Inleidende verklaring

Mario Draghi, President van de ECB,
Frankfurt am Main, 22 januari 2015

Dames en heren, de Vice-President en ik heten u van harte welkom bij onze persconferentie. Laat ik u allereerst een gelukkig nieuwjaar toewensen. Ik wil hier ook van deze gelegenheid gebruik maken om Litouwen van harte welkom te heten als negentiende land dat de euro als zijn munteenheid heeft ingevoerd. Dienovereenkomstig is de heer Vasiliauskas, Raadsvoorzitter van Lietuvos bankas, op 1 januari 2015 toegetreden tot de Raad van Bestuur. Met de toetreding van Litouwen tot het eurogebied op 1 januari 2015 is een systeem in werking getreden op basis waarvan de presidenten/gouverneurs van de nationale centrale banken om de beurt stemrecht hebben in de Raad van Bestuur. De details van dit roulatiesysteem zijn te vinden op de website van de ECB. We zullen nu verslag doen van de vergadering van de Raad van Bestuur van vandaag, die tevens werd bijgewoond door de Vice-Voorzitter van de Commissie, de heer Dombrovskis.

Op basis van onze reguliere economische en monetaire analyses hebben wij de vooruitzichten voor de prijsontwikkelingen en de verwezenlijkte monetairbeleidsstimulans aan een grondige herbeoordeling onderworpen. Dientengevolge heeft de Raad van Bestuur de volgende beslissingen genomen:

Ten eerste heeft de Raad van Bestuur besloten van start te gaan met een uitgebreid programma voor de aankoop van activa, dat tevens de bestaande aankoopprogramma's voor effecten op onderpand van activa en gedekte obligaties omvat. In het kader van dit uitgebreide programma zullen de gecombineerde maandelijkse aankopen van activa van de publieke en particuliere sector €60 miljard bedragen. Het voornemen is deze aankopen uit te voeren tot eind september 2016 en in ieder geval totdat wij bewijs zien van een aanhoudende verandering in het beloop van de inflatie die in overeenstemming is met onze doelstelling op de middellange termijn een inflatiecijfer onder maar dicht bij 2% te verwezenlijken. In maart 2015 zal het Eurosysteem beginnen met de aankoop, op de secundaire markt, van in euro luidende kredietwaardige ("investment-grade") effecten die zijn uitgegeven door overheden en agencies en Europese instellingen in het eurogebied. De aankopen van door overheden en agencies in het eurogebied uitgegeven effecten zullen geschieden op basis van de aandelen van de nationale centrale banken van het Eurosysteem in de kapitaalverdeelsleutel van de ECB. Enkele additionele criteria om in aanmerking te komen zullen van toepassing zijn voor landen waarvoor een EU/IMF-aanpassingsprogramma loopt.

Ten tweede heeft de Raad van Bestuur besloten de prijsstelling van de zes resterende gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (TLTRO's) te veranderen. Dienovereenkomstig zal het rentetarief voor de toekomstige TLTRO-transacties gelijk zijn aan het rentetarief dat geldt voor de basisherfinancieringstransacties van het Eurosysteem op het tijdstip dat elke TLTRO wordt uitgevoerd, en verdwijnt daardoor de spread van 10 basispunten op het rentetarief voor de basisherfinancieringstransacties waarvan sprake was bij de eerste twee TLTRO's.

Ten derde hebben wij, overeenkomstig onze indicaties omtrent het rentebeleid, besloten de basisrentetarieven van de ECB onveranderd te laten.

Wat betreft de additionele aankopen van activa, behoudt de Raad van Bestuur de controle over alle kenmerken van de opzet van het programma en zal de ECB de aankopen coördineren, om zo de gemeenschappelijkheid van het monetair beleid van het Eurosysteem te waarborgen. Het Eurosysteem zal voor het mobiliseren van zijn middelen gebruik maken van gedecentraliseerde tenuitvoerlegging. Wat betreft het delen van hypothetische verliezen, heeft de Raad van Bestuur besloten dat voor aankopen van effecten van Europese instellingen (die 12% van de additionele aankopen van activa zullen uitmaken, en die zullen worden verricht door de nationale centrale banken) eventuele verliezen zullen worden gedeeld. Wat betreft de rest van de additionele aankopen van activa door de nationale centrale banken zullen eventuele verliezen niet worden gedeeld. De ECB zal 8% van de additionele aankopen van activa aanhouden. Dit betekent dat voor 20% van de additionele aankopen van activa de risico's zullen worden gedeeld.

Afzonderlijke persberichten met gedetailleerder informatie over het uitgebreide programma voor de aankoop van activa en over de prijsstelling van de TLTRO's zullen vanmiddag om 15.30 worden gepubliceerd.

