Inleidende Verklaring

Mario Draghi, President van de ECB,
Vítor Constâncio, Vice-President van de ECB,
Frankfurt am Main, 21 juli 2016

Dames en heren, de Vice-President en ik heten u van harte welkom bij onze persconferentie. We zullen nu verslag doen van de uitkomsten van de vergadering van de Raad van Bestuur van vandaag, die tevens werd bijgewoond door de Vice-Voorzitter van de Commissie, de heer Dombrovskis.

Op basis van onze reguliere economische en monetaire analyses hebben wij besloten de basisrentetarieven van de ECB onveranderd te laten. Wij blijven verwachten dat deze voor een langdurige periode en ruim voorbij de periode van onze netto aankopen van activa op de huidige of lagere niveaus zullen blijven. Wat betreft de bijzondere monetairbeleidsmaatregelen, bevestigen wij dat het de bedoeling is dat deze maandelijkse aankopen van activa ten bedrage van €80 miljard zullen lopen tot eind maart 2017 of zo nodig langer, en in ieder geval totdat de Raad van Bestuur bewijs ziet van een aanhoudende verandering in het beloop van de inflatie die in overeenstemming is met zijn inflatiedoelstelling.

Vandaag hebben wij de ontwikkelingen sinds onze laatste monetairbeleidsvergadering van begin juni besproken. Na het referendum van het Verenigd Koninkrijk over lidmaatschap van de EU, zijn wij van oordeel dat de financiële markten van het eurogebied de scherpe stijging van de onzekerheid en volatiliteit met bemoedigende schokbestendigheid hebben doorstaan. De aangekondigde bereidheid van centrale banken om indien nodig liquiditeit te verstrekken, en onze accommoderende monetairbeleidsmaatregelen, alsook een robuust regelgevings- en toezichtskader, hebben alle geholpen de stress in de markten te beperken. De financieringscondities blijven hoogst ondersteunend, hetgeen bijdraagt aan een versterking van de kredietschepping. Zij blijven steun geven aan ons basisscenario van een aanhoudend economisch herstel en een stijging van de inflatie.

Tegelijkertijd zal de Raad van Bestuur, gezien de heersende onzekerheden, de economische ontwikkelingen en de ontwikkelingen in de financiële markten nauwlettend blijven volgen en de doorwerking van zijn accommoderende monetaire beleid op de reële economie blijven waarborgen. De komende maanden zullen wij, wanneer we meer informatie hebben (waaronder de nieuwe projecties van medewerkers), in een betere positie zijn om de onderliggende macro-economische condities, het meest waarschijnlijke beloop van de inflatie en de groei, en de verspreiding van risico’s rond dat beloop, te herbeoordelen. Indien nodig om zijn doelstelling te verwezenlijken, zal de Raad van Bestuur actie ondernemen door gebruik te maken van alle binnen zijn mandaat ter beschikking staande instrumenten.

Laat ik nu gedetailleerder ingaan op onze beoordeling, te beginnen met de economische analyse. Het reële bbp van het eurogebied steeg in het eerste kwartaal van 2016 kwartaal-op-kwartaal met 0,6%, vanaf 0,4% in het laatste kwartaal van 2015. De groei blijft worden ondersteund door de binnenlandse vraag, terwijl de groei van de uitvoer bescheiden is gebleven. De binnenkomende gegevens duiden op aanhoudende groei in het tweede kwartaal van 2016, hoewel in een lager tempo dan in het eerste kwartaal. Vooruitblikkend, verwachten wij dat het economisch herstel zich in een gematigd tempo zal blijven voortzetten. De binnenlandse vraag blijft worden ondersteund door de doorwerking van onze monetairbeleidsmaatregelen op de reële economie. Gunstige financieringscondities en verbeteringen in de winstgevendheid van bedrijven blijven een herstel van de investeringen bevorderen. Aanhoudende werkgelegenheidsgroei, die tevens profiteert van in het verleden doorgevoerde structurele hervormingen, en de nog steeds relatief lage olieprijs geven aanvullende steun aan het reëel besteedbaar inkomen van huishoudens en aldus aan de particuliere consumptie. Daarnaast is de begrotingskoers van het eurogebied naar verwachting licht expansief in 2016, en zal deze in 2017 en 2018 globaal genomen neutraal worden.

Tegelijkertijd komt er tegenwind voor het economisch herstel in het eurogebied voort uit de uitslag van het referendum in het Verenigd Koninkrijk en andere geopolitieke onzekerheden, gematigde groeivooruitzichten in de opkomende markten, de noodzakelijke balansaanpassingen in een aantal sectoren en het trage tempo van de tenuitvoerlegging van structurele hervormingen. Tegen deze achtergrond blijven de risico’s voor de vooruitzichten van de groei in het eurogebied neerwaarts van aard.

Volgens Eurostat bedroeg de HICP-inflatie van het eurogebied op jaarbasis in juni 2016 0,1%, vergeleken met -0,1% in mei, voornamelijk ten gevolge van hogere energie- en dienstenprijsinflatie. Op basis van de huidige prijzen van oliefutures zal de inflatie de komende paar maanden waarschijnlijk zeer laag blijven alvorens later in 2016 te beginnen aan te trekken, grotendeels ten gevolge van basiseffecten in het groeicijfer op jaarbasis van de energieprijzen. Ondersteund door onze monetairbeleidsmaatregelen en het verwachte economisch herstel, zou de inflatie in 2017 en 2018 verder moeten stijgen.

