Zoekopties
Home Media Explainers Onderzoek & publicaties Statistieken Monetair beleid De euro Betalingsverkeer & markten Werken bij de ECB
Suggesties
Sorteren op
Christine Lagarde
The President of the European Central Bank
Boris Vujčić
Vice-President of the European Central Bank
  • VERKLARING OVER HET MONETAIR BELEID

PERSCONFERENTIE

Christine Lagarde, president van de ECB,
Boris Vujčić, vicepresident van de ECB

Berlijn, 10 september 2026

Goedemiddag, de vicepresident en ik heten u welkom bij onze persconferentie. Ik wil president Nagel bedanken voor zijn gastvrijheid en onze speciale dank uitspreken aan zijn medewerkers voor de uitstekende organisatie van de vergadering van de Raad van Bestuur vandaag.

De Raad van Bestuur heeft vandaag besloten de drie basisrentetarieven van de ECB met 25 basispunten te verhogen. Het conflict in het Midden-Oosten zorgt nog steeds voor inflatiedruk en de inflatie zal gedurende langere tijd ruim boven de doelstelling blijven. Het besluit van vandaag onderstreept onze vastberadenheid om met het monetair beleid de inflatie te stabiliseren op onze doelstelling van 2% op middellange termijn.

In het basisscenario van de nieuwe door medewerkers van de ECB samengestelde macro-economische projecties voor het eurogebied komt de totale inflatie uit op gemiddeld 3,0% in 2026, 2,5% in 2027 en 2,1% in 2028. Volgens hetzelfde scenario zal de inflatie exclusief energie en voedingsmiddelen gemiddeld 2,5% bedragen in 2026, 2,6% in 2027 en 2,3% in 2028. Vergeleken met juni is de basisprojectie voor de inflatie onveranderd gebleven voor 2026 en opwaarts bijgesteld voor 2027 en 2028. De basisprojectie voor de economische groei bedraagt 0,9% voor 2026, 1,4% voor 2027 en 1,5% voor 2028. Dat is een opwaartse bijstelling voor zowel 2026 als 2027, vooral als gevolg van de groter dan verwachte weerbaarheid van de economie van het eurogebied.

De vooruitzichten blijven hoogst onzeker, met opwaartse risico’s voor de inflatie en neerwaartse risico’s voor de economische groei. Wat betreft de energieschok illustreren de bijgewerkte, door medewerkers samengestelde scenario's het brede spectrum van uitkomsten voor het verloop van de groei en de inflatie bij uiteenlopende aannames over de intensiteit en de duur van de schok, alsook de indirecte en tweederonde-effecten ervan.

Met het besluit van vandaag blijven we in een goede positie om de onzekerheid als gevolg van het conflict het hoofd te bieden. We volgen een op data gebaseerde benadering per vergadering om de passende monetairbeleidskoers te bepalen. Onze rentebesluiten zullen in het bijzonder gebaseerd zijn op onze beoordeling van de inflatievooruitzichten en de daarmee gepaard gaande risico’s in het licht van de binnenkomende economische en financiële gegevens, naast de dynamiek van de onderliggende inflatie en de kracht van de monetairbeleidstransmissie. We leggen ons niet bij voorbaat vast op een bepaald rentetraject.

De vandaag genomen besluiten worden uiteengezet in een persbericht op onze website.

Ik zal nu nader ingaan op onze kijk op de ontwikkeling van de economie en de inflatie en vervolgens onze beoordeling van de financiële en monetaire omstandigheden toelichten.

Economische bedrijvigheid

De economie toonde zich in het tweede kwartaal weerbaar, ondanks de energieschok. De groei was breed gespreid over landen en sectoren. Dit patroon heeft zich in het derde kwartaal waarschijnlijk doorgezet. De industrie doet het nog steeds goed, doordat overheden meer uitgeven voor defensie en infrastructuur. Het consumentenvertrouwen is opgeveerd vanaf een laag niveau en helpt de dienstensector zich te herstellen van de initiële energieschok. De toegenomen bedrijvigheid op het vlak van kunstmatige intelligentie is zichtbaar bij de digitale diensten, de bedrijfsinvesteringen en de uitvoer.

De arbeidsmarkt is nog altijd robuust en de werkloosheidsgraad bleef onveranderd op 6,4% in juli. De groei van de werkgelegenheid en de beroepsbevolking blijft vertragen, terwijl de productiviteit zich geleidelijk heeft hersteld.

