Banking Supervision
Nederlands
Other languages2 +
Menu

Inleidende verklaring

Mario Draghi, President van de ECB,
Brussel, 8 mei 2014

Dames en heren, het doet de Vice-President en mij veel genoegen u hier bij onze persconferentie te mogen verwelkomen. Ik zou graag Gouverneur Luc Coene hartelijk willen bedanken voor zijn gastvrijheid en in het bijzonder onze dankbaarheid willen uitspreken jegens zijn medewerkers voor de uitstekende organisatie van de vergadering van de Raad van Bestuur van vandaag. Wij zullen nu verslag uitbrengen over de uitkomsten van de vergadering van vandaag, die tevens werd bijgewoond door de Voorzitter van de Eurogroep, Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem.

Op basis van onze reguliere economische en monetaire analyses hebben wij besloten de basisrentetarieven van de ECB onveranderd te laten. De beschikbaar komende informatie blijft aangeven dat het gematigde herstel van de economie van het eurogebied overeenkomstig onze eerdere beoordeling verloopt. Tegelijkertijd blijven recente gegevens in overeenstemming met onze verwachting van een langdurige periode van lage inflatie gevolgd door een slechts geleidelijk opwaartse ontwikkeling van de HICP-inflatie. De uitkomsten van de monetaire analyse bevestigen het beeld van een gematigde onderliggende prijsdruk in het eurogebied op de middellange termijn. De inflatieverwachtingen voor het eurogebied op de middellange tot lange termijn blijven stevig verankerd in overeenstemming met onze doelstelling het inflatiecijfer onder maar dicht bij 2% te houden.

Vooruitblikkend, zullen wij de economische ontwikkelingen en geldmarkten zeer nauwlettend volgen. Wij zullen een in hoge mate accommoderende monetairbeleidskoers handhaven en, indien nodig, snel handelen door middel van verdere monetairbeleidsversoepeling. Wij herhalen met kracht dat wij blijven verwachten dat de basisrentetarieven van de ECB voor een langere periode op het huidige of een lager niveau zullen blijven. Deze verwachting is gebaseerd op de algehele gematigde vooruitzichten voor de inflatie, ook op de middellange termijn, gezien de breed-gedragen zwakte van de economie, de hoge mate van onderbenutting en de gematigde geld- en kredietschepping. De Raad van Bestuur is unaniem in zijn vastberadenheid om binnen zijn mandaat ook onconventionele instrumenten te gebruiken om effectief te kunnen omgaan met de risico’s van een te lange periode van lage inflatie. Verdere informatie en analyses ten aanzien van de vooruitzichten voor de inflatie en de beschikbaarheid van bancaire leningen aan de particuliere sector zullen begin juni beschikbaar komen.

Laat ik nu enigszins gedetailleerder onze beoordeling toelichten, te beginnen met de economische analyse. Het reële bbp van het eurogebied steeg in het laatste kwartaal van 2013 kwartaal-op-kwartaal met 0,2%, en is daarmee drie opeenvolgende kwartalen blijven toenemen. Recente gegevens en op enquêtes gebaseerde indicatoren bevestigen dat het aanhoudende gematigde herstel zich in het eerste kwartaal van 2014 en het begin van het tweede kwartaal heeft voortgezet. Vooruitblikkend, zou de binnenlandse vraag moeten blijven worden ondersteund door een aantal factoren, waaronder de accommoderende monetairbeleidskoers, verdergaande verbeteringen in de financieringsvoorwaarden die doorwerken in de reële economie, de vooruitgang die is geboekt met begrotingsconsolidatie en structurele hervormingen, en ontwikkelingen in de energieprijzen. Tegelijkertijd blijft, hoewel de arbeidsmarkten zijn gestabiliseerd en de eerste tekenen van verbetering te zien hebben gegeven, de werkloosheid in het eurogebied hoog en blijft, over het geheel genomen, de onbenutte capaciteit omvangrijk. Bovendien bleef de groei op jaarbasis van door MFI’s verstrekte leningen aan de particuliere sector in maart negatief en blijven de noodzakelijke balansaanpassingen in de particuliere en overheidssector op het tempo van het economisch herstel drukken.

De risico’s voor de economische vooruitzichten van het eurogebied blijven van neerwaartse aard. Geopolitieke risico’s en ontwikkelingen in de mondiale financiële markten en opkomende markteconomieën zouden de economische situatie eventueel negatief kunnen beïnvloeden. Andere neerwaartse risico’s houden verband met een zwakker dan verwachte binnenlandse vraag, met onvoldoende tenuitvoerlegging van structurele hervormingen in landen van het eurogebied en met zwakkere exportgroei.

Volgens de flash raming van Eurostat bedroeg de HICP-inflatie van het eurogebied op jaarbasis in april 2014 0,7%, gestegen ten opzichte van de 0,5% in maart. Zoals verwacht (gezien de dagen waarop Pasen dit jaar viel), was de toename voornamelijk het gevolg van een stijging van de dienstenprijzen. Op basis van de huidige informatie zal de HICP-inflatie op jaarbasis de komende maanden naar verwachting rond het huidige lage niveau blijven, alvorens gedurende 2015 slechts geleidelijk op te lopen om tegen het einde van 2016 op een niveau dichter bij 2% uit te komen. Nieuwe macro-economische projecties door medewerkers van het Eurosysteem zullen begin juni beschikbaar komen. De inflatieverwachtingen voor de middellange tot lange termijn blijven stevig verankerd in overeenstemming met prijsstabiliteit.

