PERSCONFERENTIE

Inleidende verklaring Willem F. Duisenberg, President van de Europese Centrale Bank, Christian Noyer, Vice-President van de Europese Centrale Bank, Maastricht, 7 februari 2002.

Dames en heren, aangezien het Verdrag betreffende de Europese Unie vandaag precies tien jaar geleden in Maastricht is ondertekend, werd het passend geacht de vijfde vergadering van de Raad van Bestuur van de ECB buiten Frankfurt in deze stad te houden en zo stil te staan bij het tienjarig jubileum van wat het "Verdrag van Maastricht" is gaan heten. Sterker nog, de Raad van Bestuur kwam in dezelfde zalen bijeen als die waarin de staatshoofden en regeringsleiders destijds met succes de onderhandelingen afrondden die leidden tot het Verdrag. Ik zou bij deze graag President Wellink, de Gouverneur in de Provincie Limburg, de staf van de Nederlandsche Bank en de stad Maastricht willen bedanken voor hun gastvrijheid en voor de uitstekende wijze waarop deze vergadering van de Raad van Bestuur is georganiseerd.

Toen het Verdrag van Maastricht werd ondertekend, twijfelden velen eraan of de Economische en Monetaire Unie (EMU) ooit méér zou worden dan plechtige woorden in een Verdrag of een nobel streven dat in een verre toekomst verwezenlijkt zou moeten worden. Gedurende de jaren negentig echter, hebben beleidsmakers, regeringen, centrale bankiers en andere politieke en economische subjecten er met grote vastberadenheid voor gezorgd dat de gemeenschappelijke munt een realiteit zou worden. Vandaag kunnen we terugkijken op een periode van ruim drie jaar waarin de ECB met succes een op stabiliteit gericht monetair beleid heeft gevoerd ten dienste van meer dan 300 miljoen burgers. Inmiddels hebben we allen het tastbare bewijs van de Monetaire Unie in onze portemonnee. De zeer succesvol verlopen overgang op de chartale euro is een zoveelste historische mijlpaal in het proces van Europese monetaire integratie. Reeds nu wordt in alle landen van het eurogebied bijna 100% van de contante betalingen in euro verricht. Dit betekent dat de overgang op de chartale euro als vrijwel voltooid kan worden beschouwd, en wel ruim vóór 28 februari. Na deze datum zijn de nationale valuta's van de eurolanden geen wettig betaalmiddel meer.

Samen met de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen, is het Verdrag van Maastricht een van de meest belangrijke en vooruitziende juridische teksten in de geschiedenis van het Europese integratieproces. Met de euro levert dit Verdrag het tastbare bewijs van de visie die ten grondslag ligt aan de Europese Unie, namelijk het dichter bij elkaar brengen van de mensen in Europa en het vergemakkelijken van hun leven. Na de belangrijke rol die het heeft gespeeld bij de totstandkoming van de euro, zal het Verdrag cruciaal en onmisbaar blijven voor het succesvol functioneren van de EMU. Het in het Verdrag neergelegde macro-economische beleidskader voor de middellange termijn heeft bijgedragen tot een stabiel macro-economisch klimaat, en zal dat blijven doen. Daarnaast voorziet het Verdrag in een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden tussen de EU-instellingen en de lidstaten, alsmede in duidelijke mandaten voor alle betrokkenen. Het handhaven van prijsstabiliteit (het hoofddoel van de ECB), de onafhankelijkheid van het Eurosysteem en de bepalingen ter garantie van begrotingsdiscipline, in het bijzonder die welke zijn neergelegd in het Pact voor Stabiliteit en Groei, vormen enige hoofdkenmerken van dit kader. Bovendien zal het in het Verdrag van Maastricht aangegeven pad naar deelname aan het eurogebied, waarbij de nadruk ligt op duurzame economische convergentie als een basisvoorwaarde voor invoering van de euro, ook als richtsnoer dienen voor toekomstige lidstaten. De naam Maastricht zal daarom altijd verbonden blijven met de euro en voorgoed een prominente plaats innemen in de geschiedenis van Europa.

Ik ga nu over tot onze gebruikelijke beoordeling van de recente monetaire, financiële en economische ontwikkelingen. De Raad van Bestuur is vandaag tot de slotsom gekomen dat er geen reden was om zijn eerdere beoordeling te wijzigen. Dienovereenkomstig zijn de voornaamste ECB-rentetarieven onveranderd gelaten op een niveau dat passend blijft voor het handhaven van prijsstabiliteit op de middellange termijn.

