, en zijn die voor 2016 en 2017 onveranderd gebleven.

De Raad van Bestuur zal de risico's ten aanzien van de vooruitzichten voor de prijsontwikkeling op middellange termijn nauwlettend blijven volgen. In dit kader zullen wij met name letten op de doorwerking van onze monetairbeleidsmaatregelen en op geopolitieke, wisselkoers- en energieprijzenontwikkelingen. Wij erkennen dat de door medewerkers opgestelde projecties afhangen van volledige implementatie van al onze beleidsmaatregelen, waarbij wij er tevens rekening mee houden dat de mate van onzekerheid van een prognose pleegt toe te nemen met de duur van de projectieperiode.

Wat de monetaire analyse betreft: recente gegevens bevestigen de stijging van de onderliggende groei van het ruime monetaire aggregaat (M3). De twaalfmaands groei van M3 steeg in april 2015 naar 5,3%, vanaf 4,6% in maart. De groei van M3 op jaarbasis blijft worden ondersteund door zijn meest liquide componenten, waarbij de groei op jaarbasis van het eng gedefinieerde monetaire aggregaat M1 in april uitkwam op 10,5%.

De kredietdynamiek is geleidelijk verder verbeterd. Het mutatietempo op jaarbasis van leningen aan niet-financiële vennootschappen (gecorrigeerd voor de verkoop en securitisatie van leningen) was in april -0,1%, ten opzichte van -0.2% in maart, en zette daarmee zijn geleidelijke herstel vanaf een dieptepunt van -3,2% in februari 2014 voort. Ondanks deze verbeteringen blijft de dynamiek van de kredietverstrekking aan niet-financiële vennootschappen zwak, en dit vormt een indicatie van het achterblijven van deze dynamiek bij de conjunctuur, kredietrisico’s, kredietaanbodsfactoren en de voortgaande balansaanpassingen in de financiële en niet-financiële sector. De groei op jaarbasis van leningen aan huishoudens (gecorrigeerd voor de verkoop en securitisatie van leningen) steeg in april 2015 verder, naar 1,3%, vanaf 1,1% in maart. De door ons genomen monetairbeleidsmaatregelen zullen steun geven aan verdere verbeteringen in zowel de kredietnemingskosten voor bedrijven en huishoudens als in de kredietstromen in het eurogebied.

Kortom: een toetsing van de uitkomsten van de economische analyse aan die van de monetaire analyse bevestigt dat een vaste monetairbeleidskoers dient te worden aangehouden, waarbij de monetairbeleidsbeslissingen van de Raad van Bestuur vastberaden ten uitvoer worden gelegd. De volledige tenuitvoerlegging van onze monetairbeleidsbeslissingen zal de noodzakelijke steun geven aan het economisch herstel in het eurogebied en leiden tot een duurzame terugkeer van de inflatie naar niveaus onder maar dicht bij 2% op de middellange termijn.

Het monetair beleid is gericht op handhaving van de prijsstabiliteit op de middellange termijn, en de accommoderende koers ervan draagt bij aan ondersteuning van de economische bedrijvigheid. Om echter ten volle de vruchten van onze monetairbeleidsmaatregelen te kunnen plukken, moet ook op andere beleidsterreinen een vastbesloten bijdrage worden geleverd. Gezien de aanhoudende hoge structurele werkloosheid en de lage potentiële productiegroei in het eurogebied, dient het zich voortzettende conjuncturele herstel te worden ondersteund door effectief structureel beleid. Met name dienen, om de investeringen aan te zwengelen en de banengroei en de productiviteit te verhogen, zowel de tenuitvoerlegging van product- en arbeidsmarkthervormingen als acties om het ondernemingsklimaat voor bedrijven te verbeteren, in diverse landen aan kracht te winnen. Snelle en effectieve tenuitvoerlegging van deze hervormingen, tegen de achtergrond van een accommoderend monetair beleid, zal niet alleen leiden tot hogere duurzame economische groei in het eurogebied maar zal tevens de verwachtingen ten aanzien van permanent hogere inkomens versterken. Het zal daarom zowel huishoudens aanmoedigen nu de consumptie te verhogen als bedrijven ertoe aanzetten nu de investeringen uit te breiden, en aldus het huidige conjuncturele economische herstel versterken. Wat betreft de begrotingsontwikkelingen, zal, ten gevolge van vooral het conjuncturele herstel en de lage rente, de totale overheidstekortquote in het eurogebied, zo wordt geprojecteerd, geleidelijk dalen, van 2,1% bbp dit jaar naar 1,5% in 2017. De overheidsschuldquote zal, zo is de projectie, geleidelijk dalen van 91,5% bbp dit jaar naar 88,4% in 2017. Het begrotingsbeleid dient het economische herstel te ondersteunen en zich tegelijkertijd te houden aan het Stabiliteits- en Groeipact. De volledige en consistente tenuitvoerlegging van het Pact is van essentieel belang voor het vertrouwen in ons begrotingskader.

Wij staan nu tot uw beschikking voor vragen.

Contactpersonen voor de media