PERSBERICHT

Lange-termijnrentes voor het beoordelen van de convergentie in de toetredende landen

29 april 2004

De Europese Centrale Bank en de Europese Commissie (Eurostat) hebben vandaag voor het eerst statistieken gepubliceerd betreffende de lange-termijnrente voor de tien toetredende landen die op 1 mei 2004 lid zullen worden van de Europese Unie (EU).

Thans is voor negen van de toetredende landen de geharmoniseerde lange-termijnrente beschikbaar. Deze rentevoeten zullen worden gebruikt bij de beoordeling van de mate van convergentie van deze landen, zoals vereist krachtens artikel 121 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (“het Verdrag”). Tegelijkertijd zal een afzonderlijke rente-indicator voor Estland worden gepubliceerd. Deze indicator zal nauwgezet worden gevolgd en zal worden vervangen zodra een betere indicator beschikbaar komt.

De rentevoeten zijn gezamenlijk bepaald door de Europese Centrale Bank, de nationale centrale banken van de toetredende landen en de Europese Commissie (Eurostat). Thans worden maandreeksen getoond voor de periode van februari 2003 tot en met februari 2004. Deze statistieken worden maandelijks bijgewerkt en op de websites van de Europese Centrale Bank en de Commissie (Eurostat) gepubliceerd.

Krachtens artikel 121 van het Verdrag vormt convergentie van de lange-termijnrente een van de criteria voor het beoordelen van de verwezenlijking van een hoge mate van duurzame convergentie voor de Economische en Monetaire Unie (EMU). Artikel 4 van het aan het Verdrag gehechte Protocol betreffende de convergentiecriteria bepaalt dat de lange-termijnrente dient te worden gemeten op basis van langlopende staatsobligaties of vergelijkbare waardepapieren. Het statistische kader voor de toetredende landen berust op dezelfde beginselen als die welke werden toegepast op de huidige EU-lidstaten in de aanloop naar de derde fase van de EMU.

Contactpersonen voor de media