De groeivooruitzichten op korte termijn zijn verbeterd ten opzichte van de vorige medewerkersprojecties, vooral dankzij de weerbaarheid van de consumptiebestedingen en de overheidsuitgaven. Op middellange termijn zou de consumptie moeten worden geschraagd door geleidelijk dalende energieprijzen en een sterke arbeidsmarkt. De groei zal in toenemende mate worden gestimuleerd door de bedrijfsinvesteringen en de investeringen in woningen. De groei van de uitvoer zou profijt moeten trekken van de stijgende buitenlandse vraag, maar wordt afgeremd door aanhoudende uitdagingen rond het concurrentievermogen en onzekerheid over het mondiale handelsbeleid.

Een hoger groeipotentieel vereist structurele hervormingen en moet worden ondersteund door gezonde overheidsfinanciën. De vereenvoudiging en harmonisering van de regelgeving binnen de gemeenschappelijke markt van de EU, versnelling van de energietransitie en voltooiing van de spaar- en investeringsunie zijn hierbij essentiële bouwstenen. Nu de goedkeuring van het wettelijk kader voor de digitale euro de laatste fase ingaat, herhalen we hoe belangrijk het is om zo snel mogelijk overeenstemming te bereiken over het pakket voor de gemeenschappelijke munt. Begrotingsreacties op de energieschok zouden tijdelijk, gericht en passend moeten zijn.

Inflatie

De inflatie is in augustus tot 3,3% gestegen, ten opzichte van 2,9% in juli. De energieprijsinflatie ging omhoog naar 14,3%, tegen 10,3% in juli. Deze stijging is wellicht met name het gevolg van een sterke bijdrage van de raffinagemarges voor vloeibare brandstoffen en van de hogere prijzen voor energiegrondstoffen. De voedselprijsinflatie bleef met 1,2% ongewijzigd. De inflatie exclusief energie en voedingsmiddelen nam af van 2,5% in juli naar 2,4%, waarbij de goedereninflatie steeg van 0,9% naar 1,2% en de diensteninflatie daalde van 3,3% naar 3,0%.

De meeste maatstaven van de onderliggende inflatie bleven in juli grotendeels stabiel. De lonen laten in dit stadium geen wezenlijke reactie zien op de energieschok. De loonsom per werknemer is in het tweede kwartaal met 3,3% op jaarbasis toegenomen, een daling ten opzichte van de 3,5% in het eerste kwartaal. De stijgende arbeidsproductiviteit heeft ook geholpen de groei van de arbeidskosten per eenheid product te beteugelen. Deze nam af van 3,5% in het eerste kwartaal tot 2,6%. Tegelijkertijd steeg de groei van de winst per eenheid product van 0,3% naar 2,2%. Op termijn laat de loontracker van de ECB voor de groei van de contractlonen een lichte stijging zien naar 2,7% in de eerste helft van 2027. De inflatieverwachtingen voor de kortere termijnen blijven op een verhoogd niveau, maar de meeste maatstaven voor de inflatieverwachtingen op langere termijn staan op ongeveer 2% en daarmee ondersteunen ze de stabilisatie van de inflatie rond de doelstelling op middellange termijn.

Het conflict in het Midden-Oosten en de recente ontwikkelingen van de ongerechtvaardigde oorlog van Rusland tegen Oekraïne hebben de energieprijzen verder doen stijgen. Hierdoor zal de totale inflatie tot in de eerste helft van 2027 waarschijnlijk ruim boven de doelstelling blijven. Daarna zou de energie-inflatie moeten afnemen en negatief moeten worden tot het midden van 2028, waardoor de totale inflatie gaat dalen. Naar verwachting zullen de hogere energieprijzen geleidelijk doorwerken naar de kerninflatie en de voedselinflatie. De verbeterde economische vooruitzichten zouden ook moeten bijdragen aan een licht hogere kerninflatie, die waarschijnlijk tot begin 2027 blijft stijgen en de rest van het jaar op een verhoogd niveau zal blijven alvorens in 2028 te matigen. Over het geheel genomen is de verwachting dat de totale inflatie terugkeert tot om en nabij de doelstelling tegen het eind van 2027, met behulp van de effecten van hogere rentetarieven. We zullen nauwlettend de omvang en de duur van de energieprijsstijging blijven volgen, en hoe deze doorwerkt in de vaststelling van prijzen en lonen, de inflatieverwachtingen en de algemene economische ontwikkeling.