Het vandaag genomen monetairbeleidsbesluit ten aanzien van de additionele aankopen van activa is genomen om twee ongunstige ontwikkelingen tegen te gaan. Ten eerste is de inflatiedynamiek zwakker gebleven dan verwacht. Hoewel de sterke daling van de olieprijs gedurende de afgelopen maanden de meest bepalende factor blijft voor de totale inflatie, is het potentieel voor tweede-ronde-effecten op de loon- en prijsvorming toegenomen en zou dit de prijsontwikkeling op de middellange termijn negatief kunnen beïnvloeden. Deze beoordeling wordt ondersteund door een verdere daling van de markt-gebaseerde maatstaven van de inflatieverwachtingen voor alle looptijden en door het feit dat de meeste indicatoren van de werkelijke en de verwachte inflatie op of dicht bij hun historisch laagste punt liggen. Tegelijkertijd blijft de economische slapte in het eurogebied aanzienlijk en blijven de geld- en kredietontwikkelingen bedrukt. Ten tweede was, hoewel de tussen juni en september vorig jaar genomen monetairbeleidsmaatregelen tot een aanzienlijke verbetering in termen van de koersen op de financiële markten hebben geleid, dit niet het geval voor de kwantitatieve uitkomsten. Dientengevolge was de bestaande mate van monetaire accommodatie onvoldoende om op adequate wijze de verhoogde risico's van een te lange periode van lage inflatie tegen te gaan. Daarom is de goedkeuring van verdere balansmaatregelen van vandaag op zijn plaats om onze doelstelling voor de prijsstabiliteit te verwezenlijken, gezien het feit dat de basisrentetarieven van de ECB hun ondergrens hebben bereikt.

Vooruitblikkend: de maatregelen van vandaag zullen op doorslaggevende wijze de stevige verankering van de inflatieverwachtingen op de middellange tot lange termijn ondersteunen. De aanzienlijke stijging van onze balans zal de monetairbeleidskoers verder verruimen. In het bijzonder zullen de financieringsvoorwaarden voor bedrijven en huishoudens in het eurogebied verder blijven verbeteren. Bovendien zullen de vandaag genomen beslissingen onze indicaties omtrent de basisrentetarieven van de ECB ondersteunen, en een bekrachtiging vormen van het feit dat er aanzienlijke en toenemende verschillen zijn in de monetairbeleidscyclus van de belangrijkste geavanceerde economieën. Samen genomen zouden deze factoren de vraag moeten versterken, de benuttingsgraad moeten doen toenemen en de geld- en kredietgroei moeten ondersteunen, en zo bijdragen aan een terugkeer van de inflatie in de richting van 2%.

Laat ik nu gedetailleerder ingaan op onze beoordeling, te beginnen met de economische analyse. Het reële bbp van het eurogebied steeg in het derde kwartaal van 2014 kwartaal-op-kwartaal met 0,2%. De meest recente gegevens en enquête-indicatoren wijzen op een aanhoudende gematigde groei rond de jaarwisseling. Wat de nabije toekomst betreft hebben de recente dalingen van de olieprijs de basis waarop het economisch herstel aan kracht kan winnen, versterkt. Een lagere olieprijs zou het reëel besteedbaar inkomen van huishoudens en de winstgevendheid van bedrijven moeten ondersteunen. De binnenlandse vraag zou eveneens verder moeten worden ondersteund door onze monetairbeleidsmaatregelen, door de verdergaande verbeteringen van de financiële voorwaarden en door de vooruitgang die is geboekt met begrotingsconsolidatie en structurele hervormingen. Voorts zou de vraag naar uitvoerproducten moeten profiteren van het mondiale herstel. Het herstel in het eurogebied zal echter waarschijnlijk blijven worden gedrukt door de hoge werkloosheid, de aanzienlijke onbenutte capaciteit en de noodzakelijke balansaanpassingen in de particuliere en overheidssector.

De risico’s voor de economische vooruitzichten van het eurogebied blijven van neerwaartse aard, maar zouden na de monetairbeleidsbeslissingen van vandaag en de aanhoudende daling van de olieprijs gedurende de afgelopen weken moeten verminderen.

Volgens Eurostat bedroeg de HICP-inflatie van het eurogebied op jaarbasis in december 2014 -0,2%, tegen 0,3% in november. Deze daling is voornamelijk het gevolg van een sterke daling van de energieprijzeninflatie en, in mindere mate, van een daling van het groeitempo op jaarbasis van de voedingsprijzen. Op basis van de huidige informatie en de huidige futuresprijzen voor olie, zal de HICP-inflatie op jaarbasis de komende maanden naar verwachting zeer laag of negatief blijven. Dergelijke lage inflatiecijfers zijn op de korte termijn niet te vermijden, gezien de recente scherpe daling van de olieprijs en ervan uitgaande dat de komende paar maanden zich geen aanzienlijke correctie zal voordoen. Ondersteund door onze monetairbeleidsmaatregelen, door het verwachte herstel van de vraag en door de aanname van een geleidelijke stijging van de olieprijs in de voor ons liggende periode, zal de inflatie naar verwachting later in 2015 en in 2016 geleidelijk oplopen.

