PERSBERICHT

Jaarrekening van de Europese Centrale Bank voor het jaar 2011

8 maart 2012

De Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft vandaag zijn goedkeuring gehecht aan de door de accountants gecontroleerde Jaarrekening van de ECB voor het jaar 2011.

De ECB realiseerde in 2011 een overschot van €1.894 miljoen, vergeleken met een overschot van €1.334 miljoen in 2010. De Raad van Bestuur heeft besloten per 31 december 2011 een bedrag van €1.166 miljoen over te dragen naar de risicovoorziening, waardoor deze, samen met het bedrag van €13 miljoen dat Eesti Pank overeenkomstig Artikel 48.2 van de Statuten van het ESCB heeft bijgedragen, het niveau van haar huidige plafond van €6.363 miljoen heeft bereikt. Het doel van de risicovoorziening is de wisselkoers-, rente-, krediet- en goudprijsrisico’s, die voortdurend worden bewaakt, te dekken. Jaarlijks wordt bezien hoe groot de voorziening moet zijn en of ze moet worden voortgezet.

Als gevolg van de overdracht naar de risicovoorziening bedroeg de netto winst van de ECB voor 2011 €728 miljoen (2010: €171 miljoen). Overeenkomstig een besluit van de Raad van Bestuur is een deel van de inkomsten uit het aandeel van de ECB in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop, een bedrag van €652 miljoen, op 3 januari 2012 onder de nationale centrale banken van het eurogebied verdeeld. Tijdens zijn vergadering van vandaag heeft de Raad van Bestuur besloten de resterende €76 miljoen op 12 maart 2012 onder de nationale centrale banken van het eurogebied te verdelen.

De reguliere inkomsten van de ECB komen voornamelijk voort uit beleggingsbaten op haar externe reserves en haar eigenmiddelenportefeuille, uit rentebaten uit haar aandeel van 8% in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop, en uit de netto rentebaten op de waardepapieren die in het kader van het eerste en tweede aankoopprogramma van gedekte obligaties (het eerste liep van juli 2009 tot juni 2010 en het tweede is in november 2011 van start gegaan) en het Programma voor de effectenmarkten (gestart in mei 2010) voor monetairbeleidsdoeleinden zijn aangekocht.

De netto rentebaten bedroegen in 2011 €1.999 miljoen (2010: €1.422 miljoen). Hieronder vielen rentebaten van €856 miljoen uit het aandeel van de ECB in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop (2010: €654 miljoen), netto rentebaten van €166 miljoen (2010: 140 miljoen) uit in het kader van de aankoopprogramma's van gedekte obligaties aangekochte waardepapieren, en netto rentebaten van €1.003 miljoen (2010: €438 miljoen) uit de in het kader van het Programma voor de effectenmarkten ("Securities Markets Programme") aangekochte waardepapieren. De ECB heeft de nationale centrale banken op hun vorderingen uit hoofde van de door hen aan de ECB overgedragen externe reserves een rentevergoeding van €434 miljoen (2010: 346 miljoen) uitgekeerd, terwijl de rentebaten uit de externe reserves €290 miljoen (2010: €366 miljoen) bedroegen.

De gerealiseerde winsten uit financiële transacties bedroegen €472 miljoen (2010: €474 miljoen). Hogere netto wisselkoerswinsten op uitstromen in vreemde valuta werden gecompenseerd door lagere netto gerealiseerde koerswinsten uit de verkoop van waardepapieren.

Afwaarderingen ten belope van €157 miljoen in 2011 (2010: €195 miljoen) kwamen voornamelijk voort uit ongerealiseerde verliezen op niet voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden verhandelbare waardepapieren.

De beheerkosten van de ECB ter zake van personeel, huur, honoraria van professionals en overige goederen en diensten (met inbegrip van afschrijvingskosten op vaste activa ten bedrage van €11 miljoen) bedroegen in 2011 €442 miljoen (2010: €415 miljoen). Het overgrote deel van de kosten in verband met de bouw van het nieuwe kantoorgebouw voor de ECB zijn gekapitaliseerd en worden niet onder deze post opgenomen.

De Jaarrekening zal, samen met een managementverslag voor het jaar 2011, op 25 april 2012 worden gepubliceerd in het Jaarverslag van de ECB.