De Raad van Bestuur acht zowel de opwaartse als de neerwaartse risico’s voor de vooruitzichten van de prijsontwikkeling beperkt en beschouwt deze als globaal in evenwicht op de middellange termijn. In dit verband zullen de mogelijke gevolgen van zowel geopolitieke risico's als wisselkoersontwikkelingen nauwlettend worden gevolgd.

Wat betreft de monetaire analyse, blijven de gegevens voor maart 2014 wijzen op een gematigde onderliggende groei van het ruime monetaire aggregaat (M3). De groei op jaarbasis van M3 matigde in maart tot 1,1%, ten opzichte van 1,3% in februari. De groei van het eng gedefinieerde monetaire aggregaat M1 bleef robuust maar daalde in maart naar 5,6 %, tegen 6,2% in februari. De stijging van de netto externeactivapositie van MFI’s, die deels een weerspiegeling vormt van de aanhoudende belangstelling onder internationale beleggers voor activa van het eurogebied, blijft de belangrijkste factor die de M3-groei op jaarbasis ondersteunt.

De groei op jaarbasis van leningen aan niet-financiële vennootschappen (gecorrigeerd voor de verkoop en securitisatie van leningen) was in maart ‑3,1%, onveranderd ten opzichte van februari. De zwakke kredietdynamiek bij de niet-financiële vennootschappen blijft een gevolg van het achterblijven van deze vennootschappen bij de huidige conjunctuurfase, van kredietrisico’s en van de voortgaande balansaanpassingen in de financiële en niet-financiële sector. De groei op jaarbasis van leningen aan huishoudens (gecorrigeerd voor de verkoop en securitisatie van leningen) was in maart 2014 0,4%, globaal genomen onveranderd sinds begin 2013.

De enquête naar de bancaire kredietverlening van april 2014 bevestigt de stabilisering van de kredietvoorwaarden voor leningen aan ondernemingen en huishoudens. De kredietvoorwaarden zijn de afgelopen drie maanden globaal onveranderd gebleven voor leningen aan ondernemingen maar werden, in netto termen, voor huishoudens verruimd. Globaal overeenkomstig deze uitkomsten, rapporteerden in de enquête betreffende de toegang van kleine en middelgrote bedrijven tot financiering voor de periode oktober 2013-maart 2014 kleine en middelgrote bedrijven dat de beschikbaarheid van bancaire leningen minder negatief was geworden en in enkele landen van het eurogebied zelfs was verbeterd. Volgens beide enquêtes leverden de algemene economische vooruitzichten een minder negatieve of zelfs positieve bijdrage aan deze ontwikkelingen. Tegelijkertijd rapporteerden banken nog steeds krappe niveaus van kredietvoorwaarden, wanneer deze vanuit historisch perspectief worden bezien.

Sinds de zomer van 2012 is aanzienlijke vooruitgang geboekt met het verbeteren van de financieringssituatie van banken. Teneinde een toereikende transmissie van het monetair beleid naar de financieringsvoorwaarden in de landen van het eurogebied te waarborgen, is het van essentieel belang dat de fragmentatie van kredietmarkten in het eurogebied verder afneemt en dat de schokbestendigheid van banken waar nodig wordt versterkt. In dit verband is de lopende uitgebreide beoordeling van de balans van banken van essentieel belang. Banken zouden deze exercitie ten volle moeten benutten om hun kapitaal- en solvabiliteitspositie te verbeteren, om zo bij te dragen aan het wegnemen van bestaande beperkingen van de kredietverlening die het herstel zouden kunnen belemmeren.

Kortom, de economische analyse bevestigt onze verwachting van een langdurige periode van lage inflatie gevolgd door een slechts geleidelijk opwaartse ontwikkeling van de HICP-inflatie naar een niveau dichter bij 2%. Een toetsing aan de uitkomsten van de monetaire analyse bevestigt het beeld van een gematigde onderliggende prijsdruk in het eurogebied op de middellange termijn.

Wat betreft het begrotingsbeleid, zal volgens de voorjaarsprognose van de Europese Commissie het overheidstekort in het eurogebied naar verwachting verder dalen, van 3,0% bbp in 2013 naar 2,5% dit jaar en naar 2,3% in 2015. De overheidsschuldquote in verhouding tot het bbp zal in 2014 naar verwachting stabiliseren op 96,0% en in 2015 dalen naar 95,4%. Gezien de nog steeds behoorlijk hoge schuldratio’s, en om de begrotingshoudbaarheid te verbeteren, dienen de landen van het eurogebied de met begrotingsconsolidatie geboekte vooruitgang niet ongedaan te maken en hun in het kader van het Stabiliteits- en Groeipact gedane toezeggingen gestand te doen. Tegelijkertijd zijn veelomvattende en ambitieuze structurele hervormingen in de product- en arbeidsmarkten geboden om het groeipotentieel van het eurogebied te verhogen, het aanpassingsvermogen van het eurogebied te verbeteren en de hoge werkloosheid waarmee veel landen van het eurogebied heden ten dage kampen, te verminderen. De Raad van Bestuur is het daarom eens met de mededeling van de Ecofin-Raad van afgelopen dinsdag dat vastberaden beleidsactie nodig is in landen waar macro-economische onevenwichtigheden de soepele werking van de Economische en Monetaire Unie belemmeren.

Wij staan nu tot uw beschikking voor vragen.

Contactpersonen voor de media