De Raad van Bestuur zal de risico's voor de vooruitzichten voor de prijsontwikkeling op de middellange termijn nauwlettend blijven volgen. In dit verband zullen wij in het bijzonder letten op geopolitieke ontwikkelingen, wisselkoers- en energieprijsontwikkelingen en op de doorwerking van onze monetairbeleidsmaatregelen.

Wat betreft de monetaire analyse, wijzen recente gegevens op een aantrekken van de onderliggende groei van het ruime monetaire aggregaat M3, hoewel deze op een laag niveau blijft. Het groeitempo van M3 op jaarbasis steeg van 2,5% in oktober 2014 en een dieptepunt van 0,8% in april 2014 naar 3,1% in november 2014. De groei van M3 op jaarbasis blijft ondersteund worden door de meest liquide componenten, waarbij de groei op jaarbasis van het eng gedefinieerde monetaire aggregaat M1 in november uitkwam op 6,9%.

Het groeitempo op jaarbasis van leningen aan niet-financiële vennootschappen (gecorrigeerd voor de verkoop en securitisatie van leningen) bleef in november 2014 zwak, op -1,3%, vergeleken met -1,6% in oktober, maar zette wel zijn geleidelijke herstel voort ten opzichte van een dieptepunt van -3,2% in februari 2014. De netto aflossingen zijn, gemiddeld genomen over de afgelopen maanden, enigszins teruggelopen vanaf de historisch hoge niveaus die een jaar geleden werden opgetekend en de netto kredietstromen werden in november licht positief. In dit verband geeft de enquête naar de bancaire kredietverlening van januari 2015 aan dat de kredietverleningscriteria in het vierde kwartaal van 2014 netto verder zijn verruimd, waarbij verschillen tussen landen, parallel met een stijging van de netto vraag naar leningen voor alle leningscategorieën, afnamen. De banken verwachten dat deze dynamiek begin 2015 zal aanhouden. Ondanks deze verbeteringen blijft de kredietverstrekking aan niet-financiële vennootschappen zwak en blijft deze een gevolg van het achterblijven van deze vennootschappen bij de huidige conjunctuurfase, van kredietrisico’s, van kredietverstrekkingsfactoren en van de voortgaande balansaanpassingen in de financiële en niet-financiële sector. De groei op jaarbasis van leningen aan huishoudens (gecorrigeerd voor de verkoop en securitisatie van leningen) was in november 0,7%, tegen 0,6% in oktober. Onze monetairbeleidsmaatregelen zouden een verdere verbetering van de kredietstromen moeten ondersteunen.

Kortom: een toetsing van de uitkomsten van de economische analyse aan die van de monetaire analyse bevestigde de noodzaak van verdere monetairbeleidsaccommodatie. Al onze monetairbeleidsmaatregelen zouden steun moeten bieden aan het herstel van het eurogebied en de inflatie dichter naar een niveau onder maar dicht bij 2% moeten brengen.

Het monetair beleid is primair gericht op het handhaven van de prijsstabiliteit op de middellange termijn en de accommoderende koers draagt bij aan ondersteuning van de economische bedrijvigheid. Teneinde de investeringen te doen toenemen, de werkgelegenheidscreatie te stimuleren en de productiviteitsgroei te verhogen, dienen echter andere beleidsterreinen een doorslaggevende bijdrage te leveren. In het bijzonder dient de vastbesloten tenuitvoerlegging van hervormingen in de product- en arbeidsmarkten en van maatregelen om het ondernemingsklimaat voor bedrijven te verbeteren, in diverse landen aan kracht te winnen. Het is van cruciaal belang dat structurele hervormingen snel, op geloofwaardige wijze en effectief ten uitvoer worden gelegd, aangezien dit niet alleen de toekomstige duurzame groei van het eurogebied zal doen toenemen maar ook de verwachtingen van hogere inkomens zal verhogen en bedrijven zal aanmoedigen nu hun investeringen te verhogen, en het economisch herstel zal bespoedigen. Het begrotingsbeleid dient het economisch herstel te ondersteunen, maar daarbij tegelijkertijd te zorgen voor schuldhoudbaarheid in overeenstemming met het Stabiliteits- en Groeipact, dat het anker blijft voor het vertrouwen. Alle landen dienen gebruik te maken van de beschikbare ruimte voor een groeivriendelijker samenstelling van het begrotingsbeleid.

Contactpersonen voor de media