Om te beginnen de analyse volgens de eerste pijler van onze monetaire-beleidsstrategie. Het driemaands gemiddelde van de groei van M3 op jaarbasis steeg in de periode van oktober tot en met december 2001 naar 7,8%, vanaf 7,4% in de periode van september tot en met november. De Raad van Bestuur is van mening dat de monetaire ontwikkelingen tot nu toe niet wijzen op risico's voor de prijsstabiliteit. De uit deze gegevens blijkende opbouw van liquiditeit heeft plaatsgevonden in een economisch en financieel klimaat dat wordt gekenmerkt door uitzonderlijk grote mondiale onzekerheid, en zou derhalve een tijdelijk fenomeen moeten blijven. Deze beoordeling van lage inflatierisico's wordt tevens ondersteund door de trendmatige daling van het groeitempo van aan de particuliere sector verstrekte leningen. Het aanhouden van krachtige M3-groei kan echter vragen om een herbeoordeling van de monetaire ontwikkelingen, met name als er verdere tekenen zijn van een economisch herstel in het eurogebied.

Wat de tweede pijler betreft bevestigen nieuwe gegevens onze verwachting van een geleidelijke verbetering van de economische bedrijvigheid in de loop van het jaar, hoewel nog steeds wordt voorzien dat de werkelijke productiegroei in het eurogebied in het vierde kwartaal van vorig jaar en de eerste maanden van dit jaar gematigd zal zijn. De onzekerheid wat betreft het mondiale klimaat lijkt geleidelijk af te nemen. In het eurogebied blijft sprake van gezonde economische fundamentals en van gunstige financieringsvoorwaarden. Samen met het hogere groeitempo van het reële inkomen als gevolg van de dalingen van de inflatie in het verleden en in de toekomst, zouden deze factoren de totale vraag moeten ondersteunen. Deze beoordeling lijkt zich te weerspiegelen in zowel recente verbeteringen in enquêtegegevens als in ontwikkelingen op de financiële markten. Hoewel de timing en kracht van het herstel onzeker blijven, wijzen de gegevens over het geheel genomen op een hervatting van economische groei.

Wij verwachten voorts nog steeds dat er op de middellange termijn geen sprake zal zijn van opwaartse druk op de inflatie. Zoals bij eerdere gelegenheden reeds is aangegeven, zullen de inflatiecijfers op jaarbasis aan het begin van dit jaar echter enigszins grillig zijn. Voorlopige HICP-gegevens voor januari 2002 bevestigen deze verwachting, maar zijn geen reden tot zorg als het gaat om de middellange termijn. De recente stijging van de inflatie werd voor een groot deel veroorzaakt door uitzonderlijke en kortstondige factoren - zoals buitengewoon slechte weersomstandigheden in enkele delen van het eurogebied, die hebben geleid tot voedselprijsstijgingen – alsmede door de voorziene invloed van indirecte belastingen en basiseffecten als gevolg van het beloop van de energieprijzen. Als deze factoren in aanmerking worden genomen, zijn er tot dusver geen aanwijzingen dat de overgang op de chartale euro een significant effect heeft gehad op het prijsniveau. Ook voor de komende maanden verwachten wij geen substantiële effecten. Er is reden te veronderstellen dat de fysieke introductie van de eurobankbiljetten en euromunten de concurrentie zal verscherpen, en daarmee het handhaven van prijsstabiliteit zal ondersteunen.

Als we verder in de toekomst kijken, blijven de inflatievooruitzichten gunstig. Een belangrijk punt van zorg, echter, betreft komende loononderhandelingen. Indien wordt vastgehouden aan loonmatiging, zoals we op dit moment verwachten en in ieder geval op zijn plaats achten teneinde de werkgelegenheidsgroei te bevorderen, en indien van de veronderstelling wordt uitgegaan dat andere bepalende factoren zich eveneens gunstig zullen ontwikkelen, zou de inflatie op jaarbasis dit jaar veilig onder 2% moeten dalen. Tevens dient deze op een niveau te blijven dat in overeenstemming is met prijsstabiliteit.

Ten slotte zou ik het belang willen onderstrepen dat de Raad van Bestuur hecht aan het Pact voor Stabiliteit en Groei en de versterking daarvan door het op doortastende wijze implementeren van de juiste procedures. De verantwoordelijkheid voor deze procedures ligt bij de Europese Commissie en de ministers van financiën. De Raad van Bestuur staat volledig achter alle stappen ter voorkoming van buitensporige tekorten, en alle inspanningen om het begrotingstekort terug te dringen en het begrotingsbeleid in overeenstemming te brengen met de stabiliteitsprogramma's in individuele lidstaten, teneinde de geloofwaardigheid van de gedane toezeggingen in het kader van het Pact voor Stabiliteit en Groei te waarborgen. In dezelfde geest ondersteunen we ten zeerste de voortdurende initiatieven ter bevordering van structurele hervormingen. We verwelkomen de aandacht die deze onderwerpen zullen krijgen op de komende top in Barcelona en zien uit naar een snelle en doortastende verwezenlijking van essentiële structurele hervormingen in de goederen-, diensten- en arbeidsmarkten teneinde het groeipotentieel van het eurogebied te stimuleren.

U krijgt nu de gelegenheid om vragen te stellen.

Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.

Contactpersonen voor de media