PERSBERICHT

Jaarrekening van de Europese Centrale Bank voor het jaar 2007

6 maart 2008

De Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft vandaag zijn goedkeuring gehecht aan de door de accountants gecontroleerde Jaarrekening van de ECB voor het jaar 2007.

De ECB realiseerde in 2007 een overschot van €286 miljoen, vergeleken met een overschot van €1.379 miljoen in 2006. Dit lagere overschot is voornamelijk het gevolg van de waardestijging van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar en, in mindere mate, de Japanse yen. Net als in 2006 is, op basis van de beoordeling door de Raad van Bestuur van de risico’s waaraan de ECB blootstaat, een bedrag gelijk aan het overschot opzijgezet in een voorziening tegen wisselkoers-, rente- en goudprijsrisico’s, hetgeen resulteert in een gerapporteerde netto winst van precies nul. De voorziening zal worden gebruikt ter dekking van verliezen die voortvloeien uit deze risico’s, met name waarderingsverliezen die niet worden gedekt door de herwaarderingsrekeningen. De omvang van deze voorziening wordt jaarlijks herzien.

De reguliere inkomsten van de ECB komen voornamelijk voort uit beleggingsbaten op de door haar aangehouden externe reserves en haar volgestorte kapitaal van €4,1 miljard, en uit rentebaten op haar aandeel van 8% in de eurobankbiljetten in omloop. De rentebaten in 2007 verbeterden voornamelijk ten gevolge van de stijging van het marginale rentetarief voor de basis-herfinancieringstransacties van het Eurosysteem, dat bepalend is voor de rentevergoeding die de ECB ontvangt op haar deel van de eurobankbiljetten in het Eurosysteem.

In totaal heeft de ECB uit alle bronnen netto rentebaten gerealiseerd van €2.421 miljoen, vergeleken met €1.972 miljoen in 2006. Afgezien van de rentebaten van €2.004 miljoen die werden gerealiseerd op haar aandeel in de bankbiljetten in omloop, bedroegen de netto rentebaten €417 miljoen, vergeleken met €653 miljoen in 2006. De ECB heeft aan de nationale centrale banken een rentevergoeding van €1.357 miljoen uitgekeerd op hun vorderingen uit hoofde van de door hen aan de ECB overgedragen externe reserves.

In 2007 leidde de waardestijging van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar en, in mindere mate, de Japanse yen tot afschrijvingen van rond €2,5 miljard op de eurowaarde van de door de ECB aangehouden, in deze valuta’s luidende activa, die in de winst- en verliesrekening als last zijn opgenomen.

De beheerkosten van de ECB ter zake van personeel, huur, honoraria van professionals en overige goederen en diensten bedroegen €359 miljoen (€332 miljoen in 2006). De afschrijvingen op vaste activa bedroegen €26 miljoen.

De Jaarrekening zal, samen met een managementverslag voor het jaar 2007, op 21 april 2008 worden gepubliceerd in het Jaarverslag van de ECB.

Toelichting voor redacties

  1. De door de ECB gehanteerde regels voor de opstelling van de Jaarrekening: de gemeenschappelijke grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn door de Raad van Bestuur vastgelegd voor het Eurosysteem, waaronder de ECB, overeenkomstig artikel 26.4 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank (Statuten van het ESCB), en zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. [1] Hoewel deze in algemene zin gebaseerd zijn op internationaal geaccepteerde financieel-administratieve praktijken, zijn deze grondslagen zo opgesteld dat zij in het bijzonder de unieke omstandigheden van de centrale banken van het Eurosysteem in acht nemen. Zij zijn vooral gericht op het voorzichtigheidsbeginsel, gezien de grote wisselkoersrisico's voor de meeste van deze centrale banken. Deze voorzichtigheidsbenadering komt met name tot uiting in de verschillende behandeling van ongerealiseerde winsten en ongerealiseerde verliezen ten behoeve van de resultaatbepaling, en in het verbod van saldering van ongerealiseerde verliezen op een activum tegen ongerealiseerde winsten op een ander. Ongerealiseerde winsten worden rechtstreeks overgedragen naar herwaarderingsrekeningen, terwijl ongerealiseerde verliezen per de jaarultimo die herwaarderingsrekeningssaldi overschrijden als kosten worden behandeld. Van alle nationale centrale banken wordt vereist dat zij deze grondslagen in acht nemen bij de verslaglegging over hun transacties als onderdeel van het Eurosysteem, die worden opgenomen in het wekelijkse geconsolideerde financiële overzicht (de zogeheten “Weekstaat”) van het Eurosysteem. Alle nationale centrale banken passen bij het opstellen van hun eigen jaarrekening vrijwillig globaal dezelfde grondslagen toe als de ECB.
  2. Rentevergoeding op aan de ECB overgedragen externe reserves: iedere nationale centrale bank verkrijgt bij haar overdracht van externe reserves aan de ECB bij toetreding tot het Eurosysteem een rentedragende vordering op de ECB voor de waarde van het bedrag dat zij daarbij overdraagt. De Raad van Bestuur heeft besloten dat deze vorderingen in euro dienen te luiden en dat de rentevergoeding erover op dagbasis zal plaatsvinden tegen de laatste beschikbare marginale rente voor de basis-herfinancieringstransacties van het Eurosysteem, met een correctie vanwege het rendement van nul op de goudcomponent. In 2007 heeft deze rentevergoeding geresulteerd in rentelasten van €1.357 miljoen, vergeleken met netto rentebaten van €1.355 miljoen op de externe reserves.
  3. Verdeling van de inkomsten van de ECB uit de eurobankbiljetten in omloop: de Raad van Bestuur heeft besloten dat deze inkomsten vanaf 2006 aan de nationale centrale banken verschuldigd zijn in het financiële jaar waarin zij worden opgebouwd, maar dat zij zullen worden verdeeld op de tweede werkdag van het daaropvolgende jaar. [2] Deze inkomsten worden in hun geheel verdeeld, tenzij de netto winst van de ECB voor het jaar minder is dan haar inkomsten uit de in omloop zijnde bankbiljetten. Dit laatste was in 2007 het geval, ten gevolge van de beslissing door de Raad van Bestuur een overdracht te maken naar de voorziening tegen wisselkoers-, rente- en goudprijsrisico’s. Op basis van het geschatte financiële resultaat van de ECB voor het jaar heeft de Raad van Bestuur in december 2007 besloten de verdeling van het totaal van deze inkomsten achterwege te laten.


[1] Besluit ECB/2002/11 van 5 december 2002 betreffende de jaarrekening van de Europese Centrale Bank, PB L 58 van 3.3.2003, blz. 38, zoals gewijzigd. Dit besluit is met ingang van 1 januari 2007 ingetrokken en vervangen door Besluit ECB/2006/17, PB L 348 van 11.12.2006, blz. 38, zoals gewijzigd.

[2] Besluit ECB/2005/11 van 17 november 2005 inzake de verdeling van de inkomsten van de Europese Centrale Bank uit in omloop zijnde eurobankbiljetten onder de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten, PB L 311 van 26.11.2005, blz. 41.

Contactpersonen voor de media