Inleidende Verklaring

Mario Draghi, President van de ECB,
Vítor Constâncio, Vice-President van de ECB,
15 April 2015

Dames en heren, de Vice-President en ik heten u van harte welkom bij onze persconferentie.

Op basis van onze reguliere economische en monetaire analyses en in overeenstemming met onze indicaties omtrent het rentebeleid, hebben wij besloten de basisrentetarieven van de ECB onveranderd te laten.

Wat betreft de bijzondere monetairbeleidsmaatregelen: op 9 maart zijn wij begonnen met het aankopen van in euro luidende waardepapieren van de publieke sector als onderdeel van ons uitgebreide aankoopprogramma, dat tevens de aankopen van zowel effecten op onderpand van activa als gedekte obligaties omvat. Het voornemen is deze aankopen uit te voeren tot eind september 2016 en in ieder geval totdat wij bewijs zien van een aanhoudende verandering in het beloop van de inflatie die in overeenstemming is met onze doelstelling op de middellange termijn een inflatiecijfer onder maar dicht bij 2% te verwezenlijken. Bij het maken van zijn beoordeling zal de Raad van Bestuur zijn monetairbeleidsstrategie aanhouden en vooral letten op tendensen in de inflatie, daarbij onverwachte uitkomsten (zowel opwaarts als neerwaarts) in de gemeten inflatie buiten beschouwing latend, indien deze van voorbijgaande aard en als niet van invloed op de middellangetermijnvooruitzichten voor de prijsstabiliteit worden geacht.

De tenuitvoerlegging van onze programma's voor de aankoop van activa verloopt voorspoedig, met volumes die in overeenstemming zijn met het bekendgemaakte cijfer van €60 miljard aan waardepapieren per maand. Daarnaast zijn er duidelijke aanwijzingen dat de monetairbeleidsmaatregelen die wij hebben genomen effectief zijn. De financiëlemarktvoorwaarden en de kosten van externe financiering voor de particuliere sector zijn de afgelopen maanden aanzienlijk versoepeld en de kredietvoorwaarden voor bedrijven en huishoudens zijn aanmerkelijk verbeterd, zoals blijkt uit het aantrekken van de vraag naar krediet.

Wat betreft de toekomst zullen wij ons ten volle richten op de volledige tenuitvoerlegging van onze monetairbeleidsmaatregelen. Door middel van deze maatregelen zullen wij bijdragen aan een verdere verbetering van de economische vooruitzichten, een vermindering van de onderbenutting in de economie en een herstel van de krediet- en geldgroei. Samen zullen dergelijke ontwikkelingen leiden tot een duurzame terugkeer van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2% op de middellange termijn en de stevige verankering van de inflatieverwachtingen op de middellange tot lange termijn versterken.

Laat ik nu gedetailleerder ingaan op onze beoordeling, te beginnen met de economische analyse. Het reële bbp van het eurogebied steeg in het derde kwartaal van 2014 kwartaal-op-kwartaal met 0,3%. De binnenlandse vraag, met name de particuliere consumptie, is de voornaamste drijvende kracht achter het verdergaande herstel gebleven. De meest recente economische indicatoren, waaronder gegevens uit enquêtes tot en met maart, wijzen erop dat de economie van het eurogebied sinds eind 2014 verder aan kracht heeft gewonnen. Vooruitblikkend verwachten wij dat het economisch herstel zich geleidelijk zal verbreden en versterken. De binnenlandse vraag zou verder moeten worden ondersteund door verdergaande verbeteringen van de financiële voorwaarden, en door de vooruitgang die is geboekt met begrotingsconsolidatie en structurele hervormingen. Daarnaast zou het lage niveau van de olieprijs het reëel besteedbaar inkomen van huishoudens en de winstgevendheid van bedrijven moeten blijven ondersteunen, en op die manier tevens de particuliere consumptie en investeringen. Bovendien zou de vraag naar uitvoerproducten uit het eurogebied moeten profiteren van verbeteringen in het prijsconcurrentievermogen. Het herstel in het eurogebied zal echter waarschijnlijk blijven worden gedempt door de noodzakelijke balansaanpassingen in een aantal sectoren en het nogal trage tempo van de tenuitvoerlegging van structurele hervormingen.

De risico's ten aanzien van de economische vooruitzichten voor het eurogebied blijven weliswaar in neerwaartse richting wijzen, door de recente monetairbeleidsbeslissingen, de daling van de olieprijzen en de lagere eurokoers zijn ze wel meer in evenwicht.

Volgens de voorlopige ("flash") raming van Eurostat beliep de HICP-inflatie op jaarbasis in het eurogebied in maart 2015 -0,1%, tegen -0,3% in februari en -0,6% in januari. Dit patroon weerspiegelt vooral het feit dat, uitgedrukt in euro, de olieprijs sinds medio januari is gestegen. Op basis van de beschikbare informatie en de huidige futuresprijzen voor olie zal de HICP-inflatie op jaarbasis de komende maanden naar verwachting zeer laag of negatief blijven. De inflatie zal naar verwachting later in 2015 toenemen en in 2016 en 2017 verder stijgen, mede dankzij de gunstige invloed van onze recente monetairbeleidsmaatregelen op de totale vraag, de impact van de lagere wisselkoers van de euro en de aanname dat er de komende jaren sprake zal zijn van basiseffecten en van iets hogere olieprijzen.