Toelichting voor redacties

  1. De door de ECB gehanteerde regels voor de opstelling van de Jaarrekening: de gemeenschappelijke grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn door de Raad van Bestuur vastgesteld voor het Eurosysteem, waaronder de ECB, overeenkomstig Artikel 26.4 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank (Statuten van het ESCB), en zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. [1] Hoewel deze in algemene zin gebaseerd zijn op internationaal geaccepteerde financieel-administratieve praktijken, zijn deze grondslagen zo opgesteld dat zij in het bijzonder de unieke omstandigheden van de centrale banken van het Eurosysteem in acht nemen. Zij omvatten de marktwaardering van verhandelbare waardepapieren anders dan die welke zijn geclassificeerd als aangehouden tot vervaldatum, van goud en van alle andere zowel op de balans als niet op de balans opgenomen activa en passiva luidende in vreemde valuta. Verhandelbare waardepapieren die zijn geclassificeerd als aangehouden tot vervaldatum worden gewaardeerd tegen kostprijs behoudens bijzondere waardevermindering. Daarnaast zijn zij vooral gericht op het voorzichtigheidsbeginsel, gezien de grote wisselkoersrisico's waaraan de meeste centrale banken van het Eurosysteem blootstaan. Deze voorzichtigheidsbenadering komt met name tot uiting in de verschillende behandeling van ongerealiseerde winsten en ongerealiseerde verliezen ten behoeve van de resultaatbepaling, en in het verbod van saldering van ongerealiseerde verliezen op een activum tegen ongerealiseerde winsten op een ander. Ongerealiseerde winsten worden rechtstreeks overgedragen naar herwaarderingsrekeningen, terwijl ongerealiseerde verliezen aan het einde van het jaar die de desbetreffende herwaarderingsrekeningssaldi overschrijden, als kosten worden behandeld. Van alle nationale centrale banken van het eurogebied wordt vereist dat zij deze grondslagen in acht nemen bij de verslaglegging over hun transacties als onderdeel van het Eurosysteem, die worden opgenomen in het wekelijkse geconsolideerde financiële overzicht (de zogeheten “Weekstaat”) van het Eurosysteem. Bovendien passen alle nationale centrale banken bij het opstellen van hun eigen jaarrekening vrijwillig globaal dezelfde grondslagen toe als de ECB.
  2. Rentevergoeding op aan de ECB overgedragen externe reserves: iedere nationale centrale bank verkrijgt bij haar overdracht van externe reserves aan de ECB bij toetreding tot het Eurosysteem een rentedragende vordering op de ECB voor de waarde van het bedrag dat zij daarbij overdraagt. De Raad van Bestuur heeft besloten dat deze vorderingen in euro luiden en dat de rentevergoeding erover op dagbasis zal plaatsvinden tegen de laatste beschikbare marginale rente voor de basisherfinancieringstransacties van het Eurosysteem, met een correctie vanwege het rendement van nul op de goudcomponent.
  3. Verdeling van de inkomsten van de ECB uit de eurobankbiljetten in omloop en van de netto inkomsten van de ECB uit de in het kader van het Programma voor de effectenmarkten aangekochte waardepapieren: de Raad van Bestuur heeft besloten dat deze inkomsten aan de nationale centrale banken van het eurogebied verschuldigd zijn in het boekjaar waarin zij worden opgebouwd. De inkomsten uit de eurobankbiljetten in omloop worden verdeeld op de tweede werkdag van het daaropvolgende jaar, en de inkomsten uit de in het kader van het Programma voor de effectenmarkten aangekochte waardepapieren worden verdeeld op de laatste werkdag in januari van het daaropvolgende jaar. [2] Beide bedragen worden in hun geheel verdeeld, tenzij de Raad van Bestuur op basis van een onderbouwde schatting verwacht dat de netto winst van de ECB voor het jaar minder zal zijn dan haar inkomsten uit de in omloop zijnde bankbiljetten en de netto inkomsten uit in het kader van het Programma voor de effectenmarkten aangekochte waardepapieren, en tenzij de Raad van Bestuur vóór het einde van het boekjaar besluit deze inkomsten geheel of gedeeltelijk naar de voorziening tegen wisselkoers-, rente-, krediet- en goudprijsrisico’s over te dragen.
  4. Verdeling van winst/toedeling van verliezen: krachtens Artikel 33 van de Statuten van het ESCB mag tot 20% van de netto winst over een jaar worden overgedragen naar het algemeen reservefonds, tot een maximum van 100% van het kapitaal van de ECB. De resterende netto winst wordt onder de nationale centrale banken van het eurogebied verdeeld naar rato van hun gestorte aandelen. In geval van een verlies van de ECB kan het tekort worden gedekt uit het algemeen reservefonds van de ECB en, indien nodig, na een besluit daartoe van de Raad van Bestuur, uit de monetaire inkomsten van het betrokken boekjaar, naar rato en ten belope van de bedragen die overeenkomstig Artikel 32.5 van de Statuten van het ESCB aan de nationale centrale banken van het eurogebied zijn toegedeeld.


[1]Besluit ECB/2006/17 van 10 november 2006, PB L 348 van 11.12.2006, blz. 38, zoals gewijzigd, waarin de gedetailleerde grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening van de ECB waren neergelegd, is ingetrokken en met ingang van 31 december 2010 vervangen door Besluit ECB/2010/21 van 11 november 2010, PB L 35 van 9.2.2011, blz. 1.

[2]Besluit ECB/2010/24 van 25 november 2010 inzake de tussentijdse verdeling van de inkomsten van de Europese Centrale Bank uit in omloop zijnde eurobankbiljetten en uit waardepapieren die zijn aangekocht uit hoofde van het programma voor de effectenmarkten (herschikking), PB L 6 van 11.1.2011, blz. 35.

Publications

Contactpersonen voor de media