Wat de monetaire analyse betreft: het ruime monetaire aggregaat (M3) is in mei 2016 in stevig tempo blijven groeien, waarbij de twaalfmaands groei ervan uitkwam op 4,9%, na 4,6% in april. Net als in voorgaande maanden werd de groei van M3 op jaarbasis voornamelijk ondersteund door de meest liquide componenten, waarbij de groei op jaarbasis van het eng gedefinieerde monetaire aggregaat M1 in mei uitkwam op 9,1%, vergeleken met 9,7% in april.

De kredietverstrekkingsdynamiek is zich geleidelijk blijven herstellen, een ontwikkeling die al te zien is sinds begin 2014. Het groeitempo op jaarbasis van leningen aan niet-financiële vennootschappen (gecorrigeerd voor de verkoop en securitisatie van leningen) steeg in mei 2016 naar 1,4%, vergeleken met 1,2% in april. De ontwikkelingen in de leningen aan ondernemingen blijven een weerspiegeling vormen van de vertraagde relatie met de conjunctuurfase, kredietrisico’s en de voortgaande balansaanpassingen in de financiële en niet-financiële sector. De groei op jaarbasis van leningen aan huishoudens (gecorrigeerd voor de verkoop en securitisatie van leningen) is in mei met 1,6% globaal genomen stabiel gebleven, tegen 1,5% in april.

De enquête naar de bancaire kredietverlening in het eurogebied voor het tweede kwartaal van 2016 wijst op verdere verbeteringen van de kredietverstrekkingsvoorwaarden voor leningen aan ondernemingen en huishoudens en op een aanhoudende stijging van de vraag naar krediet bij alle leningcategorieën. Bovendien bleven banken rapporteren dat de gerichte langerlopende herfinancieringstransacties hebben bijgedragen aan gunstiger voorwaarden voor leningen.

De door ons sinds juni 2014 genomen monetairbeleidsmaatregelen hebben de kredietnemingskosten voor bedrijven en huishoudens en de kredietstromen in het eurogebied aanzienlijk verbeterd. Het veelomvattende pakket aan nieuwe monetairbeleidsmaatregelen dat in maart van dit jaar is aangenomen schraagt het verdergaande herstel van de kredietgroei en ondersteunt aldus het herstel van de reële economie. In het licht van de heersende onzekerheden is het van essentieel belang dat het kanaal voor kredietverlening door banken goed blijft functioneren.

Kortom: een toetsing van de uitkomsten van de economische analyse aan die van de monetaire analyse bevestigde de noodzaak van het handhaven van een passende mate van monetaire accommodatie om zonder onnodige vertraging te zorgen voor een terugkeer van de inflatie naar niveaus onder maar dicht bij 2%.

Het monetair beleid is gericht op het handhaven van de prijsstabiliteit op de middellange termijn, en de accommoderende koers ervan ondersteunt de economische bedrijvigheid. Zoals vele malen benadrukt door de Raad van Bestuur, en zoals wederom met kracht herhaald in zowel Europese als internationale beleidsdiscussies, moet, om ten volle de vruchten van onze monetairbeleidsmaatregelen te kunnen plukken, ook op andere beleidsterreinen een veel vastbeslotener bijdrage worden geleverd, zowel op nationaal als Europees niveau. De tenuitvoerlegging van structurele hervormingen dient aanzienlijk te worden opgevoerd om de structurele werkloosheid te verminderen en de potentiële productiegroei in het eurogebied te stimuleren. Structurele hervormingen zijn nodig in alle landen van het eurogebied, hoewel de specifieke behoeften aan hervormingen verschillen tussen de afzonderlijke economieën. De voornaamste aandacht dient uit te gaan naar maatregelen om de productiviteit te verhogen en het ondernemingsklimaat te verbeteren (waaronder het zorgen voor een toereikende openbare infrastructuur), welke maatregelen van cruciaal belang zijn om de investeringen te doen toenemen en het scheppen van banen te bevorderen. De versterking van huidige investeringsinitiatieven, waaronder de uitbreiding van het Plan-Juncker, vooruitgang met de kapitaalmarktunie en hervormingen die de afwikkeling van niet-renderende leningen zullen stimuleren, zullen eveneens positief bijdragen aan deze doelstelling. In een klimaat van accommoderend monetair beleid zal de snelle en effectieve tenuitvoerlegging van structurele hervormingen, overeenkomstig de land-specifieke aanbevelingen van 2016 die recentelijk zijn goedgekeurd door de Europese Raad, niet alleen leiden tot hogere duurzame economische groei in het eurogebied, maar zal deze tevens het eurogebied beter bestand maken tegen mondiale schokken. Ook het begrotingsbeleid dient het economisch herstel te ondersteunen, maar zich daarbij te houden aan de begrotingsregels van de Europese Unie. De volledige en consistente tenuitvoerlegging van het Stabiliteits- en Groeipact in de loop der tijd en in de verschillende landen is van cruciaal belang om het vertrouwen in het begrotingskader te handhaven. Tegelijkertijd dienen alle landen te streven naar een groeivriendelijker samenstelling van hun begrotingsbeleid.

Wij staan nu tot uw beschikking voor vragen.

Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.

Contactpersonen voor de media