De Raad van Bestuur zal de risico's ten aanzien van de vooruitzichten voor de prijsontwikkeling op middellange termijn nauwlettend blijven volgen. Daarbij richten wij onze aandacht met name op de doorwerking van onze monetairbeleidsmaatregelen, alsmede op de geopolitieke ontwikkelingen en de ontwikkeling van de wisselkoersen en energieprijzen.

Wat de monetaire analyse betreft: recente gegevens bevestigen de geleidelijke toename van de onderliggende groei van het ruime monetaire aggregaat (M3). De twaalfmaandsgroei van M3 steeg van 3,7% in januari 2014 naar 4,0% in februari 2015. De groei van M3 op jaarbasis wordt nog steeds ondersteund door de meest liquide componenten, waarbij de groei op jaarbasis van het eng gedefinieerde monetaire aggregaat M1 in februari uitkwam op 9,1%.

Ook de dynamiek in de kredietverlening heeft zich geleidelijk verder verbeterd. Het groeitempo op jaarbasis van leningen aan niet-financiële vennootschappen (gecorrigeerd voor de verkoop en securitisatie van leningen) was in februari -0,4%. In januari 2014 was dat -0,9%, waarmee het geleidelijke herstel ten opzichte van een dieptepunt van -3,2% in februari 2014 zich voortzet. In dit verband bevestigt de enquête naar de kredietverlening door banken dat gunstiger kredietvoorwaarden een verder herstel van de kredietgroei ondersteunen, met name voor het bedrijfsleven. Ondanks deze verbeteringen blijft de kredietverstrekking aan niet-financiële vennootschappen zwak en een aanwijzing voor het vertraagd reageren door deze vennootschappen op de huidige conjunctuurfase, alsmede voor kredietrisico’s, kredietaanbodfactoren en de voortgaande balansaanpassingen in de financiële en niet-financiële sector. De groei op jaarbasis van leningen aan huishoudens (gecorrigeerd voor de verkoop en securitisatie van leningen) steeg in februari 2015 verder naar 1,0%, tegen 0,9% in januari. De door ons genomen monetairbeleidsmaatregelen zouden ondersteuning moeten bieden aan een verdere verbetering van zowel de kredietkosten voor bedrijven en huishoudens als de kredietstromen in het eurogebied.

Kortom: een toetsing van de uitkomsten van de economische analyse aan die van de monetaire analyse bevestigt dat de recente besluiten van de Raad van Bestuur krachtdadig moeten worden uitgevoerd. De volledige tenuitvoerlegging van al onze monetairbeleidsmaatregelen zal het herstel van het eurogebied de nodige steun bieden en de inflatie op middellange termijn naar een niveau onder maar dicht bij 2% brengen.

Het monetair beleid is gericht op het handhaven van de prijsstabiliteit op de middellange termijn, en de accommoderende koers draagt bij aan ondersteuning van de economische bedrijvigheid. Om met onze monetairbeleidsmaatregelen echter maximale resultaten te kunnen bereiken, moeten ook andere beleidsterreinen een belangrijke bijdrage leveren. Gezien de aanhoudend hoge structurele werkloosheid en de geringe potentiële-productiegroei in het eurogebied dient het huidige conjunctuurherstel te worden geflankeerd door effectieve maatregelen aan de aanbodzijde. Met name moet in diverse landen vaart worden gemaakt met de invoering van product- en arbeidsmarkthervormingen en van maatregelen om het ondernemingsklimaat voor bedrijven te verbeteren, dit om de investeringen aan te zwengelen en de banengroei en de productiviteit te verhogen. Als deze hervormingen snel en doeltreffend worden doorgevoerd, leidt dat niet alleen tot een hogere duurzame groei in het eurogebied, het wekt ook de verwachting dat inkomens blijvend omhoog zullen gaan, waardoor huishoudens vandaag gestimuleerd worden meer te consumeren en bedrijven om meer te investeren, wat het huidige economische herstel weer versterkt. Het begrotingsbeleid dient het economische herstel te ondersteunen en zich te houden aan het Stabiliteits- en Groeipact. De volledige en consequente tenuitvoerlegging van dit pact is van groot belang voor het vertrouwen in ons begrotingskader. Gezien de noodzaak om in een aantal landen de inspanningen op het gebied van structurele hervormingen te intensiveren, is het tevens van belang dat de procedure bij macro-economische onevenwichtigheden effectief wordt geïmplementeerd teneinde in afzonderlijke lidstaten geconstateerde buitensporige onevenwichtigheden aan te pakken.

Wij staan nu ter beschikking voor vragen.

Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.

Contactpersonen voor de media