Risicobeoordeling

De risico’s voor de groeivooruitzichten zijn neerwaarts gericht. Deze hebben voornamelijk te maken met het conflict in het Midden-Oosten en de ontwikkelingen in de ongerechtvaardigde oorlog van Rusland tegen Oekraïne. Een nieuwe verstoring van de energievoorzieningen kan de energieprijzen sterker en langer dan momenteel verwacht doen toenemen. Dit zou de reële inkomens, de bestedingen en de investeringen drukken. Een verslechtering van het sentiment op de mondiale financiële markten of overloopeffecten in mondiale obligatiemarkten kunnen leiden tot aanscherping van de kredietvoorwaarden en de vraag doen temperen. Een opleving van de handelsspanningen tussen belangrijke economieën zou de aanbodketens ook verder kunnen verstoren, de uitvoer afremmen en de consumptie en de investeringen verzwakken. De groei kan daarentegen hoger uitvallen als de economie en de energiemarkten zich sneller dan verwacht weten aan te passen aan de verstoring door de huidige conflicten of als daarvoor een duurzame oplossing wordt gevonden. Ook zouden de invoering van nieuwe technologieën door bedrijven in het eurogebied, de uitgaven voor defensie en infrastructuur en de hervormingen om de productiviteit te verhogen en de gemeenschappelijke markt van de EU te voltooien de groei meer dan verwacht kunnen opdrijven.

De risico’s voor de inflatievooruitzichten zijn opwaarts gericht. Deze hebben voornamelijk te maken met het conflict in het Midden-Oosten en de ontwikkelingen in de ongerechtvaardigde oorlog van Rusland tegen Oekraïne. De energieschok zou nog intenser kunnen worden en de effecten op andere prijzen en lonen zouden sterker kunnen zijn dan momenteel verwacht. In het bijzonder de gasprijzen zouden kunnen stijgen in het geval van verdere verstoringen aan de aanbodzijde of een uitzonderlijk koude winter in combinatie met lage voorraadniveaus. Hoe langer de energieprijzen hoog blijven, hoe waarschijnlijker het is dat ze de ruimere inflatie via indirecte en tweederonde-effecten opdrijven. Vernieuwde handelsspanningen kunnen leiden tot meer versnipperde mondiale aanbodketens, de toevoer van kritieke grondstoffen inperken en de capaciteitsbelemmeringen in de economie van het eurogebied vergroten. Extreme weersomstandigheden – mogelijk versterkt door toenemende effecten van ‘El Niño’ – en meer in het algemeen de zich ontvouwende klimaat- en natuurcrises, kunnen de voedselprijzen meer dan verwacht opdrijven. De inflatie kan daarentegen lager uitvallen als de huidige geopolitieke conflicten duurzaam zouden worden opgelost of als de indirecte of tweederonde-effecten van de recente energieprijsschok minder groot zouden zijn dan voorzien. Een toename van de volatiliteit en risicoaversie op de financiële markten kan de vraag drukken en zo ook de inflatie doen afnemen.

Financiële en monetaire omstandigheden

De marktrentes zijn sinds onze eerdere vergadering toegenomen. Vergelijkbare bewegingen zijn zichtbaar op de mondiale markten. Na onze verhoging van de rente in juni zijn de bancaire rentetarieven voor bedrijven gestegen en deze kwamen in juni en juli uit op 3,8%, tegen 3,6% in mei. De kosten van schuldfinanciering van bedrijven via de markt bedroeg in juli 4,0%, vergelijkbaar met eerdere maanden en ruim boven het niveau van vóór het conflict in het Midden-Oosten. De groei op jaarbasis van de kredietverlening van banken aan bedrijven, die doorgaans met enige vertraging reageert op monetair beleid, steeg verder tot 4,4% in juli, tegen 4,0% in mei en juni. De groei op jaarbasis bij de uitgifte van bedrijfsobligaties bedroeg 3,4%, tegen 3,6% in juni en 3,3% in mei. De hypotheekrente bleef in juni en juli onveranderd op 3,5%, terwijl de groei van de hypothecaire kredietverlening licht afnam, van 3,1% in mei en juni tot 3,0% in juli.

Conclusie

De Raad van Bestuur heeft vandaag besloten de drie basisrentetarieven van de ECB met 25 basispunten te verhogen. Wij committeren ons met het monetair beleid aan stabilisering van de inflatie op onze doelstelling van 2% op middellange termijn. We volgen een op data gebaseerde benadering per vergadering om de passende monetairbeleidskoers te bepalen. Onze rentebesluiten zullen gebaseerd zijn op onze beoordeling van de inflatievooruitzichten en de daarmee gepaard gaande risico’s in het licht van de binnenkomende economische en financiële gegevens, naast de dynamiek van de onderliggende inflatie en de kracht van de monetairbeleidstransmissie. We leggen ons niet bij voorbaat vast op een bepaald rentetraject.

We staan in elk geval klaar om alle instrumenten binnen ons mandaat aan te passen om ervoor te zorgen dat de inflatie zich duurzaam stabiliseert op onze doelstelling op middellange termijn en om de soepele transmissie van het monetair beleid te handhaven.

We zijn nu klaar om uw vragen te beantwoorden.

Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.

CONTACT

Europese Centrale Bank

Directoraat-generaal Communicatie

Reproductie is alleen toegestaan met bronvermelding.

Contactpersonen voor de media