PERSBERICHT

Wijziging van de criteria voor activa die beleenbaar zijn als onderpand voor krediettransacties van het eurosysteem

25 mei 2007

De Europese Centrale Bank (ECB) verschaft vandaag nadere gegevens betreffende activa die beleenbaar zijn als onderpand voor krediettransacties van het Eurosysteem.

Als gevolg van de voltooiing van het enkelvoudige onderpandskader op 1 januari 2007, heeft het Eurosysteem aangegeven dat, met uitzondering van internationale of supranationale instellingen, emittenten van verhandelbare activa die beleenbaar zijn voor krediettransacties van het Eurosysteem, hetzij gevestigd moeten zijn in de EER (Europese Economische Ruimte) of in een van de vier G10-landen die niet tot de EER behoren [1]. Activa die zijn uitgegeven door buiten de EER of de niet tot de EER behorende G10-landen gevestigde entiteiten zullen derhalve niet-beleenbaar zijn, ongeacht of er een garantie van een in de EER gevestigde entiteit beschikbaar is.

Tegen deze achtergrond zullen deze activa op de eerste lijst op 1 juni 2007 hun beleenbaarheid verliezen. Op activa die vóór 1 januari 2007 zijn uitgegeven zal echter tot en met 31 december 2011 het oude regime van toepassing zijn, en deze zullen pas na laatstgenoemde datum niet-beleenbaar worden.

Dit besluit is in overeenstemming met de beleenbaarheidscriteria betreffende de vestigingsplaats voor verhandelbare activa zoals aangegeven in paragraaf 6.2.1. van “De uitvoering van het monetaire beleid in het eurogebied: Algemene documentatie inzake de monetaire-beleidsinstrumenten en -procedures van het Eurosysteem” (algemeen bekend als de “Algemene Documentatie”).



[1] De Europese Economische Ruimte bestaat uit de 27 landen van de Europese Unie, plus IJsland, Liechtenstein en Noorwegen. De vier niet tot de EER behorende G10-landen zijn Canada, Japan, Zwitserland en de Verenigde Staten.

Contactpersonen voor de media